Bekijk het origineel

Helden der Wereldzending

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Helden der Wereldzending

Feuilleton voor de Jeugd

5 minuten leestijd

III.

Zo gingen in de eerste jaren na 1727 boodschappers van Herrnhut uit naar Silezië, Brandenburg, Thüringen, Bohemen, Moravië, Zevenburgen, Salzburg, Savoye, Lijfland, Zweden, Denemarken en Engeland; en zij richtten hun schreden zowel naar de hutten der armen als naar de hoven van hertogen en koningen.

Als broeder en tegelijk als leider stond Zinzendorf in hun midden. Hij was een man van buitengewone kennis, geestkracht en wilskracht; hij kende de bijbel door en door, hij boog eerbiedig en ootmoedig het hoofd voor zijn God en had zich zó gewend in alles aan Hem te vragen wat Hij van hem vroeg, dat de dorpelingen gewillig alles deden wat hij van hen vroeg. In de zomer van het jaar 1731 reisde de Graaf met drie Herrnhutters als bedienden naar Kopenhagen, om tegenwoordig te zijn bij de kroning van Koning Christaan VI, met wien hij reeds bij een vorig bezoek aan het Deense hof vriendschap gesloten had. Want ook Koning Christaan VI was een vroom man.

Bij deze gelegenheid hadden de Moraviërs een paar merkwaardige ontmoetingen. Eerst zagen zij een neger, afkomstig van St. Thomas in West-Indië. Deze neger heette Ulrich, die bediende was bij een Deensen kamerheer van den Koning. Deze neger voelde zich zeer aangetrokken tot de vrome, eenvoudige mannen van Herrnhut; hij vertelde van het ellendig lot der slaven op St. Thomas. De Moraviërs, die nooit iets van de tropenwereld gehoord hadden, konden hun oren nauwelijks geloven bij alles wat Ulrich vertelde over het ruwe leven op de plantages, de wreedheid der planters daar en de totale onkunde der negers die nog nooit van den Heiland der Wereld gehoord hadden. Dat er mensen als vee behandeld, verkocht, opgedreven en geslagen werden, neen, daarvan hadden zij nog nooit gehoord.

In de tweede plaats ontmoetten de Moraviërs een paar Eskimo’s. leden van een kleine Christengemeente, die de bekende zendeling Hans Egede op Groenland gesticht had en vernamen dat zendeling Egede dringend hulp nodig had bij zijn zware arbeid in dat land van ijs en sneeuw. Zowel Graaf Zinzendorf als die drie mannen erkenden in deze verhalen de roepstem van God en toen zij teruggekeerd waren in hun dorp en niet uitverteld kwamen over alles wat zij gezien en gehoord hadden, toen ontwaakte bij twee broeders de wens naar West-Indië te gaan en daar aan de slaven op de plantages de Blijde Boodschap te gaan brengen, „al zouden ze ook zelf slaven moeten worden”.

Twee andere broeders meldden zich aan voor Groenland.

Hoezeer de mensen in Herrnhut zich ook verheugden over alles wat de broeders, die den Graaf van Zinzendorf naar Kopenhagen waren gevolgd, bij hun terugkeer vertelden, de Gemeente vond het toch nodig om zo maar niet dadelijk aan hun zendingsdrang toe te geven, maar vond het verstandiger af te wachten, of de gloed wellicht een strovuur was geweest. Dat was zeer wijs, want dat weten wij allen wel, dat men soms onder de indruk van iemands woorden grote plannen gaat maken, maar helaas, niet altijd komt het tot volbrengen daarvan. Toch zou het blijken, dat ditmaal de indruk die de verhalen van den neger en de Eskimo’s hadden gemaakt, geen oppervlakkige was geweest. Toen de voorgangers der Gemeente een jaar later aan een van de mannen, Leonard Dober geheten, vroeg of hij wenste dat aan zijn plan gevolg zou worden gegeven, antwoordde hij: „ja, ik blijf met mijn hele hart bij mijn besluit om onder de heidenen te gaan werken ”. Nu zullen wij horen, op welke wijze de Herrnhutters zekerheid wilden hebben, dat het werkelijk God’s wil was, dat de mannen naar de verre zendingsgebieden zouden reizen. Want de vrome lieden wilden niets doen, zonder zekerheid dat God het alzo wilde. Daarom schreven zij enige bijbelteksten op kleine briefjes papier, vouwden die dicht en nu moest Leonard Daher in de kerkzaal komen en uit al die briefjes er een trekken. Wat er op geschreven zou zijn, zou beslissen over zijn leven .... òf in Herrnhut blijven, òf naar ’t verre zendingsveld vertrekken. Maar vóór dat Leonard zijn keuze deed, vouwden allen de handen en vroegen heel eerbiedig aan den Here, of Hij alles zó wilde leiden, dat de mensen uit de keus van Leonard God’s wil mochten vernemen. Toen dit gebed was uitgesproken, nam Dober een briefje. In spanning keken allen toe. Met vastberadenheid vouwde hij het briefje open en wat stond erop te lezen? „Laat den jongen gaan: de Here is met hem!” Duidelijker kon het al niet. De mensen en vooral Leonard, beschouwden deze tekst als een antwoord uit de hemel op hun gebed. Zoals het met Leonard Dober ging, zo ging het ook met David Nitschman en niet lang na hen met drie andere broeders. Leonard en David zouden naar West-Indië vertrekken om onder de slaven te gaan evangeliseren. De drie andere broeders zouden naar Groenland gaan en een paar maanden daarna nog drie andere broeders naar de Laplanders in het Noorden van Skandinavië. In 1734 gingen zendelingen naar de Indianen in Noord-Amerika. In 1733 reisden Leonard en David naar Suriname, het land der slavernij.

Zo werd Herrnhut tot een middelpunt van een uitgebreide zendingswerkzaamheid. Naar alle kanten werden zendelingen de wijde wereld ingezonden, met de opdracht om, waar zij ook kwamen en waar de mensen nog nooit van den Here Jezus hadden gehoord, van Hem te gaan vertellen en die mensen tot volgelingen van den Heiland te maken.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942

Nederlands Zendingsblad | 16 Pagina's

Helden der Wereldzending

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942

Nederlands Zendingsblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken