Bekijk het origineel

„Ik kom niet meer…”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
Print this document

„Ik kom niet meer…”

3 minuten leestijd

Zoals er in andere plaatsen naaikransen zijn, zo is er in Poerwodadi ook een naaikrans.

Eens in de week komen de meisjes van verschillende lagere scholen bijeen om handwerkjes te maken. Het is een genoegen om de meisjes te zien naaien met hun rode, rose of witte lappen. Er komen kleine meisjes bij, die nauwelijks een naald kunnen hanteren. Het zijn niet allen kinderen van Christenen, maar merendeels zijn het juist kinderen van niet-Christenen.

Aan het begin van de les wordt er gebeden en gezongen uit de Kidung Pasamuwan Kristen en het einde van de les is het belangrijkste, n.l. vertellen. Graag luisteren ze naar de verhalen van de leidster. Ja, er wordt uit de Bijbel verteld, uit het Oude Testament, dat zo anders verteld wordt als wat ze op de regerings-scholen van een Goeroe Agama Islam te horen krijgen.

Er wordt op de naaikrans verteld van Gods liefde voor zondige mensen. Van de straf Gods en van Zijn genade en van de Verlosser de Here Jezus Christus. Dan denken ze ook aan het Kindeke in de stal en aan het Kerstfeest, dat elk jaar ook door de naaikrans gevierd wordt. Soms krijgen ze ook platen mee naar huis, waar ze zo dol op zijn.

Maar we moeten niet denken, dat het altijd heel mooi gaat. Waar Gods liefde verteld wordt, daar werkt de Satan hard tegen.

Op een dag zei een meisje tegen een ander meisje (beiden geen Christenmeisjes): „Ik kom niet meer op de naaikrans.”

„Waarom niet?” vroeg haar vriendin. „Ach het is een christelijke naailes en men zegt, dat de Christenen gekruisigd worden als ze sterven.”

„Wel neen!” zei het vriendinnetje (een dochter van een echte Islamiet) „De Christenen worden niet gekruisigd, maar de Here Jezus! Die wordt gekruisigd om de mensen van hun zonden te verlossen.” „Ja, maar ik mag niet meer komen van moeder.”

Hieruit blijkt dat er tegengewerkt wordt, maar er is nog een troost, dat er ook kinderen zijn, die Gods liefde begrijpen en de Here Jezus als hun Verlosser en Zaligmaker kennen.

Er zijn ook kinderen, die, nadat ze platen mee naar huis krijgen, nooit meer verschijnen. Dat komt omdat de ouders vrezen, dat ze later „orang Kristen” zulworden en daarom verbieden ze de kinderen te komen op de naaikrans.

Het komt wel eens voor dat de kinderen heel stilletjes op de naaikrans komen zonder medeweten van hun ouders. En zo komen er steeds meer kinderen op de naaikrans.

Jezus zegt: „Laat de kinderen tot My komen en verhindert ze niet!”

We hopen en bidden dat God dit werk zegent en dat de Here Jezus een plaats kan vinden in de harten van die jonge meisjes.

Bu Amin Sntikno, leidster van de naaikrans in Poerwodadi.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 16 Pagina's

„Ik kom niet meer…”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 16 Pagina's

PDF Bekijken