Bekijk het origineel

Thuis front stroom lijnen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
Print this document

Thuis front stroom lijnen

6 minuten leestijd

Al lang was het duidelijk dat het thuisfront van de gereformeerde zending log en onhandelbaar geworden was. Al een paar jaar wordt gesproken over „herstructurering.” Doel daarvan is het thuisfront te stroomlijnen. Drs C.H. Steenwinkel is nauw bij deze herstructurering betrokken. Hij geeft in dit artikel een momentopname.

Een kerk die volop betrokken wil zijn bij het wereldwijde werk van de evangelieverkondiging, zal geneigd zijn de organisatie van dat werk minder belangrijk te vinden.

Terecht, naar mijn mening.

Dát het gebeurt is belangrijkerdan hoé het gedaan wordt. Of om het voor dit artikel duidelijk te stellen: organisatorische vragen zijn altijd ondergeschikt aan de centrale vraag hoe de kerk de boodschap van haar Heer in de wereld vertolkt.

Misschien komt daaruit wel voort, dat de gereformeerde zending de organisatie van het „thuisfront” gedurende vijfenzeventig jaar vrijwel niet heeft veranderd. De opzet van de zendingsorganisatie dateert immers in grote lijnen nog van de synode van Middelburg (1896). Sinds die tijd hebben we immers altijd gekend de Zendende Kerken, die geheel zelfstandig missionair werk overzee konden doen en deden. In de provincies Groningen, Drenthe en Overijssel was de opzet nog wat anders en fungeerde een deputatencollege zonder het concentratiepunt van een Zendende Kerk. De zendingsdeputaten van deze ressorten of Zendende Kerken worden door classes aangewezen. Men zou kunnen zeggen het is een opbouw „van onderop”, nauw verbonden aan en met gemeenten en classis.

De Generale Synode had ook wel met zendingswerk te maken, maar niet zoveel. De opdracht van de generale deputaten voor de zending was weliswaar het „algemene beleid” in de zending, maar in de praktijk kwam het er toch op neer, dat een dozijn zendingsorganen in onze kerken onafhankelijk van elkaar hun werk konden doen.

Na de oorlog bleek het nodig meer samenwerking tussen de Zendende Kerken tot stand te brengen, vooral voor het werk van de „nevendiensten” op Midden-Java. Dit leidde in 1950 tot de instelling van een Raad van Samenwerking. Deze Raad heeft in twintig jaar tijd nogal wat werk van de Zendende Kerken overgenomen, maar deze hebben tot nu toe allen hun eigen relaties met classes in Midden-Java onderhouden.

Dat bleef ook zo toen na 1960 taken buiten Indonesië door de gereformeerde zending werden aangepakt: in Brazilië, Argentinië, West-Pakistan en Rwanda. Opnieuw gingen Zendende Kerken samenwerkingsrelaties aan om ook dit werk te behartigen.

Zo kwamen de volgende combinaties tot stand: Argentinië (Leeuwarden en Sneek), West-Pakistan (Amsterdan en Delft), Rwanda (Middelburg en Rotterdam). Het werk op Sumatra en in Makassar werd toevertrouwd aan Utrecht en Arnhem, terwijl de Soemba-zending de relaties met Brazilië voor zijn rekening nam.

U kunt zich voorstellen, dat hetalles bij elkaar al knap ingewikkeld ging worden, al geloof ik dat de leden van onze kerken daar meestal niet veel van gemerkt hebben. Zo zullen velen niet weten dat de zendingsbijdrage van ieder lid van de kerk over verschillende kassen moet worden verdeeld: het „eigen” werk in Indonesië, het werk buiten Indonesië, het werk van de Raad van Samenwerking en dat van Generale Deputaten.

Jaren geleden al voelden vele zendingsdeputaten aan, dat de organisatie log en onhandelbaar dreigde te worden. Besloten werd de zaak te strooomlijnen en te vereenvoudigen. Een kleine commissie toog aan het werk en produceerde een rapport, dat in grote lijnen aanvaardbaar bleek voor de zendingsorganen en de Generale Synode. We zijn nu bezig met de uitvoering ervan.

Wat gaat er nu veranderen?

In de eerste plaats dit, dat voortaan elke gemeente en elke classis via het eigen regionale zendingsorgaan betrokken zal zijn bij zendingswerk in één gebied in de wereld en niet meer bij twee zoals tot nu toe.

Er bleken veel bezwaren te leven tegen het zich moeten bezighouden met werk in soms totaal van elkaar verschillende situaties (hoe ver liggen Soemba en Brazilië niet van elkaar af en niet alleen in kilometers gemeten!). Dit werkt zich uit in een herverdeling van verantwoordelijkheden voor missionaire arbeid overzee. Zo zullen de kerken in het zuiden en rond Rotterdam zich geheel en alleen gaan inzetten voor Afrika (voornamelijk Rwanda), die in Noord-Holland voor West-Pakistan, die in Friesland voor Zuid-Amerika en de kerken in de rest van Nederland zullen dan het werk in Indonesië blijven behartigen.

Wat Indonesië betreft zullen er waarschijnlijk secties komen voor Oost-Indonesië (toe te vertrouwen aan de provincies die nu achter Soemba en Brazilië staan) en Java en Sumatra (voor Gelderland, Utrecht en Zuid-Holland benoorden Rotterdam).

Deze „herverkaveling” van taken en terreinen betekent hier en daar het doorsnijden van oude banden en het aanvaarden van geheel nieuwe verantwoordelijkheden. We hopen dat de belangstelling voor het werk overzee er niet onder lijden zal, maar juist geïntensiveerd gaat worden. De zendingscommissies in het hele land blijven daarvoor essentiële steunpunten.

In de tweede plaats betekent de nieuwe opzet een grotere samenwerking met en meer verantwoordelijkheid voor elkaar op het „thuisfront”. Was voorheen elke Zendende Kerk er alleen voor verantwoordelijk om de financiën voor het „eigen werk” bijeen te krijgen, in de toekomst zullen de lasten weer gezamenlijk worden gedragen door alle leden van onze kerken.

Het mag niet meer zo zijn, dat kansen en mogelijkheden die zich overzee voordoen, alleen gerealiseerd kunnen worden als de financiële draagkracht van een bepaald ressort in Nederland dat toelaat. Er is overeengekomen dat we als gereformeerden daar samen achter staan. Dat betekent dat een regionaal zendingsorgaan (b.v. voor Afrika of Zuid-Amerika) voor de behartiging van het „eigen werk” ook een beroep op andere dan de kerken in het eigen ressort zal mogen doen als de eigen kracht tekort zou schieten.

Dit samenspel — nieuwe — stijl achten we een winstpunt van de verandering die komen gaat.

In de derde plaats zal het zo zijn, dat de vier regionale organen (Indonesië, Zuid-Amerika, Rwanda en West-Pakistan) samenwerken in een centraal orgaan voor de zending, dat rapporteert aan de Generale Synode. De instelling van dit centrale overleg zal ons veel beter dan tot nu toe in staat stellen het hele zendingswerk van onze kerken te overzien. Dat was tot nu toe met meer dan een dozijn naast elkaar werkende instanties vrijwel onmogelijk.

Zo zal voor het eerst in 75 jaar de organisatie van ons zendingswerk worden vereenvoudigd. Die verandering is zorgvuldig voorbereid opdat het werk overzee ermee gediend worde. Want daaraan is elke organisatie ondergeschikt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1972

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Thuis front stroom lijnen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1972

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken