Bekijk het origineel

Mededeelingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Mededeelingen

8 minuten leestijd

De deputaten der Generale Synode van de Gereformeerde Kerken voor de Zending onder Heidenen en Mohammedanen zijn Dinsdag 11 Juni in vergadering bijeengekomen; sinds jaren den eersten keer zonder den vroegeren scriba-penningmeester, Ds. W. Breukelaar, die zoo plotseling door den dood hun ontnomen werd.

De Voorzitter sprak een gedachteniswoord, waarin hij de groote verdiensten van wijlen Ds. W. Breukelaar voor de Zending in herinnering bracht, en gewaagde van het smartelijk verlies, dat het college der deputaten door het heengaan van dezen vaderlijken vriend geleden had.

Door allen werd de ontstane leegte diep gevoeld.

Maar deputaten moesten voort met hun werk. Eerst trachten in de „ledige plaats” te voorzien.

Tengevolge van de reismoeilijkheden waren sommige Broeders niet aanwezig; mede daarom werd besloten de benoeming van een eersten scriba nog niet te doen, doch die uit te stellen tot de D.V. in October te houden najaarsvergadering. Praeses en tweede scriba zullen tot zoolang de correspondentie voeren. Tot penningmeester werd de Assessor Ds. N. Duursema aanqewezen.

Het moderamen is dan thans aldus ’samengesteld: Ds. D. Pol, Praeses; Ds. N. Duursema, Assessor en Penningmeester; Ds. P. C. de Bruyn, 2e scriba.

De redactie van het Zendingsblad.

Sinds 1922 voerde wijlen Ds. W. Breukelaar op uitnemende manier de redactie van het Zendingsblad. In al die jaren groeide het Zendingsblad in grootte en lezersgetal.

Als zijn opvolger benoemden de deputaten schrijver dezes, die de hem toevertrouwde opdracht aanvaardde, maar met een uitdrukkelijk beroep op den steun en de medewerking zijner collega’s.

Hem werd een „commissie van uitvoering” ter zijde gesteld, waarin met hem zitting kregen de predikanten H. A. Wiersinga en G. van der Zanden. Tot het vormen van zoo’n commissie leidde de overweging, dat het ten nutte van het Zendingsblad zou komen, zoo niet bij één, doch bij drie personen de overlegging staan zou in al die dingen, die met de uitgave en de uitvoering van ons Zendingsblad verband houden. Deze commissie hield reeds een samenspreking met den uitgever, dhr. J. Zomer, met name over het door brand vergane Mei-nummer en over de verdere bezorging van het Zendingsblad in deze moeilijke tijden.

Ongetwijfeld is in de lijn van wijlen Ds. W. Breukelaar voort te gaan, in dezen zin, dat het Zendingsblad berichten biedt van de belangrijkste gebeurtenissen op onze Zendingsterreinen, alsmede van de gewichtigste vraagstukken, die zich daarbij voordoen. Maar houden de moeilijkheden in de verbinding met Ned.-Indië aan, dan zal de gewoonlijk zeer voldoende copie wel heel sterk gaan minderen. Daarom moge de wensch geuit worden, dat de op de Zendingsterreinen werkzame Broeders en Zusters, zooveel zij nog kunnen, hun Zendingsmededeelingen blijven zenden, en dat ook de thans met verlof te lande vertoevende Zendingsmenschen een artikel voor het Zendingsblad willen sturen.

De door wijlen Ds. W. Breukelaar al in het Mei—Juni-nummer uitgesproken verwachting moge nog eens herhaald worden, dat de door oorlogsschade veroorzaakte vertraging in de verzending geen aanleiding geve tot opzegging van het Zendingsblad. Maatregelen zijn er getroffen, dat het Zendingsblad weer op tijd uitkomt.

Moge de Heere bij den voortduur het Zendingsblad gebruiken tot vermeerderde belangstelling in de Zending en daardoor tot verrijking van de. kennis der Zending. Dan zal er ook een toenemen zijn te midden der zware tijden in liefde, in gebed, in ijver en in offervaardigheid.

Zendingscollecten en Zendingsbijdragen.

Uit ontvangen brieven blijkt ons, dat er bij enkele Kerkeraden en Kerkleden eenige twijfel over bestaat, of de Zendingscollecten nog gehouden worden en de Zendingsbijdragen nog gegeven behooren te worden. Men meent dan, dat er thans geen gelden naar Ned. Indië kunnen gezonden worden, en dat daarom geen gelden voor de Zending zouden bijeen te brengen zijn.

Daarom kan het goed zijn, hier mede te deelen, dat deskundige mannen heel het vraagstuk van geldverzending naar Ned. Indië, met al wat er aan vastzit, in studie genomen hebben. Hun oordeel en advies mag wel spoedig verwacht worden. Daarvan ontvangen dan de zendende Kerken ten spoedigste bericht.

Als de weg weer openkomt, zal het zaak zijn, niet dat de Zendingsgelden nog verzameld moeten worden, doch dat zij er zijn. Al zou het ook nog eenigen tijd duren, eer de zoo begeerde communicatie met Ned. Indië ingaat, dan dient toch nog het collecteeren en bijdragen voor de Zending gewoon door te gaan. Onze Zendingsmannen in Ned. Indië zullen zich wel tijdelijk weten te helpen; voor zooveel dat al noodig is, want sommige zendende Kerken deden de geldtransacties zóó, dat voor het oogenblik op hun Zendingsterrein het nog gaat als te voren. Doch bij intredende verandering dient er, niet nog gezorgd te moeten worden, doch voor gezorgd te wezen, dat zij terugontvangen, waar zij recht op hebben, en dat zij voor het vervolg voor die bizonder moeilijke finantieele dingen gevrijwaard blijven.

Bovendien — waarom zouden wij thans niet voor de Zending blijven collecteeren en bijdragen. Zij is toch een normale tak van ons kerkelijk leven.

Misschien komt die oude opvatting, als zou de Zending iets aparts naast ons kerkelijk leven zijn, in die aarzelende houding, ook thans te blijven bijdragen en collecteeren, toch nog weer om den hoek gluren!

Daarom: voortgaan en volhoudenl

Het Zendingsblad.

Met groote dankbaarheid mogen wij vermelden, dat het met het Zendingsblad over 1939 heel goed gegaan is.

De oplaag — het werd reeds in een vorig nummer even genoemd — is nog weer iets hooger geworden; zij steeg van 79.000 tot 80.000 exemplaren.

Toch rijn er nog altijd streken in ons land, waar het Zendingsblad niet of bijna nog niet komt. Zou daarin geen verbetering kunnen komen? Het zou toch eigenlijk 200 moeten zijn, dat in alle tot de Gereformeerde Kerken behoorende gezinnen een exemplaar van het Zendingsblad kwam. Het Zendingsblad immers wordt uitgegeven op last van de Synode onzer Kerken, behoort aan de Kerken toe, heeft de Kerken te dienen, en behoort daarom ook bij haar leden een plaats in huis te hebben.

Het spreekt dan ook van zelf, dat het winstsaldo van het Zendingsblad geheel ten goede van de Kerken komt.

Daarover behoort bij niemand de minste twijfel te bestaan!

Ook dat saldo is over 1939 weer iets geklommen; het bedroeg ƒ 31981,54; dat is ƒ 1584,38 meer dan een jaar te voren. Dat saldo is geheel en ten volle in de Generale Zendingskas gevloeid; het komt ook geheel ten goede van de Zending.

Zulk een mooi financieel resultaat was alleen te bereiken door het Zendingsblad zoo voordeelig mogelijk te exploiteeren.

Een enkelen keer is aan de deputaten voor de Zending wel eens in overweging gegeven het Zendingsblad wat royaler te laten verschijnen: een fleuriger omslag, beter papier, mooiere foto’s etc. Zelfs meende men dan, dat het Zendingsblad daardoor meer zou gelezen worden en de oplaag nog zou stijgen.

Nu zou het aan deputaten voor de Zending natuurlijk bizonder aangenaam zijn, het Zendingsblad in zoo fraai mogelijk uiterlijk te doen uitkomen; maar wanneer dat gebeurde, zou dat minstens ƒ 15.000 per jaar kosten, en de vrees zou gewettigd wezen, dat het getal lezers niet zou stijgen-, doch eer zou dalen wegens verhooging van den prijs.

Op de in April 1.1. gehouden vergadering der vertegenwoordigers van alle zendende Kerken en deputaatschappen voor de Zending hebben deputaten de vraag ter sprake gebracht, of het gewenscht zou zijn, het Zendingsblad op hooger peil te voeren. Na eenige bespreking was het eenparig oordeel, dat het Zendingsblad zijn eenvoudig karakter moest behouden. Niemand achtte het gewenscht in de uitgave verandering te brengen, daar dit op schade zou uitloopen. Deputaten hebben dan ook besloten, in de uitgave geen verandering te brengen.

Toch is de finantieele winst — zonder welke heel wat Zendingswerk ongedaan zou moeten blijven, of de Kerken minstens tweemaal in het jaar een extra collecte voor de Generale Zendingskas zouden moeten houden — de hoofdzaak niet.

Hoofddoel voor het Zendingsblad is te pogen, de kennis van de Zending te bevorderen en daardoor het meeleven van al onze Kerkleden in de Zending te stimuleeren.

D. POL.

Zendingskalender.

Aan de Kerkeraden is de volgende circulaire verzonden:

L.S.

Evenals vorige jaren word,t ook nu weer Uw aandacht gevraagd voor onzen Zendingskalender (1941)..

De toestanden zijn zoo anders dan voorheen, doch de uitgave van onzen Zendingskalender gaat gewoon door.

Wij vragen vriendelijk doch dringend, dat ook Uw bestellingen gewoon doorgaan zullen; ja, dat bestellingen komen mogen vanwaar men dit nog niet deed.

De moeilijkheden in de verbinding met Indië mogen immers de Zendingsactie hier te lande niet verminderen; want onze Koning in de hemelen blijft er toe roepen.

Al de baten van onzen Zendingskalender vloeien in de Generale Zendingskas. En die kas heeft óók die inkomsten zeer noodig!

Daarbij kan onze Zendingskalender in onze woningen dagelijks de belangstelling voor ons Zendingswerk gaande houden, en meehelpen tot volharding in het gebed, dat óók voor onzen Zendingsarbeid tot God moet opgaan.

Te hopen is dan ook, dat de tijdsomstandigheden geen daling in de oplage zullen brengen, doch dat er nog eenige stijging komen zal.

De prijs van den Kalender blijft dezelfde: ƒ 11.— per 100 exemplaren; bij bestelling na 1 Nov. ƒ 12.—.

Bestellingen, liefst zoo spoedig mogelijk aan G. F. HUMMELEN’s Boekhandel en Electr. Drukkerij N.V. te Assen.

Vertrouwende op Uw aller medewerking,

Namens de Deputaten der Generale Synode voor de Zending:

D. POL, Redacteur.

Rijsoord, Juni 1940.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1940

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 16 Pagina's

Mededeelingen

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1940

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 16 Pagina's

PDF Bekijken