Bekijk het origineel

kerk een maatschappelijk welzijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

kerk een maatschappelijk welzijn

8 minuten leestijd

17 februari 1973 was er feest in Eindhoven. Het bestuur van de stichting sociale arbeid in het Zuiden herdacht het 20-jarig bestaan van de stichting.

Over de twee woorden in de titel van deze inleiding moeten eerst een paar dingen nuchter geconstateerd worden.

De kerk

Vroeger was de kerk een factor van centrale betekenis in de samenleving. Velen voelden zich er aan verbonden. De autoriteit van de kerk werd door iedereen erkend. Xij was een integrerende, gemeenschapsvormende macht. Die situatie is voorbij, de kerk is een randverschijnsel geworden en het zijn slechts minderheidsgroeperingen die de kerkelijke gemeenschap vormen.

De kerk gaf door middel van het diakonaat veel zorg aan het menselijk bestaan en aan het welzijn. Dat kwant tot uitdrukking in armenzorg, ziekenzorg, zorg voor wezen en bejaarden. Zelfs onderwijs en huisvesting werden door het diakonaat verzorgd. Dat alles is een eigen leven gaan leiden. Ook buiten de kerk ontwikkelen deze takken van zorg zich, het kerkdijk diakonaat is daarvoor nauwelijks of niet meer nodig.

Maatschappelijk welzijn

Het maatschappelijk welzijn van de mens wordt niet bepaald door wat het diakonaat of de maatschappelijke dienstverlening doen. Dat welzijn wordt door een veel breder veld van aktiviteiten en omstandigheden bepaald. Het gaat om de vraag hoe de mens in de maatschappij waarin hij leeft tot ontplooiing kan komen.

Ik zie dan drie concentrische cirkels. De buitenste omvat het terrein van de ruimtelijke ordening en het milieubeleid. De middelste cirkel omvat de verbanden waarin de mens leeft, b.v. de organisaties waarvan hij lid of bestuurslid is; daartoe behoort ook de kerk. De kleinste cirkel omvat de persoonlijke omstandigheden van de mens, die voor ieder individu een andere betekenis hebben. Ik denk daarbij aan het gezin waarin hij leeft, het huis waarin hij woont, het werk waarin hij al of met voldoening vindt, zijn kennissenkring. Deze macro-, meso- en micro milieus zijn bepalend voor het maatschappelijk welzijn van de mensen.

Hoe zijn nu Kerk en Maatschappelijk Welzijn aan elkaar te verbinden?

De Kerk en met name het diakonaat denkt daar al lang over na.

Het diakonaat is niet meer beperkt tot de door traditie als „diakonaal” bestempelde taken, het beperkt zich niet tot het handelen ten behoeve van mensen in nood. Taak van het diakonaat is ook het signaleren aan Kerk en Overheid van wat er in de maatschappij gebeurt. Dat staat in de Ordinantie voor het diakonaat. Het diakonaat moet overheid en kerk waarschuwen als ergens het welzijn in de knel komt. Dal blijft nog curatief. Ook moet het diakonaat aangeven hoe het welzijn bevorderd kan worden. Dat werkt preventief.

Het diakonaat is ook niet, „wat de diakenen doen”. In de Ordinantie staat dat de gemeente in al haar leden geroepen is en dat de diakenen daarvoor voorbeeld en leiding geven. Zij zijn de pioniers, de voortrekkers. Als de tros, de gemeente niet volgt, staan ze geïsoleerd en machteloos.

Ongeveer zesduizend diakenen in de Hervormde Kerk worden reeds enige jaren door voorlichting, vorming, maar vooral door hun werk in de praktijk betrokken bij een ontwikkeling. Die ontwikkeling is, dat het diakonaat van instituut voor armenzorg groeit naar een instrument voor het sociaal functioneren van de gemeente. Ik zie dus twee ontwikkelingslijnen.

Twee ontwikkelingslijnen

De eerste gaat van zorg voor individuele noden naar aandacht voor de strukturen en de ontwikkelingen in de maatschappij. Daarbij hoort ook het opzetten en begeleiden van maatschappelijke voorzieningen.

De tweede lijn is die van „de duiken doet het” naar „Jeden vun de gemeente doen het”. De diakenen geven daarbij voorlichting en leiding. Hel is dus niet meer de gemeente die de arbeid van de diakenen draagt, maar het zijn de diakenen die de arbeid van de gemeente en haar leden dragen.

En nu zegt de overheid: „doe mee aan de opbouw van de samenleving, help mee aan het bevorderen van het maatschappelijk welzijn”. Dat is de z.g. „tweede functie (F.2). die formeel omschreven wordt als het bevorderen van een bijdrage tot de doeleinden van de samenlevingsopbouw. Daar is de Stichting Sociale Arbeid in het Zuiden reeds in 1960 mee begonnen. Toen werd al een maatschappelijk werk adviseur voor dit doel aangesteld.

De overheid gaat dat nu erkennen en subsidiëren. Het is weliswaar mondjesmaat, maar het principe besluit van de erkenning is er en laten we daar dankbaar voor zijn. Natuurlijk is één funktionaris per F.2-orgaan te weinig. Maar laten wij ons met blind staren op de gesubsidieerde, gesalarieerde funktionarissen. Wij hebben een veel groter leger van „funktionarissen” nl, de diakenen en de hele gemeente. Daarmee zullen wij het aandeel in de welzijnszorg vanuit de kerkelijke gemeenschap moeten waar maken. Voor die uitdaging wordt de kerk door de overheid geplaatst.

Verschillende mogelijkheden

De gemeente en de diakenen kunnen op drie manieren die uitdaging tegemoet treden:

Ten eerste kan men de zelfwerkzaamheid in de onderlinge hulpverlening realiseren. Daarvoor is nodig kennis van de noden en behoeften die er in de samenleving zijn. Ook vraagt het originaliteit en inventiviteit van de leden van de gemeente.

Ten tweede kunnen gemeente en diakenen zich garant stellen voor een bijdrage aan het maatschappelijk welzijn. Die bijdrage kan drieërlei zijn, nl. in geld (b.v. als een dorpshuis of een jeugdhonk het financieel niet bolwerken), in mensen (vanuit de kerkelijke gemeenschap wil men tijd en verantwoordelijkheid geven aan een maatschappelijke voorziening) en in ideeën (er kan ingebracht worden welke gevoelens, behoeften en oplossingen in de eigen gemeenschap aanwezig zijn).

In de derde plaats kunnen gemeente en diakenen een thuisfront vormen. Daarin kunnen mensen worden gemobiliseerd, gestimuleerd en begeleid. Als deze mensen worden geworven en afgevaardigd in allerlei organisaties dan mogen ze niet geisoleerd worden uitgestuurd, maar dan moeten zij een thuishaven in de gemeente vinden om bij te tanken.

Hoe komen we aan diakenen?

Hoe komen we aan gemeenteleden die zich beschikbaar willen stellen?

Om mensen te werven moet men weten wat hen motiveert. Waarom wordt iemand bestuurslid? Ik zie een aantal positieve motieven:

— Iemand voelt zich betrokken bij het werk, wil zich daarvoor inzetten en een bijdrage leveren.

— Iemand wil iets „pro Deo” doen (een toepasselijke term in kerkelijk verband!).

— Iemand wil zijn talenten beschikbaar stellen, verantwoordelijkheid dragen voor een deeltje van de samenleving.

— Iemand wordt overgehaald en kan voor zijn fatsoen niet weigeren.

Met dit laatste motief gaan wij al over naar de meer negatief getinte motiveringen:

— Iemand heeft behoefte aan een zinvolle vrije-tijds-besteding.

— Er wordt gezocht naar een tegenwicht tegen onbevredigende beroepsarbeid.

— Compensatie wordt gezocht omdat men elders niet aan bod komt.

— iemand heeft behoefte aan erkenning.

— Iemand heeft meer of minder geldingsdrang.

Vanuit de organisatie, het bestuur, en dat geldt ook voor funkties in de kerk als diaken of ander lid van de kerkeraad, is het mogelijk om mensen die men wil werven een positieve motivering te geven.

Daarvoor is nodig dat volstrekte duidelijkheid wordt gegeven

— omtrent het doel van de instelling:

— over wat van de betrokkene wordt verwacht;

— om welke kwaliteiten of deskundigheden betrokkene wordt gevraagd:

— hoe bij afvaardiging in een andere organisatie de relatie met het eigen achterland zal worden onderhouden.

Nu moeten gemeenteleden en diakenen op weg om vanuit de Kerk het Maatschappelijk Welzijn te bevorderen door bijdragen te leveren aan de doeleinden van de samenlevingsopbouw. Dat is een exodus. Het is n.l. een uittocht uit de beschermende en besloten omgeving van de kerk en de diakonale instellingen naar de woestijn van de wereld. De overheid daagt ons daartoe uit en geelt ons een klein instrumentje in de F.2-funktie.

Wij mogen echter weten dat wij een veel Groter Instrument hebben: „De Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en Zijn leven te geven als losprijs voor velen”.

Daar ligt het begin van de theologie van het diakonaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1973

Diakonia | 32 Pagina's

kerk een maatschappelijk welzijn

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1973

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken