Bekijk het origineel

Kind en Bioscoop

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kind en Bioscoop

9 minuten leestijd

Het probleem, hierboven aangeduid met de woorden Kind en Bioscoop, dringt zich op aan ieder, die maar iels te maken heeft met de grotestads-jeugd en de besteding van haar vrije tijd. En het benauwt ieder, die de ervaring opdoet, dat de ge-dachtenwereld en het gevoelsleven van duizenden kinderen beslissend beheerst worden door de film. De ontwikkeling van hun fantasie, de vorming van hun morele oordeel, de richting van hun verlangens worden vrijwel geheel bepaald door de wereld van het wille doek. Zonder overdrijving mogen wc constateren, dat in concreto de houding van talloze jonge mensen in zaken van materiëel bezit en sociale welstand, sexualiteit en huwelijk, moord en zelfmoord haar oorsprong vindt in de ideeën, hun door de moderne film met beangstigende regelmaat gesuggereerd. En dat die ideeën op z'n zachtst gezegd, niet altijd geschikt zijn voor de harten en hoofden van kinderen, die op hel gebied van levenskunst, en moraal, karaktervorming en geestelijk denken nauwelijks enige andere leiding ontvangen, is zonder meer duidelijk.

Het is daarom geen wonder, dat de Kerk zich meer en meer gaal bezighouden met het vraagstuk van kind en bioscoop en het is een teken van verblijdende zakelijkheid, dat de Nederlandse Zondags-schoolvereniging, bekommerd om het lot van de in Amsterdam alleen al 60.000 „vergeten kinderen”, op zeer voortvarende wijze een poging aanwendt om de film in dienst te stellen van het zondags- schoolwerk en dus van de Kerk.

Naar hef voorbeeld van dalgene, wat onder leiding van de bekende filmmagnaat J. Arthur Rank, tegelijk een actief zondagsschoolleraar, in Engeland al bereikt is, werd er op 20 Maart in Amsterdam een begin gemaakt met de vertoning van kinderfilms en wil men nu trachten via kinderfilmclubs de straatjeugd te trekken naar de zondagsschool en zo voor hen de weg te banen naar de Kerk.

Het is nog slechts een begin, maar een goed begin! In plaats van de overspel- en gangsterfilms zal men proberen de kinderen te boeien door frisse, amusante rolprenten, die niet het pathologische en gedegenereerde van het mensenleven naar voren halen, maar door uitbeelding van hel goede, schone en edele in mensenwereld en natuur talloze aanknopingspunten bieden voor gesprek en prediking. Ook de bijbelse film, met zorg gekozen, zal een plaats in deze actie krijgen.

Op deze wijze wordt er op dit ogenblik in ons land gezocht naar een oplossing van het beangstigende probleem van kind en bioscoop, dat ook, ja juist de Kerk zo bezig zal moeten houden, wanneer zij zich tenminste bewust is van de onontwijkbare verantwoordelijkheid ten aanzien van de geestelijke en morele vorming van de jeugd van ons volk.

Het zal goed zijn daarbij ook acht te slaan op datgene wat op dit terrein in andere landen door de Kerk wordt ondernomen. In Zweden bijvoorbeeld is het probleem zeker niet minder benauwend. En ook daar heeft de zondagsschool het initiatief genomen. De Zweedse Kerk ontplooit een krachtige actie juist onder de jeugd van het in zo sterke mate, onder de invloed van twee wereldoorlogen, gesae culariseerde volk. Het zondagsschoolwerk is er de laatste jaren geweldig vooruitgegaan. Een half millioen kinderen komen er naar schatting op deze wijze in aanraking met het Evangelie.

Maar een veel grotere schare, waaronder ook weer vele zondagsschoolkinderen, vult op Zondagmorgen de bioscopen. Het bioscoopbezoek van kinderen heeft een zó verontrustende omvang aan-genomen, dat de „Zweedse Zondagsschoolraad” een speciale commissie voor dit vraagstuk heeft benoemd en aan de algemeen-secretaris van het zondagsschoolwerk heeft opgedragen een grondig en alzijdig onderzoek naar oorzaken en verschijningsvormen van dit kwaad in te stellen. Men wilde n.l. vóór alles goed weten waar het om ging en aan de hand van concrete gegevens, niet met vage geruchten en alarmerende angstkreten, de hier liggende gevaren bestrijden.

Onlangs is het resultaat van genoemde studie in de vorm van een uitvoerig rapport aan de Zondagsschoolraad aangeboden. Het is een geweldig stuk werk, dat, goed gedocumenteerd, aan de Kerk de zo noodzakelijke kennis van zaken verschaft en wegen wijst naar een verantwoorde aanpak van het probleem.

Via de gegevens van de vermakelijkheidsbelas-ting heelt men een schatting kunnen maken van het aantal kinderen, dat op 3 verschillende Zondagen, in alle steden van Zweden met méér dan 5000 inwoners, de ochtend-voorstelling bezocht. Verder heeft het Gallupinstituut een gedetailleerd onderzoek ingesteld door een groot aantal ouders met kinderen in de leeftijd van 3 tot 15 jaar 17 vragen ter beantwoording voor te leggen.

Zo verzamelde men 1000 antwoorden, de helft van vaders en de helft van moeders, terwijl de gevraagden zó werden gekozen, dat zij geacht konden worden een beeld van alle bevolkingsgroepen te geven. Daarnaast heeft het rapport de uitspraken van onderwijzers(-essen) van de stedelijke volks-scholen en van een groep artsen verwerkt en nauwkeurig acht geslagen op de behandeling van het betreffende vraagstuk in de pers en op vergaderingen van allerlei bij de zaak geïnteresseerde verenigingen.

Alle feiten en gezichtspunten weergeven van dit omvangrijke onderzoek is onmogelijk, maar wèl willen wij hier twee dingen naar voren halen, die in ieder geval vast staan en ons met grote ernst moeten waarschuwen, dat tijdig ingrijpen geboden is, ook al zijn de toestanden in ons land dan (misschien) wat gunstiger dan in Zweden.

Het eerste punt van belang betreft het aantal jeugdige bioscoopbezoekers. In Stockholm gaat één kwart van alle kinderen 's Zondags naar de bioscoop, in de provinciesteden één vijfde deel.

Zes van de tien stadskinderen hebben al op 3—4 jarige leeftijd kennis gemaakt met de film en zij, die na hun 5de verjaardag niet naar de bioscoop gaan, zijn uitzonderingen.

Vergelijkenderwijs kan men zeggen, dat reeds op 3—4-jarige leeftijd méér kinderen de bioscoop bezoeken dan de zondagsschool (resp. 28 en 26 %). Daarna stijgt het percentage bioscoopbezoekertjes aanmerkelijk boven dat van degenen, die de zondagsschool bezoeken. Bij de 10—12-jarigen zijn de vergelijkende getallen 79 en 34 % van alle kinderen.

De ernst van deze gegevens springt te meer in het oog, waar het rapport de aandacht vestigt op een tweede punt, dat niet minder onrustbarend is en dat betrekking heeft op de aard der films, die de kinderen doorgaans te zien krijgen.

Zeker, er is een filmkeuring, die volgens bepaalde, van hogerhand voorgeschreven normen te werk gaat. Maar men kan zonder meer begrijpen, dat „toegestaan voor kinderen” nog niet betekent, „geschikt voor kinderen”. Het staatsbureau, dat met de censuur is belast, mag echter geen andere maatstaven dan de voorgeschrevene aanle.ggen en een film kan zonder moeite binnen de gestelde perken blijven en toch bijzonder ongeschikt voor het jeugdige publiek zijn.

Verreweg de meeste films, die ook voor kinderen toegankelijk zijn, zijn vervaardigd voor volwassenen. Volgens een recente opgaaf mag men zeggen, dat niet meer dan 2 % van alle gekeurde films aan de bij kinderen aanwezige behoefte aan afleidingen ontspanning op behoorlijke, d.i. verrijkende wijze voldoet. Niettemin worden van alle gecensureerde films ongeveer de helft voor kinderen toegestaan. Dit zegt genoeg!

Daarbij komt dan het oordeel van de onderwijskrachten en de artsen, dat hiermee volledig overeenstemt. Bij alle waardering, die er is, óók in het rapport, valt de totaalindruk zeer ten nadele van de film uit. De grote meerderheid nam stelling tegen het huidige systeem van filmvertonen, vooral wat betreft de kinderen beneden de leerplichtige leeftijd.

Het Tijdschrift voor Jeugdzorg en Kinderbescherming geeft de volgende uitspraak van een deskundige: is het kind nog.niet rijp voor de school, dan zeker nog niet voor de bioscoop. De Vereniging voor kinderpsychiatrie geeft als haar mening te kennen: kinderen beneden de schoolleeftijd missen de vooronderstellingen om zich de inhoud van de hedendaagse films ten nutte te maken. En de chef van het staatsbioscoopbureau sprak in een verslag aan de koning met betrekking tot de zondagmorgenvoorstellingen deze woorden: vooral is het de eenzijdige keus van schablone-achtige wild-west films, kluchten en comedies met een leugenachtige moraal, die reden geeft tot ernstige bedenkingen.

Het is duidelijk, dat hier grote gevaren liggen voor de zo gevoelige minderjarigen, die doorlopend worden blootgesteld aan de sterke inwerking van allerlei avonturen en kluchten zonder enige behoorlijke inhoud en dat dergelijke films een zeer ongewenste levenshouding, om niet te zeggen een snel afglijden naar een twijfelachtige moraal in de hand werken, waar het hier gaat om jonge mensen, die toch al moeite genoeg hebben om in een normloze tijd de grenzen tussen het menselijke en het dierlijke te onderkennen en te eerbiedigen.

Hier ligt een concrete taak voor de Kerk, die in ieder land weer op andere wijze zal moeten worden aangepakt en waarbij ook op de overheid een beroep zal moeten worden gedaan. Maar meer nog op het gezin, op de ouders! Want het probleem van de kinderen is in de meeste gevallen hel probleem van de ouders!

Een derde deel van de naar hun mening gevraagde ouders antwoordde, dat zij geen oordeel hadden over de geschiktheid of ongeschiktheid van de films voor hun kinderen. En uit de beantwoording van een andere vraag bleek, dat het ongeveer één derde deel van de ouders volkomen koud liet welke films hun kinderen zagen!

Hoe men ook over de waarde van de film voor het kind moge denken (en de film heeft in allerlei opzichten een niet geringe waarde voor de vorming en de opvoeding van het kind), zeker is, dat een ongeremd en onkritisch bioscoopbezoek voor kinderen funest is. En alleen met behulp van het huisgezin zelf kan er verbetering gebracht worden in een toestand, die ons met zorg vervult.

De Kerk kan hierbij helpen door op ouderavonden en conferenties de ogen voor de dreigende gevaren te openen en het besef van verantwoordelijkheid te wekken bij hen, die de meeste invloed kunnen uitoefenen.

Zo tracht men in Zweden aan de hand van het gepubliceerde onderzoek een actie onder de ouders op gang te brengen, waarbij op verheugende wijze medewerking verkregen wordt van vrouwenorganisaties, onderwijzersverenigingen en de pers.

Ook de Kerk in ons vaderland kan haar voordeel doen met ervaringen in andere landen opgedaan. De Ned. Zondagsschool Vereniging waakt! Met energie heeft zij zich geworpen op de bewerking van de „vergeten kinderen” en ook de ouders worden niet verwaarloosd. Dat zij daarbij het goede in de film gebruikt om de kinderen aan zich te binden en kosten noch moeite spaart om mét de meest moderne middelen de jeugd te trekken is een verblijdend feit, dat moed geeft voor de toekomst.

Rotterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 juni 1948

Weekblad van de Nederlandse Hervormde Kerk | 4 Pagina's

Kind en Bioscoop

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 juni 1948

Weekblad van de Nederlandse Hervormde Kerk | 4 Pagina's

PDF Bekijken