Bekijk het origineel

Missionair Panorama

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Missionair Panorama

13 minuten leestijd

Gezamenlijke actie voor zending

De kerken van Indonesië willen, meer dan voorheen, ook sámen bijzondere activiteiten ontplooien op het gebied van de evangelieverkondiging. De zevende algemene vergadering van de Indonesische Raad van Kerken had vorig jaar reeds besloten om een eigen Indonesische Oecumenische Zendingsraad op te richten. Het Centraal Comité van de Raad heeft dit besluit in daden omgezet. De eerste leden werden reeds benoemd in een Oecumenisch Comité „Gezamenlijke Actie voor Zending”. De nieuwe zendingsraad valt organisatorisch onder de afdeling Eenheid en Getuigenis van de Indonesische Raad van Kerken die geleid wordt door ds Simon Marantika.

Het Centrale Comité stelde nog een aantal andere nieuwe organen in. Zo werd een Indonesisch Oecumenisch Instituut opgericht dat geleid zal worden door oud-generaal dr. T.B. Simatupang.

Bovendien werd een landelijk Ontwikkelingscentrum opgericht dat eveneens geleid zal worden door dr Simatupang. Het zal moeten functioneren als orgaan waar alle ontwikkelingsactiviteiten van de Raad van Kerken en de daarbij aangesloten kerken kunnen worden voorbereid en gecoördineerd.

Voor het eerst woonde de nieuwe minister van godsdienstzaken, prof. dr. Mukti Ali, die in september van het vorige jaar door president Soeharto werd benoemd, de vergadering bij. Hij vertelde blij te zijn met het besluit van de Wereldraad van Kerken om de vijfde algemene assemblee in 1975 in Indonesië te beleggen.

Hij sprak het Centrale Comité van de Raad van Kerken toe over de verhouding van godsdienst en ontwikkeling. Hoewel hij een moslim is verklaarde hij, dat hij zijn „oecumenisch denken” op het gebied van ontwikkelingswerk in het bijzonder te danken had aan de documenten van Montreux, waar een van de belangrijkste vergaderingen binnen het raam van de Wereldraad van Kerken over ontwikkelingssamenwerking werd gehouden, en aan de Sodepax-documenten.

Hij zei dat verscheidene deelnemers aan deze conferenties zijn studenten waren geweest toen hij nog doceerde aan de islamitische faculteit en vaak gastcolleges gaf aan de Theologische School (nu Hogeschool) van Djokjakarta.

De nieuwe minister van godsdienstzaken studeerde in Indonesië, Kaïro en Montreal. Hij woonde de consultatie van de Wereldraad van Kerken in Beiroet bij waar in maart 1970 gesproken werd over de dialoog tussen de wereldgodsdiensten. Ook woonde hij de conferentie van Tokio bij gewijd aan godsdienst en vrede. Deze nieuwe minister heeft een groot aantal vrienden in de Raad van Kerken.

Minister Mukti Ali riep de Raad op om te komen tot een nauwe samenwerking bij de activiteiten op het gebied van de ontwikkeling met alle andere godsdienstige groeperingen in Indonesië. Hij riep ook op tot een ernstige openhartige dialoog over gemeenschappelijke zaken. De Raad reageerde uitgesproken positief op de voorstellen van de nieuwe minister. Het was de eerste maal dat de minister van godsdienstzaken een dergelijke vergadering van de Raad van Indonesische Kerken bijwoonde.

Aan de Zending nagelaten

Natuurlijk vinden wij het fijn om van een notaris of executeur-testamentair te vernemen dat wij een legaat ad zoveel zullen ontvangen of gerechtigd zijn voor een zoveelste deel of de gehele nalatenschap. Toch betekenen deze verrassende extraatjes het verlies van meelevende broeders of zusters, die meestal de zending een warm hart toe dragen. Daarom willen wij in het hen waarschijnlijk vertrouwde zendingsblad vermelden wat zij aan de zending nalieten.

Wij waren niet in staat onze erkentelijkheid aan de gevers over te brengen. De naaste familie is meestal onbekend zodat wij ook hen niet kunnen bedanken. Wie zal overigens uitmaken of onze dank wel ter zake is?

Mocht u van plan zijn de zending testamentair te gedenken, dan is het ondermeer van belang dat de tenaamstelling formeel juist geschiedt. Deze luidt:

„De Generale Synode van De Gereformeerde Kerken in Nederland, vertegenwoordigd door haar Generale Deputaten voor de zending” (Bureau Baarn, Wilhelminalaan 3).

Voor nadere informaties kunt u zich wenden tot het Zendingscentrum.

In de periode van 1 januari - 15 december 1971 werden door het Zendingscentrum t.n.v. de zending, uitgaande van de gezamenlijke Gereformeerde Kerken in Nederland ontvangen aan nalatenschappen: f 89.317,– in contanten, waarvan f 48.650,– in de vorm van legaten. Verder ontvingen wij aan effecten f 12.252,– (koerswaarde) en twee woningen. Bovendien werd speciaal voor het Zendingscentrum f 4000,– aan legaten ontvangen en f 1999,98 van erven als schenkingen.

Opnieuw trad een nieuw lid tot deze Raad toe. De Indonesische Protestantse Kerk van Gorontalo in Noord-Celebes werd aanvaard als 41ste lid. Deze kerk werd in 1965 officieel geïnstitueerd en telt 7000 leden verdeeld over 16 gemeenten die gediend worden door vijf predikanten en 16 evangelisten.

Nieuw redactielid voor zendingsblad

De redactie van ZD wordt nog verder uitgebreid. Naast de vertegenwoordiger van het werelddiakonaat, de heer J.F.P. Stellingwerf, is ook een vertegenwoordiger van het deputaatschap voor evangelisatie in de redactie opgenomen, drs H. Wesseling. Op deze wijze kan duidelijk gemaakt worden dat er „zending moet zijn op zes continenten”. Namens de hervormde zending zal Jan Filius in de redactie zitting nemen.

Meer aandacht voor zending

Hoogleraren aan de Theologische Hogeschool in Kampen en de theologische faculteit van de Vrije Universiteit in Amsterdam is gevraagd meer aandacht te schenken aan de zending in het geheel van het theologisch onderwijs. In een brief dringen generale deputaten voor de zending er met klem op aan plaats in te ruimen op het curriculum voor de zending. Gezegd wordt: „U zoudt daarmee de aanstaande predikanten in hun toerusting tot hun taak, maar niet minder kerken en zending in de derde wereld een grote dienst bewijzen.”

De zendingsdeputaten richtten zich tot de theologische opleidingen, omdat uit verschillende hoeken van het land klachten zijn binnengekomen dat vele theologen eenmaal in de pastorie zich om vele zaken bekommeren, maar de zending blijkbaar uit het oog verliezen.

De brief erkent dat de zendingswetenschap inderdaad een plaats in de opleiding heeft verkregen, maar generale deputaten vragen zich af in hoeverre ook daarbuiten de zending de nodige aandacht krijgt.

In hun brief vragen zij „alles te doen om het missionaire aspect van de andere theologische vakken zoveel in uw vermogen ligt verder uit te diepen.” Bovendien wordt gezegd dat zij het wenselijk achten om in de kerkgeschiedenis ook volop aandacht te schenken aan de geschiedenis van de jonge kerken in Afrika en Azië.

Kom over de Brug opent kantoor

Kom over de Brug-1972 heeft een eigen kantoor geopend. Het heeft de beschikking gekregen over een woning in Oegstgeest, Leidsestraatweg 13 waarin per 1 januari het bureau is gevestigd. Brieven kunnen gericht worden aan postbus 7600 in Oegtstgeest en het kantoor is telefonisch te bereiken onder nummer 01710-52340. Kom over de Brug beschikt ai over een eigen gironummer. Het is identiek aan het postbus nummer: 7600.

De heer J. Bos van het ICCO zal de actie leiden als actie-secretaris en zal daarbij gesteund worden door een rooms-katholieke collega die nog benoemd moet worden.


Giften

N.N. giften over de periode van 1 oktober t.m. 31 oktober 1971.

Giften nader te bestemmen; 1 xf 10,– N.N. te Baarn; 1 x f 25,– N.N. te Eerbeek; 1 x f 100,– iets uit H.

Centraal Lektuurfonds Algemeen: 1 x f 25,– N.N. te Apeldoorn; 1 x f 50,– N.N. te N.

Rwanda: 1 x f 100,– N.N. te Pijnacker.

Studiebeurzen: 1 xf 100,– N.N. te Nieuwendijk.

Brazilië: 1 x f 4,– N.N. te Zeist.

Voor het fonds extra zendingsarbeiders Indonesië is t.m. 31 oktober 1971 een bedrag ontvangen van: f 90.284,69. Uitgegeven t.m. 31 oktober 1971: f 83.787,43. Beschikbaar per 31 oktober 1971: f 6.497,26.

Voor de Gebedsbrieven ontvingen wij in de periode van 1 oktober t.m. 31 oktober 1971 een bedrag van f 515,50.

N.N.-giften over de periode van 1 november t.m. 30 november 1971

Giften nader te bestemmen: 1 x f 40,– N.N. te Eindhoven; 3 x f 50,– N.N. te Enschede; N.N. te Breda; N.N. te N.N.; 1 xf 75,– N.N. te N.N.; 2 x f 100,– N.N.te Oud-Beijerland; pog te vermelden van juli jl. letter 01.

Baten ten gunste van jaarrekening: 1 x f 14,– N.N. te N.N.

Fonds Extra Zendingsarbeiders: 1 x f 50,– N.N. te Dordrecht.

Voor het fonds extra zendingsarbeiders Indonesië is t.m. 30 november 1971 een bedrag ontvangen van f 90.654,69. Uitgegeven t.m. 30 nov. 1971 f 83.787,43 Beschikbaar per 30 nv. 1971 f 6.867,26.


De persbegeleiding ligt weer geheel in handen van Jan Filius die daarbij geholpen zal worden door Jan Simmers, de hoofdredacteur van het rooms-katholieke maandblad Bijeen. De bekende jeugdauteur Sipke van der Land is benoemd tot jeugdsecretaris. In heel het land zullen plaatselijke commissies worden opgericht voor de organisatie van de actie. De heer P. Noordam van het Zendingscentrum in Baarn zal de plaatselijke organisator worden. Hij zal per 1 april een gedeelte van zijn tijd aan dit werk geven en in de zomermaanden daar geheel voor worden vrijgesteld. Er wordt nog een rooms-katholieke collega gezocht om vooral in het zuiden van het land de plaatselijke organisatie te stimuleren.


Toen de eerste druk binnen een jaar geheel uitverkocht was hoorden we iemand zachtjes zeggen

Over wonderen gesproken…

Dat gold niet de sprankelende verteltrant van de schrijver. Ook niet de keurig verzorgde uitvoering. Wèl het onderwerp.

Boeken met achtergrondinformatie over de zending zijn nu eenmaal doorgaans geen bestsellers.

„Over wonderen gesproken …” van dr. J. C. Gilhuis bleek dat wèl! Vele honderden die onder zijn leiding de zendingscursus met groeiend enthousiasme bezochten, hebben hem al lezend herkend. Voor ieder die niet in de gelegenheid was de cursus te volgen is er nu de mogelijkheid om alsnog kennis te nemen van de grote lijnen. Van harte aanbevolen!

U kunt het boek bestellen bij het Zendingscentrum te Baarn door overschrijving van ƒ 8,95 op giro 21 56 00 met vermelding van „bestelling Over wonderen gesproken”.

De portokosten zullen wij dan voor onze rekening nemen.


Aandacht voor A.A. studenten

Reeds jaar en dag wordt in Nederland missionair werk verricht onder de hier studerende aziatische en afrikaande studenten. Eigenlijk is het werk van het deputaatschap voor A.A. studenten begonnen in 1930, toen de kerk van Rotterdam-Katendrecht zich gedrongen voelde iets te gaan doen voor de achtergebleven „pinda-chinezen”. Toen er echter in de dertiger jaren steeds meer indonesische jongeren in ons land kwamen studeren richtte de aandacht van dit deputaatschap zich al sterker op dit studentenwerk. Vooral de gereformeerde kerken van Leiden, Amsterdam, Den Haag en Rotterdam-Centrum, in wier rayon deze studenten zich concentreerden, gingen zich toen achter dit werk stellen.

In de loop van de jaren gingen ook de classes, waartoe deze stadskerken behoren, hier achterstaan, zodater samenwerkende classes ontstonden, terwijl ook elders in het land verschillende kerken deze arbeid steun gingen verlenen (samenwerkende kerken).

Hoe verblijdend deze samenwerking ook was, toch bleef dit werk rusten op een beperkt aantal kerken en classes, die het jarenlang gedragen hebben, maar die de laatste tijd steeds meer bezwaren maken tegen deze gang van zaken.

Het komt er in de huidige situatie op neer, dat een aantal gereformeerde kerken en classes, buiten het gewone quotum voor de zending, ook nog een jaarlijkse bijdrage voor dit A.A. studentenwerk dienen op te brengen. Wel wordt er jaarlijks aan alle kerken een rondschrijven gezonden met verzoek om een gift voor dit werk. Maar de reacties daarop weerspiegelen duidelijk het vrijblijvend karakter van deze medewerking, zodat er een zekere irritatie optreedt bij de samenwerkende kerken en classes.

Deze vragen zich af, of zij er alleen verantwoordelijk voor gesteld moeten worden; of het billijk is dat juist die kerken en classes, in wier ressort de universiteiten gevonden worden, naast de extra lasten die zij toch al te dragen hebben voor allerlei studentenwerk, ook voor de missionaire arbeid onder A.A.studenten nog eens een aparte financiële bijdrage moeten leveren buiten het gewone zendingsquotum om; zij vragen zich af of dit werk niet een plaats dient te krijgen binnen het kader, waarin de kerken gezamenlijk de financiële lasten er voor dragen.

Voor deze suggestie is alles te zeggen. De billijkheid van hun bezwaren valt moeilijk te ontkennen. Daar komt echter ook nog iets anders bij. Van lieverlede kwamen er niet alleen indonesische jongeren hier studeren, maar meldden zich ook steeds meer studenten aan uit andere landen van Azië, evenals uit Afrika. Daarnaast stuitten we ook op een steeds groeiende groep Surinaamse en antilliaanse studenten. Dit laatste leidde tot een los van de A.A. deputaten staande „Suriname Raad”, waarin niet alleen van hervormde en gereformeerde kant geparticipeerd wordt, maar ook deelgenomen wordt door de Broedergemeente en de Lutherse kerk, die samen daarvoor een aparte missionaire predikant aantrokken.

Hoewel de arbeid onder deze groep dus niet viel onder de zorg van het A.A. deputaatschap, moest er door hen wel een subsidiepost op de begroting voor uitgetrokken worden (f 10.000).

Omdat ook andere lasten van het A.A. deputaatschap stegen, zou dit alles nooit te dragen geweest zijn, wanneer de generale deputaten al niet jarenlang een subsidie voor dit werk hadden gegeven. Maar langzamerhand steeg deze subsidie zozeer dat thans meer dan de helft van het hele budget berust op subsidie van deze deputaten. Dit betekent dus dat dit A.A. werk toch al reeds voor het grootste deel door alle kerken gezamenlijk gefinancierd wordt. Reden temeer dus om het bij de herstructurering ook organisatorisch een plaats te geven in het geheel van het zendingswerk, waar alle gereformeerde kerken samen verantwoordelijk voor zijn.

Een voorstel van generale deputaten om het zo te doen, is door de synode aanvaard, zodat het in de loop van dit jaar verder kan worden uitgewerkt.

Laten we hopen dat dit werk, dat zo’n grote betekenis heeft voor de kerken in Afrika, Azië en Latijns Amerika, door deze nieuwe organisatie een breder plaats mag krijgen in de zorg en het meeleven van al onze kerken.

Wereldgebedsdag 3 maart 1972

Op 3 maart 1972 wordt de jaarlijkse Wereldgebedsdag gehouden. Dit jaar zijn de onderwerpen: „Hoe kan het christelijk geloof levend blijven?” „Migratie uit het Zuiden van Europa naar Noord- en West-Europa en uit andere werelddelen”. „Verhouding tussen ouderen en jongeren”. „Ons dagelijks leven”.

Tot en met 25 februari a.s. kunt u liturgieën bestellen à f 0,40 bij mevrouw G.B. Wierda-Renger, van Trigtstraat 102 te ’s-Gravenhage (tel. 070-240602). Na deze datum alleen telefonisch 020-719500.

Personalia

Dr L. Schuurman is met zijn gezin in december naar Argentinië teruggekeerd om zijn werk als docent aan de Theologische Faculteit te El Palomar voort te zetten.

Ds P. Gilhuis keert deze maand met zijn gezin naar Brazilië terug. Hij wordt daar kadervormingspredikant met als standplaats: Cascavel. Dokter en mevrouw P. Doornenbal keerden in december naar Nederland terug in verband met de oorlogstoestand tussen India en Pakistan en ziekte van dokter Doornenbal. Dokter en mevrouw Doornenbal zijn beiden als zendingsarts verbonden aan het Siloam ziekenhuis te Jalalpur (Pakistan).

Drs K.L. Braber keerde eveneens met zijn gezin in december naar Nederland terug in verband met de oorlog tussen India en Pakistan. Drs Braber is docent in de economie aan het Forman Christian College te Lahore.

Ds P.J. Rozendal is met zijn gezin op 31 januari voor de eerste maal naar Sumba vertrokken. Hij wordt daar kadervormingspredikant speciaal wat jeugdwerk betreft.

Dr Sj. Roosjen wordt volgende maand voor goed in Nederland verwacht. Dr Roosjen is docent in de filosofie aan de Chr. Universiteit te Salatiga.

Ds en mevrouw P.H. van Gilst werden op 6 december jl. verblijd met de geboorte van een zoon: Martijn Johan. Ds van Gilst is godsdienstleraar te Butare (Rwanda).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 1972

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Missionair Panorama

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 1972

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken