Bekijk het origineel

We hebben een plan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

We hebben een plan

12 minuten leestijd

Op de kaderdag die woensdag na Pinksteren gehouden is in het Zendingshuis te Oegstgeest hebben we een plan gemaakt. Hier waren bij elkaar gekomen de vrouwelijke leden van classicale zendingscommissies, bestuursleden van vrouwenzendingsgroepen, vertegenwoordigsters van grote vrouwenorganisaties uit onze kerk en enkele genodigden. En hier hebben we met elkaar besloten om als vrouwen van de Ned. Herv. Kerk zoveel geld te verzamelen dat we aan een dame in Indonesië, die ontzaglijk veel gedaan heeft voor de verkondiging van het Evangelie in Indonesië, Ibu (moeder) Suretna, een vakantiereis kunnen aanbieden naar Nederland. Dat kan nu immers weer! Als het lukt, dan hopen we haar in de zomer van 1964 hier te hebben, vergezeld door onze zendingsarbeidster mejuffrouw Zijderveld. Het is niet de bedoeling dat Ibu Suretna hier spreekbeurten gaat vervullen, daartoe is zij niet sterk genoeg. Maar we hopen wel dat enkele classes samenkomsten zullen beleggen, waar men rustig met haar praten kan. En natuurlijk hopen we heel erg, dat ze nog onze grote Zendingsdag in 1964 zal kunnen meemaken. Maar dat zal van het Hollandse klimaat afhangen, want Ibu Suretna mag hier niet zijn in de koude tijd.

Op de kaderdag heeft mej. Gunning iets verteld over het leven van Ibu Suretna. We laten dat hier volgen.

Ibu Suretna

In 1931 deed Mej. Suretna als jonge onderwijzeres haar intrede in de Prinses Juliana School te Sukabumi. Deze school, in 1913 opgericht, mede op aanraden van Dr. N. Adriani, was een christelijke Hollands-Inlandse school voor meisjes uit de hogere Sundanese standen, met zowat 150 leerlingen, van wie een 40-tal intern. Suretna behoorde zelf tot deze kringen. Er zal wel even aarzeling geweest zijn om haar als interne leerkracht in vaste dienst te nemen, zij, de Islamietische, die ook pas twee jaar gekuurd had. Vóór Sukabumi werkte zij korte tijd in Solo, waar het klimaat bepaald niet goed voor haar was, doch waar zij Dr. H. Kraemer ontmoette. In de Prinses Julianaschool vond zij een hartelijke sfeer en een nauwe geestelijke band tussen de leerkrachten, o.a. Mej. Liefrink, de beide dames Ottow en Mej. Zijderveld (die enkele maanden na Suretna kwam). Deze dames trachtten in een nauwe gebedsgemeenschap en een oprecht christelijke levenswandel tot goede getuigen van Christus te zijn voor hun leerlingen. Suretna werd in deze gemeenschap opgenomen, nam trouw deel aan bijbelstudie, kreeg haar aandeel in het vertellen van de bijbelse geschiedenis en in het gebed. „Vraagt u haar toch om op catechisatie te komen”, zeide een der dames aan de zendeling ter plaatse, „dan doet zij dat stellig”. Doch deze wist te moeten wachten. Suretna zelf zag geen noodzaak tot de doop, die immers onherroepelijk vervreemding van eigen gemeenschap zou meebrengen. Wellicht kon zij beter, nu, als een der hunnen, christelijke invloed uitoefenen.

Tot de dag kwam, dat zij, heel vroeg in den morgen, voor het zendelingshuis stond, en om dooponderricht vroeg. Zij had haar Heiland gevonden en aanvaard, haar stralend blijde ogen waren er het bewijs van, en zij wist heel zeker, dat zij Hem nu openlijk moest be-lijden, De familie stootte haar uit, nu zij de godsdienst der Hollanders aannam, doch zij liet zich niet uitstoten, de liefde tot de haren verdiepte zich, zij hield hen vast, en er kwam weer toenadering. Ja, Suretna behield de plaats in de Sundanese wereld en het vereni-gingsleven, die haar naar rang en stand, ontwikkeling en persoonlijkheid toekwam.

Tijdens de oorlog

Toen de oorlog kwam, was Suretna de enige, die — misschien — de arbeid van de Prinses Julianaschool zou kunnen voortzetten. Het bestuur vroeg haar dit, zo mogelijk, te doen, doch gaf daarbij de verzekering, haar nooit rekenschap daarvan te zullen vragen. Vele jaren later heeft zij die rekenschap wél afgelegd. Zij schreef toen: „Ik begrijp, waarom u mij destijds zo groot vertrouwen gaf, u wist immers, dat de Heer het werk Zijner handen niet laat varen.”

Het schoolgebouw werd spoedig geheel vernield. Mej. Suretna trachtte in een huurhuis althans het internaat voort te zetten. Het ging heel moeilijk. Alle contact was immers verbroken, bijeenkomsten waren verboden. „Er heerste paniek in ons geestelijk leven.” Toen groeide bij Suretna en haar beide medewerksters de behoefte aan contact met geloofsgenoten, zij dachten aan de uitzending der zeventig, zonder buidel of geld. Trouwens zij hadden geen geld. Doch zij besloten de broeders en zusters in West-Java te bezoeken. Twee gingen op stap, één bleef in het internaat. 16 plaatsen en plaatsjes werden bezocht, overal was een blijde en hartelijke ontvangst, en reisgeld om verder te gaan. Zelfs nog één enkele Hollandse vriendin ontmoetten zij, tot troost en bemoediging over en weer. Suretna schrijft: „Wij mochten ten volle de zegen ervaren van de gemeenschap der heiligen in het gebed tot onzen Heer en Heiland. Wij konden sommigen aanmoedigen om zelf in eigen kring voor te gaan in bijbellezen en uitleg en gebed. Ik geloof, dat niet de bijbelkennis ontbreekt, maar de werking in de harten van de Heilige Geest, die de moed geeft om te getuigen.” Wat zij niet schreef, doch anderen later vertelden, was de rustige moed, waarmede deze twee vrouwen rondreisden, vaak door gevechtsterrein heen, een moed, die àller eerbied afdwong, zodat zij veilig waren.

Zo leerde Suretna het werken in de gemeente, waaraan zij pas vele jaren later zich géven kon.

Naar Bogor

Zij kreeg een benoeming naar Bogor die zij moest gehoorzamen. Direct begon zij hier een nieuwe asrama, en nodigde enkele christenmeisjes van verschillende volksgroepen om haar te helpen in de huishouding voor een klein zakgeld, doch vooral om samen met hen het gebod van Christus in praktijk te brengen. in de omgang met de kostmeisjes, allen Islamieten: allen, hoe zij ook waren, met gelijke liefde te behandelen. Zij hielden des morgens samen een korte wijdingsdienst, eens per week bijbelkring, met het kostgezin tafelgebed en avondzang. „Mijn medewerksters leerden hier, naar hun eigen getuigenis, zelfstandigheid”, zo schrijft zij later. En wij begrijpen, dat in haar de gave om medewerkenden aan te trekken en op te leiden en tot zelfstandigheid te voeren, zich ontplooide. Een zeldzame gave.

De revolutie maakte een eind aan de asrama, toen nam de school Suretna geheel in beslag. In de Nederlandse tijd moest deze school „onderduiken”, doch ze groeide uit tot een kweekschool, onder haar leiding. Nadat in de Indonesische tijd de school erkend was, en Suretna in gouvernementsdienst was opgenomen, „maakte de Heer mij op 1 augustus los van Bogor en riep mij terug naar Sukabumi”.

Dat losmaken van werk en kwekelingen zal zwaar geweest zijn, het betekende ook verlies van traktement en pensioenrechten.

Ondertussen was een der vroegere leerkrachten, mej. Zijderveld, teruggekeerd naar Sukabumi en in dienst der Chr. Schoolvereniging aan een nieuwe Hollands sprekende school verbonden. Lange tijd was niet alleen de afstand Bogor-Sukabumi te groot, ook de geestelijke instelling van beiden lag ver uiteen. Suretna had als zovele anderen, in de barre Japanse tijd haar zelfstandigheid, ook in nationale zin, bereikt, de andere wilde zo graag de draad van vroeger weer opnemen, al ging zij wel degelijk met de tijd mee, door zelf naast de Hollandse school een Indonesisch sprekende school te beginnen. Beiden hebben aan den lijve de innerlijke worsteling doorgemaakt om wáár te maken, dat de éénheid in Christus sterker is dan welke scheiding der geesten ook.

Terug naar Sukabumi

Toen Suretna naar Sukabumi terugkeerde wist zij zich nu geheel te mogen en te moeten geven aan de dienst des Heren te midden van haar volk. Zij begon haar plaats in te nemen in de Vereniging Kehidupan Baru (Nieuw Leven), die de opvolgster, ook in rechten, van de oude Prinses Julianaschool geworden was, die de nieuwe snel groeiende lagere school onderhield, benevens fröbelschool en huishoudschooltje. Mej. Zijderveld moest nog verscheidene jaren verbonden blijven aan het gesubsidieerde onderwijs, wat haar echter, door medewerking van haar bestuur ruimte liet om actief mede te werken aan de opbouw en de dagelijkse leiding, aan het dragen van de geld- en de vele andere zorgen van de K.B. Suretna begon weer met een asrama, omdat zij diep overtuigd was van de vormende kracht van een samenleving, die tevens gebedsgemeenschap is, en van het getuigenis van Christus dat daarvan uitgaat. Het is een spannend verhaal hoe zij in Sukabumi, dat zo zwaar van de oorlog geleden had, waar alle scholen met groot gebrek aan ruimte kampten en de regering op veel beslag had gelegd, hoe zij daar het gebouw voor de asrema ontving. Er was n.l. een andere, nogal machtige kaper op de kust. Op de dag van de overdracht stonden des morgens heel vroeg twee vrachtwagens voor het huis, waaruit met grote haast meubels in huis gedragen werden met de bedoeling van bezitneming. Het geeft wel een kijk op de sterke persoonlijkheid van Suretna en op haar groot organisatievermogen, dat haar „manschappen” het grootste deel wisten te bezetten. Dat zij er in slaagde in korte tijd tot een minnelijke schikking te komen met de tegenpartij, waardoor deze het andere deel ontruimde en men toch op goede voet bleef, is er misschien een nog sterker bewijs van. Op de dag van de feestelijke opening, 18 mei 1952, in al de volte en drukte, lag Suretna plotseling ernstig ziek in een der kamers van het huis. Na 25 jaar openbaarde de ziekte zich opnieuw.

Zij ontving de kracht om zelf doodstil in de afzondering te liggen, doch het feest te laten doorgaan. In het sanatorium Tjisarua, waarvan haar zwager directeur was, en waar zij in 11 maanden genezing vond, dankte zij den Heer voor deze tijd van rust, waarin de banden met de familie versterkt werden, waarin zij kwam tot briefwisseling met oudleerlingen (niet te vergeten de jongelui van de Bogorse kweekschool!) tot het opnieuw opnemen van contacten met de vrienden, nu in Holland, tot lectuur en studie en bezinning. Zij was in staat het werk in Sukabumi geheel over tet laten en toch hartelijk belangstellend mede te leven en door haar blijdschap te bemoedigen.

Nieuwe plannen groeiden en werden overlegd met Mej. Zijderveld en de andere medewerkenden, wier zelfstandigheid zij altijd aanmoedigde en respecteerde.

Vormingswerk

Ik laat nu de geschiedenis van de groei van de scholen ter zijde. Toen de asrama op gang was werd die opengesteld voor conferenties. Geen geschikter conferentieoord dan Sukabumi, dicht bij Djakarta en Bandung, in een verrukkelijk klimaat. Het eerste kwamen in 1953 de Christen Studenten, en brachten hun eigen sfeer mede, waarvan de Sukabumische werkgemeenschap dankbaar meegenoot.

Doch we herinneren ons de tocht langs de dessa’s. Eenvoudige vrouwen te helpen haar bijbel te leren kennen en de leiding des Geestes te ervaren stond Suretna duidelijk als taak voor ogen. Zij begreep dat in kerkelijk verband te moeten doen, zou het blijvende vruchten dragen. Dus werd bij de Synode van de Sundanes Kerk aangeklopt, en de Sectie Kewanitaan (Commissie Vrouwenwerk) geïnstitueerd. Mej. Zijderveld kon vrijgemaakt worden van schoolarbeid en keerde na haar verlof in 1954 als evangeliste vanwege de Raad voor de Zending terug. Er zijn veel vrouwenconferenties in de Asrama Guning Pujuh 9 gehouden, zorgvuldig voorbereid, goed georganiseerd, met weloverdacht na-werk. En niet alleen voor vrouwen, ook voor de jeugd, voor zondagsschoolleiders uit breder kring dan alleen de Sundanese Kerk. Steeds duidelijker zagen beiden voor zich, dat er in Sukabumi een groter gebouw met breder basis, uitgaande van de Raad van Kerken in Indonesië, moest verrijzen, een soort Lee Abbey, of de Horst of Bossey.

De Raad van Kerken was het er volkomen mee eens, doch ging over tot de orde van de dag. Want waar het geld vandaan te halen? En wie van de al overbelaste mensen kon zich daar achter zetten? Doch Suretna wist, dat de Heer haar dit plan in het hart gegeven had, en dat Hij niet laat varen het werk Zijner handen. Zij en haar kring wisten van trouw en aanhoudend gebed, van zeer open ogen, om alle mogelijkheden te zien, en van aanpakken. Er zijn vrienden, die wel eens gezucht hebben onder deze vasthoudendheid en dit doorzettingsvermogen. Suretna is in deze jaren nog twee of drie maal in Tjisarua geweest om te kuren, zij moest leren voorzichtig en rustig te leven. Zij kon echter daarbij de blijde inspirerende leidster blijven.

Huis der oecumene

Op 25 februari 1962 werd de Wisma Oikumene (Huis der Oecumene) geopend door de Raad van Kerken, in tegenwoordigheid van wereldlijke en geestelijke autoriteiten. (Zie Zendingsblad van mei 1962). Er zat de hulp achter van een werkkamp van jongeren, die niet wachten wilden en hulp vanuit de Wereldraad, vanuit N.-Zeeland, Amerika, Duitsland, Nederland. Het werd direct in gebruik genomen door de Theologische Hoge School te Djakarta voor een werktijd. Reeds is men bezig met de noodzakelijke uitbreiding, want dit Huis der Oecumene voorziet in een behoefte, waarvan men zich steeds duidelijker bewust wordt.

Wij hopen, dat het mogelijk zal zijn, dat Ibu Suretna volgend jaar, als Mej. Zijderveld eindelijk weer eens verlof kan nemen, mee kan komen en in de zomermaanden onder ons kan verkeren. Het zal een groot voorrecht zijn om haar persoonlijk te leren kennen, en te zien de kracht waaruit zij leeft en de wijze waarop zij haar geloof weet door te geven. De Sundanese Kerk is maar een zeer kleine en zwakke kerk in een streng Islamietisch gebied. Wij danken de Heer dat Hij zulk een getuige in haar midden stelde, in wier zwakheid Zijn kracht wordt volbracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1963

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 32 Pagina's

We hebben een plan

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1963

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 32 Pagina's

PDF Bekijken