Bekijk het origineel

De Jaargang

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Jaargang

4 minuten leestijd

Eén onzer lezers maakte er ons op attent, dat ons Zendingsblad geen aanwijzing geeft van den loopenden jaargang, en verzocht, dat in den vervolge dat gebrek zou verholpen worden door het cijfer steeds te vermelden op het titelblad.

Zeer terecht!

Ook al is men dien zóó opmerkzamen lezer dankbaar voor zijn juiste opmerking, dan blijft toch de vraag, hoe het mag gekomen zijn, dat ons Zendingsblad niet het nummer van den jaargang vermeldde.

Wat te doen toch wel gebruikelijk is!

De reden daarvan zal wel te zoeken zijn in het ontstaan van ons Zendingsblad.

Daarvan willen wij iets mededeelen:

Tevoren had de Christelijke Gereformeerde Kerk als haar Zendingsorgaan: Het Mosterdzaad, jarenlang geredigeerd door Zendingsdirector J. H. Donner; èn de Nederl. Gereformeerde Zendingsvereeniging: De Heidenbode, onder redactie van Ds. Lion Cachet.

Na de vereeniging van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Ned. Herv. Kerk (Doleerende) in 1892, gaf de Nederlandsche Gereformeerde Zendingsvereeniging haar arbeid aan de gezamenlijke Kerken over. Doch voorloopig bleven beide Zendingsorganen nog bestaan.

Is het in 1896 tot vaststelling der Zendingsbeginselen gekomen, en begint de Kerkelijke Zending haar arbeid, dan wordt het zeer gewenseht, de beide Zendingsbladen tot één te maken. Waarom nog langer twee Zendingsbladen? Waarom nog een apart blad voor de Soemba-Zending en een dito voor de Midden-Java-Zending? De Kerken zijn vereenigd; de Kerkelijkë Zending komt in gang; maar dan heeft ook het ééne Zendingsblad geheel de Zending te dienen.

De Synode van Arnhem (1902), die de Zendingsorde vaststelde, droeg dan ook aan de Deputaten der Generale Synode voor de Zending de uitgave van één orgaan op, te beginnen 1 Jan. 1903.

Die Deputaten voerden dat besluit uit, en bezorgden de uitgave van „Het Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland”; zij benoemden tot redacteur Ds. H. Dijkstra (sinds Jan. 1900 redacteur van het Mosterdzaad), met naast hem Ds. H. Hoekstra.

Vermoedelijk zal het wel uit dezen gang der dingen wat te verklaren zijn, dat het eerste nummer van „Het Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken” al dadelijk miste op het titelblad: Jaargang I.

Met dat al is er, na.zoovele jaren, niet de minste reden meer, om over het cijfer van den jaargang te blijven zwijgen. Wij hebben dan ook dadelijk aan het verlangen van den briefschrijver voldaan en op het November-nummer van het Zendingsblad doen plaatsen: Jaargang 38.

Als vanzelf maakt deze herinnering ook weetgierig, hoe het met de oplaag van ons Zendingsblad tijdens dien 38-jarigen gang geloopen is?

In het December-nummer van 1903 schreef Ds. H. Dijkstra in zijn brief naar Antiochië: „Het eerste jaar van ons Zendingsblad ligt weer achter ons. De vereenigde uitgave is boven bede en boven verwachting goed ontvangen. Het aantal onzer lezers overtreft de 20.000. En nog is er plaats voor meer. Nog zijn er Kerken, waar ons blad in het geheel niet of slechts door enkelen gelezen wordt”. En in het December-nummer van 1940 mogen wij met dankbaarheid vermelden, dat die 20.000 tot 80.000 zijn geworden; alsmede, dat het rampjaar 1940 de vrees voor „bedankjes” zoo goed als geheel heeft beschaamd!

Toch blijft ook zóó nog waar, wat Ds. Dijkstra destijds al schreef, dat er nog altijd streken in ons land zijn, waar het Zendingsblad niet of bijna nog niet komt. Nog altijd is er plaats voor meer. Het ideaal blijft wenken, dat in alle tot de Gereformeerde Kerken behoorende gezinnen een exemplaar zou komen en gelezen worden.

Een andere briefschrijver kwam met de gedachte, dat de Zendingscommissies in elk gezin het Zendingsblad zouden gaan verspreiden (wat trouwens al in heel veel Kerken ook gebeurt), dat tengevolge van het stijgen van de oplaag de kostprijs van het Zendingsblad zou kunnen dalen, en dat met nog verhooging van de financieele winst, de Zending al meer en beter in elke Kerk en gezin zou gaan leven.

In hoever of zulk een van groote liefde voor de Zending getuigend plan uit te voeren zou zijn, valt moeilijk zoo maar te zeggen. Het verdient echter zeer ernstige overweging.

In elk geval zouden wij alvast nòg eens willen opwekken, dat het op last van de Synode onzer Kerken uitgegeven Zendingsblad een plaats in huis hebbe, opdat daardoor de kennis van en de liefde tot de Zending, óók hier te lande, bevorderd worde. Ook in deze tijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1940

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 16 Pagina's

De Jaargang

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1940

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 16 Pagina's

PDF Bekijken