Bekijk het origineel

De algemene diakonale vergadering

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De algemene diakonale vergadering

10 minuten leestijd

Stampvol liep de grote zaal van het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Utrecht, waar op zaterdag 19 november j.l. de algemene diakonale vergadering werd gehouden. Wie er waren? In de eerste plaats een 500-tal diakenen overal uit den lande, verder leden van de Generale Diakonale Raad en een aantal bijzondere gasten, die wij hier echt niet allemaal kunnen noemen. Slechts een enkele uitzondering: wij zagen de praeses van de Generale Synode, leden van zusterorganen, vertegenwoordigers van het Gereformeerde en van het Lutherse diakonaat, een vertegenwoordiger van het R.K. maatschappelijk werk, van het jongerendiakonaat, enz.

De diakenenpreek.

Direct na de opening van de vergadering door drs A. D. W. Tilanus werd het woord gegeven aan de heer D. Monshouwer uit Nijmegen voor een korte schriftlezing en meditatie. De heer Monshouwer sprak n.a.v. Lucas 6 vers 46 v.v. over het bouwen op een vast fundament. Ook in het diakonaat wordt gebouwd. Vaak wordt daarbij naar „grondslagen” gezocht. Beter is het dieper te graven om te kunnen bouwen op het fundament dat gelegd is door Christus.

In deze tijd wordt het kerkelijk werk vaak aangetast, o.a. met de vraag of de diakonie allerlei arbeid moet blijven doen. Wij mogen echter als diakenen aan de kerk mede gestalte geven. Het gaat hierbij niet alleen om arbeid voor vandaag, maar om een stuk werk met toekomst en perspectief. Het diakonaat wil meebouwen aan een nieuwe wereld. Daarom blijft de dagelijkse oproep tot solidariteit met de medemens actueel.

Waarom deze vergadering?

De voorzitter stelde nog eens nadrukkelijk de functie van deze jaarlijkse vergadering. Het is niet alleen een kerkordelijke plicht, het is vooral een vreugde elkaar te kunnen ontmoeten. Dat deze vreugde ook leeft bij de diakenen is wel gebleken uit het (te) grote aantal aanmeldingen.

Op deze dag wil de G.D.R. verantwoording afleggen over het werk dat gedaan is. Wij willen ook met elkaar spreken over de ontwikkeling van ons werk in de komende periode.

Hierna deed drs Tilanus enkele mededelingen uit de G.D.R., waarover hieronder een samenvatting volgt.

Over de kerkorde.

Op verzoek van de Generale Synode heeft de G.D.R. een aantal wijzigingen voorbereid met betrekking tot de kerkorde en de ordinantie voor het diakonaat. Hierbij is vooral op twee zaken de nadruk gelegd:

— de diakonale taak der gemeente, die in al haar leden geroepen is tot dienst in kerk en samenleving;

— de taak van de diaken, die met zijn voorbeeld, voorlichting en leiding deze functie van de gemeente moet trachten te verwezenlijken.

De bedoeling is dat ook in de reglementen der kerk het huidige diakonaat zo goed mogelijk gezicht krijgt.

Over de visitatie.

Voorts is contact gelegd met het College van de Visitatoren-Generaal, omdat de mening leeft dat in de visitatie ook het diakonaal aspect naar voren moet komen. Indien wij stellen dat het diakonaat de spits van de gemeente is, spreekt het vanzelf dat dit ook in de visitatie aan de orde zal moeten komen.

Voorgesteld is dat ook in de colleges van visitatoren het diakonaal element zal worden opgenomen. Gevraagd is in de visitatie aandacht te willen besteden aan:

— het diakonaal aspect van het gemeenteleven;

— het functioneren van het diakenambt;

— de plaats van de diaken in de eenheid der ambten.

Voor eigen kring heeft voorts de G.D.R. een reeks vragen opgesteld met betrekking tot het diakonaat in de gemeente. Op den duur is het te verwachten dat u hier en daar met deze vragen zult worden benaderd.

Over het beleid.

Langzamerhand is wel bekend geworden dat de G.D.R. een beleidsnota heeft aangeboden aan de Generale Synode, die deze nota inmiddels heeft aanvaard. Ook in deze nota wordt gesproken over de plaats van het diakonaat in de gemeente en over de taak der diakenen. Verder over enkele praktische vraagstukken, zoals over de verhouding diakonaat-maatschappelijk werk en over het functioneren van het diakonaat in het geheel van de samenleving. Deze nota wordt thans besproken met de P.D.C.’s. Verschillende onderdelen zullen nader moeten worden uitgewerkt.

Zending-werelddiakonaat.

De Generale Diakonale Raad, de Raad voor de Zending en de Stichting Oecumenische Hulp aan Kerken en Vluchtelingen hebben behoefte gevoeld aan nauwer contact. Thans is een gesprek gaande over de ontwikkeling van het werk. Het zendingswerk is namelijk uitgegroeid tot hulpverlening op allerlei terrein, vooral ook aan de jonge kerken. Het werk van de internationale hulpverlening is uitgegroeid tot hulp aan kerken en noodlijdende personen waar ook ter wereld.

Duidelijk is dat deze velden elkaar gaan overlappen en dat de grenzen vervagen. Gestreefd wordt naar een goede samenwerking, zo mogelijk naar één gemeenschappelijk instituut voor het werk in het buitenland.

De collecte in de eredienst.

Hier en daar wordt gestreefd naar meer ordening binnen de collecten. Graag ziet de G.D.R. dat aan deze ordening vanuit het diakonaat wordt meegewerkt. De Raad blijft evenwel van mening dat de diakonale collecte een eigen plaats in de eredienst dient in te nemen.

Zoals bekend, is de G.D.R. niet zonder meer voorstander van „de ene collecte”. Gelden voor de kerkvoogdij zijn bestemd voor de eigen huishouding; de collecte voor het diakonale werk hangt samen met Gods gebod de naaste lief te hebben.

De landelijke collecten.

Verheugende mededelingen werden gedaan over de ontwikkeling van de vier landelijke diakonale collecten. Vooral de collecten voor het werelddiakonaat (de internationale hulpverlening) hebben belangrijke resultaten opgeleverd.

Ook de collecte voor algemene diakonale doeleinden krijgt langzamerhand meer burgerrecht. Bedoeld is hier onderlinge hulpverlening van diakonie tot diakonie. Wil men ergens een bepaald stuk werk opzetten, dat nodig is terwijl de middelen voor de aanloopkosten ontbreken, dan kan een beroep worden gedaan op dit solidariteitsfonds. Om financiële redenen alleen mogen geen nieuwe initiatieven achterwege blijven.

Nog veel meer.

Door verschillende aanwezigen werden vragen gesteld, die door ds L. Alons in het kort werden beantwoord. In deze beantwoording werd vooral stil gestaan bij het feit dat het diakonaat een essentieel aspect is van het gemeenteleven.

Ten aanzien van de plaatselijke collecten wordt een gezamenlijk prioriteitenschema van de gehele kerkeraad toegejuicht, maar dan in een doorzichtig verband. Meer begrip is nodig voor de onvervangbare plaats van het diakonale element in het gemeenteleven en in de liturgie.

Hierna werd in de vergadering een voordracht opgemaakt van namen, die aan de Generale Synode zal worden voorgelegd ter voorziening in de vacatures ontstaan door het aftreden van mr J. F. Hornstra, prof. dr G. van Leeuwen, de heer D. Monshouwer en dr J. P. Vergouwen.

Aansluitend bracht dr G. de Ru een groet over van de Generale Synode, waarbij hij zijn blijdschap uitsprak over de grote opkomst. Duidelijk is dat het ambt van diaken meer en meer in de belangstelling komt te staan.

De ontwikkeling van het werk.

In een kort betoog schonk vervolgens drs Tilanus aandacht aan de ontwikkeling van het diakonaat in deze tijd. Twee zaken hebben in de afgelopen periode sterk de aandacht getrokken.

In de eerste plaats de werkzaamheid van de Algemene Bijstandswet. Wij zouden niet meer terug willen, ook al worden er wel vragen gesteld. Is er geen stuk diakonaal werk weggevallen? De diaken heeft evenwel óók tot taak de wet zo goed mogelijk te doen functioneren, b.v. als pleitbezorger bij de overheid.

In de tweede plaats is er de ontwikkeling van het maatschappelijk werk. Er is een tendens van het diakonaat af. Wij behoeven daar niet voor te schrikken. Ook in het verleden zijn andere takken van dienstverlening door de samenleving overgenomen. Denk aan de vroegere diakonie-scholen en aan allerlei stukken gezondheidszorg. Het schijnt het noodlot van het diakonaat te zijn dat, als de zaken eenmaal goed gaan, ze voor het diakonaat wegvallen. Toch moeten wij blij zijn dat de samenleving zelf de verantwoordelijkheid op zich gaat nemen. De diaken moet evenwel inventief en creatief blijven en steeds omzien naar andere, nieuwe arbeid.

De diaken heeft mee te denken in allerlei sociaal dienstverleningswerk en de thuishaven te vormen voor een ieder die, in welk verband dan ook, zijn diakonaal bezigzijn tot uitdrukking brengt.

Tenslotte waarschuwde de heer Tilanus voor een ontwikkeling waarin b.v. het maatschappelijk werk teveel wordt vereenzelvigd met het diakonaat. Naast het maatschappelijk werk heeft het diakonaat zelf behoefte aan een eigen deskundig instrument. Diakonale gemeente-opbouw is een van de meest actuele taken waarvoor wij ons gesteld zien.

Het Diakonaal Centrum.

Dr Vergouwen herinnerde de aanwezigen aan het feit dat met de bouw van het Diakonaal Centrum (recreatiecentrum voor gehandicapten) is begonnen. In november 1967 hopen wij de opening van dit tehuis te beleven. Het is een project van ruim 1,6 miljoen gulden. In „Diakonia” werd aan een en ander reeds uitvoerig aandacht besteed.

Destijds werd door een aantal diakonieën ruim ƒ 400.000,— toegezegd. Dat was een mooi bedrag, maar gehoopt wordt dat binnen niet al te lange tijd zeker nòg vier ton door de diakonieën wordt opgebracht.

Met klem deed de scheidende penningmeester een beroep op de aanwezigen — en ook op de afwezigen — de G.D.R. krachtig te willen steunen bij de afbouw van dit centrum en positief te willen reageren op het verzoek hiertoe dat u onlangs heeft bereikt.

Ambtsdrager en gemeentelid.

In de middagvergadering sprak prof. dr. A. F. N. Lekkerkerker, hoogleraar vanwege de Ned. Hervormde Kerk aan de Rijksuniversiteit te Groningen, over het onderwerp „Ambtsdrager en gemeentelid in het diakonaat”. Prof. Lekkerkerker zei o.a.:

Er zijn gemeenteleden die zich soms afvragen waarom tegenwoordig nog diakenen en diakonale inzamelingen nodig zijn. In de welzijnsstaat lijkt het niet meer zinvol grote offers te vragen van de gemeente, nu de overheid voor een belangrijk deel de kosten op zich neemt van maatschappelijk- en ander werk. Spreker stelde evenwel met nadruk dat het diakonaat behoort tot het getuigenis van de kerk.

Prof. Lekkerkerker vergeleek voorts de sociale diaken uit onze kerk met de liturgische diaken uit andere kerken. De laatste zou veel meer „naar buiten” moeten gaan. Voor de eerste is het evenwel van belang zich telkens weer zijn afkomst, zijn thuisbasis te herinneren: begin bij de tafel des Heren. Want van huis uit is ook de diaken uit de gereformeerde traditie een liturgisch diaken.

De inleider noemde ergens in zijn referaat de diaken een voortrekker. De eigenlijke draagster van het diakonaat is de gemeente. Diakenen zijn mensen die de gemeente voorgaan en begeleiden in haar dienstverlening in de wereld. Zo zijn diakenen en diakonale instellingen ook te zien als souffleurs en adviseurs voor Hervormde gemeenteleden bij de dienstverlening in allerlei organen van maatschappelijk werk, maatschappelijk opbouwwerk, enz.

Het diakonaat mag verstaan worden als een ellips met twee brandpunten: het diakonaat van de gemeente en het institutionele diakonaat van diakenen. Wie aan een van deze facetten tekort doet, doet aan het diakonaat tekort. Hij vergeet of de gemeente òf loopt het gevaar de gemeente prijs te geven aan de horizontalisering van het geloof.

Prof. Lekkerkerker schilderde de diaken als een bijzonder inventief mens. Zonder dit soort mensen verarmt onze wereld, wordt zij tot een woestijn van bureaus en rapporten. De diaken is vooral ook een mens die aandacht heeft voor „de kleine dingen”.

Het ligt in het voornemen van de Generale Diakonale Raad het referaat van prof. Lekkerkerker in de een of andere vorm te publiceren. Vandaar dat wij het hier bij enkele korte aanduidingen laten.

Klokslag half vier sloot de voorzitter de vergadering, waarna velen nog van de gelegenheid gebruik maakten in de foyer wat na te praten. Wij hadden de indruk dat deze diakonale vergadering een zinvolle was geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1966

Diakonia | 28 Pagina's

De algemene diakonale vergadering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1966

Diakonia | 28 Pagina's

PDF Bekijken