Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kroniek

13 minuten leestijd

Perspectief.

Dit eerste nummer van 1969 is een wat vreemd nummer. Het begint met een artikel waar je van omvalt, zo lang is het. Het is dan ook eigenlijk geen artikel. Het is (ongeveer) de tekst van het referaat dat Prof. Dr. G. van Leeuwen in onze laatste algemene diakonale vergadering te Utrecht heeft uitgesproken. Ik heb overwogen het in parten te knippen (iedere maand een stukje), maar dat bevredigt toch ook niet. De tijd van de feuilletons is wat voorbij. U weet wel: telkens ophouden als het net spannend gaat worden …

Toch geloof ik dat er vooral een positieve kant aan zit. Ik ben blij dat dit eerste nummer van dit jaar met een gedegen en toch goed leesbaar stuk begint. Er wordt namelijk onder woorden gebracht wat zovelen onzer vaak denken. En zonder al te veel gespeculeer wordt er perspectief geboden.

Inderdaad, het is geen program van actie, het is geen uitgewerkte handleiding voor diakenen anno 1969. Maar het wijst wel een weg aan, een mogelijkheid, een kans om waar te maken wat waar is. Misschien kunt u dit stuk eens gebruiken als discussiestuk. In uw vergadering of samen met anderen. Misschien kunt u er iets uit overnemen in uw gemeenteblad. Samen eens kijken wat er voor uw gemeente en voor uw situatie in zit. Want er zit veel in.

Ik hoop dat u met dit perspectief het jaar bent binnengewandeld. Om er iets van waar te kunnen maken.

Hervormde diakonie Arnhem geeft twee procent van haar jaarinkomen aan ontwikkelingshulp.

„Op voorstel van de diakonie heeft de centrale kerkeraad van de Hervormde gemeente van Anrhem in zijn laatste vergadering een belangrijk besluit genomen. Belangrijk, niet vanwege de hoogte van het bedrag, want 2 % is niet veel, maar omdat de centrale kerkeraad hierdoor erkent, dat het diakonaat van de gemeente van Christus wereldwijde afmetingen heeft.

Bij het zendingswerk sprak dit vanzelf. Nu is echter het inzicht doorgebroken, dat dit ook voor het diakonale werk geldt. De armen van weleer zijn hier in onze naaste omgeving veel en veel minder in aantal geworden (ze zíjn er nog wel!). De moderne armen moeten we echter voornamelijk zoeken in Afrika, in Zuid-Amerika en in Azië. En dan niet enkelingen, maar volken. Deze onderontwikkelde volken hebben niet alleen eten, ziekenhuizen e.d. nodig, maar ook credieten van de wereldbank om hun economie te ontwikkelen.

Natuurlijk is er méér nodig dan een crediet van de wereldbank, n.l. een verandering van de mentaliteit van òns, als rijke landen, waardoor wij ophouden de arme landen uit te buiten en hun de kans gaan geven om zich in economisch opzicht te ontwikkelen. Maar de centrale kerkeraad meende, dat je èrgens beginnen moest. Tevens wilde hij hierdoor een voorbeeld stellen voor de andere diakonieën in ons land. Want als àlle diakonieën 2 % van hun jaarinkomsten ter beschikking van de ontwikkelingshulp zouden stellen, kreeg de wereldbank alleen reeds uit deze bron enkele miljoenen.”

Dit positieve bericht uit Arnhem nemen wij graag op. Wilt u het tweemaal lezen?

Samen in Huizen.

De meeste organisaties die zich in Huizen (N.H.) bezighouden met maatschappelijk werk hebben zich verenigd in een werkcomité dat zoveel mogelijk naar samenwerking gaat streven. Het oog is hierbij niet alleen gericht op zaken die in het verleden niet van de grond konden komen, maar vooral op de grote uitbreiding die in de naaste toekomst door deze gemeente verwacht wordt.

Naast alle diakonieën hebben R.K. organisaties, Humanitas, gezinsverzorgingsinstellingen, kruisverenigingen, vrouwelijke vrijwilligers enz. zitting genomen.

Groningen en de wereld.

Het college van diakenen van Groningen besloot de diakonale kerstcollecte van onlangs beschikbaar te stellen voor een speciaal project in het kader van het werelddiakonaat. Het voorgaande jaar waren het de Palestijnse vluchtelingen die aandacht vroegen, deze maal het Mississippi delta pastoraat. In het Groninger Kerkblad werd heel exact uiteengezet waarvoor het geld nodig is.

In hetzelfde nummer van dit blad lazen wij dat de diakenen met hun jaarverslag méér deden dan meestal het geval is. Voor of na de kerkdiensten boden zij het de kerkgangers aan. Want diakonaat is geen bezigheid van speciale ambtsdragers; het gaat om een opdracht aan alle gemeenteleden tegenover elkaar en in de wereld.

Gemeentediakonaat.

Gemeentediakonaat: dat is het diakonaat van de gemeenteleden zelf. Hoe staat het daarmee. Hoeveel aandacht wordt er b.v. bij de geloofsbelijdenis aan de diakonale roeping van het gemeentelid gegeven?

Zeker, men weet dat er een diakonie is, dat de diakenen collecteren voor hun arbeid. Maar het doorsnee-gemeentelid weet nauwelijks wat het diakonaat vandaag (nog?) voorstelt. Dat is eigenlijk iets waar we verlegen mee zouden moeten zijn. Want diakenen zijn er niet alleen om namens de gemeente dienend bezig te zijn, maar om die gemeente zelf tot een dienende leefgemeenschap te maken.

Nu steeds meer instellingen de burenhulp en de onderlinge hulpverlening lijken over te nemen, wordt het hoog tijd nieuwe ernst te maken met het diakonaat der gemeente.

De vraag is: wat kunnen diakenen daaraan doen?

Daarom graag de volgende vijf gedachten ter overweging:

1. In de eerste plaats zou een college van diakenen, of een kerkeraad, of een groep gemeenteleden bij elkaar moeten gaan zitten om in een „ideeën-zitting” te inventariseren, welke noden er in hun gemeente, buurt of wijk zijn. Men zal het er met elkaar over eens moeten worden welk probleem — of welke problemen — zo dringend zijn, dat ze direct aangepakt moeten worden.

2. Als de keus is gedaan, moeten er enkele diakenen vrij gemaakt worden om het probleem te gaan bestuderen, zodat men weet, waar men over praat en of en hoe anderen er al iets aan hebben gedaan. Wie bijvoorbeeld bejaardendiakonaat wil gaan bedrijven, moet weten welke behoeften bejaarden zèlf hebben en hoe er op andere plaatsen dienstverlening is opgezet.

3. In de derde fase moeten de diakenen die zich in het probleem verdiept hebben een goed plan maken om de nood aan te pakken. Er moet een werkprogramma komen voor de vrijwilligers, zodat ieder weet waar hij aan toe is en wat er van hem of haar wordt verwacht.

4. Om het plan ten uitvoer te brengen is er informatie nodig. De gemeenteleden moeten heel concreet weten, wat de bedoeling is. In kerkbode of gemeenteblad, zo mogelijk zelfs in de plaatselijke pers, worde uitvoerig verteld wat de noden zijn en wat men van plan is er aan te gaan doen.

Zo mogelijk kunnen deze dingen interkerkelijk opgezet worden.

5. Bij de uitvoering van het plan is het noodzakelijk dat de „vrijwilligers” goed begeleid worden door de diakenen. Ze moeten niet alleen een adres hebben, waar ze hun problemen kwijt kunnen, ze moeten ook steeds weer horen, wat er van hen verwacht wordt en hoe hun taak past in het grote verband van het Rijk Gods.

Begeleiding en bezieling moet er uitgaan van de diakenen, die dit werk op peil hebben te houden.

Dit was een bladzijde uit de laatstverschenen Gelderse „Handreiking”, die wij graag in bredere kring ter overdenking voorleggen.

Soms jaloers.

Op die Handreiking voor Gelderse diakenen zijn wij wel eens wat jaloers. Niet alleen om de artikelen, maar ook om de korte praktische mededelingen uit de gemeenten. Een nieuw initiatief hier, een interessant plan daar.

Duidelijk is dat een P.D.C. dichter bij de diakonieën staat (als het goed is) dan een G.D.R. en dat er gemakkelijker berichtjes doorkomen naar b.v. Arnhem dan naar Utrecht. Toch zouden wij graag willen dat diakenen in den lande die met iets belangrijks bezig zijn — en dat behoeft echt niet altijd spectaculair te zijn — ook de redaktie van Diakonia er eens in kennen. Want het is goed dat u weet wat anderen doen.

Ook dat is schaalvergroting, blikverruiming. U bouwt mee aan de onderlinge communicatie. U helpt en wordt geholpen.

G.D.R.-uitgave in brailleschrift.

De Vereniging „Christelijke Blindenbibliotheek” beeft toestemming gevraagd de G.D.R.-brochure „De zorg voor de bejaarde mens” van de hand van Ds. Swijnenburg te mogen uitgeven in brailleschrift. Wij hebben natuurlijk van harte ja gezegd. ’t Is tenslotte een interessante publicatie.

Middelburg.

Komen er zo nu en dan berichten van teruglopende inkomsten bij diakonieën, in Middelburg is dat blijkbaar niet het geval. Voor het eerst sedert 1965 heeft men alle gemeenteleden een brief gestuurd met een opwekking om een extra bijdrage voor duidelijk met name genoemde doeleinden. Tot dusverre blijkt de opbrengst ruim 20 % hoger dan voorgaande keren. Conclusie van de secretaris: het diakonaat vindt nog wel gehoor in de gemeente mits op de juiste manier gebracht.

Sneek.

In het kerkblad van Sneek e.o. schrijft een diaken over de taak van de diakonie. Hij vraagt hierbij aan de gemeenteleden: „Hoe ziet u een taakomschrijving voor de diakenen?” Wij zijn benieuwd of er reacties komen!

Verder pleit dezelfde schrijver voor openheid met betrekking tot het diakonale werk. Men kan in het hedendaagse diakonaat de gemeente in vrijwel alle zaken volop laten meedoen.

Oud en jong.

Uit het „Diakonieblaadje van de Hervormde Gemeente Opperhuizen-Uitwellingerga” blijkt dat de jeugd de diakenen wat werk uit handen heeft genomen. Met twee bandrecorders worden zondags de kerkdiensten opgenomen en bij zieken en bejaarden thuisbezorgd. Verder worden de bloemen uit de jeugddiensten naar de zieken gezonden.

Allemaal kleine dingen zult u zeggen. Maar zijn de „kleine dingen” vaak niet erg belangrijk?

Vergeten rentezegels.

Hoewel het na wat meer publiciteit beter gaat lopen vergeten nog te veel mensen dat zij destijds rentezegels hebben geplakt van de ouderdoms- en invaliditeitswet. Vóór 1 juli 1969 moeten 60.000 mensen een afkoopsom uitbetaald krijgen. Die hebben zich echt nog lang niet allemaal gemeld. Door de Nationale Raad voor Maatschappelijk Welzijn is aan de afkoop enz. van rentezegels informatiebulletin no. 7 gewijd. Voor belangstellenden is dit verkrijgbaar bij het bureau, Stadhouderslaan 146, Den Haag (tel. 070-51.21.41).

Overigens: ook ons Tijdschrift voor Gezinsverzorging geeft in zijn nummer van november j.l. duidelijke voorlichting op dit punt.

Diaken, boeren en oecumene.

Diaken A. B. Vaandrager te Voorschoten is enige weken geleden gepromoveerd op een proefschrift „Overheid en sociale zekerheid voor boeren en tuinders”.

In het blad „Kerkklok” uit die gemeente lazen we: „De laatste van de 12 stellingen die de heer Vaandrager in het openbaar wilde verdedigen, is zeer typerend. Leest u maar mee: „Het door roomskatholieken en protestanten gemeenschappelijk zich bezinnen op en gestalte geven aan het woord van Jezus: „er zullen dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vasten (Mattheüs 9 : 15) moet juist in deze tijd van overvloed en honger als een belangrijke oecumenische uitdaging worden gezien.”

Wie de heer Vaandrager kent, ook in de vervulling van zijn bovengenoemde kerkelijke functies, weet dat deze stelling zeer kenmerkend voor hem is. Wij willen Dr. Vaandrager hartelijk gelukwensen met zijn promotie. Daarbij de hoop uitsprekende dat hij stelling 12 met verve en volharding zal willen blijven verdedigen voor het forum van heel kerkelijk en niet-kerkelijk Voorschoten.”

Iets van die „oecumenische gezindheid” is inmiddels al gebleken uit een waarderend artikel van oud-minister Veldkamp in „De Volkskrant”, die zijn uitvoerige beschouwing eindigt met de woorden: „De studie van Dr. Vaandrager vormt een belangrijke bijdrage tot de kennis van de sociale zekerheidsproblematiek van Nederland. Zij is echter veel meer, waar zij tevens een belangrijke bijdrage is voor de hoogst actuele sociaal-politieke discussie.

Bibliotheek N.R.M.W.

Vanaf heden is de bibliotheek van de Nationale Raad voor Maatschappelijk Welzijn (17.000 boeken, 350 tijdschriften!) niet meer de gehele dag open. U kunt er terecht op maandag tussen 13.00 uur en 17.00 uur; op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag van 10.30—17.00 uur. Dit geldt ook voor telefonische afspraken.

„Als we dat geweten hadden …”

De laatste jaren is het inzicht gegroeid, dat werknemers, van wie het pensioen in zicht is, gebaat kunnen zijn met een gerichte voorbereiding op die nieuwe levensfase. Vaak blijkt dat velen weinig geneigd zijn zich voldoende rekenschap te geven van de veranderingen, de moeilijkheden èn mogelijkheden, die pensionering met zich brengt. Voorbereiding op de pensionering is een van de onderwerpen waarmee de Nederlandse Federatie voor Bejaardenzorg zich bezighoudt. Zij heeft ten behoeve van bedrijven en organisaties, die onder aanstaande gepensioneerden een groepsgesprek over dit onderwerp op gang willen brengen, een discussiefilm doen maken, die als titel draagt „Als we dat geweten hadden”.

Het is een korte speelfilm, die uitbeeldt hoe een bejaard echtpaar één probleem van het gepensioneerd worden, nl. de financiële consequenties, in het dagelijks leven ervaart en behandelt. De film is bedoeld als inleiding tot een groepsdiscussie onder aanstaande gepensioneerden (mèt zo mogelijk hun echtgenoten). Voor de discussieleider is een uitvoerige handleiding geschreven met tal van wenken en informaties. Deze handleiding wordt bij aanvraag van de film gratis toegezonden.

De uitlening van de film geschiedt door de filmotheek van de Nationale Federatie voor Geestelijke Volksgezondheid, J. J. Viottastraat 42, Amsterdam, tel. 020-760944. De film is 16 mm, zwart-wit en geproduceerd met optisch geluid. De speelduur is 13 minuten en de huurprijs bedraagt ƒ 15,—.

Verre naasten.

Het eens per kwartaal verschijnend blad „Verre Naasten” heeft in de dertiende jaargang een andere ondertitel gekregen. Stond er op het tweede nummer nog, dat dit orgaan ten dienste stond van het medische en sociale werk van zending en buitenlands diakonaat van de Nederlandse Hervormde Kerk, op de voorpagina van het derde nummer werd gemeld, dat het ten dienste is van het medische en sociale werk van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelische Broedergemeente.

„Deze zichtbare vorm van samenwerking weerspiegelt de vele vruchtbare banden en contacten die reeds jarenlang bestonden,” aldus het blad.

Afscheid Mr. J. W. Blankert.

In kleine kring, met een kop koffie en een gebakje, hebben wij per 1 januari afscheid genomen van Mr. J. W. Blankert, sedert 1949 verbonden als staffunctionaris („secretaris” heette dat in andere jaren) aan de Diakonale Raad. Velen in diakonale kring hebben de heer Blankert gekend. Een lange periode is hij in onze kinderbeschermingssector werkzaam geweest — o.a. ook als secretaris van de Hervormde Kinderzorgbond, van Meilust, van de Valetonstichting —, de laatste jaren vooral in het woonwagenwerk.

De laatste tijd was de heer Blankert vaak van het diakonale toneel verdwenen, doordat hij nog maar ten dele aan de G.D.R. verbonden was. Zijn wethouderschap in Gouda en later herhaaldelijk de bekleding van het loco-burgemeestersambt vroegen steeds meer van zijn tijd en aandacht. En nu is er dan definitief een einde gekomen aan zijn functie bij de G.D.R. Wel blijven nog een paar relaties op bestuurlijk vlak behouden.

Jarenlang heb ik op de een of andere manier met de heer Blankert samengewerkt. Wij waren heel verschillende mensen, die vaak verschillend dachten en verschillend werkten. Maar altijd was er toch weer het bijzondere contact, de persoonlijke relatie, de verbondenheid, waardoor je als vrienden in het werk (en daarbuiten!) met elkaar kon omgaan.

Bij het afscheid gaf Drs. A. D. W. Tilanus een korte schets van de levensloop van de heer Blankert. Er was een cadeautje, er waren bloemen voor mevrouw. Veel collega’s hebben hem en zijn echtgenote tenslotte de hand geschud. Vaarwel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Diakonia | 52 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Diakonia | 52 Pagina's

PDF Bekijken