Bekijk het origineel

Hendrik kraemer instituut opent zijn deuren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hendrik kraemer instituut opent zijn deuren

6 minuten leestijd

Het gereformeerde Zendingsseminarie en de hervormde Zendingshogeschool bestaan niet meer. De hervormde en gereformeerde zendingsorganen hebben hun opleidingen samengevoegd. Uit de fusie is het Hendrik Kraemer Instituut voortgekomen. De nieuwe opleiding richt zich niet alleen op aanstaande zendingsarbeiders. Volgens de statuten is het doel „de opleiding en vorming tot werkers in zending en werelddiakonaat in de ruimste zin”.

leef- en werkgemeenschap

Voorlopig vindt de nieuwe opleiding een onderdak in het Zendingshuis te Oegstgeest. Daaruit mag geen „hervormde suprematie” afgeleid worden. Er was in het conferentieoord van de zending in Baarn eenvoudig geen plaats. De studenten bezoeken hun opleidingsinstituut niet alleen om er een paar colleges in de week te volgen, maar ook om er samen te leren leven. Zij moeten een „leef- en werkgemeenschap opbouwen”. Op het ogenblik wordt onderzocht op welke wijze het huidige Zendingshuis in Oegstgeest hiertoe het best zal kunnen functioneren.

Toen voor het eerst over een gezamenlijke opleiding werd gesproken werd wel eens gedroomd van een geheel nieuw gebouw ergens in het midden van het land. Maar dat zou een enorm bedrag vergen. Het is de vraag of de zending zoveel geld mag besteden in eigen land. Later kwamen de organisatoren overeen voorlopig geen grote bedragen te investeren in gebouwen, maar de nadruk te leggen op de opleiding van mensen.

De zendingsinstanties zijn ook voorzichtig met al te grootse plannen, omdat de synodes van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken een commissie aan het werk gezet hebben die de mogelijkheid moet bestuderen van een gezamenlijk kerkelijk administratiegebouw in het midden van het land. Het is helemaal niet onmogelijk dat in een dergelijk gezamenlijk gebouw ruimte kan worden geschapen voor het Hendrik Kraemer Instituut.

De zendingsmensen waren bovendien bang voor het creëren van luchtkastelen, omdat de toekomst van de zending zo onzeker is. Hoeveel studenten zullen aan het nieuwe instituut staan ingeschreven? Dat ligt niet meer aan de zendende kerken.

Niet de Nederlandse kerken besluiten, hoeveel mensen zij zullen uitzenden, maar de kerken overzee vragen om mensen. En in vele landen overzee blijkt op het ogenblik een tendens om de dingen zelf te willen doen.

Kerkelijke zendingsorganisaties in Amerika zenden al heel wat minder werkers uit dan een vijf of tien jaar geleden. Er is eenvoudig minder vraag naar deze mensen overzee. Vooralsnog is een dergelijke teruggang in Nederland niet te bespeuren. Er worden nog steeds meer mensen door kerken overzee gevraagd dan wij financieel kunnen uitzenden. Maar niemand weet hoe lang deze situatie nog zal duren.

bijeenkomst in Oegstgeest

De nieuwe rector van het Hendrik Kraemer Instituut, dr I. H. Enklaar – de gereformeerde zendingspredikant ds P. G. van Berge werd conrector – kwam er tijdens de opening van het instituut op 12 februari in de Pauluskerk van Oegstgeest eerlijk voor uit dat de toekomst nog betrekkelijk onzeker is, ook omdat de kerken overzee erop beginnen aan te dringen dat zij de aanstaande zendingsarbeiders die hen komen helpen, zelf wel ter plaatse zullen opleiden. Volgens dr Enklaar zeggen zij terecht, dat het hoog tijd wordt een belangrijk deel van de vooropleiding te verleggen naar de ontvangende landen. Daarover zullen op internationaal niveau binnenkort enkele belangrijke besprekingen worden gehouden. Maar dat wil helemaal niet zeggen dat er voor het Hendrik Kraemer Instituut geen toekomstige taak zal zijn. Een deel van de vooropleiding zal toch in het zendende land moeten plaatsvinden. Daar komt bij, dat op het ogenblik ook gedacht wordt over de mogelijkheid om werkers na een werkperiode overzee tijdens hun eerste verlof nog verdere studiebegeleiding te geven.

Het nieuwe instituut komt niet uit de lucht vallen. Reeds jaren geleden was gebleken dat de docenten in geestelijke en theologische zin – aldus dr Enklaar tijdens de openingssamenkomst – nauw met elkaar verbonden waren. Toch vond er nog een vrij lang rijpingsproces plaats, eer de beide kerken de tijd voor een dergelijke fusie gekomen achtten. Het besluit van de fusie is namelijk niet zomaar buiten de kerken om door de zendingsorganisaties genomen. Niet „Baarn” en „Oegstgeest” besloten tot fusie. Het besluit werd door de generale synodes van beide kerken genomen. En het waren ook de synodes die talloze gasten uitnodigden om de opening bij te wonen.

Enkele jaren lang werkten de beide opleidingen op practisch gebied samen. Naarmate men elkaar beter leerde kennen werd ook op meer gebieden samengewerkt tot de fusie een logisch gevolg was van de ontwikkeling.

bezinning op onderwijs

Heel veel tijd is besteed aan bezinning op de structuur van de opleiding. Het eigen werk van de afgelopen jaren werd critisch bestudeerd. Studenten werden in de gelegenheid gesteld hun opleiding te evalueren en kregen zo mede een stem.

Het is geen eenvoudige zaak een dergelijke opleiding op te zetten. Het Hendrik Kraemer Instituut opent zijn deuren voor zendingswerkers en werelddiakonaat-mensen. Er worden predikanten, die theologie zullen doceren aan universiteiten, en landbouwdeskundigen verwacht. Er komen artsen en verpleegsters, vormingsleiders en ingenieurs. En niet alleen hebben ze uiteenlopende vooropleidingen, ze gaan ook uit naar heel onderscheiden werelden. Naar Indonesië, maar ook naar Vietnam, Maleisië, India, Pakistan, Brazilië, Argentinië, Rwanda, Kameroen, het Nabije Oosten en vele andere landen. De vakken die zullen worden gedoceerd zijn verdeeld in vier hoofdgroepen. De belangrijkste vakken zijn de missiologische, waarbij het gaat om bijbelse theologie, apostolaat en diakonaat, confrontatie met niet-christelijke godsdiensten, kerkenkunde en nog veel meer.

Dan volgen de ethno-sociologische vakken die vooral iets onderwijzen over de mensen waarmee de zendingsarbeiders bij hun werk in aanraking komen. De derde studiegroep omvat de talen die geleerd zullen moeten worden. Studenten kunnen Indonesisch, Engels, Frans, Surinaams, Portugees en Spaans leren en ook nog een groot aantal Afrikaanse talen. En dan zullen diverse practische vakken worden onderwezen, zoals gezondheids- en voedingsleer voor de tropen, werken met massa-media en audio-visuele hulpmiddelen. En er staat een automobielcursus op het lesrooster voor wie ver van een garage en van monteurs komt te wonen.

En toch is dat lang nog niet alles. Het gaat bij de opleiding aan het Hendrik Kraemer Instituut niet alleen om wat kennis. Daarom zal bijzondere aandacht geschonken worden aan psychische en geestelijke voorbereiding tot het leven en werken als westerse christenen temidden van ons vreemde culturen en maatschappijen. Want uiteindelijk gaat een zendingsarbeider niet naar overzee om daar alleen maar een bepaald vak te doceren, of een bepaalde techniek te onderwijzen.

Den Haag - Jan J. van Capelleveen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1971

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Hendrik kraemer instituut opent zijn deuren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1971

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken