Bekijk het origineel

Zending en Missie Op Nieuw Guinea

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zending en Missie Op Nieuw Guinea

7 minuten leestijd

WELLICHT slaat een enkele lezer dit artikel over, omdat hij er een onvruchtbaar getwist met Rome in verwacht, waarvan hij een afkeer heeft. En misschien zal een ander het juist lezen uit begeerte te vernemen, welke streken Rome nu weer uitgehaald heeft.

Deze moeilijkheden waren niet nodig geweest. Nieuw Guinea is een groot land. Voor Zending en Missie is er tot op de huidige dag werk te over zonder dat het nodig is in het gebied van de ander te arbeiden. Het is steeds een kwade zaak, wanneer in een niet-christelijk land verschillende christelijke kerken elkaar gaan beconcurreren. In een gebied met een onontwikkelde bevolking is het dubbel erg.

De voormalige Ned.-Indische regering vreesde dit zelfs zo zeer, dat zij er verstoring van „orde en rust” door verwachtte. Daarom was van 1901—1927 zelfs de z.g. „dubbele Zending” op Nieuw Guinea verboden. De regering wees elke partij een deel van dit land voor zijn werk toe, de Zending alles wat ten Noorden van het Sneeuwgebergte lag, dus Noord Nieuw Guinea en de Vogelkop, de Missie het grote gebied ten Zuiden van dit gebergte. In 1927 besloot de regering echter, niet langer te verhinderen, dat Zending en Missie in eikaars gebied zouden mogen arbeiden; het verbod van „dubbele Zending” werd opgeheven.

De Zending verklaarde zich evenwel terstond bereid om de bestaande verdeling van Nieuw Guinea nu vrijwillig te handhaven. Zij wist immers, hoe fataal „dubbele Zending” is. Het stelt de niet-christelijke bevolking terstond voor de verscheurdheid van Christus’ kerk. Welk een afbreuk doet dit niet aan de arbeid. En hoe verwarrend moet dit niet werken! Bovendien brengt het Zending en Missie in de verleiding om met niet verantwoorde middelen zieltjes te winnen, uit vrees, dat zij anders Rooms of Protestants zullen worden!

Daar komt nog bij, dat beide partijen in het haar toegewezen deel uitgestrekte gebieden hadden, bevolkt met tienduizenden Papoea’s, die nog nooit de boodschap van Jezus Christus en Zijn heil gehoord hadden. Ook indien dit niet het geval geweest was, waren er nog grote stukken van Indonesië geweest, om niet te spreken van de rest der wereld, waar noch Zending noch Missie werkten. Trouwens ook heden ten dage is de situatie nog zo.

Waarom zou de Zending dan het werk der Missie en omgekeerd de Missie het werk der Zending in bepaalde gebieden moeten gaan bemoeilijken door juist ook daar te gaan werken? Dit na te laten behoeft toch beslist niet een verdoezeling van de ernstige critiek, die Rome en wij op elkaar uitoefenen, te betekenen.

Om al deze redenen stelde de Zending in 1928 op een bespreking, die in Ambon tussen vertegenwoordigers van het Ned. Bestuur, de Zending en de Missie gevoerd werd voor, dat beide partijen de bestaande verdeling van Nieuw Guinea vrijwillig zouden blijven handhaven. Maar Rome wenst dit niet, principieel niet en practisch niet. Gelijk zij in verscheidene andere geheel protestantse gebieden van Indonesië met haar missiewerk begon en heilloze verwarring stichtte — de Minahassa, Ambon, het westelijk deel van Indonesisch Timor, Sumatra, de Bataklanden — evenzo zond zij reeds voor de oorlog haar missionarissen naar Noord Nieuw Guinea en de Vogelkop. Na de oorlog, gedurende de laatste zeven jaren is zij hiermede in zeer versterkte mate voortgegaan. Op allerlei manieren probeert zrj er nu Protestanten Rooms-Katholiek te maken.

Hoe die manieren zijn, daarover zullen wij nu maar niet al te zeer uitwijden. Helaas wijzen de berichten van onze zendingsarbeiders in Nieuw Guinea er op, dat zij niet veel verschillen van de R.-K. manier van werken in de protestantse gebieden in Indonesië. Het schijnt voor Rome niet nodig te zijn, dat een Protestant, die om welke reden ook, Rooms wil worden, weet wat het verschil tussen haar en ons is. Zij toont herhaaldelijk geen bezwaar er tegen te hebben om Protestantse Indonesiërs of Papoea’s op allerlei wijzen er toe te brengen tot de r.-k. kerk toe te treden, zonder dat zij van dit verschil weet hebben. Blijkbaar is voldoende als door hun overgang de mogelijkheid ontstaat dat het hun of hun kinderen later bijgebracht wordt.

De lezer denke overigens niet, dat wij voor een dergelijke wijze van werken zeer beducht zijn. De ervaring heeft uitgewezen, dat Rome hierdoor voornamelijk een aantal malcontente zielen in de wacht sleept met een groep personen die om materiële voordelen overgaan. Het zijn meestal niet de besten. Daarna blijft de verhouding tussen beide groepen meestal vrij stationnair. Maar het eist van de leiding der zelfstandige kerk en van de zendingsarbeiders een stuk kostbare tijd en energie op, dat zij voortdurend er op moeten letten, wat van r.k. zijde dreigt. Het brengt hen ongewild tot een houding tegenover Rome, waarbij de menselijke strijdlust de evangelische bewogenheid om de dwalingen van Rome overheerst.

Waar wij echter wel beducht voor geworden zijn, is dat Rome voor zijn arbeid in Noord Nieuw Guinea en de Vogelkop probeert staatssubsidie te krijgen. Op het eerste gezicht lijkt het vanuit democratisch standpunt helemaal niet bezwaarlijk haar voor haar sociale en schoolarbeid aldaar subsidie te verlenen. Waarom zou de Zending deze alleen ontvangen?

Hoe is de situatie er echter? Het grootste deel der bevolking in Noord Nieuw Guinea en de Vogelkop is — voor zover het onder Nederl. bestuur gebracht werd — protestants geworden. Van de ruim 125.000 Protestantse Christenen wonen slechts enkele duizenden in Zuid Nieuw Guinea, het zendingsterrein van Rome. Omgekeerd wonen van de 29.000 r.-k. christenen op Nieuw Guinea er slechts 6.000 in Noord Nieuw Guinea en de Vogelkop. Van deze 6.000 zielen zijn bovendien nog een groot deel niet Papoea’s, doch (indische) Nederlanders. Rome heeft in Noord Nieuw Guinea en de Vogelkop dus nagenoeg geen volgelingen. Er zijn slechts een paar duizend r.-k. Papoea’s in die gebieden, tegenover de 130.000 protestantse Papoea’s. Daarom zou het beslist onrechtvaardig zijn medisch-, school- en ander sociaal werk van Rome aldaar subsidie te verlenen, terwijl de Zending bereid is dit werk eveneens te beginnen of van het gouvernement over te nemen, wanneer zij de subsidie ontvangt. Wanneer het Ned. Gouvernement in deze streken missiewerk van Rome gaat steunen met subsidies — en het is er helaas reeds mede begonnen — dan betekent dit in feite, dat het Ned. Gouvernement steun verleent aan de Missie om Prot. Papoea’s rooms-katholiek te maken. Het is niet de taak van het Ned. Gouvernement om dit streven te bevorderen, evenmin als het eventuele pogingen van onze zijde om in Zuid Nieuw Guinea r.-k. Papoea’s protestants te maken moet steunen. Indien Missie of Zending willen proberen om protestanten rooms-katholiek of omgekeerd te maken door het opnemen van medisch werk, scholen, etc. mag de regering dit niet verhinderen. Vrijheid van godsdienst eist zulks. Maar de kosten van dit werk moeten Rome of wij in dat geval zelf betalen.

Wij hopen daarom zeer, dat aan de krachtige drang van de r.-k. missie om haar werk in Noord Nieuw Guinea en de Vogelkop in ruime mate financieel door het Ned. Gouvernement gesteund te krijgen, door het Ned. Parlement en de Ned. Regering weerstand geboden zal worden.

Tegen Maart of April 1953 denkt de zendingspredikant van West-Java, Ds Boland met zijn gezin (3 kinderen) met verlof terug te keren naar Nederland.

Het Zendingsbureau zal gaarne horen of iemand voor dit gezin voor een jaar gemeubileerde woonruimte ter beschikking kan stellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1952

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 8 Pagina's

Zending en Missie Op Nieuw Guinea

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juli 1952

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 8 Pagina's

PDF Bekijken