Bekijk het origineel

Gedragen Jas

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gedragen Jas

6 minuten leestijd

Altijd weer hebben vrouwen klaargestaan om te helpen en te troosten. Ook in allerlei zendingsactiviteiten hebben zij dat gedurig als een specifiek vrouwelijk aandeel in het zendingswerk beschouwd. Hoe meer dit vrouwenwerk echter georganiseerde vormen kreeg, zoals dat ook in het Vrouwen Zendings Thuisfront het geval is, hoe meer zij ontdekten dat ze ook voor de andere taken in het missionaire werk mede-verantwoordelijk dienden te zijn. Een nieuwe bezinning op haar aandeel hierin bracht tal van vragen naar voren. Daarbij kwam onder andere ook de vraag aan de orde: Is het zenden van gedragen kleren wel verantwoord?

Het begon zo eenvoudig tien jaar geleden. De vrouwen op Midden-Java konden niet werken zonder textiel. Die was er toen in Indonesië niet en de dames van het Vrouwen Zendings Thuisfront, het VZT, sprongen bij. In de pinksterfolder van 1967 staat onder het kopje „Actieve vrouwen” wat triomfantelijk te lezen: „In totaal zond het VZT 2030 kisten tegen een totale waarde van ƒ 634.835,65”. Door dit werk werden veel nederlandse vrouwen persoonlijk bij het zendingswerk betrokken.

Dit „troostend en helpend” bezig zijn werd in het VZT gebundeld. Het werk groeide. Het kan niet meer bekeken worden onder de noemer van hulp op grond van persoonlijke relaties. Kerken overzee dringen steeds meer aan op contacten van kerk tot kerk, opdat niet een bepaalde groep steeds geholpen en een andere vergeten wordt. De kerk in haar geheel moet geholpen worden. Bovendien is de economische situatie in veel landen overzee veranderd. Toch besteden we nog altijd veel tijd en geld aan het zenden van gebruikte kleren naar minder bedeelde kerken. Mag dat eigenlijk nog wel?

Deze vraag is door het algemeen bestuur van het VZT voorgelegd aan de directeur van het Algemeen Diakonaal Bureau, dr J. van Klinken. Zijn antwoord hierop is in discussie gegeven. Hij zei: „Centraal moet worden gesteld: op welke wijze kunnen wij de ander in zijn situatie tegemoet treden? Bij echt helpen moeten wij uitgaan van de situatie van de ander. Als we het vraagstuk van de hulp door middel van gebruikte goederen bekijken, moeten we letten op de omstandigheden van de ontvangers en ook op die van de gevers.”

Van Klinken vervolgde: „Zullen we eerst onze situatie eens onder de loep nemen? In onze welvaartsstaat kleden we ons graag naar de laatste mode en bijna niemand draagt zijn kleren op. Daar staan we dan als huisvrouwen met al die nog goede textiel in handen. Wat nu? Weggooien? Dat zou toch jammer zijn! En zo komt het dat wij gaan verzamelen, schiften, stomen, inpakken en verzenden in het oprechte gevoel daarmee een stukje van het partner zijn van de kerken overzee te realiseren. Een gevoel dat versterkt wordt door de dankbare brieven van de ontvangende partij”.

„Hoe is de situatie van de ontvangers? Om datte beoordelen”, schrijft ds Van Klinken, „moeten we onderscheid maken tussen effecten op korte en lange termijn. Op korte termijn krijgen we dankbare brieven van hen die tot de bevoorrechte ontvangers behoren. Vaak ontbreekt die dankbaarheid al bij degenen die verantwoordelijk zijn voor de verdeling. Zij moeten veel tijd stoppen in de werkzaamheden die geen bijdrage leveren aan de werkelij ke bestrijding van de nood. Zij komen ook vaak in opspraak omdat een bil lijke verdeling uiterst moeilijk is”.

Op lange termijn gezien blijken er practisch alleen nadelen te zijn. Er ontstaat een psychologisch begrijpbaar beeld dat de rijke door middel van overgebleven kruimels en afval de ander wil dienen. Die ander komt op de duur in verzet of vervalt in apathie, omdat er wel voor hem gezorgd wordt. In West-Pakistan is al enkele jaren geleden door overheidsinstanties smalend gesproken over sommige practijken vanuit het westen dat zijn overschotten tracht te spuien onder de noemer van helpen”.

Het algemeen bestuur van het Vrouwen Zendings Thuisfront deelde de conclusie van dr van Klinken dat het zenden van gedragen kleding gestopt moet worden. Maar het zou niet tactvol zijn de zendingen abrupt te beëindigen. Daarmee zouden we onze contacten de indruk geven dat we ze in de steek laten. De mogelijkheid om samen naar een goede oplossing te zoeken zou afgesneden worden, terwijl een samen zoeken naar de juiste vorm van gemeente-van-Christus zijn voor beide partijen zo belangrijk is. Daarom moeten we elkaar ook op dit punt vasthouden en verder praten. Het VZT praat verder en tal van vragen duiken op: „Zouden de huishoudscholen op Midden-Java op de duur niet zelf kunnen voorzien in stof voor de naailessen? Wat vinden de dames overzee daar zelf van? Hebben de Javaanse kerken al zicht op het gemeentediakonaat of steunen ze teveel op onze zending? Hoe is het in Zuid-Amerika? Is de structuur daar anders? We zijn er nog lang niet uit. In ons eigen blad „Contact” zullen we tal van artikelen over deze vragen schrijven.

Het is goed dat we verder praten en dat het niet zo is: Geen kisten meer, ook geen actieve vrouwen meer. De regionale commissies van het VZT dragen, samen met deputaten, projecten aan die wel de toets der kritiek kunnen doorstaan. We kunnen vrouwenopleidingen steunen, en gezinswerk. Ook kunnen er incidenteel nog wel pakketten worden verzonden of kan er geld beschikbaar worden gesteld als er opeens ergens hulp nodig is.

Het VZT groeit naar een nieuwe plaats op het zendingsthuisfront. Ook voor aparte vrouwengroepen zal er veel te doen blijven. Maar dit werk zal moeten voortkomen uit de bezinning op de vragen. En de belangrijkste toetssteen is: „Helpen we onze partners wel echt met onze gaven om werkelijk kerk te zijn? Steunen we eikaars initiatieven? Kennen we eikaars moeilijkheden?

De actieve vrouwen worden op het ogenblik op het thuisfront met die vragen geconfronteerd. Er is veel kennis van zaken nodig, veel gebed en inspanning, om hier en ginds de boodschap van de ene Heerzo zuiver mogelijk te laten doorklinken. Samen met de zendingscommisssies en deputaten zal het VZT met die vragen bezig moeten zijn. Gelukkig willen veel vrouwen verder werken en willen ze meepraten, ook al hebben ze geleerd dat het zenden van gedragen kleding niet langer de juiste vorm van helpen is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1971

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Gedragen Jas

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 december 1971

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken