Bekijk het origineel

Missionair Panorama

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Missionair Panorama

11 minuten leestijd

Technisch onderwijs voor Kluten

Klaten is een stad van ongeveer 800.000 inwoners op Midden-Java. Daar leven enkele duizenden christenen. Er zijn twee kerken, waar zondags vele diensten worden gehouden. Verheugend is vooral dat daar veel jongeren komen. Het is een bloeiende gemeente.

Dat komt ook uit in een actieve christelijke gemeenschap. Men zorgt er goed voor het onderwijs. Een gezamenlijk bestuur beheert daar in totaal 17 christelijke scholen, waar het evangelie wordt uitgedragen. Deze scholen hebben ter plaatse een heel goede naam. Maar dat is niet alles, het schoolbestuur kent zijn verantwoordelijkheid en beseft dat het ook noodzakelijk is dat men door dit onderwijs in staat moet worden gesteld na de schoolperiode zijn brood te kunnen verdienen. Eén van de onderwijsvormen die hier iets aan kan doen is het beroepsonderwijs. Een goed geschoolde kracht is in staat zijn brood te verdienen. Maar helaas is technisch-on-derwijs duur en de enige technische school heeft een zeer erbarmelijk onderdak.

Midden-Java, een gebied iets groter dan de provincies Noord- en Zuid-Holland samen, moet ± 26 miljoen mensen werkgelegenheid en voedsel geven. De bevolking is overwegend agrarisch ingesteld. De bevolking zou er mee gediend zijn een goede beroepsopleiding te verkrijgen. Midden-Java zal moeten industrialiseren, om al die monden te kunnen voeden. Hiervoor zijn technici nodig, maar die moeten eerst worden opgeleid.

Zoals bekend zijn technische scholen erg kostbaar. Een school voor ongeveer 550 leerlingen kost hier gauw een vijf à zes miljoen gulden. Men was in Klaten niet in staat zelf voldoende middelen bij elkaar te brengen om zo’n school in te richten, ondanks het feit dat een school daar maar één tiende gedeelte hoeft te kosten van wat een nederlandse school kost. Daarom hebben twee nederlandse onderwijs-organisaties, te weten de VCLBO en de CBO deze school geadopteerd. (VCLBO = Ver. Chr. Leerkrachten Beroeps Onderwijs en CBO = Besturenbond Chr. Beroeps Onderwijs).

Met gezamenlijke inspanning van leerlingen, leraren en besturen is onder de naam „Toon je hart eens” geld bij elkaar gebracht om de school in Klaten te steunen. Dit project is zo goed aangeslagen bij de deelnemende organisaties, dat binnen één jaar ruim f 100.000,– bij elkaar werd gebracht voor de STM (middelbare technische school).

Zoals met dit soort projecten mogelijk is, is via het Zendingscentrum te Baarn, door het schoolbestuur in Klaten een aanvraag bij het ICCO (Interkerkelijke Coördinatie Commissie Ontwikkelingsprojecten) ingediend om het gehele schoolbouw-project inclusief inventaris, mede te financieren uit door de nederlandse regering ter beschikking gestelde gelden voor ontwikkelingshulp. Totaal is voor het gehele project ruim f 600.000,– nodig. Tot onze grote vreugde is in november 1972 bericht ontvangen dat de nederlandse regering inderdaad bereid is aan dit project mee te betalen. Daarmee is in feite ieder ingebracht kwartje aan eigen geld een gulden geworden, omdat de eigen inbreng 25 procent van het totale bedrag is, 75 procent komt van de regering. De aanvraag is snel gehonoreerd, o.a. omdat de aanvraag voor medefinanciering zo goed was voorbereid. In overleg methet schoolbestuur uit Klaten hebben twee onderwijsdeskundigen van zending en werelddiakonaat een bezoek gebracht aan de school ter plaatse en hebben daar een uitgebreide studie van de situatie gemaakt. Op grond van de verzamelde gegevens is toen in overleg met het schoolbestuur de aanvraag voorbereid, met bovengenoemde gunstig gevolg. De ontwikkeling van dit project zou wat dit betreft, model kunnen staan voor andere projecten. Op deze wijze is een direct contact omgezet in directe daden.

Inmiddels is met de bouw van de school begonnen. Velen werken hieraan mee. Het ontwerp voor het gebouw is door medewerkers in Klaten gemaakt. Samen met een begeleidingscommissie uit Nederland, ingesteld door zending en lerarenorganisatie, wordt van maand tot maand bijgehouden hoe ver de vorderingen van de nieuwbouw zijn. Bovendien zijn hier in Nederland al de eerste machines besteld en is een gedeelte van het benodigde gereedschap reeds in Indonesië aangekomen.

U begrijpt dat er veel werk aan zit om al die correspondentie te verrichten. Bovendien moet het meeste nog vertaald worden ook. Ook hiervoor wordt in Baarn veel werk verzet.

De hulp die geboden wordt is niet alleen van financiële aard. Er is nog steeds een zeer intensief contact met het schoolbestuur. Via dit contact worden leerplannen ontwikkeld en is er reeds een hoeveelheid leerstof voorbereid. Er is een compleet boek gemaakt in samenwerking met de heer Heijnes die als leerkracht in de tropen gewerkt heeft. Dit boek is in het indonesisch vertaald en gedrukt en wordt reeds gebruikt.

Ook is de lerarenopleiding ter hand genomen, waardoor, niet alleen de les- en leermiddelen goed verzorgd zijn, maar er ook vakbekwame docenten komen, die de lessen kunnen geven. Al met al een stuk samenwerking dat er zijn mag.

De vaak geuite klacht: „We weten niet waar ons gegeven geld blijft”, geldt zeker niet voor dit project. De leerlingen van in totaal 75 scholen en de honderden leerkrachten en bestuursleden van het nederlandse beroepsonderwijs weten wat voor resultaat hun actie heeft opgeleverd. Dit is zeer verheugend.

Door het christelijke karakter van het onderwijs, zal deze nieuwe school, een zegenrijke invloed kunnen uitoefenen op het leven in Midden-Java, zowel wat betreft de materiële, als de geestelijke kant. Door bundeling van krachten is het werk van onze Heer gediend.

Conferentie van het VZT

De jaarlijkse conferentie van het Vrouwenzendingsthuisfront vindt plaats op 6 en 7 maart. Hoofdthema zal zijn „het gesprek met de ander.” Met die ander wordt de vrouw en de man bedoeld die niet tot het christendom behoren. Er zal dus gesproken worden over de verhouding van het christendom tot de andere godsdiensten. Het onderwerp richt zich echter niet op dingen die ver weg gebeuren. Het wordt juist toegespitst op de ontmoeting met bijvoorbeeld de islamiet die we in eigen land kunnen ontmoeten. Inleider is prof. dr D.C. Mulder.

Omdat een groot aantal dames niet in staat is om twee dagen van huis te zijn besloot het algemeen bestuur van het VZT om dit jaar ook weer een „ééndagsconferentie” te beleggen en wel op 10 mei. De nieuwe conrector van het Hendrik Kraemer-Instituut dr D. Bakker zal daar over hetzelfde onderwerp spreken. De totale kosten voor de tweedaagse conferentie bedragen 33 gulden, die van de ééndagsconferentie 11 gulden. Dames kunnen zich aanmelden door alvast 5 gulden te storten op giro 6312 van het landelijk comité VZT te Harderwijk met vermelding van: VZT-conferentie.

Bijéén vierde eerste lustrum

Bijéén, het maandblad dat eenheid bracht in de verscheidenheid van rooms-katholieke missieorganen, heeft zijn eerste lustrum gevierd. Toch keek de redactie van dit blad, dat nu ongeveer 80.000 betalende abonnees telt niet achteruit. Integendeel, bestuur en redactie belegden een bijeenkomst op woensdag 21 februari in het Congrescentrum te Utrecht. Daar sprak drs R. van Rossum, lector in de missiologie aan de universiteit van Nijmegen over missionering in de komende decennia. Vooral kwam aan de orde wat in protestantse kring genoemd wordt „zending op zes continenten” en wat Bijéén noemt „vanuit vier windstreken het volk Gods bijeen brengen.”

Kerkdiensten in Batakland

Vorig jaar wijdde ZD een artikel aan een kerkdienst op Soemba. Als men de plaatsnaam verwisselt voor een bataks dorp op Sumatra, zou het artikel opnieuw geplaatst kunnen worden, schrijft ds H.C. Verdun uit Pematang Siantar. Toch geeft hij een geheel eigen beschrijving van het kerkelijk leven in Noord-Sumatra:

Een bataks kerkgebouwtje is opgetrokken uit ruwe met de hand gezaagde planken. Een enkel kerkje heeft een stenen muurtje van een meter. En hier en daar vind je nog een kerkje dat bestaat uit bamboematten op een houten frame. De vloer bestaat uit hard aangestampte aarde.

Het dak is van „golf-zink” en bij het bamboekerkje uit gedroogde palmbladeren. De kerkeraad zit op echte banken, of soms op rotanstoelen. Een ruwe houten tafel dient voor doop en avondmaal.

De predikant doopt uit een eenvoudig diep soepbord. Het water wordt erin geschonken uit een stenen theepot. Een zilveren avondmaalsstel van één gemeente gaat overal met ds Verdun mee. In Parlilitan, toen twee predikanten tegelijk sacramenten bedienden, werd er ook avondmaal gevierd van een eenvoudig bord en uit een gewoon drinkglas. Als er geen brood te krijgen is gebruikt men biscuit; als er niet genoeg wijn is, wordt de aanwezige wijn verdund met water.

De grootste gecombineerde dienst die hij de laatste maanden leidde telde 75 personen (de kinderen niet meegerekend), maar het gemiddelde is ongeveer 25 of 30. De baby’s die gedoopt moeten worden zijn in de kerk aanwezig, maar de andere kleine kinderen spelen meestal buiten. Pas vanaf negen of tien jaar doen de kinderen mee in de dienst, maar ds Verdun vermoedt dat het merendeel van deze kinderen ook lang niet altijd in de dienst is.

Ds Marto heeft aan de evangelisten de richtlijn gegeven dat men ernaar moet streven de jeugd belijdenis te laten doen op de leeftijd dat ze volgens de indonesische wet volwassen zijn, dat is 17 jaar voor het meisje en 18 jaar voor de jongen. Toch zijn er reeds belijdende leden van dertien jaar en zelfs een ouderling van twintig. Maar dat is een uitzondering.

In de kerkdienst volgt men de liturgie die in de jaren vijftig gangbaar was in de Gereformeerde Kerken in Nederland. Alleen de formulieren zijn danig ingekort. Toch is zelfs nu nog het aanhoren van vier formulieren in één dienst (doop, belijdenis, avondmaal en bevestiging van ambtsdragers) voor de meeste leden teveel.

Alleen de kerkeraadsleden hebben doorgaans een bijbel en gezangenbundel. De gewone gemeenteleden zingen uit het hoofd.

De jeugd kan lezen, maar heeft niets om te lezen. Toen de zendingspredikant aan enkele belijdenis catechisanten een eenvoudig boekje met bijbelse verhalen gaf, werd het ter plaatse en terstond gelezen.

In de afgelopen vier maanden heeft ds Verdun in alle batakse gemeenten en kringen binnen zijn rayon de sacramenten bediend. Dit was mogelijk door de leden van de allerkleinste kringen met zijn Landrover te vervoeren naar de dichtsbijzijnde gemeente. Zo konden gecombineerde diensten gehouden worden. Ook hebben gemeenten zelf goed meegewerkt door waar mogelijk twee diensten op één zondag te houden, bijvoorbeeld om acht uur ’s morgens en om vier uur ’s middags. Voorts zijn enkele kringen zelf bij elkaar gekomen, hoewel dat voor sommige leden twee à drie uur lopen betekende.

De eerste nood voor de sacramentsbediening is nu gelenigd en de gelederen van verschillende kerkeraden zijn weer versterkt. Toch hebben deze diensten ds Verdun ook veel onbehagen gegeven. De kortste dienst duurde twee uur, de langste drie en een half uur. Dat is ook in deze samenleving veel te lang. Men kan hier wel drie en een half uur rustig zitten, maar ook deze mensen nemen na een uur toch niets meer in zich op, schrijft hij. De dienst wordt daardoor een formaliteit, waarbij de gemeente meer belang hecht aan het feit dat de dienst plaats vindt, dan aan wat er plaats vindt.

Hoe het anders zou kunnen of moeten is iets waar deze predikant zich in dit nieuwe jaar ook mee bezig zal houden. Enkele dingen zijn echter reeds duidelijk.

Er moet lectuur komen. Het beschikbaar stellen en propageren van bijbels, gezangenbundels en goede eenvoudige bijbelse en christelijke lectuur moet hand in hand gaan met het kaderwerk, anders zullen er zijns inziens geen resultaten zijn voor gemeenteopbouw op langer termijn.

Er moet een kerkboekje komen. Zowel kerkeraadsleden als gewone gemeenteleden zouden veel profijt hebben van een eenvoudig kerkboekje waarin de liturgische formulieren voor doop en belijdenis zijn opgenomen in de eigen taal. Op het ogenblik beschikken alleen de evangelisten over een soort dictaatschrift. Verder zou in zo’n boekje liturgische en andere kerkelijke informatie kunnen worden gegeven, eventueel uitgebreid met een vijftigtal psalmen en gezangen, zodat men niet alleen op de bekende liederen is aangewezen. De Kerk van Lampong heeft al met succes een eenvoudig, goedkoop bundeltje javaanse en indonesische psalmen en gezangen uitgegeven.

Ook is er een catechisatieboekje nodig met een handleiding afgestemd op de indonesische situatie. Ds De Zwart heeft zoiets in voorbereiding op Midden-Java, maar daar hebben ook de kerken op Noord-Sumatra grote behoefte aan.

Weekeinde voor jongeren

Op het Zendingscentrum wordt zaterdag 31 maart en zondag 1 april een weekendconferentie georganiseerd voor jonge mensen. Het thema wordt: Kerk-zijn in 1973, een uitdaging. Spreken zullen zijn drs G.P. Nooteboom, die onlangs uit Indonesië terugkeerde, en ds Radja Haba, tot voor kort rector van de theologische hogeschool op Timor. De kosten bedragen 35 gulden. Opgave richten aan: afdeling publiciteit van het Zendingscentrum, Wilhelminalaan 3 te Baarn. De plaatsruimte is beperkt. Jongeren kunnen zich ook telefonisch opgeven. Het nummer is 02154-4051.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Missionair Panorama

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken