Bekijk het origineel

Een rijsttafel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een rijsttafel

7 minuten leestijd

DIT WOORD wekt bij hen, die Indonesië kennen, de gedachte aan culinaire genietingen. Zo’n maaltijd is ook inderdaad een feest. Niet alleen de smaak, ook de keur der gerechten, die in grote verscheidenheid worden opgediend, draagt hiertoe bij. U moet rijsttafel echt leren-eten. Iemand die zweert bij de gedachte: „Wat de boer niet kent, eet hij niet,” moet er maar niet aan beginnen. Wanneer zo iemand alleen maar denkt aan al de scherpe kruiden, die in de gerechten zijn verwerkt, rilt. hij al. Toen ik laatst eens iemand inviteerde om met mij te gaan rijsttafelen, kwam prompt het antwoord: „Dank je, geef mij maar een Hollandse biefstuk.”

In dit stukje krijgt u echter, in natura, geen van beide.

De reden, waarom ik dit artikel als „rijsttafel” u voorzet, is de volgende. Deze tafel wordt als regel door Indonesische vrouwen klaar gemaakt en kenmerkt zich door de grote verscheidenheid in gerechten.

In dit artikeltje gaat het over de activiteit van de christenvrouwen op Midden-Java en nu moet u er eens op letten, op hoeveel terreinen deze zich richt. Mag ik u eens wat opdienen?

1. Het huwelijksgerecht. Op een conferentie van christenvrouwen hebben de deelneemsters door een Mohammedaans expert zich eens laten voorlichten op dit gebied. Op dit terrein staat de maatschappij in Indonesië voor geweldig moeilijke vragen. Laatst las ik, dat een bepaalde man, binnen een zeer beperkt aantal jaren, 11 keer trouwde en zich elf keer liet scheiden. Zou het eenvoudig zijn om in zulke gevallen precies te weten, wat de rechten-van-de-vrouw zijn?

Toch moeten christenvrouwen in Indonesië dit eigenlijk nauwkeurig weten. Het kan haar buurvrouw toch treffen of een zuster, die geen christen is. De christenvrouw moet dan meeleven, doch liefst ook met raad en daad kunnen helpen.

Natuurlijk is dit geen algemene conferentie geweest, hiervoor vraagt men vrouwen, die dit aan kunnen.

2. Het christelijk gezinsleven. Op bepaalde plaatsen organiseert men gezinsweken en daar komen o.a. de volgende zaken aan de orde:

a. De band van het christelijk gezin met de Kerk.

b. De economie van het gezin.

c. De sexuele ethiek.

d. Het nieuwe leven in Christus.

e. De omgang tussen ouders en kinderen.

f. De opvoeding van het kind in school en huis.

Over deze dingen willen zij nadenken bij het licht van de Bijbel.

3. Internaten en voorlichting aan jongeren. Nog steeds trekken jonge kinderen in groten getale naar de steden voor het volgen van voortgezet onderwijs. Soms wonen zij in een of ander klein, zelfgebouwd huisje. Natuurlijk schept dit wantoestanden, ook op sexueel gebied. Doch het alleen-maar-constateren-van-feiten helpt de jongeren niet.

Christenen, ook christenvrouwen, staan voor de vraag: wat kunnen wij doen? Om meisjes te helpen is er in Semarang één internaat opgericht. Deze meisjes zijn geen christen, de leidsters wel. Wat is dit moeilijk voor deze leidsters. Hoe kunnen zij deze meisjes het bezoeken aan bepaalde bioscopen ontraden, terwijl de meisjes toch het gevoel moeten hebben, dat zij „vrij” zijn, want dit willen zij zijn. In dit huis is een „silent-room”, een stille kamer ingericht, waar elke dag beëindigd wordt met God. Wilt u hieraan eens denken?

4. Vakantiekolonies. Deze worden opgezet met tweeërlei doel. Christenvrouwen willen kinderen graag vertellen, wie Jezus is, doch kinderen, die hier komen, willen zij graag ook eens lekker verwennen. Deze kinderen komen uit de z.g. minus-gebieden. Dit zijn eigenlijk streken, waar kinderen niet genoeg krijgen, zacht gezegd. Voor iedere kolonie heeft men 4 vrouwen nodig, die leiding geven n.l. een voor voeding, recreatie, gezondheidszorg, geestelijke verzorging. Wat zullen deze vrouwen blij geweest zijn, toen de kinderen voor het vertrek weer op de schaal kwamen. Zij waren gemiddeld 1.35 kg toegenomen in gewicht.

5. Radio Jogjakarta. Weet u, dat de stem van de christenvrouw in de aether is? Leden van de „Perkupulan Wanita Kristen Indonesia” verzorgen het kinderuurtje. Het is (volgens haar eigen woorden) de bedoeling, de kinderen thuis te leren zijn in de Bijbel. Duizenden kinderen kennen dat boek van de christelijke school. Bij hoeveel oud-leerlingen van deze scholen zal dit kinderuurtje gedachten wekken aan vroeger, toen zij van Jezus hoorden. Zouden wij niet eens aan hen denken?

6. Gedenk de gevangenen. Onze zusters weten, dat ook dit woord in de Bijbel staat. Op meerdere plaatsen geven zij huishoudonderricht in de gevangenis. Misschien leren zwerfsters van de straat hier de eerste steken, of een nieuw recept. In ieder geval horen zij nu van Jezus, die vrij wil maken van de boeien der zonde.

7. Handwerklessen in dienst van het koninkrijk. Citaat: „Wij zijn hier maar een klein groepje vrouwen. Iemand, die echt geschikt is voor dit werk, is hier niet. Wij hebben één naaikrans met 100 meisjes van 6–12 jaar, geleid door twee Javaanse en een Nederlandse zuster. 1 breiclub met 15 meisjes, geleid door 1 Javaanse en 1 Chinese zuster.

1 naaikrans voor meisjes van de Mulo, 35 leerlingen, geleid door 1 Javaanse en 1 Nederlandse zuster.

Wilt u even mee tellen?

100 + 35 + 15 = 150

3 + 2 + 2 = 7

Ben vrouw geeft les op twee clubs, dus is het aantal krachten 6. Met zijn zessen zeggen zij wekelijks aan 150 meisjes, wie Jezus is en wil zijn.

(Dit is maar een onderdeeltje van het geheel. Het totaal aantal leerlingen ligt ergens tussen de 6000–7000, het aantal helpsters kan ik niet schatten.)

8. Directe verkondiging. Het staat erg simpel in het verslag uit Solo: „Hier wordt regelmatig op ongeveer 30 plaatsen aan vrouwen door vrouwen het evangelie verkondigd.

Ziet u het: „De zaaier gaat uit om zijn zaad te zaaien.”

9. Bijzondere scholen. Dit zijn de: a. „Sekolah Guru Kepandaian Putri Kristen” (christelijke opleidingsschool voor leraressen bij het huishoudonderwijs); b. „Sekolah Pekerdja Wanita Kristen”. Deze school leidt meisjes op voor arbeid-in-de-Kerk en arbeid-van-de-Kerk-naar-buiten.

Het ideaal is, de leerlingen toe te rusten tot „dienstbetoon”.

Wanneer de leerlingen klaar zijn, worden zij misschien in grote eenzaamheid op een bepaalde post neergezet. Als je ouders dan eens niet voor je bidden, omdat zij „Jezus” niet kennen, wat is het dan fijn te weten, dat de leraressen en anderen dit wel doen. Daarom moeten zij op deze scholen proeven en ondervinden, wat het zeggen wil te leven in de-gemeenschap-der-heiligen. Een hele opgave voor de leerkrachten vindt u niet?

Dit is allemaal waar, ik noem u toch man en paard. In het algemeen zijn het leken, die samenwerken met enkele Javaanse en Nederlandse opgeleide krachten. Het zijn leken, hoor, deze vrouwen, geen heiligen. Het zijn vrouwen, die iets doen willen in dienst van het koninkrijk van God en natuurlijk wil de duivel hun krachten breken. Hij zorgt er wel voor, dat zij daar ook wel eens ruzie hebben, het valt daar ook niet mee om de ander altijd beter te achten dan je je zelf voelt, de getrouwde vrouw vindt de niet-getrouwde soms maar een vrijbuiter. Allemaal heel erg waar.

Juist daarom schrijft de een: „Wij hopen, dat u ons werk wilt helpen door uw gebeden, opdat wij ons werk kunnen doen, het Evangelie verkondigen en de mensen en de kinderen tot Jezus kunnen brengen.”

Juist daarom meldt een ander: „Van de vier vakken, die ik geef, vind ik het moeilijkst Bijbelse Geschiedenis. Hoe ouder ik word, hoe moeilijker ik het vind. Dikwijls bemoedig ik me zelf met de gedachte: Ik heb Gods Woord alleen maar uit te dragen en door te geven, de rest laat ik aan Hem zelf over.” Nu rest de vraag: „Wat doet u, nu u dit weet?”

Zullen wij samen God danken, nu u ziet, dat Zijn werk doorgaat!

Groenekan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1959

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 16 Pagina's

Een rijsttafel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1959

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 16 Pagina's

PDF Bekijken