Bekijk het origineel

Kritische belangstelling voor het rode en het groene boekje

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kritische belangstelling voor het rode en het groene boekje

10 minuten leestijd

Wanneer in gereformeerde kring gepraat wordt over het rode boekje, wordt daarmee het in rood omslag gestoken rapport 'Kerk in perspectief' van de commissie gemeentestruktuur bedoeld.
Dit rode boekje is nogal in de belangstelling gekomen, het haalde vier drukken, dat wil zeggen dat er 12.000 exemplaren de deur uitgingen. Er zijn 250.000 gereformeerde adressen en enig gecijfer maakt duidelijk dat op zeker één van de twintig gereformeerde adressen van 'Kerk in perspectief' kennis is genomen.
Deze bijzonderheden halen we uit het groene boekje: het in groen omslag gestoken rapport 'Kerk in zuiver perspectief?' van de al genoemde commissie gemeentestruktuur, die daarin verhaalt hoe het met het rode boekje gegaan is.
Een klein onderzoekje naar de spreiding van de verkoop van 'Kerk in perspectief' tot 1 januari 1970 wees uit dat de belangstelling ervoor het grootst was in de stedelijke gemeenten (65 pct. van het totaal). De grote steden nemen hiervan het leeuweaandeel voor hun rekening, maar ook de belangstelling in de provinciesteden is opvallend. Naarmate men dieper het platteland inkomt, wordt de belangstelling verhoudingsgewijs minder.

Contactpersoon
Er waren uit de kerken nogal wat vragen over de rol van de in het rode boekje voorgestelde contactpersoon en daarmee annex naar de verhouding van algemeen en bijzonder ambt. Wat dit laatste betreft, de vragen rondom het ambt zijn door de synode van Sneek 1969-'70 toevertrouwd aan een speciaal studiedeputaatschap en de commissie gemeentestruktuur wil in het groene boekje graag de vraag kwijt 'of het wellicht vandaag een teken is van voortgaande reformatie en van het voortschrijden van de tijden, dat het aksent op het algemene ambt zo sterk aan 't worden is'.
Wat nu het funktioneren van zo'n contactpersoon aangaat, ook dit punt kwam ter synodevergadering even ter sprake. Het komt ons goed voor hier door te geven, wat 'Kerk in zuiver perspectief?' over dit punt schrijft: 'De rol van de kontaktpersoon is het best te benaderen vanuit de gedachte, dat wij als gemeenteleden acht dienen te hebben op elkaar, elkaar niet uit het oog moeten verliezen. Dat gaat in een ingewikkelde samenleving als de onze niet meer vanzelf; daar moeten organisatorische maatregelen voor genomen worden.

Kon vroeger — in een overzichtelijke samenleving — de kerkeraad met name via de wijkouderlingen, de diakenen en de predikant, de gemeente wel aardig overzien — kon later een wijkouderllng met de diakenen een wijk van 30 a 50 adressen nog wel bekijken, tegenwoordig is een aantal van 25 adressen per wijk eigenlijk al aan de hoge kant. Daarom rees de vraag: wat moet er gebeuren? Nog meer ouderlingen en diakenen benoemen?
En dan weer allemaal wijkwerk èn kerkeraadswerk doen?
Of is er een andere weg?
Die andere weg leek ons inderdaad aanwezig (zie 'Kerk in perspektief', pag. 75-83). Wij meenden haar te zien in het aanstellen van een kontaktpersoon per 10 adressen. De taak van deze kontaktpersoon is een zekere radar-funktie ten aanzien van die 10 adressen. Hij tracht attent te zijn op een manier, die van adres tot adres kan verschillen. Voor sommigen zal een intensief kontakt op prijs gesteld worden, anderen hebben er genoeg aan te weten wie de kontaktpersoon is, maken wel kontakt met hem of haar als daarvoor aanleiding is, en weer anderen zullen hem b.v. eenmaal per jaar willen ontvangen.
De kontaktpersoon oefent als het ware alle bedoelingen van de kerk ten aanzien van de hem toevertrouwde adressen uit, voorzover ze liggen in het vlak van persoon tot persoon, zolang er geen speciale aandacht van de kerk nodig is. Hij houdt de blok- of wijkouderling met wie hij samenwerkt van bijzonderheden op de hoogte en overlegt met hem (en met het adres!) of de kontaktpersoon zelf of de blokof wijkouderling of een speciaal daarvoor geschikte ouderling of de predikant het kontakt zal voortzetten. De kontaktpersoon heeft geen andere verantwoordelijkheid dan die 10 adressen; hij draagt namelijk geen kerkeraadsverantwoordelijkheid. De wijkouderling heeft in zijn wijk (van 50 adressen bv.) alleen verantwoordelijkheid ten opzichte van de bijzonderheden die aan hem zijn doorgegeven. Hij bezoekt ook niet alle adressen (dat doen immers de kontaktpersonen); hij bezoekt de adressen in bijzondere situaties, die hij via de kontaktpersonen doorkreeg: hij is immers bijzonder ambtsdrager.
De rol van de kontaktpersoon is dus een overzicht te hebben van een klein aantal adressen in vormen die van adres tot adres verschillend kunnen zijn; open oog te hebben voor bijzonderheden die zich voordoen en die door te geven; in het oog te houden welke bijdrage men kan geven aan het werk van de kerk in de samenleving; en ook uitgaande van de hem of haar toevertrouwde adressen acht te geven op degenen die niet tot de kerk behoren, maar voor wie de kerk open oog moet hebben. De ongedifferentieerde taak die de kontaktpersoon op kleine schaal verricht, vormt het patroon, het kader waarin het gedifferentieerde en gespecialiseerde werk van anderen zinvol kan funktioneren'.

Kategoriaal
Bepaalde begrippen, voorkomend in het rode boekje, wekken ook emoties op. Dat is het geval met het begrip kategoriaal, zo kan men lezen in het groene boekje, dat zich daarom haast nog eens uit te leggen wat de commissie gemeentestruktuur bedoelt, nl. vooal niet een pleidooi te voeren voor kategoriale gemeenten als vaste groepen mensen. 'Kerk in perspectief' heeft groepen, die voortdurend en terwille van zichzelf bestaan, zelfs zeer nadrukkelijk afgewezen en een gevaar voor het kerkelijk leven genoemd.

Het rode boekje was alleen dan voor kategoriale groepsvorming 'zolang en voorzover een bepaalde bedoeling van de kerk binnen een bepaalde groep beter gerealiseerd kan worden dan in de héle gemeente'.
'Kerk in zuiver perspectief?' licht nogmaals toe: 'Deze groepen zullen vaak een tijdelijk karakter hebben, nl. zolang een bepaalde gemeenschappelijke situatie van belang is of een bepaald probleem bestaat; ze zullen altijd open moeten zijn naar de hele gemeente en zullen zich altijd hun beperktheid bewust moeten zijn.
Het kan, zo stelt het rapport, b.v. van belang zijn dat mensen die in een bepaalde situatie leven (bedrijf, rekreatie, ziekte, militaire dienst enz.) in die situatie samenkomen als (deel van de) gemeente, dat ze in die situatie de boodschap van het evangelie trachten te verstaan en te verkondigen en dat ze in die situatie door viering van het avondmaal in hun geloof gesterkt worden. Dat kan een onderlinge verbondenheid geven in een gemeenschappelijke situatie, waarbij men gemeenschappelijke verantwoordelijkheid draagt. Deze verbondenheid kan heel de gemeente ten goede komen als zo'n op dat moment kategoriale (deel) 'gemeente' zich haar funktie in het geheel bewust is en haar bestaan als (deel) 'gemeente' niet tracht te handhaven en te kultiveren. M.a.w. in de kategoriale groepen gaat het niet om een opsplitsing van de gemeente, maar om het feit, dat men in wisselende situaties en omstandigheden aan het gemeente-zijn vorm kan geven, mede ten dienste van het geheel.
Dezelfde mens kan vandaag in een rekreatie-situatie met de ene groep mensen, morgen in een ziekenhuissituatie, weer een andere keer in een weekendkonferentie of in een werkgroep met totaal andere mensen het gemeente-zijn beleven. Intussen blijft men lid van de 'eigen' gemeente, maar funktioneert op een bepaald moment in een kategoriale vorm van gemeente-zijn.

Verwijt niet terecht
Een punt dat niet nadrukkelijk in de synodale discussie ter sprake kwam, maar toch wel steeds — in en buiten de synode — meespeelt is de vraag of wij ons heil niet te veel van nieuwe vormen en andere strukturen verwachten. Het komt toch aan op verandering van ons hart, op een geestelijk opwekking, een reveil?

Aan de commissie gemeentestruktuur is, ook blijkens het rapport van de synodale commissie die de behandeling van 'Kerk in perspectief' en 'Kerk in zuiver perspectief?' had voorbereid, — aan de commissie gemeentestruktuur is ook het verwijt gemaakt dan er ten aanzien van de kerk wel belangrijker vragen aan de orde zijn dan vragen betreffende de kerkstruktuur.
Prof. dr. J. Firet, de woordvoerder van de synodale commissie, schrijft in het commissierapport hierover:

'Blijkens een discussiestuk dat op een vergadering van onze commissie besproken werd achtte iemand het 'veelzeggend, dat in alle talen gezwegen wordt over het seculariseringsproces ook in het hart van de kerkleden; over de biddeloosheid ook van de huidige christenmens; over de verdringing van de vraag naar God door het trotse zelfbewustzijn van menselijk kennen en kunnen; over de afstomping voor de diepste dimensies van leven en wereld waarvan Gods Woord getuigt; over de verveling van het leven die dodelijk is voor iedere vorm van geestelijke concentratie. In verband hiermee wordt geen enkele handreiking geboden om te voorzien in deze diepste noden welke het hart van de kerk levensgroot bedreigen'.
Bij overweging van dit bezwaar werd ons echter duidelijk, dat op dit punt de commissie gemeentestruktuur niet terecht een verwijt gemaakt kan worden. De activiteiten van deze commissie hangen samen met een besluit, door de generale synode van 1955 genomen, om na te gaan 'hoe het over het algemeen met het geestelijk leven en het kerkelijk besef in onze kerken gesteld is, van mogelijke inzinkingsverschijnselen de oorzaken op te sporen, na te gaan welke middelen hiertegen zouden kunnen worden aangewend en tevens te overwegen of en zo ja hoe de organisatie van het kerkelijk leven meer in overeenstemming met de eisen van de tijd dient gebracht te worden'.

Besluit
Tenslotte laten we hier de tekst van de synodale beslissing volgen. In besluit onder nr. 2 is sprake van 'kritische belangstelling'; het woordje kritisch stond niet in het voorstel van de commissie-Firet, maar de synode wilde het er graag bij hebben: men vreesde dat anders alle in de rapporten van de commissie gemeentestruktuur gedane suggesties geacht zouden worden, synodaal geijkt te zijn.

De synode overweegt:

1. De vragen met betrekking tot de struktuur van de kerk zijn voor het kerkelijk leven van wezenlijke betekenis.

2. In deze tijd van ingrijpende en snelle veranderingen in kerk en samenleving en in de relatie tussen die beide moet aan deze vragen bijzondere aandacht worden geschonken.

3. Verschillende kerken zijn met herstruktureringsvragen bezig en hebben daarbij behoefte aan en vragen om voorlichting en begeleiding.

4. De rapporten Kerk in Perspektief en Kerk in Zuiver Perspektief bevatten verschillende gedachten, aanwijzingen en suggesties, die van betekenis zijn voor de bezinning op de vragen met betrekking tot de struktuur van de kerk.

De synode besluit:

1. De commissie gemeentestruktuur te danken voor de door haar verrichte arbeid.

2. De rapporten Kerk in Perspektief en Kerk in Zuiver Perspektief in de kritische belangstelling der kerk aan te bevelen.

3. De kerken op te wekken, gebruik te maken van de suggesties in deze rapporten met betrekking tot signaleren en inventariseren.

4. Aan de Contactraad Gemeente-opbouw op te dragen:

a. een projektgroep gemeentestruktuur te vormen, welke tot taak zal hebben de bezinning op de problematiek van de gemeentestruktuur voort te zetten en de resultaten van deze bezinning in te brengen in de deputaatschappen die erin vertegenwoordigd zijn, zodat deze zo nodig daarover aan de synode kunnen rapporteren;

b. de plaatselijke kerken algemene voorlichting in deze zaak te geven en zo mogelijk via de bestaande bureaus van advies te dienen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1972

Kerkinformatie | 20 Pagina's

Kritische belangstelling voor het rode en het groene boekje

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1972

Kerkinformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken