Bekijk het origineel

Het stichten van een Zendingscentrum

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het stichten van een Zendingscentrum

8 minuten leestijd

Over niet veel meer dan alleen het Zendingsblad beschikte onze Kerkelijke Zending, bij den aanvang van haar Zendingswerk, voor de algemeene Zendingspropaganda, die de Zendingsbelangstelling had te wekken en te versterken.

Op initiatief van wijlen Ds. H. Dijkstra werd reeds spoedig de Zendingskalender uitgegeven en verspreid, die dagelijks in de huizen van de Zending spreken, aan de Zending herinneren, en daardoor gebed en liefde en offervaardigheid voor de Zending vermeerderen zou.

Maar overigens waren de middelen, om overal in het land de liefde tot de Zending te verwakkeren, heel bescheiden. Jaren aaneen was de pastorie van één der Generale Zendingsdeputaten tevens kantoor voor verkoop van Zendingsbusjes en „knikkertjes”; en daarbij ook nog bewaarplaats van de Zendingsbibliotheek, die van jaar tot jaar eenige uitbreiding kreeg, zoodat aan aanvragen om Zendingslitteratuur al beter kon voldaan worden.

De over heel het land zich al breeder en sterker ontwikkelende Kerkelijke Zending vroeg om wat anders en beters. Maar het duurde tot 1930, vóór de Synode besloot tot de oprichting van een Zendingsbureau. Een keerpunt!

Het schuilgaande „bijwerk” van één der Generale Zendingsdeputaten kwam in de openbaarheid van een in den Haag ingericht Zendingsbureau, onder leiding van een directeur, gesteund door een beambte, en kreeg gaandeweg al meer de gewenschte uitbreiding.

Een heele stap vooruit in de richting naar een middelpunt voor de Zending, waar allerlei aanvragen voor de Zending, inlichtingen op het gebied der Zending, gegevens voor Zendingsstudie etc. etc. gedaan, en vanwaaruit door oude en nieuwe middelen de onderscheidene Zendingsacties over heel het land gestimuleerd konden worden.

Dat de omvang onzer Kerkelijke Zending zulk een Zendingsbureau wettigde, en dat het Zendingsbureau aan onze Zending uitnemende diensten op velerlei manier bewees, is al duidelijker gebleken.

Toen echter de „Commissie voor de Vooropleiding”, eenigen tijd na het losbreken van den oorlog, met het haar toebetrouwde werk begon, kwam zij al meer tot het inzicht, dat er toch nog meer noodig zou zijn, dan wat in het Zendingsbureau gegeven was; dat vergrooting van het Zendingsbureau voor de komende uitbreiding der Vooropleiding niet genoegzaam zou wezen; en dat er een nieuwe opzet zou moeten komen.

Een daarover door Prof. Dr. J. H. Bavinck opgesteld advies werd in de verschillende Zendingsressorten breedvoerig besproken en met ingenomenheid begroet. Het kwam hierop neer, dat een „Zendingscentrum” zou gesticht worden, dat de navolgende belangen had te omvatten: 1. het zal gelegenheid moeten bieden tot het geven van cursussen en dus beschikken moeten over vergaderruimte en gelegenheid tot huisvesting van ongeveer 20 tot 25 personen; 2. het zal moeten beschikken over een Zendingsbibliotheek, waarin de voornaamste binnen- en buitenlandsche Zendingsboeken en Zendingstijdschriften kunnen worden geraadpleegd, en 3. zou het in zich moeten opnemen het tot nu toe in den Haag gevestigde Zendingsbureau. Op die manier zou de Zendingspropaganda nog meer doeltreffend gevoerd, en tevens het werk der voorbereiding voor den Zendingsarbeid gecentraliseerd kunnen worden Zendingscentrum!

Overeenkomstig het verzoek van de Commissie voor Vooropleiding hebben Generale Zendingsdeputaten dit voorstel bij de Synode van Utrecht aanhangig gemaakt, en met goedvinden dier Commissie daarbij do gedachte geopperd, dat dit te stichten Zendingscentrum onder leiding van de Generale Zendingsdeputaten zou gesteld worden. Trouwens lag dit laatste ook geheel in de tot nog toe gevolgde lijn, dat de behartiging van de algemeene Zendingspropaganda en de verzorging van de Zendingsbibliotheek en daarna het oprichten en instandhouden van het Zendingsbureau berustten bij Generale Zendingsdeputaten.

De Generale Synode van Utrecht leende aan dit voorstel tot het stichten van een Zendingscentrum een willig oor, en nam het, na eenige discussie, ook met algeheele bereidwilligheid aan; zij besloot aldus:

1. dat de gezamenlijke Kerken een Zendingscentrum zullen oprichten en instandhouden;

2. de uitvoering van dit besluit op te dragen aan Deputaten voor de Zending onder heidenen en Mohammedanen, onder voorwaarde:

A. dat het Zendingscentrum moet gevestigd worden in een plaats zoo mogelijk midden in het land; dat het Zendingsbureau met de bibliotheek daarheen wordt verplaatst; dat de Deputaten overleg plegen met de curatoren der Theol. Hoogeschool voor de bepaling, welke boekwerken over de Zending uit de bibliotheek der Hoogeschool in aanmerking komen, om te worden overgebracht naar de bibliotheek van het Zendingscentrum;

B. dat Deputaten worden gemachtigd onder verantwoordelijkheid aan de volgende Generale Synode, het voor het Zendingscentrum noodzakelijke personeel te benoemen en te instruëeren;

C. dat de te benoemen Deputaten daartoe besteden mogen een bedrag van ƒ 16.000 per jaar;

3. de te benoemen Deputaten te machtigen, alles in het werk te stellen, dat dit Zendingscentrum zooveel mogelijk strekke tot bevordering van de kennis van en de belangstelling voor de Zending.

Dat hiermede voor onze Zending een buitengewoon belangrijk en ver reikend besluit is gevallen, zal ieder aanstonds toestemmen en gevoelen. Vergeleken bij wat het was ten tijde, dat de Zending in kerkelijke banen werd geleid, zou er van het bereiken van een ideaal kunnen gesproken worden Daarom juist zou de bedenking kunnen opkomen, òf het toch eigenlijk wel raadzaam was, dat juist in deze tijden van verwarring en onzekerheid besloten werd tot het stichten van een Zendingscentrum, waarmede dan bovendien ook nog een heele som gelds gemoeid is?

Dat hangt af van den kijk op de dingen; òf wij zien, alleen de moeilijkheden, die er in deze zware tijden ook voor de Zending zijn, en daardoor de neiging krijgen tot afwachten van wat worden zal; òf dat wij thans, óók thans, „zien Jezus met eere en heerlijkheid gekroond”, en daarom voortgaan te doen wat onze hand vindt om te doen, in Zijn dienst en tot de komst van Zijn Koninkrijk.

Daarbij zijn de tijden voor onze Zending thans zóó, dat zulk een Zendingscentrum tot dat „doen, wat onze hand vindt, om te doen”, niet maar wenschelijk doch ook noodig is; daarom wijke bij het stichten van zulk een Zendingscentrum elke zweem van benepenheid voor het tot den doorgroei van het Zendingswerk wijde en uitgebreide hart!

Ook zal het misschien onder de huidige omstandigheden niet zoo gemakkelijk gaan als destijds bij de oprichting van het Zendingsbureau, om geschikte huisvesting te vinden voor het onder dak brengen van wat het Zendingsbureau vordert: maar als de gelegenheid komt, kàn er dadelijk aangepakt worden; en dat is zeker ook de bedoeling.

Maar…… het gaat dan toch om een heel bedrag; en is dat in deze tijden verantwoord?

Het best zal zijn, hierop te antwoorden met de les der ervaring; daarnaar valt te zeggen, dat, wanneer maar eenmaal het Zendingscentrum er zal zijn en al het begeerde werk gaat doen, de Zendingsbelangstelling alom in den lande zóó zal toenemen, dat het geld dubbel en dwars terug komt. Geopende harten openen de beurzen!

Veel beter dan gehoor te geven aan zulke opwellende bedenkingen is gulle blijdschap over zulk een groei van onze Zending, dat er uitzicht is op een Zendingscentrum, dat inderdaad een middelpunt voor ons Zendingsleven worden kan; en hartelijke dankbaarheid aan Hem, Die zulke rijke dingen thans ons geven wil.

Voor de ontwikkeling onzer Zending komen er prachtkansen:

Met de benoeming van den Zendingshoogleeraar in 1938 ging een lang gekoesterde en vaak uitgesproken wensch in vervulling. Ter hand genomen heeft Prof. Bavinck onder zooveel meer óók het gewichtige werk der Vooropleiding; cursussen werden op onderscheidene plaatsen gegeven en conferenties op nog weer andere plaatsen gehouden; centralisatie hierin is evenwel voor dit alles schier onmisbaar te noemen; het Zendingscentrum zal die brengen; en de Zendingshoogleeraar zal zóó in staat gesteld worden, zijn arbeid der Vooropleiding naar wensch te vervullen. Welk een vooruitgang!

Er valt in deze tijden onder oud en jong al meer vraag waar te nemen naar de beste manier, om plaatselijk de Zendingsactie te organiseeren, om Zendingskennis te verkrijgen en te verspreiden; in één woord, om de „home-base” (het thuisfront) al krachtiger te maken; en het Zendingscentrum zal in dat alles voorlichting, zoo noodig eenige leiding, geven.

Hoe dankbaar wij ook hebben te zijn voor de plaats, die de Zending in ons kerkelijk leven heeft verkregen, toch zijn wij nog niet, lang nog niet, waar wij wezen moeten; in heel veel Kerken komt de Zending er nog meer of minder maar wat bij; daarin kan het Zendingscentrum gunstige veranderingen teweeg brengen.

Schoone beloften houdt het stichten van een Zendingscentrum voor geheel ons Zendingsleven gewis in zich.

Is dat geen reden tot verblijden en tot danken?

Eenige vrees ook maar, dat het Zendingscentrum een overheerschende plaats zou gaan innemen, waardoor onze Kerkelijke Zending in het gedrang zou komen, behoeft er niet te zijn. Want de leiding van het Zendingswerk blijft bij de plaatselijke Zendende Kerken geheel en al; ook blijft behartiging der algemeene Zendingsbelangen in handen van de Generale Zendingsdeputaten; spraak noch gedachte is er van een Zendingscentrum, dat tegelijk een soort directie over onze Zending of over onze Zendingsinstanties zou hebben te voeren. Binnen het kader van onze Zendingsorganisatie zal het Zendingscentrum zijn belangrijk, doch dienend werk hebben te doen.

Wel is de taak, door het besluit van het stichten van een Zendingscentrum gelegd in de handen van Generale Zendingsdeputaten, zeker niet gemakkelijk; van juiste keuze en van juisten opzet hangt ook hierbij zoo heel veel af.

Laat ons hopen, dat er spoedig gelegenheid kome, het besluit tot om te zetten in de daad van de stichting van het Zendingscentrum, en dat de Heere dit voorgenomen stuk Zendingswerk, voor onze Zending van zoo hoog belang, wè! doe gelukken!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1943

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 8 Pagina's

Het stichten van een Zendingscentrum

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1943

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 8 Pagina's

PDF Bekijken