Bekijk het origineel

Toch een kerk in China

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Toch een kerk in China

5 minuten leestijd

China houdt zich niet langer verscholen achter het bamboegordijn. Het bezoek van Nixon aan Peking heeft tot gevolg gehad dat ook anderen nu dit geïsoleerde land hebben kunnen bezoeken. Een van hen was dr John R. Fleming, lector aan de theologische faculteit van de St Andrews Universiteit in Schotland. Hij is een oud-zendingspredikant die in 1938 zijn werk in China begon en het moest verlaten toen de communisten de macht overnamen. Hij bracht onlangs weer een bezoek aan Peking en ontdekte dat de kerk toch nog bestaat.

Er worden in China weer kerkdiensten gehouden, ook al worden ze maar bezocht door weinigen. Ik woonde zo’n dienst bij in het vroegere bijbelhuis van het opgeheven bijbelgenootschap van China. Daar mag nu één van de vier kerken van Peking gebruik van maken.

De dienst begon om half tien, maar ik was er al om negen uur. Dat stelde me in staat een kort gesprek te hebben met ds K’an Hsüeh-Ch’ing, de jongste van de twee predikanten die aan die gemeente verbonden zijn. Bij het gesprek was ook een vrouw aanwezig, Wang Yü-hua, plaatsvervangend algemene secretaris van de Drie Maal Zelf Beweging van de Christelijke Kerk van Peking. Deze organisatie werd in 1950 door de staat in het leven geroepen om alle kerken te omvatten. Kerken die weigerden werden gesloten en hun voorgangers en vaak ook veel leden werden gevangen genomen.

Ds K’an is 45 jaar. Hij werd opgeleid aan het methodistisch seminarium van Peking. Dat bestaat niet meer. Eerst verenigde het zich onder dwang met het Verenigd Seminarium van Yenching en later, in 1961 vond een tweede fusie plaats met het Chin Ling seminarium van Nanking.

De tweede predikant, de 62-jarige ds Yin Chi-tseng leidde de dienst. In de liturgie ontbrak de verkondiging geheel en al. De dienst bestond uit groet en votum, veel zingen, veel Schriftlezingen, het gezamenlijk opzeggen van de apostolische geloofsbelijdenis, het gezamenlijk bidden van het Onze Vader en de viering van het avondmaal. De gemeente was maar heel klein en bestond voor een groot deel uit buitenlanders. Behalve ik was er nog een jonge Engelsman van de Britse ambassade, een echtpaar van de ambassade van Sierra Leone met kinderen en één Chinees echtpaar plus de pianiste. Na de dienst nodigden de beide predikanten mij uit om in een zijkamer met hen thee te drinken en het gesprek voort te zetten. Volgens ds Yin werden de vele kerken en kerkjes van Peking in 1958 van bovenaf gedwongen om zich te verenigen tot de Christelijke Kerk van Peking. Dat gebeurde ook in andere steden. De meeste kerkgebouwen werden door de staat overgenomen en slechts vier kerken, in het noorden, oosten, zuiden en westen van de stad, mochten voortaan gebruikt worden. Tijdens de culturele revolutie van enige jaren geleden werden ook die kerken gesloten. Pas na pasen 1972, toen er enig uitzicht kwam op een nieuwe politiek ten aanzien van de Verenigde Staten mochten de diensten in de Oostkerk weer hervat worden.

De predikanten, en met hen verschillende kerkewerkers, leiden in Peking niet alleen verschillende diensten op zondag, maar ook door de week, omdat veel mensen op zondag moeten werken. Soms bestaat zo’n dienst alleen uit Schriftlezing en meditatie, soms uit de viering van het avondmaal, soms ook alleen uit gebeden voor de gemeenteleden.

Sinds de culturele revolutie is de preek afgeschaft, omdat die „te subjectief” zou zijn. Ook werd een einde gemaakt aan het huisbezoek. Wel bezoeken predikanten van tijd tot tijd de zieken. Alle kerkewerkers moeten lichamelijke arbeid verrichten. Ze werken op het land, in boomgaarden of in fabrieken. Hun inkomen wordt aangevuld uit bijdragen van gemeenteleden en vanuit kerkelijke fondsen die „op de bank staan”. Ik kon er niet precies achter komen wat daarmee werd bedoeld. Misschien hebben de kerken toch een bepaald bedrag van de staat ontvangen als schadevergoeding voor de in beslag genomen kerkgebouwen. De salarissen worden uitbetaald door het hoofdkwartier van de kerk.

Toen ik vroeg of er ook theologische lectuur bestond, antwoordde een van de predikanten: „Er bestaat geen nieuwe theologische lectuur. Maar we hebben wel de bijbel en daaruit leven wij.”

Toen ik vroeg welke invloed de culturele revolutie heeft gehad op de kerk was het antwoord, dat het politiek bewustzijn van de kerkewerkers verdiept is en er nu een groter begrip bestaat voor nationale problemen.

Ik vroeg ook nog of de laatste tijd mensen gedoopt waren, maar kreeg te horen dat de laatste doopdienst gehouden was met pasen 1966. Ook waren er geen theologische kandidaten, voorzover deze predikanten wisten. Maar daar moest ik in Nanking maar naar informeren als ik een bezoek bracht aan het seminarium. Ik was helaas niet in de gelegenheid om Nanking te bezoeken.

Hoeveel christenen zijn er in China? De laatste kerkelijke statistieken dateren uit 1958. Toen waren er nog acht- à negenhonderdduizend protestanten. Hoeveel er nu zijn is me niet duidelijk geworden. Maar dat er christenen zijn in China en dat de kerk nog bestaat, hoe moeizaam en hoe klein ook, heb ik met eigen ogen gezien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Toch een kerk in China

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken