Bekijk het origineel

Alcoholistenzorg in nederland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Alcoholistenzorg in nederland

7 minuten leestijd

Ook in diaconale kring wordt nogal eens de vraag gesteld wat nu precies de Consultatiebureaus voor Alcoholisme doen, op welke wijze deze instellingen werken, wat er om gaat en of ook diakenen naar deze bureaus kunnen verwijzen. Op verschillende van deze vragen wordt in het onderstaande ingegaan.

In de „Richtlijnen van de Sociaal-medische Consultatiebureaus voor Alcoholisme” is doel en taak van deze bureaus als volgt omschreven:

„Het doel van de sociaal-medische consultatiebureaus voor alcoholisme omvat:

a. de zorg voor, hulpverlening aan en behandeling van alcoholisten en andere verslavingsziekten in de ruimste zin van het woord;

b. de zo ruim mogelijke verspreiding van kennis omtrent de problematiek van alcoholisme en andere verslavingsziekten in het algemeen.

Het onder a en b genoemde met gebruikmaking van de resultaten van de wetenschap op alle gebieden.

Deze arbeid vindt plaats in de meest nauwe samenwerking met lichamen en instellingen op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg en het maatschappelijk werk en in samenwerking met eventueel andere instanties. Met levensbeschouwelijke aspecten wordt steeds rekening gehouden.”

Wat gebeurt er?

Er zijn thans 19 consultatiebureaus voor alcoholisme (C.B.A.’s) in ons land. De oudste (Amsterdam, Rotterdam, Groningen en Helmond) zijn reeds 50 jaar geleden in het leven geroepen, de overige dateren van na de 2e wereldoorlog. Van de 19 CB’s zijn 13 „algemeen” en 6 rooms-katholiek. Deze laatste zijn dikwijls geïntegreerd in een r.k.-stichting voor de geestelijke volksgezondheid.

De algemene bureaus zijn verenigd in de Federatie van Instellingen voor de Zorg voor Alcoholisten (F.Z.A.), de r.k.-bureaus in het Centrum van Katholieke Alcoholbureaus (C.K.A.). In de Nationale Federatie voor de Geestelijke Volksgezondheid maken beide instellingen met enkele vertegenwoordigers van deze federatie en de overheid alsook van enkele overkoepelende instellingen voor de Geestelijke Volksgezondheid deel uit van de Contactcommissie voor de soc.-medische consultatiebureaus voor alcoholisme. Er zijn besprekingen gaande tussen de F.Z.A. en het Nationaal Protestants Centrum voor de Geestelijke Gezondheidszorg in Nederland over wederzijdse vertegenwoordiging in elkaars bestuur en in enkele commissies. Er is onlangs een commissie „Alcoholvraagstukken” ingesteld door genoemd Protestants Centrum. De algemene C.B.A.’s zijn alle zelfstandige verenigingen. De besturen zijn zo veelzijdig mogelijk samengesteld. De C.B.A.’s zijn ook erkende reclasseringsinstellingen. Zij rapporteren en adviseren aan de rechtbanken en houden na opdracht daartoe toezicht op voorwaardelijk veroordeelden, invrijheid-gestelden etc. Ze zijn ook erkende instellingen voor psychopatenzorg.

Deze reclasseringstaak moge een belangrijk onderdeel zijn van het werk van de consultatiebureaus, gelukkig komen ook zeer veel patiënten uit eigen beweging naar het bureau of nadat ze door andere (sociale) instellingen verwezen zijn.

Er bestaat voor de C.B.A.’s van overheidswege een bijzondere subsidieregeling waardoor de benodigde gelden in hoofdzaak door de ministeries van justitie en sociale zaken en volksgezondheid verschaft worden. Ook provinciale- en vele gemeentebesturen geven vaak belangrijke bedragen voor de instandhouding van de C.B.A.’s. Toch hebben een aantal bureaus het nog moeilijk om rond te komen.

Karakteristiek van de bureaus.

De bureaus doen allereerst in veel opzichten denken aan andere instellingen voor maatschappelijk werk, zoals Medisch Opvoedkundige bureaus, bureaus voor Leven- en Gezinsmoeilijkheden etcetera. De maatschappelijk werkers aan de bureaus behandelen zelfstandig patiënten en er is sprake van teamwork, waarin de maatschappelijk werker en de zenuwarts en eventueel andere specialisten deelnemen.

De C.B.A.’s lijken echter ook op voor- en nazorgdiensten voor de geestelijke gezondheidszorg: er wordt preventief werk gedaan, de personeelsleden van de bureaus gaan op huisbezoek bij de diënten, er wordt met grote aantallen patiënten gewerkt, mede doordat de bureaus geen wachtlijsten kennen, terwijl er ook stafleden werken die anders opgeleid zijn dan aan een school van maatschappelijk werk.

Tenslotte doen de bureaus denken aan de polikliniek van een ziekenhuis: de patiënt wordt ook medisch onderzocht en behandeld, meestal door zenuwartsen. In het buitenland worden de consultatiebureaus dan ook dikwijls „out-patient clinics” geneemd.

Deze kenmerkende veelzijdigheid in de werkwijze van de sociaal-medische consultatiebureaus voor alcoholisme maakt hen in velerlei opzichten tot een instelling met een volkomen eigen karakter. Dit hangt samen met de ingewikkeldheid van het verschijnsel alcoholisme.

Het lijkt ons buiten het bestek van dit overzicht te vallen indien we hier zouden gaan schrijven over de soort van patiënten, over verwijzingen, over methodes van behandeling, zowel ambulant als na verwijzing en behandeling in een sanatorium voor alcoholisten of andersgeaarde inrichting etc. Belangstellenden kunnen bij de verschillende bureaus alle inlichtingen verkrijgen die ze maar wensen.

Wat zou er moeten geheuren?

Het is een ervaringsfeit dat de consultatiebureaus nog maar een (klein) gedeelte van de in ons land aanwezige alcoholisten in bchandeling krijgen. Bij een nauwgezet onderzoek in een kleine plaats van ongevcer 3000 inwoners bleken er ongeveer 20 personen te zijn met alcoholmoeilijkheden, waarvan ongeveer de helft met ernstige. Het provinciale consultatiebureau voor alcoholisme kende in deze plaats maar 3 patiënten! Het zal dus nodig zijn dat er meer voorlichting gegeven wordt opdat de belanghebbenden: patiënten en hun omgeving, bekend geraken met de mogelijkheden tot behandeling van het alcoholisme.

Het aantal patiënten per maatschappelijk werker is aan de bureaus thans bijzonder groot. Toch zijn er, zoals hierboven al is opgemerkt, geen wachtlijsten, zoals dit zovaak bij andere maatschappelijk werk-instellingen voorkomt. Ieder die zich bij de bureaus meldt wordt naar vermogen geholpen. Er zal echter naar gestreefd moeten worden de „caseload” per maatschappelijk werker te verminderen door het aanstellen van meer personeel.

Verdere wetenschappelijke verdieping in oorsprong, diagnose en behandeling van het alcoholisme blijft steeds nodig. Hiertoe beijvert zich de laatste tijd vooral de „Stichting voor Studie en Documentatie op het gebied van het Alcoholisme”.

Wat kunnen diaconie en gemeente doen?

Tot dusver zijn de contacten van de bureaus met kerkelijke Organen min of meer incidenteel. Het is mij niet bekend dat er besturen van C.B.A.’s zijn waarin officieel plaats is gelaten voor afgevaardigden van b.v. kerkelijke stichtingen voor sociale arbeid of van diaconieën. Toch zou het te overwegen zijn contacten tot stand te brengen tussen besturen van kerkelijke instellingen voor sociale arbeid en de besturen van de consultatiebureaus. Op dese wijze zou het thans aan de gang zijnde contact aan „de top” tussen de Federatie van Instellingen voor de Zorg voor Alcoholisten en het Nat. Prot. Centrum voor de Volksgezondheid tot aan „de voet” kunnen voortgezet worden.

Belangrijker echter is dat de instellingen voor kerkelijk sociale arbeid voorlichting zouden vragen en ook zouden gaan of laten geven in eigen kring. Het is beslist noodzakelijk dat er ook in kerkelijke kring meer bekendheid gegeven wordt aan de vraagstukken rond het alcoholprobleem. Als de tekenen niet bedriegen zal het alcoholisme in de kornende jaren een steeds meer aandacht vragend probleem worden voor de instellingen voor de geestelijke volksgezondheid.

Er bestaat ten aanzien van het alcoholisme veel misverstand, vooral ook omdat de benadering van het probleem, ook door ambtsdragers nog al te vaak op alleen maar moraliserende wijze gebeurt. Er zal meer bekendheid aan gegeven moeten worden dat de alcoholist in veel gevallen een ernstige zieke is, die net als iedere andere zieke behandeling nodig heeft: lichamelijk, psychisch en mogelijk meer dan wij aan de bureaus zelf nog wel beseffen: ook en vooral zielzorgelijk.

De taak van de kerk zal naast verwerving van meer kennis over het alcoholvraagstuk (ik denk hierbij aan het rapport van de Generale Synode van de Hervormde Kerk van 1957: „De Kerken en het Alcoholvraagstuk”, een werkstuk dat in allerlei opzichten weer achterhaald is maar zeker nog bruikbaar als uitgangspunt voor een eerste kennisname van het alcoholvraagstuk), vooral een bewustwording en bewustmaking moeten zijn, dat de alcoholist een medemens in nood is, die naast allerlei medische, sociale en maatschappelijke hulp vooral ook geholpen moet worden in zijn geestelijke nood.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Diakonia | 44 Pagina's

Alcoholistenzorg in nederland

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Diakonia | 44 Pagina's

PDF Bekijken