Bekijk het origineel

DE HUIDIGE SITUATIE VAN Kerk en Zending in Indonesië

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE HUIDIGE SITUATIE VAN Kerk en Zending in Indonesië

10 minuten leestijd

III.

Na mijn beide voorgaande artikelen, waarin het tweede een overzicht bevatte over de huidige situatie van de Protestantse Kerk in Indonesië, wil ik thans nog enkele opmerkingen maken over de stand van zaken in de Zending.

Het is met enige aarzeling dat ik dit onderneem, omdat dit een zeer gecompliceerd vraagstuk is, dat in de overgangstijd waarin Indonesië verkeert, nog vele duistere kanten heeft. Dat is ook de reden waarom het hier te lande zo moeilijk is, om tot een nieuwe, verantwoorde zendingsstrategie te geraken.

Het spreekt wel vanzelf, dat de ingrijpende politieke gebeurtenissen van de laatste tien jaren ook van grote invloed zijn geweest op het werk der Zending. Gedurende de bezetting door de Japanners was het contact tussen de zendende Kerk in Nederland en de .Zending in Indonesië verbroken. Ook na die tijd hebben wij geruime tijd in de mist gezeten en hebben moeten werken met de spaarzame gegevens die langzamerhand binnen kwamen.

Nu na vijf jaren kunnen wij ons weer beter voorstellen hoe de situatie op de zendingsterreinen is, hoewel deze ook nu nog aan voortdurende verandering onderhevig is, als gevolg van de nog niet gestabiliseerde politieke verhoudingen.

In het algemeen mag gezegd worden, dat het proces van de zelfstandigwording der Kerk zowel door de bezettingstijd als ook door de souverei-niteitsoverdracht en wat daarmede samenhangt, zich in versneld tempo heeft gerealiseerd.

Toen ik in Juli van het vorige jaar de oprichtingsvergadering van de Raad van Kerken in Indonesië te Djakarta meemaakte, waren daar meer dan 20 kerken uitgenodigd, die uit de arbeid der zending voortgekomen zijn. Sommige dezer Kerken zijn wel zelfstandig, maar toch nog Kerken in wording. Men leze over dit proces de brochure „Door het geloof alleen”, die Dr. K. J. Brouwer na zijn reis in 1948 schreef.

Zelf heb ik door een bezoek aan de Oost-Javaanse Kerk en de Pasoendan-Kerk enigermate een indruk ontvangen, met welke moeilijkheden deze jonge Kerken te worstelen hebben. En bij de oprichtingsvergadering van de Raad van Kerken bleek mij ook duidelijk, dat het groeiproces nog maar in een beginstadium verkeert.

De grote vraag waarvoor de Zending hierbij gesteld wordt is, welke de verhouding van de Zending moet zijn tot de zelfstandigheid geworden (wordende) Kerken.

Op de Kwitangconferentie, die Mei 1947 te Batavia werd gehouden, werd door de afgevaar-

digden van de Kerken op Java met de vertegenwoordigers van de V.N.Z. en de Gereformeerde Kerken het zgn. Kwitangaccoord gesloten. Daarbij werd overeengekomen, dat de Kerken voortaan de verantwoordelijkheid voor het zendingswerk onder hun eigen nog niet Christelijke volksgenoten zelf zouden dragen. Zij zouden daarbij echter de hulp van de buitenlandse Kerken aanvaarden. Er werd een Raad van Kerk en Zending gesticht, waarbij de Javaanse Kerken ¾ en de buitenlandse (Nederlandse) Kerken ¼ der leden zouden aanwijzen.

In de overeenkomstige Raad in West-Java werd deze verhouding voor de Soendanese Kerk ? Soendanese Christenen en ? Nederlanders.

Bij mijn bezoek in Oost-Java mocht ik tot mijn blijdschap constateren, dat de Oost-Javaanse Kerk zeer levenskrachtige was, maar dat men, zoals reeds gebleken was uit het feit dat men al hulp van Nederlandse zendingsarbeiders vroeg, zich bewust was dat samenwerking met buitenlanders, waaronder men ook de Nederlanders rekende, noodzakelijk en gewenst was. Het viel mij bij de besprekingen die wij daarmee voerden wel op dat men er zeer veel prijs op stelde, de volkomen zelfstandigheid van de Kerk te accentueren. Men wilde wel personele en financiële hulp, die echter de autonomie van de Kerk niet mocht aantasten.

Hoewel de Soendanese Kerk kleiner is en in moeilijker omstandigheden verkeert (5000 Christenen temidden van een bevolking van 17.000.000, meest Mohammedanen) kon men daar een zelfde tendenz opmerken. Ook in de Soendanese Kerk heeft men de samenwerking met de Nederlanders gaarne aanvaard, maar zoekt men de zelfstandigheid te effectueren.

Het probleem van de verhouding van de zelfstandige Kerken en de Zending is bij de reeds eerder genoemde vergaderingen van de Raad van Kerken in Juni 1950 te Djakarta wel zeer duidelijk aan de dag getreden.

Het mag niet ontkend worden, dat daar zelfs een zekere spanning tussen de beide openbaar werd. De vergadering heeft er zich ernstig over beraden welke plaats de Zending ten deel zou vallen bij de oprichting van de Raad. Aanvankelijk had men gedacht aan een lidmaatschap met adviserende stem. Het gevaar daarvan was echter dat de Zending daardoor alle zelfstandigheid zou verliezen en een instrument zou worden van de Raad. In zijn nog zeer prille bestaansvorm leek dat minder gewenst. Er waren wel stemmen die zeiden, dat nu de Kerken in Indonesië zelfstandig geworden waren, er geen zelfstandige plaats voor de Zending meer nodig was en de Kerken nu zelf het werk der Zending ter hand moesten nemen. Anderen beseften echter wel, dat aangezien de Kerken nog zo hun handen vol zullen hebben om zich zelf te consolideren, zij de hulp van de Zending voorlopig zouden blijven behoeven.

Men zou kunnen zeggen dat er drieërlei opvatting over de verhouding van de Kerken en de Zending bestond. Ten eerste die, waarbij men gehele oplossing van de Zending in de Kerk voorstond. Ten tweede, die waarbij men dacht aan een samenwerking volgens de Kwitang-struc-tuur, en men deze samenwerking beperkt wilde zien tot de gemeenschappelijke missionaire verantwoordelijkheid, maar elke inmenging van de Zending in de kerkelijke aangelegenheden ongewenst vond. Ten derde, een volkomen erkenning van de tweezijdigheid der samenwerking met de volledige opname van zendingspredikanten in de Kerk.

Een dergelijke oplossing is bijv. reeds gevonden in Midden-Java, waar de missionaire predikanten door de Kerken in Nederland en de Kerken op Midden-Java tezamen beroepen worden.

Van Zendingszij de werd opgemerkt, dat deze „tweezijdigheid” in de samenwerking van de zelfstandige Kerken en de Zending vastgehouden moet worden. Want daardoor blijft de verbondenheid van de zendingspredikant met de zendende Kerk. En daardoor kan alleen de apostolische roeping van de zendende Kerk levend blijven.

Het is mij niet mogelijk te beschrijven hoe het verloop van deze moeilijke problematiek gedurende de Oprichtingsvergadering van de Raad van Kerken zich ontwikkelde.

Ik kan alleen meedelen, dat tenslotte besloten werd, dat naast de Raad van Kerken er een Commissie voor de Zending zou blijven, die echter in nauwe relatie tot de Raad van Kerken zou staan. Deze commissie zou de ontmoetingsplaats van de Indonesische Kerken met de buitenlandse zijn. Het lijkt dienstig om hier het officiële verslag over te nemen:

„De „Commissie voor de Zending”. („Komisie Pekabaran Indjil”).

Onder het woord „Zending” dient hier te worden verstaan: de Evangelieverkondiging aan niet-Christenen, zowel door het eigen zendingswerk der Kerken in Indonesië, als door het werk der buitenlandse Kerken en Zendings-organisaties welke voor het merendeel deze arbeid verrichten in samenwerking met een bepaalde zelfstandige Kerk in Indonesië.

Nu de buitenlandse Kerken en Zendingscorporaties met algemeen goedvinden geen plaats zouden krijgen als „associated member” in de Raad van Kerken, werd de mogelijkheid geschapen van een volwaardige deelname van deze buitenlandse Zending in deze aparte „Commissie voor de Zending” welke van structuur tweezijdig is.

In de besprekingen was gebleken hoezeer de vormen van samenwerking tussen bepaalde In-donenische en bepaalde buitenlandse Kerken van elkaar verschillen. In sommige Kerken acht men de Zending en de zendelingen geheel opgegaan in de Indonesische Kerken, waarom dan ook van die zijde een opname van de Zending in de Raad was bepleit. Bij andere Kerken echter is deze samenwerking met buitenlandse Kerken geconstrueerd als een tweezijdige samenwerking van gelijkwaardige partners, die tezamen voor de ene taak van de Evangelieverkondiging staan.

Deze samenwerking en de vorm, die daaraan wordt gegeven, is uiteraard een zaak van de aparte Kerken in Indonesië zelf, die rechtstreeks contact onderhouden met bepaalde buitenlandse Kerken. Het was echter duidelijk, — aldus het rapport van de betreffende commissie, die deze vragen in kleine kring besprak — dat al het werk van de aparte commissies der verschillende Indonesische Kerken of der Indonesische en buitenlandse Kerken tezamen behoorde te worden gecoördineerd en dat een plaats van ontmoeting, discussie, onderzoek en stimulering van dit werk zou moeten worden geschapen.

Tot dit laatste doel werd nu besloten tot vestiging van de „Commissie voor de Zending”, die dus geen bestuurlijke top-leiding zal zijn, maar een plaats van ontmoeting, discussie, onderzoek en stimulering. De Commissie bedoelt ook in geen geval de vorming van een aparte „Zendingsraad” naast de Raad van Kerken, zoals sommige stemmen in de voorbereidingsconferentie hadden bepleit.

De structuur van de Commissie is tweezijdig en wel als volgt:

De Centrale Commissie, gevestigd in Djakarta (maar niet slechts bestaande uit leden die in Djakarta woonachtig zijn), zal bestaan uit 5 leden plus een vast secretariaat van de kant der Indonesische Kerken, terwijl daarnaast eveneens 5 leden plus een vaste secretaris benoemd zullen worden van de kant der buitenlandse Kerken en Zendingsorganisaties door deze zelf. Elke Kerk en elke Zendingsorganisatie kan dan op zijn eigen terrein in Indonesië iemand aanwijzen, die contact onderhouden met deze Centrale Commissie in Djakarta.

De Conferentie koos als leden van deze Centrale Commissie van de kant der Indonesische Kerken de volgende personen: Ds. Aniroen van de Soendase Kerk (Bandung), Ds. Probowinoto van de Midden-Javaanse Kerken (Salatiga), Ds. Saptojo van de Oost-Javaanse Kerk (Ma-lang), Ds. Pakpahan van de Batakse Kerk (Djakarta) en Ds. Tan King Hien van de Chinese Kerk van Midden-Java (Magelang).

De leden van het secretariaat zullen van de kant der Indonesische Kerken dezelfde zijn als die van het secretariaat van de Raad van Kerken, dus Ds. W. J. Rumambi en Mej. Mr. A. L. Fransz.

De 5 leden en de vaste secretaris van de kant der buitenlandse Kerken en Zendings-organisaties, zullen uiteraard pas later bekend worden, wanneer deze door die buitenlandse Kerken en Zendingsorganisaties zullen zijn benoemd in onderling overleg”.

Voorlopig werden Dr. F. L. Bakker, Dr. C. L. van Doorn, Ds. Th. B. W. G. Gramberg, Ds. H. A. C. Hildering, Ds. G. J. van Reenen en Dr. U. H. van Beyma aangewezen om met de vertegen-woordigers van de Indonesische Kerken te overleggen.

Voor de eerste vergadering stond op het programma:

a. de positie van de buitenlandse Zending in Indonesië;

b. de positie van de zendelingen;

c. waar is hulp nodig;

d. in welke gebieden moet zendingswerk begonnen worden.

Uit deze gegevens, die ik ontleende aan de „Kleine Zendbrief”, (een rondschrijven van het Zendingsconsulaat aan de zendingsarbeiders), 1 Nov. 1950, blijkt wel hoe men in Indonesië bezig is de verhouding van Kerk en Zending in de nieuwe situatie door samenspreking van Indonesiërs en Hollanders opnieuw te formuleren. Wat daarvan de consequenties zullen zijn weten wij nog niet. Wel is het duidelijk, dat men zoekt uit te gaan van het principe van de Internationale Zendingsconferentie te Whitby in 1947, waar uitgesproken werd, dat de verhouding van de jongere en de oudere Kerken zou zijn die van „partnership in obedience”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 februari 1951

Weekblad van de Nederlandse Hervormde Kerk | 4 Pagina's

DE HUIDIGE SITUATIE VAN Kerk en Zending in Indonesië

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 februari 1951

Weekblad van de Nederlandse Hervormde Kerk | 4 Pagina's

PDF Bekijken