Bekijk het origineel

De administrerende diaken en de pacht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De administrerende diaken en de pacht

14 minuten leestijd

In het „Maandblad van de Vereniging van Kerkvoogdijen in de Nederlandse Hervormde Kerk” werd enige tijd geleden een artikel gepubliceerd over problemen rondom de pacht.

De pachtovereenkomst.

Diaconale vermogens zijn vaak geheel of ten dele belegd in land en boerderijen, waarop en waarin de landbouw — in de ruimste zin genomen — wordt uitgeoefend. (Akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw, fruitteelt, boomkwekerij, enz., enz., behalve bosbouw. Bosbouw wordt n.l. niet als landbouw beschouwd.)

Worden nu deze landen of deze boerderijen tegen vergoeding in gebruik gegeven om daarop of daarin de landbouw uit te oefenen, dan spreekt men van pacht (en niet van huur, zoals vroeger wel gebruikelijk was). Om misbruiken tegen te gaan, om moeilijkheden tussen pachter en verpachter te voorkomen en mochten deze laat-sten toch ontstaan, ze op te lossen, zijn in het algemeen belang regelen geschapen, die gestalte hebben gekregen in de Pachtwet, die op 1 mei 1958 in werking trad. (Tevoren gold het Pachtbesluit.)

Volgens de Pachtwet moet een pachtovereenkomst schriftelijk worden aangegaan, wat zelfs het geval is met latere wijzigingen en zelfs met de beëindiging van zo’n overeenkomst.

Wordt de pachtovereenkomst slechts mondeling aangegaan, dus in strijd met het dwingende voorschrift van de pachtwet, dan kan de verpachter, mocht de pachter niet betalen, de pachtsom niet voor de rechter opeisen, terwijl de (mondelinge) overeenkomst toch voor onbepaalde tijd geldt en noch door de pachter, noch door de verpachter kan worden opgezegd.

Wel kan òf door de pachter òf door de verpachter bij de Pachtkamer (waarover dadelijk) een verzoek worden ingediend, de mondeling aangegane pachtovereenkomst schriftelijk vast te leggen.

Pachtkamer en Grondkamer.

Zo juist kwam de Pachtkamer ter sprake. De Pachtwet kent ook nog een Grond-kamer. Beide lichamen worden nogal eens met elkaar verward. Daarom volge hier enige toelichting over plaats en taak dezer kamers.

In elke Provincie is een Grondkamer, gevestigd in de provinciale hoofdstad, met uitzondering van die in de Provincie Limburg, welke niet in Maastricht, maar in Roermond is gevestigd.

Eenvoudig gezegd, bestaat de taak van de Grondkamer uit het toetsen, dat wil zeggen beoordelen van de ingezonden, schriftelijk aangegane pachtovereenkomsten, betrekking hebbende op de landen of boerderijen, binnen de Provincie gelegen, waarin de Grondkamer is gevestigd.

Uiteraard ook het „toetsen” van wijzigingen van pachtovereenkomsten. Bij elk kantongerecht is een Pachtkamer, onder voorzitterschap van de kantonrechter.

In dezelfde Provincie zijn dus evenveel Pachtkamers als er kantongerechten zijn. De taak van de Pachtkamer bestaat in hoofdzaak uit het beslissen op vorderingen, ter zake ener pachtovereenkomst, hetzij door de pachter tegen de verpachter ingesteld, hetzij omgekeerd door de verpachter tegen de pachter aanhangig gemaakt. (Het is hier niet de plaats in te gaan op het feit, dat de taken van beide instanties niet immer zo logisch gescheiden zijn als uit het bovenstaande kan worden afgeleid.)

De taken van beide lichamen worden duidelijk, wanneer bijvoorbeeld op vordering van de pachter, een mondelinge pachtovereenkomst schriftelijk wordt vastgelegd. De overeenkomst is aangegaan voor een pachtsom van ƒ 500,•— per jaar en betreft

5 ha los land.

De Pachtkamer nu legt de overeenkomst in een schriftelijke beslissing vast en zendt haar door naar de Grondkamer, die haar „toetst” en oordeelt, laten we aannemen in dit geval, dat ƒ 500,— per jaar te veel is, en na verhoor van partijen, ten slotte beslist dat ƒ 400,— genoeg is. Tegen de uitspraken van de Kamers is hoger beroep (= appèl) mogelijk, in de gevallen in de Wet omschreven, namelijk van die van de Grondkamer bij de Centrale Grondkamer en die van de Pachtkamer bij het Centrale Pachthof, welke beide colleges gevestigd zijn te Arnhem.

Volgens de regelen van de kunst.

Menige administrerende diaken zal echter verzuchten: dat is allemaal goed en wel, maar wat moet ik nu in een bepaald geval doen, om bijvoorbeeld een boerderij, naar de regelen der kunst te verpachten?

Daarom het volgende voorbeeld:

De heer Pieter Sekuur, administrerend-diaken van de Hervormde Gemeente te Kwis-tenburg, wenst de diaconale boerderij „Nooit Gedacht” te verpachten aan de heer Jan Optveld, mede aldaar.

De boerderij omvat 15 ha zavelige klei met redelijke gebouwen en wat ouderwetse woning met een inhoud van 500 m3. Het is een weidebedrijf. Beide heren zijn overeengekomen, dat de jaarlijkse pachtsom ƒ 3.330,— zal bedragen, te betalen bij vooruitbetaling in twee halfjaarlijkse termijnen op 1 mei en op 1 november van elk jaar, ingaande op 1 november 1960, voor de wettelijke minimumtermijn van 12 jaar. Pieter Sekuur zou zijn naam geen eer aan doen, indien hij zich niet tevoren vergewist had, dat het bedrag van ƒ 3.330,— verantwoord is te achten.

Hij heeft zich daartoe gewend tot de Rentmeester de heer Willem Last in zijn woonplaats en deze heeft de jaarlijkse pachtsom als volgt, na taxatie, gespecificeerd opgegeven:

15 ha land, waarvan 0.50 ha erf, maakt voor 14.50 ha (in de derde kwaliteitsklasse per ha ƒ 100,— plus ƒ 5,— voor ontwateringen, ƒ 5,— voor verkaveling en ƒ 10,— voor externe omstandigheden) 14.5 × 120 of ƒ 1.740,—

Gebouwen, van voldoende doelmatigheid, 15 × 75 of ƒ 1.125 —

woning, matig van 300 m3 ƒ 465,—

f 3.330,—

Een en ander volgens de laatste bij Koninklijk Besluit vastgesteld pachtnormen.

Dit taxatierapport zond de heer Pieter Sekuur in, samen met een verzoekschrift om de boerderij „Nooit Gedacht” te mogen verpachten aan de heer Jan Optveld te Kwistenburg, bij de Diaconale Kamer uit het Provinciaal College van Toezicht, overeenkomstig het bepaalde in ordinantie 18 artikel 17 der Kerkorde.

Na verkregen toestemming heeft de heer Sekuur de heer Last verzocht, het nodige te doen om 1. een schriftelijke overeenkomst op te maken, te zegelen, en door de heer Sekuur in zijn hoedanigheid van administrerend-diaken en de heer Jan Optveld te laten tekenen en 2. de heer Last schriftelijk verzocht de schriftelijke overeenkomst met twee ongetekende afschriften bij de Grondkamer in te dienen en zo nodig te verdedigen, eventueel in hoger beroep bij de Centrale Grondkamer te Arnhem. Keurt de Grondkamer de overeenkomst goed, dan ontvangt ieder der partijen, dat zijn dus de heer Sekuur en de heer Optveld, een exemplaar der overeenkomst retour van de Grondkamer.

Enige jaren later.

We springen nu enige jaren over, gedurende welke jaren de heer Jan Optveld stipt op tijd aan zijn verplichting tot pacht betalen voldeed en de heer Sekuur even accuraat de ontvangen gelden verantwoordde.

Inmiddels heeft de Diaconie van Kwistenburg de boerderij „Nooit Gedacht” kunnen verplaatsen en nieuwe gebouwen en een nieuwe woning gesticht, daartoe in staat gesteld door de burgerlijke gemeente, die het oude erf, huis en gebouwen, verwierf om daar een ambachtsschool te doen verrijzen.

De heer Willem Last wordt verzocht weer van advies te dienen en deze komt voor de nieuwe woning eveneens van 500 m3 op een pachtwaarde van ƒ 1.010,— en voor de gebouwen op ƒ 1.500,—, samen voor het gebouwde op ƒ 2.510,—, wat een pachtverhoging van ƒ 920,— gewenst maakt.

Nu heeft de Diaconie als verpachtster wel het recht herziening van de pachtsom te vragen — evenals de pachter — telkens vóór het verlopen van een driejaarlijkse pachtperiode. En wel aan de Grondkamer, voor het geval de pachter niet met een pachtverhoging accoord gaat. In ons voorbeeld wil echter het geval, dat van een driejaarlijkse periode nog slechts één jaar is verstreken, zodat de Diaconie nog twee jaren zou moeten wachten. Want de heer Optveld vindt de voorgestelde pachtverhoging te sterk.

Nu heeft echter de Pachtwet in zo’n geval de verpachter, in casu de heer Sekuur, het recht binnen zes maanden na het eindigen van het pachtjaar, waarin de nieuwe gebouwen tot stand kwamen, aan de Pachtkamer de bovengenoemde verhoging te verzoeken.

Niet aan de Grondkamer, wat meer voor de hand zou hebben gelegen.

Herziening van de pachtprijs.

Telkens vóór het verstrijken van een pachtperiode van drie jaren, als gezegd, kan de verpachter of de pachter aan de Grondkamer verzoeken de pachtprijs te herzien. Daartoe is reden, indien de pachtnormen worden verhoogd of verlaagd óf er zich omstandigheden hebben voorgedaan, die een wijziging rechtvaardigen.

Behalve het geval van geheel nieuwe gebouwen (hierboven genoemd), kunnen er verbetering in de ontwatering zijn aangebracht, een ruilverkaveling haar beslag gekregen hebben, terwijl ook door overstroming, of schade door groter wordende opgaande bomen redenen kunnen zijn om de jaarlijkse pachtsom te verhogen of te verlagen.

Zoals reeds gezegd, zijn bij Koninklijk Besluit pachtnormen vastgesteld. De Grondkamer en ook de Centrale Grondkamer zijn aan deze normen gebonden, en zo ligt de conclusie voor de hand, dat het vaststellen van de toegestane pachtprijs in een bepaald geval, al bijzonder eenvoudig is.

Toch is deze conclusie onjuist.

Het hanteren der normen eist inzicht en ervaring, zodat de heer Sekuur zeer verstandig deed, de heer Last te raadplegen.

De normale duur van de pacht is zes jaar voor los land, en twaalf jaar voor boerderijen.

Van deze termijnen kan worden afgeweken, met toestemming van de Grondkamer.

De heer Sekuur had ook een ander object te verpachten, los land en bouwterrein. Ook de aanstaande pachter is met het feit dat op het land eerlang huizen gebouwd zullen worden, op de hoogte.

Beide partijen kunnen nu vóór het aangaan der overeenkomst verzoeken voor bijvoorbeeld twee jaar te mogen verpachten.

Worden normale pachtovereenkomsten na afloop van de termijnen waarvoor zij zijn aangegaan automatisch verlengd, voor een overeenkomst — met toestemming van de Grondkamer — voor korte tijd aangegaan geldt zulks niet.

De pachter kan echter aan de Pachtkamer om verlenging vragen.

Beëindiging van de pacht.

Heeft men eenmaal een geldige pachtovereenkomst, dan wordt deze, mits voor minstens zes jaar voor los land en twaalf jaar voor een boerderij, na afloop van rechtswege met zes jaar verlengd. Zowel — in ons voorbeeld van de boerderij „Nooit Gedacht” — de heer Sekuur als de heer Optveld kunnen echter een jaar vóór het einde der pachtovereenkomst de pacht bij deurwaardersexploit of bij aangetekende brief opzeggen.

Als de heer Sekuur dat heeft gedaan, bijvoorbeeld omdat de heer Optveld te oud is geworden, geen zoons of schoonzoons heeft om hem bij te staan, zodat redelijkerwijs te verwachten valt, dat de boerderij verwaarloosd dreigt te worden, terwijl de heer Optveld met de A.O.W. en de rente van spaargelden, toch een onbezorgde oude dag kan genieten, dan kan de heer Optveld zich wel binnen één maand tot de Pachtkamer wenden, verzoekende de pachtovereenkomst te verlengen. Haar de kans is groot, dat zijn verzoek wordt afgewezen, omdat in zo’n geval de billijkheid gebiedt, dat de band tussen de Diaconie en de heer Optveld wordt geslaakt. Tussentijdse beëindiging is mogelijk indien de verpachter het verpachte geheel of ten dele wil bestemmen voor andere dan agrarische doeleinden, in het algemeen belang. Bouwterrein bijvoorbeeld. De beëindiging moet aan de Pachtkamer gevraagd worden, terwijl de pachter schadeloos gesteld moet worden.

Deze schadeloosstellingen zijn bijzonder hoog.

In voorkomende gevallen zal onze heer Sekuur stellig de heer Last tevoren raadplegen. Bijvoorbeeld in gevallen van dreigende onteigening.

Wanprestatie. Pachtoverneming.

Bij wanprestatie van één der partijen, dat wil zeggen, wanneer één der partijen schromelijk in verzuim is, dan kan de andere partij bij de Pachtkamer ontbinding der overeenkomst vragen. In de regel zal de Pachtkamer dan — bij gebleken gegrondheid van het verzoek — bepalen, dat binnen een zekere termijn het verzuim hersteld dient te zijn.

Bij dood van de pachter kan zijn weduwe, of bloed- of aanverwant in de rechte lijn en ieder pleegkind, vorderen bij de Pachtkamer in de pacht te mogen opvolgen. (Ook kan ontbinding door ieder der partijen gevorderd worden, al welke vorderingen binnen zes maanden na het huwelijk van de pachter moeten zijn ingesteld.) Iets dergelijks is mogelijk bij het leven van de pachter, wanneer deze de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Men noemt dit de pachtoverneming.

Plicht tot herbouw.

Van bijzonder belang zijn de bepalingen der Pachtwet, omtrent wederopbouw van door brand (of storm) tenietgegane opstallen. Zij komen hierop neer, dat de verpachter tot opbouw verplicht is, tenzij tevoren, dat wil zeggen vóór het aangaan der overeenkomst of bij de toetsing der overeenkomst aan de Grondkamer ontheffing is gevraagd en verkregen.

Die ontheffing wordt verleend, wanneer in redelijkheid de herbouw niet kan worden gevergd. Dat is het geval, wanneer de opstallen niet op redelijke voorwaarden in herbouw kunnen worden verzekerd. Men doet er echter goed aan te bedenken, dat de Grondkamer uitmaakt, wat in dit geval onder „redelijke voorwaarden” wordt verstaan, zodat het verstandig is, als gezegd, zich vóór het aangaan der overeenkomst op de hoogte te stellen van de opvatting van de Grondkamer.

Ook is het van bijzonder veel gewicht zich geregeld te overtuigen of de opstallen der Diaconie hoog genoeg zijn verzekerd. Wanneer door brand een diaconale boerderij teniet gaat, en zij is te laag verzekerd, dan kan de vordering van de pachter tot herbouw de ondergang, in financieel opzicht, van de Diaconie met zich medebrengen.

Onze Pieter Sekuur laat dan ook jaarlijks de assurantiepolissen nazien door een expert van de verzekering.

Grasverkopingen en het inscharen van vee.

Het is het beste voor grasverkopingen en het inscharen van vee de tekst van de Pachtwet letterlijk te volgen:

„Het is verboden zonder voorafgaande goedkeuring van de grondkamer gras of hooi anders dan per gewicht te verkopen of ten verkoop aan te bieden of zich te verbinden vee ter inscharing aan te nemen.

De grondkamer verleent haar goedkeuring slechts, indien op grond van plaatselijke landbouwbelangen, van de aard van het onroerend goed of van persoonlijke omstandigheden van de verzoeker verpachting bezwaarlijk is.

De Grondkamer kan aan haar goedkeuring voorwaarden verbinden. Zij kan onder meer als voorwaarde stellen, dat de tegenprestatie (dat is de te betalen vergoeding) niet hoger zal zijn dan een nader door haar te bepalen bedrag. Zij houdt bij de bepaling van dat bedrag rekening met de toelaatbare pachtprijs.”

Een en ander komt nogal eens voor op de uiterwaarden langs de grote rivieren. Doet het geval zich voor, dan handelt men verstandig het advies van een deskundige in te winnen.

Niet op eigen houtje doen!

Bovenstaande uiteenzetting is niet volledig.

Het zal veelal gewenst zijn in voorkomende gevallen zich te wenden tot een deskundige en niet op eigen houtje te trachten een goede oplossing te vinden. Licht raakt men verward in de puzzles die de zo eenvoudig lijkende Pachtwet ter ontrafeling biedt.

Nog veel moeilijker vraagstukken schept de Wet Vervreemding Landbouwgronden, die pas tot 1963 is verlengd, mede in verband met het voorkeursrecht van de pachter.

Ook hier is hulp van en voorlichting door ter zake deskundigen steeds gewenst.


ZOMERCONFERENTIE

van de Federatie van Diaconieën op 30 en 31 mei en 1 Juni

Het volledige programma van deze conferentie zal dezer dagen aan alle diaconieën-leden van de Federatie worden toegezonden.

Het belooft een belangwekkende conferentie te worden. We willen er dan ook bij u op aandringen om deze data nu reeds te reserveren.

De conferentie zal worden gehouden op „Woudschoten”. Als sprekers hebben hun medewerking reeds toegezegd: Ds. F. H. Landsman, Rabbijn Drs. J. Soetendorp, Ds. J. Ris en Ds. E. B. Rijnders.

De derde dag van de conferentie, 1 juni, zal, zoals ook in het verleden gebruikelijk was, een excursie worden gehouden, waarschijnlijk naar een van de grootste industrieën in ons land. De bedoeling is om naast een indruk van het productie-proces, ook een beeld te krijgen van de sociale zorg, die vanuit het bedrijf zelf aan de werknemers wordt gegeven.

G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1961

Diakonia | 32 Pagina's

De administrerende diaken en de pacht

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1961

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken