Bekijk het origineel

Naar Een Nieuwe Plaats Voor Het VZT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Naar Een Nieuwe Plaats Voor Het VZT

6 minuten leestijd

Op het thuisfront van de zending zijn vrouwen al lang actief. Alleen konden ze vroeger slechts werken in het verband van het medisch comité. In de jaren vijftig ontstond het Vrouwenzendingsthuisfront (VZT) als aparte beweging. Nu het hele thuisfront in beweging is en gezocht wordt naar een nieuwe structuur, duikt ook de vraag op, wat de plaats zal zijn van de vrouw in het algemeen en het VZT in het bijzonder in het vernieuwde thuisfront. Met die vraag ging ZD naar mevrouw M. Rutgers-Beets, de presidente van het VZT.

ZD: Wat is de taak van het VZT?

Antwoord: Het wil de vrouwen op het zendingsthuisfront bij het werk betrekken en de vrouwen in de partnerkerken overzee met raad en daad bijstaan.

ZD: Maar in het begin ging het toch vooral om practische hulp?

Antwoord: Dat is een misverstand. Dat was eerst niet de bedoeling. Wel zijn we in de loop der tijden op allerlei practische manieren gaan helpen. Het startpunt was een vraag van de vrouwen op Midden-Java die zich inzetten voor evangelisatiewerk onder vrouwen en meisjes. Ze voelden zich geïsoleerd en hadden raad nodig.

ZD: Het VZT is dus veel meer dan een veredelde naaikrans?

Antwoord: De indruk is wel eens gewekt dat het VZT iets dergelijks zou zijn. Dat komt omdat dit werk geënt is op de oude medische comité’s. Die zijn na de synode van 1896 al in het leven geroepen. Toen wilden ook de vrouwen iets voor de zending doen. De enige mogelijkheid was een hulporganisatie stichten voor hulp aan ziekenhuizen overzee. Er is jarenlang geweldig mooi werk verricht. Maar toen het VZT van start ging werd gezegd: Er is voor de vrouw veel meer te doen.

ZD: Op welke wijze kan het VZT meer doen?

Antwoord: Het is beslist nodig dat we gaan nadenken over de rol van de vrouw in de kerkelijke en maatschappelijke samenleving. Als voorbeeld zou ik willen noemen ons contact met de evangelistenschool in Magelang. Meisjes die in kerkelijk verband willen gaan meewerken krijgen daar een opleiding voor evangeliste, waarbij bijbelkennis een overheersende rol speelt. Dat is fijn en nodig. Maar als die meisjes in de jonge gemeenten worden ingezet komen ze voor situaties te staan, op maatschappelijk terrein en op dat van de gezinsvorming, waar ze nauwelijks op zijn voorbereid. Op het ogenblik wordt gezocht naar een mogelijkheid om maatschappijvakken meer in hun scholing op te nemen.

ZD: Maar konden ze geen hulp krijgen van hun eigen kerkelijke leiding?

Antwoord: Mag ik een tegenvraag stellen? Zijn wij hier in Nederland binnen de kerkelijke beleidsorganen al gewend aan de samenwerking tussen mannen en vrouwen? We beginnen er toch pas aan. Hoeveel te meer in Indonesië, waar de weerstanden die er door de adat en het hele levenspatroon zijn ook nog overwonnen moeten worden. Toch zijn ze nu in sommige opzichten verder dan wij. Het vrouwenwerk op Midden-Java is in het geheel van het kerkelijk werk opgenomen. Over heel de linie zijn de vrouwen in Indonesië erg actief. Ze durven verantwoordelijkheid te nemen voor allerlei kerkelijk en maatschappelijk werk. Daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen!

ZD: Kent het VZT in Nederland ook plaatselijke afdelingen?

Antwoord: De plaatselijke afdelingen zijn als paddestoelen uit de grond geschoten. Door dit werk zagen de vrouwen een kans om zich practisch in te zetten. Ze ontdekten concrete werk-objecten en ontvingen via hun contacten met overzee voorlichting over het werk ginds.

ZD: Maar is er daardoor niet een soort zendingsbond ontstaan naast hetthuis-front?

Antwoord: Inderdaad! Maar dat kan niet goed anders. De groei is heel snel gegaan. In 1961 begonnen we heel aarzelend met ons blad Contact met 6000 lezeressen. Nu hebben we er 45.000. Om het werk van al die vrouwen te kunnen richten en het verzamelde geld verantwoord te kunnen besteden is het algemene bestuur een soort werkgroep geworden die de achtergrondvragen bestudeert. De leden van dat bestuur praten er verder over in de regionale comité’s. Onze „beweging” lijkt nu wel wat op een bond.

ZD: Noemt u eens een aantal onderwerpen die u behandelt?

Antwoord: We praten over lectuurwerk en over ons lectuurbemiddelingsbureau, over vrouwen- en gezinswerk en natuurlijk over de manier waarop we de vrouwen hier kunnen laten meedenken. Erg actueel is de discussie over de hulpverlening door middel van gedragen kleding. Dat is een belangrijk stuk werk geweest, maar we worden er erg onzeker over. Maar dat is misschien een onderwerp voor een apart artikel.

ZD: Daar houden wij u aan. Maar sprekend over de plaats van het VZT in het thuisfront: zijn er nu niet in veel dorpen en steden binnen de Gereformeerde Kerken twee organisaties die zich met zending bezig houden, de zendingscommissie en de afdeling van het VZT?

Antwoord: Dat is wel zo, maar we proberen bewust een relatie tussen die twee te leggen. We adviseren de dames met de zendingscommissie in gesprek te komen. We zoeken coördinatie van het werk.

ZD: Er wordt gewerkt aan een herstructurering van het thuisfront. Heeft dat ook consequenties voor het VZT?

Antwoord: Voor ons was dat gesprek over die herstructurering, waarin wij ook betrokken zijn, erg plezierig, omdat we de kans kregen eens door te denken over wat we zelf eigenlijk wilden. In het conceptrapport stond dat in de nieuwe structuur voor een aparte vrouwenorganisatie geen plaats meer zou zijn. Daar waren we het principieel wel mee eens. Maar het is niet reëel om dat direct zo te stellen, omdat er een overgangsperiode nodig is. Daar zitten we nu midden in. We hebben erg veel over de toekomstige structuur gepraat en zijn blij met de uitspraak die uiteindelijk uit de bus is gekomen. Zij laat ruimte om naar samenwerking toe te groeien.

ZD: Is de eerste stap op weg naar de integratie al niet gedaan? Een vertegenwoordigster van het VZT is immers opgenomen in het nieuwe Voorlopig Centraal Orgaan?

Antwoord: Ja, er is iemand benoemd uit de kringen van het VZT. Daardoor werd de waarde erkend van wat vrouwen doen, terwijl het VZT toch niet als een te hechte organisatie gezien wordt die blijvend mee moet gaan naar de nieuwe structuur. Het fijne is dat we nu intern bij de besluitvorming betrokken worden. Er zijn bovendien vrouwen benoemd in het moderamen van de Raad van Samenwerking en Generale Deputaten.

ZD: Mogen de plaatselijke afdelingen van het VZT nu opgaan in de zendingscommissies?

Antwoord: We gaan er van uit dat het VZT op den duur als organisatie zal verdwijnen. Sommige vrouwen trekken daaruit de conclusie dat het opgeheven wordt, maar dat is niet juist. Het gaat erom dat de inhoud van het werk, dat op het ogenblik door de leden wordt gedaan, geïntegreerd wordt in het geheel van het thuisfront. Het werk en het enthousiasme van de vrouwen moet opgevangen worden binnen het thuisfront, opdat in de kerk mannen en vrouwen samen verantwoordelijk zijn voor het werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1971

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Naar Een Nieuwe Plaats Voor Het VZT

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1971

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken