Bekijk het origineel

Ruilverkaveling

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ruilverkaveling

11 minuten leestijd

In dit artikel wordt aandacht gegeven aan het diaconaal beheer van landbouwgronden bij ruilverkaveling en wordt tevens gesproken over de mogelijkheden die gegeven zijn bij het ontwikkelings- en saneringsfonds.

Wanneer ik iets mag schrijven over het beheer van het diaconaal bezit bij de uitvoering van een ruilverkaveling en bij de toepassing van het ontwikkelings- en saneringsfonds, moet dit gedaan worden tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in de landbouw.

Deze ontwikkelingen in de landbouw zijn een onderdeel van veel grotere ontwikkelingen die zich over de gehele wereld voltrekken. Wist men in het begin van deze eeuw meestal nog wel wat men in bepaalde omstandigheden moest doen, tegenwoordig weet men dat vaak niet meer en men handelt — rekening houdende met de omstandigheden van nu — met de wetenschap dat wellicht na enige jaren de situatie wéér gewijzigd kan zijn.

Ontwikkelingen.

In verband met ons onderwerp noem ik slechts het volgende:

1. Het werken in de landbouw is minder aantrekkelijk geworden. Vooral de jongeren kiezen een beroep in de industriële- of dienstensector. Zo blijven er steeds minder arbeidskrachten beschikbaar voor de landbouw. Om deze moeilijkheden te overwinnen gaat men over tot mechanisatie, waarbij vergroting van het bedrijf noodzakelijk is. Maar ook moet de boer kunnen beschikken over bedrijfsruimten en percelen met een grote oppervlakte, geschikt voor het gebruik van moderne machines. Om tot vergroting van het bedrijf te komen met grote percelen van goede vorm kan ruilverkaveling mogelijkheden bieden.

2. De kleine boeren hebben het moeilijk. De bedrijfsinkomsten zijn onzeker en de arbeidstijden lang. De kleine boeren blijven achter ten opzichte van anderen die niet in de landbouw werkzaam zijn. Dit geeft veel spanningen, die men van regeringszijde gedeeltelijk tracht weg te nemen door het ontwikkelings- en saneringsfonds.

Voor ons onderwerp is slechts de sanering van belang. Dit houdt in, dat men onder bepaalde voorwaarden bij beëindiging van het bedrijf een maandelijkse uitkering ontvangt. Beëindiging wil zeggen: geen landbouwgrond meer gebruiken, de eigendomspercelen verkopen en afstand doen van de pachtrechten. Hiermede komen wij op het terrein van het beheer van het diaconaal bezit.

Ruilverkaveling.

In „Diakonia” van juni 1956 heeft Dr. Ir. W. H. Ubbink geschreven over „Kerk en grondbezit”. Aan het eind van zijn artikel wordt iets gezegd over ruilverkaveling als belangrijk aspect voor het beheer van kerkegrond vooral wat betreft de mogelijkheid tot samenvoeging van verspreid en versnipperd bezit.

De ontwikkeling en de wijze van uitvoering van een ruilverkaveling heeft niet stilgestaan en het lijkt mij daarom goed eerst nog iets te schrijven over het doel en de betekenis van ruilverkaveling.

De ruilverkaveling is in de eerste plaats gericht op het agrarische belang, maar daar er in de hedendaagse maatschappij steeds bindingen zijn met andere belangen is de moderne grote ruilverkaveling meer uitgegroeid tot een streekverkaveling. De samenvoeging van percelen is nu één van de doeleinden. Steeds meer wordt bij de uitvoering van ruilverkaveling aandacht geschonken aan de ruimtelijke ordening, het ruimte scheppen voor het werken, het wonen, het verkeer en de recreatie. Deze ruimtelijke ordening is voor de landbouw van grote betekenis, omdat hiermede richting gegeven wordt aan het gebruik van de grond, een onmisbare factor bij de uitoefening van de landbouw. Bij de uitvoering van een ruilverkaveling wordt daarom eerst in overleg met de betrokken instanties gesproken over het nieuw te ontwerpen net van wegen en waterlopen, alsook over de terreinen die een bijzondere bestemming (b.v. voor industrievestiging, woningbouw, recreatie) moeten krijgen. Zo voorkomt men dat na de totstandkoming van de ruilverkaveling het resultaat tenietgedaan wordt, doordat b.v. een grote autoweg aangelegd wordt dwars door het gebied heen. Daarna worden de gedeelten vastgesteld voor de nieuw te stichten behuisde landbouw-, fruitteelt- of tuinbouwbedrijven. Hierbij moet rekening worden gehouden met de hoedanigheid van de grond, met de aanleg van utiliteitswerken, de verbindingen met dorp, kerk en school en met de kavelgrootte vanwege de hiervoor genoemde mechanisatie. Aan vele landbouwers zal meer land moeten worden toegewezen dan waarop zij recht hebben naar de maat van hun inbreng.

Om nu tot bedrijfsvergroting te kunnen overgaan moet de plaatselijke commissie, die aangewezen is om een ruilverkaveling uit te voeren, kunnen beschikken over grond, verkregen door aankoop of door verwerving van pachtrechten. Deze rechten kunnen in overleg met de eigenaren door de plaatselijke commissie aan andere grondgebruikers overgedragen worden. Op deze wijze kan de ruilverkaveling medewerken tot bedrijfsvergroting en verantwoorde bedrijfsvoering.

Wanneer zo het grote stramien is bepaald wordt de nieuwe indeling met grotere kavels opgemaakt, zoveel mogelijk rekening houdende met de wensen van de eigenaren en de pachters. Is over de nieuwe indeling overeenstemming bereikt, dan volgt de uitvoering van de werkzaamheden in het terrein, tezamen met de bouw van de nieuwe bedrijfsgebouwen. Na beëindiging van de werken wordt de ruilverkavelingsacte opgemaakt. Tot slot volgt de berekening van de kosten, te betalen door de gezamenlijke eigenaren, welke kosten daarna per eigenaar worden omgeslagen naar de mate van het nut, dat de ruilverkaveling voor een ieder heeft gehad.

Voorbeelden uit de practijk.

Uit het bovenstaande blijkt, dat een eigenaar (b.v. een diaconie) bijzonder bij de gang van zaken betrokken kan zijn. In de volgende punten wordt een aantal prac-tische voorbeelden genoemd.

1. Indien oude percelen zijn gelegen in een gebied, dat een andere dan agrarische bestemming krijgt.

Als in dat geval art. 13 van de ruilverkavelingswet van toepassing is, moet de plaatselijke commissie deze percelen toedelen aan de instantie die deze percelen reeds Vóór de stemming over de ruilverkaveling heeft geclaimd.

De diaconie kan geen eigenaar blijven. Daar deze percelen een meerwaarde bezitten boven de agrarische waarde, moet de instantie die deze percelen krijgt toebedeeld de agrarische waarde en de meerwaarde betalen aan de plaatselijke commissie. De plaatselijke commissie overlegt daarna met de diaconie of deze het bedrag van de totale waarde in geld wil ontvangen of alleen het bedrag van de meerwaarde. De agrarische waarde van het perceel wordt in land weer toegedeeld.

2. Indien op de oude percelen die hij niet zal behouden, maar waarvan hij nog eigenaar is, opstallen gebouwd moeten worden voordat de nieuwe toestand juridisch is vastgesteld in de acte.

Wanneer een gebied door de plaatselijke commissie is aangewezen voor de stichting van nieuwe bedrijven met nieuwe boerderijen, dan is hierbij een zo voordelig mogelijke aanleg van de utiliteitswerken en de meest gunstige situering ten opzichte van de nog te ontwerpen nieuwe kavelindeling in overweging genomen. De doelmatigheid komt op de eerste plaats. Verder is het voor de uitvoering van de ruilverkaveling noodzakelijk dat de nieuwe boerderijen vroegtijdig gebouwd worden, voordat de acte van ruilverkaveling wordt opgemaakt. Hieruit volgt dat meestal een bedrijfsgebouw moet worden gebouwd op een perceel dat nog geen eigendom is van de bouwer. Om belastingtechnisch en juridisch geen moeilijkheden te krijgen is het nodig, dat een recht van opstal gevestigd wordt, dat eindigt bij de totstandkoming van de ruilverkaveling. De diaconie kan gevraagd worden medewerking te verlenen aan een dergelijk recht van opstal. Hiertegen bestaan geen bezwaren. Immers, de rechten van de inbreng blijven onverkort gehandhaafd. Doordat een perceel bestemd is om er een boerderij op te bouwen weet men reeds zeker, dat voor dit perceel een andere kavel wordt toegedeeld.

3. Indien rnedewerking gevraagd wordt om pachtrechten over te dragen aan de plaatselijke commissie.

Om tot bedrijfsvergroting te komen moet de plaatselijke commissie kunnen beschikken over gebruiksgrond. Om deze te verkrijgen wordt bij de uitvoering van een ruilverkaveling een bedrijfsbeëindigingsvergoeding gegeven aan de landbouwer, die zijn bedrijf beëindigt door zijn eigendomspercelen aan de plaatselijke commissie te verkopen en zijn pachtrechten ter beschikking te stellen van de plaatselijke commissie. Dit laatste kan echter alleen indien de eigenaar (de verpachter) van de percelen wil meewerken, dat gedurende de uitvoering van de ruilverkaveling tegen betaling van de normale pachtvergoeding de percelen tijdelijk door de plaatselijke commissie in gebruik gegeven mogen worden aan derden.

Daarna moet bij het Plan van Toedeling, wanneer voor het perceel een andere kavel is toegedeeld, voor deze kavel een pachter worden aanvaard, in gezamenlijk overleg met de plaatselijke commissie. Dat op deze wijze land voor bedrijfsvergroting beschikbaar komt is zó belangrijk, dat zonder dringende redenen medewerking niet geweigerd mag worden. Er komt nog bij, dat de landbouwer die zijn bedrijf beëindigen wil de vergoeding alleen krijgt indien hij het gebruik van al zijn percelen kan afstaan. Weigering van medewerking door een eigenaar heeft dan ook ernstige gevolgen voor de betrokken landbouwer.

4. Indien bij de uitvoering van de terreinwerkzaamheden de eigen percelen betrokken zijn.

Tijdens de uitvoering van het werk kan het nodig zijn dat gehele of gedeeltelijke percelen aan het gebruik onttrokken worden. Indien dit zo is wordt een bedrijfsschadevergoeding betaald aan de pachter, die daardoor in staat blijft de normale pacht aan de verpachter te betalen. Dit geeft dus geen moeilijkheden bij het beheer. Ook al wordt in een gedeelte van een perceel een nieuwe weg aangelegd, de oorspronkelijke inbreng die bepalend is voor wat weer toegedeeld zal worden blijft gehandhaafd.

5. Indien beoordeling van het resultaat en van de kosten aan de orde is.

Zeer belangrijk is weer de beoordeling van het resultaat van de ruilverkaveling. Men moet er goed op toezien, dat kavels van dezelfde hoedanigheid worden toegedeeld als de ingebrachte percelen. Mochten deze minder zijn dan moet er een prestatie tegenover staan van een grotere oppervlakte of een vergoeding in geld. Worden betere kavels toegedeeld, dan is de oppervlakte kleiner of wordt een bijbetaling in rekening gebracht.

Een groot gedeelte van de kosten die de eigenaar krijgt te betalen moet gecompenseerd worden door verhoging van de pacht. Echter niet alle kosten, daar door de ruilverkaveling de vermogenspositie verbeterd is. De nieuwe kavels hebben een grotere waarde gekregen door de verbetering van de ontsluiting en de waterbeheersing. De ruilverkavelingskosten kunnen in 30 jaar betaald worden. De jaarlijkse betaling (annuïteit) bedraagt 5% van de totale kosten, waarin een rente begrepen is van 2⅞% Vo. Na deze 30 jaar zijn de kosten betaald, maar de pachtprijzen blijven gehandhaafd. Een moeilijkheid blijft echter het kostenvraagstuk. De plaatselijke commissie stelt de ruilverkavelingskosten, de Grondkamer de pachtprijzen vast. Hierdoor zijn er wel eens gevallen waarin de pachtprijzen niet evenredig verhoogd worden met de ruilverkavelingskosten. Ruilverkaveling brengt doorgaans grote voordelen mee voor de grondgebruiker. Voor de verpachter is het wel eens moeilijk om de eerste 30 jaar de kosten terug te krijgen.

Het saneringsfonds.

Er werd reeds vermeld wat de bedoeling is van het saneringsfonds: landbouwers te helpen van wie de bedrijven te klein zijn om hiermede een redelijk bestaan te verwerven. Door hun eigendomspercelen te verkopen en afstand te doen van hun pachtrechten, komen zij in aanmerking voor een maandelijkse uitkering. Hiervoor gelden bepaalde voorwaarden waarbij ik wil verwijzen naar aflevering 4 van de serie „Platteland en Predikant”, uitgegeven door de commissie Kerk en Platteland. Is er sprake van afstand-doen van pachtrechten, dan is overleg met de verpachter nodig, daar de overheid speciale voorwaarden stelt als de pachtpercelen zijn gelegen:

a. in een blok van ruilverkaveling dat in voorbereiding of in uitvoering is. De pachtrechten moeten dan ter beschikking gesteld worden van de plaatselijke commissie. Zie hiervoor ook punt 3;

b. in een gebied waar geen ruilverkaveling is. In dit geval moeten de pachtrechten overgedragen worden aan een landbouwer met een bedrijf, dat voor vergroting in aanmerking komt. Dit moet in overleg met de Provinciale Adviescommissie geregeld worden;

c. in een uitbreidingsplan of een ander bestemmingsplan. Deze percelen kunnen pachtvrij verkocht worden aan de instantie die deze percelen te zijner tijd moet bezitten.

Ook bij de uitvoering van het saneringsfonds wordt van de eigenaren (b.v. diaconieën) actieve medewerking gevraagd. Het gaat hier om algemene belangen en als het enigszins mogelijk is zal medewerking gegeven moeten worden. Het gaat er in de landbouw vooral om dat men tot een behoorlijke bedrijfsoppervlakte komt. Hierin ligt ook voor de diaconieën een taak om te helpen. Ook een diaconie kan door middel van haar beheer van landbouwgronden ertoe bijdragen, dat voor de landbouwers betere voorwaarden geschapen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1965

Diakonia | 52 Pagina's

Ruilverkaveling

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1965

Diakonia | 52 Pagina's

PDF Bekijken