Bekijk het origineel

De straf van de koning

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De straf van de koning

Voor de jeugd

5 minuten leestijd

Wil je wel geloven dat dit het fijnste ogenblik van de hele dag is? De kinderen, ze hebben hun buikje vol gegeten met de stevige bonenbrij, die moeder uit de grote pan boven het vuurtje schepte. De deur van hun huisje is stevig gesloten; er kan zelfs geen wild dier of een boze man op hun erfje komen. De toegang is door vader met stukken hout en takken gebarricadeerd.

Nu liggen ze op bed, allemaal. Maar niemand denkt nog aan slapen, behalve de kleine Maniraho, die bij vader en moeder op het grote bed ligt. „Een raadseltje?” vraagt moeder.

„Vertel over Masoke” roept Akimana. „liii, dat heb ik al zo vaak verteld,” lacht moeder. Dat is waar, maar de kinderen willen het telkens weer horen. Het is een heel oud verhaal, uit de tijd toen er nog een koning over het land regeerde. En toen de mensen nog nooit hadden gehoord van de Here Jezus. „Lang geleden was het erg droog in ons land,” begint moeder. „De mensen waren allemaal erg ongerust, want de regen bleef maar uit en de zon brandde iedere dag aan de lucht. Het gras op de heuvels was verdord; de mensen hadden het in brand gestoken, in de hoop dat de regen weldra zou komen. Maar er kwam helemaal geen regen, terwijl de lange regentijd allang was aangebroken.

Het eten werd erg schaars, voor de mensen en voor de dieren. Ja, ook voor de dieren. De gazellen en de antilopen kwamen uit het oerwoud om in de tuintjes van de mensen weg te halen wat die mensen zelf zo hard nodig hadden. Ze roofden de zoete aardappels, de bonen en de maïs. Het was heel erg.

Voor één vrouw was het nog het naarst van al: dat was moeder Nabusubi. Haar tuintje lag tegen het dichte bos aan, en haar verliezen waren heel groot. Iedere nacht kwamen de rovers op haar veldje; als het zo doorging bleef er niets te eten over. Toen bedacht moeder Nabusubi een plannetje. Er moest en er zou een eind komen aan het stelen. Daarom groef ze een diepe greppel rond haar tuintje en bedekte die met aarde, takken en dorre bladeren. „Laat de rovers nu maar komen!” dacht ze. „Ze vallen in mijn diepe greppel en straks is er vlees voor iedereen.”

Het liep heel anders. Nog diezelfde avond gebeurde er iets heel ergs: de herders brachten hun koeien naar huis, zodat die nobele dieren de nacht in de kraal konden doorbrengen… en één van de mooie dieren met sierlijke horens liep in de greppel van moeder Nabusubi. De herder was er dadelijk bij, en wat bleek? De koe had zijn poten gebroken!

Wat was dát erg! Moeder Nabusubi werd grauw van schrik, ze beefde op haar benen. De herder had medelijden met de arme vrouw, maar ja, ’t was één van de mooiste koeien van de koning en hij mocht niet verzwijgen wat er was gebeurd. De koning was heel boos. Dadelijk moest de arme Nabusubi bij hem worden gebracht en het vrouwtje wist zich geen raad. Ze had wel in de grond willen wegkruipen van schaamte en angst.

„Het is jóuw schuld dat één van mijn mooiste koeien de poten heeft gebroken,” zei de koning.

Moeder Nabusubi probeerde zich te verdedigen. „Ik… ik heb die greppel niet gegraven voor één van uw mooie koeien,” hakkelde ze. „De greppel was voor de antilopen die ’s nachts op mijn veldje komen.”

Maar toen werd de koning nog véél bozer. Jagen op antilopen, dat was streng verboden; dat mochten alleen de hofjagers van de koning en niemand anders. En deze vrouw had zomaar een greppel gegraven om een antilope te vangen!

De ogen van de koning vonkten van woede. Het was ongehoord wat die vrouw had gedaan! Dat moest streng worden gestraft. Het hele land zou er van horen wat er met iemand gebeurde die de bevelen van de koning vergat. De vrouw werd naar haar huis teruggestuurd… en de straf? Die was erg zwaar. Het eerste kindje van de vrouw zou aan de koning toebehoren. De moeder zou het niet eens op haar rug mogen dragen. Als het een jongen was zou de koning hem doden; was het eerste kind een meisje, dan zou zij de dienares van de koning worden.

Moeder Nabusubi was er ontdaan van. Ze verwachtte spoedig een kindje… Toen het babytje geboren werd, bleek het een jongetje te zijn! Een klein, lief kereltje en moeder Nabusubi wist wat haar jongen te wachten stond. Ze was radeloos. Maar ze nam zich tegelijk voor dat ze voor haar kindje zou vech ten. De koning mocht het niet doden, nóóit!

Het jongetje kreeg de naam Masoke… en aan de koning werd bericht dat er in de hut op de afgelegen heuvel aan de rand van het dichte bos een meisje was geboren. Twee dagen later kwam er al bericht uit het koninklijk paleis dat de koning het meisje persoonlijk wou zien. Het bedrog kwam dan vanzelf dadelijk aan het licht en de kleine Masoke zou onherroepelijk worden gedood…

Wordt vervolgd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

De straf van de koning

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken