Bekijk het origineel

De Ontwikkeling Enuien Uitbreiding van de

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Ontwikkeling Enuien Uitbreiding van de

SALATIGA ZENIZENDING (S.Z.)

6 minuten leestijd

Nadat de bond van zendelingen van de Salatiga Zending op Java in 1888 was opgericht, heeft de arbeid zich spoedig uitgebreid en een grote vlucht genomen. Zendeling De Boer heeft zich nooit bij den Bond aangesloten, hij was zendeling van de Kerk van Ermelo en kon zich niet met de beginselen der S.Z., zoals in het vorige artikel beschreven, verenigen. Wel bleef hij goed samenwerken met de zendelingen van den Bond. Hij heeft geen langen arbeidsdag mogen hebben, in 1891 werd hij op 55-jarigen leeftijd door zijn Heer opgeroepen. Na zijn dood verviel de zelfstandige zending van Ermelo en kwam het arbeidsveld van De Boer bij het terrein van den Bond.

Ook zendeling Horstman, die wel lid van den Bond was geworden, kon zich blijkbaar na enigen tijd niet goed meer vinden in de beginselen en trad uit. Hij ging over in dienst van de Nederlandse Gereformeerde Zendingsvereniging (N.G. Z.V.) waar hij enige jaren in het onvruchtbare Pekalongan arbeidde. Nadat hij daar zijn vrouw had verloren, verliet hij ook de N.G.Z.V. en heeft hij op ouderen leeftijd nog vele jaren te Temanggoeng zelfstandig gewerkt.

Het spoedige verlies van de beide Nederlandse zendelingen werd echter ruimschoots vergoed door het grote aantal arbeiders, dat Neukirchen uitzond. Vanuit Neukirchen gingen in de jaren 1884 tot 1938 in totaal 37 zendelingen naar het zendingsveld op Java, 30 Duitsers en 7 Nederlanders, allen te Neukirchen opgeleid en ingezegend. Daarnaast ging nog een 6-tal vrouwelijke zendelingen bijzonder voor den arbeid onder vrouwen en meisjes, waarin overigens de echtgenoten der zendelingen ook een belangrijk aandeel hadden. Met het uitzenden van vrouwelijke zendingsarbeiders voor den hoofddienst is de S.Z. de andere zendingscorporaties vóór geweest.

Het grote aantal zendelingen heeft het mogelijk gemaakt een groot gebied te bezetten. In het eerst ging het niet zo vlot, vooral wegens veel ziekte moesten de zendingsposten Tjemé, Wonoredjo en Tenpoeran als zodanig worden opgegeven. Zendeling Jüngst ging naar Ambarawa, een belangrijker plaats, zodat men toen zendingsposten had te Salatiga, Ambarawa, Kalitjèrèt en Blora. De eerste uitbreiding kwam, door de vestiging van zendeling Heller te Kendal ten Westen van Semarang. In de omgeving van deze plaats waren enkele door den bekenden Javaansen prediker Sadrach gevestigde gemeenten, die echter na het conflict van Sadrach met de Gereformeerde Zending ook niet meer met de S.Z. te doen wilden hebben, zodat ook deze post weer vrij spoedig werd opgeheven. Toch is dit het begin van de uitbreiding naar het Westen geworden. Van meer blijvenden aard was de vestiging te Semarang. De zendingspost op deze hoofdplaats werd namelijk in 1898 door het Nederlandse Zendeling Genootschap overgedragen aan de S.Z. Het werk in deze grote havenstad is, hoewel men er 2 zendelingen plaatste, onder de Javanen heel lang erg moeilijk gebleven; de door zendeling Hoezoo gestichte en zolang verzorgde gemeente bleef klein. Onder de Chinezen werd te Semarang echter veel ingang gevonden, er groeide een flinke welvarende Chinese gemeente. De eerste Chinese predikant op MiddenJava, Ds Liem Siok Hie, werd hier op 7 April 1935 in het ambt bevestigd.

Vanuit Tjemé en Kalitjèrèt waren verschillende contacten in de vlakke gebieden van de regentschappen Grobogan en Demak verkregen, dit leidde ertoe, dat zendeling Gericke zich in 1900 in Poerwodadi, de hoofdplaats van Grobogan, vestigde. Deze zendingspost in Poerwodadi is een van de belangrijkste posten van de S.Z. geworden en vormde tevens de schakel tussen Semarang en Salatiga in het Westen en Blora in het Oosten. In 1903 vestigde zich zendeling Barth te Bodjonegoro, de Zuidoostelijke regentschapshoofdplaats van de residentie Rembang. Hiermee kon dus het gehele gebied der residenties Semarang en Rembang met uitzondering van het gebied van de Doopsgezinde Zending rondom de Moeria, geacht worden Zendingsterrein van de S.Z. te zijn geworden.

De uitbreiding naar het Westen kwam in 1904 doordat onze Gereformeerde Zendnig toen niet in staat was den arbeid in de residenties Tegal en Pekalongan behoorlijk te verzorgen. De Christenen van Tegal kwamen in aanraking met zendeling Heller, die toen te Kendal was, en hieruit is de overdracht van het gehele gebied van Tegal en Pekalongan (later samengevoegd tot de éne residentie Pekalongan) van de Gereformeerde Zending aan de S.Z. voortgevloeid.

Daarmee was geheel Midden-Java ten Noorden, een gebied met een lengte van ruim 400 Kilometer en een breedte van 30 tot 70 Kilometer, waar thans ongeveer 7 millioen mensen wonen, zendingsterrein van de S.Z. geworden.

In het Westelijk gebied werd eerst Pekalongan bezet in 1904, zendeling Jüngst vestigde zieh daar. In 1907 vestigde zendeling Schlipköter een zendingspost te Moga in Zuid-Tegal op de Noordoostelijke helling van de Slamat, daar waren een paar Christengemeenten door de prediking van Sadrach ontstaan, die een zendeling wensten. In 1908 vestigde zendeling De Vries nog een post te Pemalang; de oude Gereformeerde post te Tegal liet men nog langen tijd onbezet, daar kwam pas in 1933 weer een zendeling.

De schoolarbeid is bij de S.Z. niet tot grote ontwikkeling gekomen, omdat men vanwege het geloofsstandpunt bezwaren had om subsidie van de Regering te ontvangen, vooral van het facultatief stellen van het godsdienstonderwijs wilde de S.Z. niets weten. Toch was er een 50tal meest kleinere Javaanse schooltjes en had men verscheidene jaren een Kweekschool voor onderwijzers te Tingkir ten Zuiden van Salatiga. Verder waren er enkele Hollandse Zendingsscholen, waar Nederlands werd onderwezen. Twee van deze ongesubsidieerde scholen, namelijk die te Blora en Poerwodadi, opgericht in 1909 en 1913, kwamen dank zij de zeer toegewijde arbeid van de Salatiga-zusters, die daar onderwijzeres waren, tot grote bloei. Van de gelegenheid een groot onderwijsapparaat te stichten met Regeringssubsidie, zoals dat op Midden-Java ten Zuiden plaats had, wilde de S.Z. geen gebruik maken.

De zendelingen hebben van het begin af ook medische hulp verleend. Uit dezen arbeid zijn 3 flinke zendingshospitalen met te zamen 9 artsen gegroeid, gevestigd te Poerwodadi, Blora en Bodjonegoro, en verder nog hulpziekenhuizen te Kalitjèrèt, Oengaran, Moga en Pemalang.

De opleiding van guru’s Indjil geschiedde aanvankelijk door de zendelingen zelf, later had men een theologische opleidingsschool Sabda Moeljo (het verheven Woord) te Oengaran onder leiding van zendeling v. d. Veen.

Op 23 Maart 1937 werd door de instelling van de Parepatan Agoeng (grote vergadering) een synodaal kerkverband tussen de Javaanse en Chinese Kerken op het terrein der S.Z. ingesteld, verdeeld in 4 classicale ressorten, Tegal, Semarang (met Salatiga), Poerwodadi Blora. Door middel van deze vergaderingen, waarin de zendelingen alleen als adviseurs zitting hadden, werd aan de Kerken zelfstandigheid verleend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1950

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 16 Pagina's

De Ontwikkeling Enuien Uitbreiding van de

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1950

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 16 Pagina's

PDF Bekijken