Bekijk het origineel

De Graaf van Zinzendorf

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Graaf van Zinzendorf

9 minuten leestijd

Stichter der Hernnhutter-Zending

Nicolaas Lodewijk, graaf van Zinzendorf, werd in het jaar 1700 te Dresden geboren. Kort na zijn geboorte stierf zijn vader en werd de opvoeding van den jongen toevertrouwd aan de zorgen van zijn grootmoeder, een hoogstaande dame, die zeer bevriend was met den beroemden Spener, den vader van het Piëtisme. Zij voerde een uitgebreide briefwisseling over aangelegenheden, die het Koninkrijk Gods betroffen. Uit dezen tijd dateert de zeer vertrouwelijke omgang met den Heiland, die den Graaf van Zinzendorf het geheele leven is bijgebleven. De overlevering vertelt, hoe hij als kind briefjes, met het adres van den Heiland voorzien, uit het raam wierp.

In latere jaren heeft Van Zinzendorf steeds met genoegen over zijn jeugdjaren gesproken en geschreven. „Reeds in mijn kindsheid”, zoo schreef hij, „had ik. den Heiland hartelijk lief en leefde ik in vertrouwelijke gemeenschap met Hem.”.„Ik heb vele jaren kinderlijk met mijn Heiland omgegaan, ik heb uren lang met hem gesproken, zooals de eene vriend met den anderen spreekt en ik liep dan in diepe overdenking de kamer maar op en neer. Als ik zoo met Hem sprak, was ik zeer gelukkig en dankbaar, omdat Hij door Zijne menschwording zoo goed over mij gedacht had.”

Reeds op jeugdigen leeftijd verlangde hij er vurig naar predikant te worden. Maar grootmoeder en de andere familieleden waren met dit plan niet erg ingenomen; als kind van aanzienlijken huize moest hij eenmaal een belangrijke staatsbetrekking bekleeden. In verband daarmee werd besloten den jongen een opvoeding te laten geven in betrekking tot zijn eventueele toekomst, en tevens er voor te zorgen, dat deze opvoeding in christelijken zin zou plaats hebben. Daartoe werd Nicolaas in 1710 naar Halle gebracht, naar het beroemde paedagogium van Francke, een van de inrichtingen van het Piëtisme. Hoewel hij ’t hier verre van gemakkelijk had en de teugel haast tè strak gespannen was, dacht de Graaf van Zinzendorf later steeds met zeer veel genoegen terug aan den tijd, daar doorgebracht. Hier immers hoorde hij vertellen van den zendingsarbeid in Voor-Indië, op de kust van Malabar door de Luthersche predikanten Ziegenbalg, Gründler en Plütschau. De oogen van den vurigen jongeling moeten gegloeid hebben van geestdrift bij de gedachte later ook iets voor de bekeering der heidenen te doen, vooral voor hen, naar wie niemand zou gaan.

Na zijn studie aan het paedagogium van August Hermann Francke maakte van Zinzendorf verscheidene reizen, o.m. naar ons land, waar hij de Gereformeerde leiders en de Separisten leerde kennen. Deze reizen hebben veel bijgedragen tot zijn breede, universalistische opvatting van het Christendom.

Naar den wensch zijner familie werd de jonge graaf ambtenaar aan het Ministerie van Justitie te Dresden; tegelijk kocht hij het landgoed Berthelsdorf in de Saksische Oberlausitz.

Zonder morren onderwierp Van Zinzendorf zich aan de eischen van zijn familie om niet theologie, maar rechten te studeeren; zijn Heiland zou hem toch niet verlaten, ook al schreef zijn strenge oom, de generaal, hem een soort van dienstreglement voor, waaraan hij zich stipt te houden had.

Na zijn meerderjarigheid liet de graaf zich een nieuw huis bouwen op het gekochte landgoed. Een eenvoudig huis was het, slechts een voorloopige verblijfplaats voor hen, die in den hemel een betere woning zouden vinden, zooals het opschrift boven de deur aangaf.

Op een avond, toen het echtpaar van Dresden naar Berthelsdorf reed, zagen ze tot hun verbazing een lichtje schijnen in het bosch aan den voet van den Hutberg. De graaf informeerde wat dat was; het huis van de Moravische emigranten, werd hem geantwoord.

Toen herinnerde hij zich dat hij eenigen tijd geleden aan een paar huisgezinnen verlof had gegeven zich op zijn landgoed te vestigen. Ze zeiden te behooren tot de unitas fratrum, de vereeniging der broeders, het overblijfsel der Hussitische beweging, dat ondanks veel verdrukking zijn bestaan tot op dien dag had weten voort te zetten. Op geheime plaatsen verborg men bijbels en gezangboeken, en kwam men samen om het Woord Gods te overdenken.

De Graaf van Zinzendorf hoorde van hen en weldra voelde hij zich sterk tot hen aangetrokken; weliswaar vormden ze nog geen afzonderlijke kerkgemeenschap, maar toch hadden meermalen samenkomsten plaats waar de Graaf en Gravin steeds tegenwoordig waren.

Er voegden zich anderen bij hen, mannen en vrouwen, die zich aangetrokken gevoelden door het licht des geloofs, dat God in Hernnhut had ontstoken. Spot en smaad was hun loon; ze verdroegen dat alles terwille van hun zieleheil.

Hernnhut! — welk een veelzeggende naam! De intendant van de plaats schreef bij die naamgeving aan zijn meester: „Moge God geven, dat aan den voet van dezen berg, die Berg der hoede heet, een stad moge worden gebouwd, die niet alleen zich voortdurend stelle onder de hoede des Heeren, maar waarvan ook de bewoners op de hoede (de wacht) des Heeren zullen zijn, niet zwijgend dag noch nacht.”

De Graaf wijdde zich geheel aan dit geestelijk werk. Hij stichtte hier een gemeenschap, die boven belijdenisverschil moest staan. De leden moesten dienen tot bevestiging en uitbreiding van het Koninkrijk Gods, vooral door een ongeevenaarde toewijding aan de zendingstaak.

Het zou ons te ver voeren te schrijven over het vele en prachtige werk dat de Graaf van Zinzendorf in Hernnhut heeft verricht; te spreken over den invloed, die hij op theologisch gebied heeft uitgeoefend; verzen van hem aan te halen, want Van Zinzendorf had groote beteekenis als geestelijk dichter: in het gezangboek der Broedergemeente is meer dan een vierde der liederen van Van Zinzendorf.

Bepalen we ons er evenwel toe te zien, hoe Hernnhut gedreven werd tot de Zending, vooral tot de uitwendige Zending.

In den zomer van 1731 reisde Van Zinzendorf met eenige Hernnhutter broeder naar Kopenhagen, om daar tegenwoordig te zijn bij de kroning van Christiaan VI. Deze reis is van groote beteekenis gebleken voor het werk der Zending. Hier immers ontmoetten de Hernnhutters twee Groenlanders, die hun veel vertelden van den onvruchtbaren arbeid van Hans Egede; ze zagen er een bekeerden neger, afkomstig van het eiland St. Thomas in West-Indië, die hen sprak over het ellendig lot der slaven op St. Thomas en hoe velen naar de kennis van den waren God verlangden.

Door die gesprekken kwam de edele graaf diep onder den indruk. Zoowel hij als de mannen die hem vergezelden, beschouwden deze verhalen als een roepstem van God.

In Hernnhut teruggekomen, werd er veel in de gemeente over gepraat. De neger van St. Thomas liet men uit Kopenhagen overkomen om in een samenkomst den toestand der arme zwarten op zijn eiland te beschrijven.

Bij twee broeders ontwaakte de wensch naar West-Indië te gaan en daar aan de slaven de Blijde Boodschap van den Heiland te brengen. Twee andere broeders meldden zich aan voor Groenland. Die eerste zendelingen waren Dober, Nietszchmann en de beide neven Stach. Ze gingen zonder eenige voorbereiding en moesten in hun eigen levensonderhoud voorzien.

„Alleen mannen, die vast in het geloof staan,” zei Van Zinzendorf, „kunnen tot de heidenen gaan; wie den god dezer wereld op diens eigen terrein wil bestrijden, moet zeker wezen van den bijstand des Heeren, opdat, het hem niet verga als den zonen van Sceva in Hand. 19 : 16”.

Den vertrekkenden Zendelingen werd in ’t geheel geen instructies gegeven; ook in later jaren niet. Ze werden volkomen vrij gelaten in de manier, waarop ze het werk zouden aanvatten en voortzetten.

In het jaar 1732 vertrokken de eerste Hernnhutter-Zendelingen naar West-Indië. ’t Volgend jaar trokken drie broeders naar de Eskimo’s op Groenland; een paar maanden daarna drie anderen naar de Lappen in ’t Noorden van Skandinavië. In 1734 gingen uit Hernnhut mannen naar de Indianen in Noord-Amerika; in 1734 werden de eerste Evangelie-boden gezonden naar Suriname.

Sinds dien tijd is er geen jaar voorbijgegaan waarin niet eenige Hernnhutter-broeders of -zusters zijn uitgegaan onder de heidenen. Vanaf het begin van de Zending der Broedergemeente tot nu zijn er 3000 mannen en vrouwen gegaan naar alle deelen der wereld om den Heidenen te vertellen van den Zaligmaker.

Moeilijk, zeer moeilijk was veelal hun arbeid. Op één plaats stierven tien van de achttien daarheen vertrokken Broeders en Zusters, Sommigen werkten slechts enkele maanden en werden dan weggemaaid door vreeslijke koortsen. Het was één lange doodenzang: „Hij bood zich aan voor de prediking van het Evangelie, trok weg en …. hij stierf.”

Eén lang refrein; „Hij kwam …. hij stierf.”

Meermalen was de gemeente van Hernnhut ontmoedigd, wat de zendingsijver verlamd. Maar Van Zinzendorf zelf verloor den moed niet en wist hem steeds weer aan te wakkeren bij zijn geloofsgenooten.

In 1793 werd in Zeist een genootschap opgericht onder den naam „Societeit in Holland ter uitbreiding van het Evangelie onder de heidenen.” Thans wordt het „Zendingsgenootschap der Broedergemeente te Zeist” genoemd.

Het opschrift op het graf van den Graaf van Zinzendorf meldt van een gesteld zijn om vrucht te dragen, blijvende vrucht. Indien ergens, dan kunnen we zeker hier spreken van een gezegend leven, dat rijke vrucht heeft afgeworpen. Uit het mosterdzaadje, neergelegd aan den voet van den Hutberg, op een vergeten plaats, is een groote boom geworden, waarvan de takken zich tot over de geheele wereld uitstrekken. Soms worden takken afgehouwen en wordt de boom geschonden, maar steeds herstelt hij zich en schieten nieuwe takken uit aan den ouden stam.

In Noord en Zuid, Oost en West, ja overal werden mannen en vrouwen uitgezonden door de Broedergemeente, de stichting van Nicolaas Lodewijk Graaf van Zinzendorf.

Op dertien arbeidsvelden in Azië, Oost- en Zuid-Afrika, Noord-, Midden- en Zuid-Amerika laat God de Broedergemeente voor Zijn Koninkrijk werken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1941

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 16 Pagina's

De Graaf van Zinzendorf

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1941

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 16 Pagina's

PDF Bekijken