Bekijk het origineel

wat is er met de kinderbescherming aan de hand?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

wat is er met de kinderbescherming aan de hand?

6 minuten leestijd

Levende in een welvaartsstaat, kan men zich afvragen of de inhoud van het begrip kinderbescherming nog gelijk is aan die, welke men zich enige tientallen jaren geleden voor ogen had

Immers armoede in de strikte zin van het woord kennen we nauwelijks meer; op talloze wijzen hebben zich hulpverleningsvorment ontwikkeld die het gezin en de kinderen, die in materiële nood zouden verkeren, steunen en begeleiden.

Evenmin als de diakonia binnen het veld van de kerken nog primair van materiële aard is, zo is dat ook van toepassing op het begrip kinderbescherming.

Is er dan geen nood — ook financiële en materiële? Zeker — maar dan als een duidelijk randverschijnsel van onze welvaart. Veel groter zijn andere noden, die zich als het ware opdringen aan onze goed georganiseerde, gestroomlijnde samenleving. Sociale en geestelijke nood te over.

We leven in een tijd waarin communicatie, democratisering en identiteit begrippen zijn, die als nummer èèn op de ranglijst staan van zorg en aandacht. Er zijn aanzetten tot talloze veranderingen — maar het zal op de mens aankomen. Die „het” waar moet maken.

„Each generation thinks it fights new battles, but the battles are the same, only the people are different” (Potok).

Rond deze aandachtsvragen liggen een groot aantal problemen opgestapeld, die diep ingrijpen in onze persoonlijkheidsvorming en ons welzijn en dat van onze medeburgers. Onder die medeburgers zijn veel jongeren en onder die jongeren zijn veel kinderen.

Rond deze jeugd — rond deze kinderen strekt zich de zorn uit van de kinderbescherming.

En nu blijkt dat de huidige modellen van hulpverleningsmogelijkheden de huidige structuren en organisatievormen, waarbinnen allerlei instellingen de hulp trachten waar te maken, niet meer passen op de ontstellende vragen, die leven bij hen die om hulp verzoeken.

Zó rijzen de vragen en problemen de pan uit, dat onze huidige samenleving met de handen m het haar zittend, een beeld van onmacht laat zien. En de gevoelens van onmacht en tekortschieten, die de minus varianten in onze samenleving de gemeenschap aanbrengen, worden deels afgewenteld op de frontstrijders, die aan de linie stijdend, slecht gefourageerd worden.

Twijfel blijft.

Als we het over kinderbescherming hebben, dan gaat het om het kind in nood. Die nood ligt veelal op het vlak van het niet voldoende aangepast kunnen functioneren in onze samenleving.

Intellectueel onaangepast, waarvoor extra zorg en aandacht vereist is, sociaal onaangepast, waardoor het kind en de samenleving op voet van oorlog met elkaar staan. Die onaangepastheid kan voortvloeien uit karakterologische factoren, kan van constitutionele aard zijn en dan is er zorg en hulp nodig om te bevorderen dat het kind door aangepaste opvoeding en behandeling verder kan komen dan waar het stond. Die hulp moet altijd beschikbaar en bereikbaar zijn voor de ouders en het kind.

Daar komt de vorm, de wijze waarop, de organisatie, de structuur om de hoek kijken.

De geïnteresseerde beschouwer, die de couranten volgt, de aktiegroepen ziet opereren, congressen moties hoort aannemen, door t.v.-documentaires en „life-opnamen direct geconfronteerd wordt met de menselijke vragen, de menselijke nood, het menselijke onbegrip en tekortschieten, deze beschouwer zal zich de vraag stellen:

Wat is er aan de hand met de kinderbescherming?

Voor zijn ogen speelt zich af de worsteling van de gemeenschap om de enkeling — het kind — niet het kind van de rekening te laten worden.

De worsteling culmineert, bereikt een zichtbaar hoogtepunt in het aan de kaak stellen van het tekortschieten van onze gevestigde, weldoortimmerde structuren en organisaties om de nood, aangepast aan vandaag, gericht op dezc mens en dit kind te lijf te gaan. Hier demonstreert zich het spanningsveld tussen wat we hebben en kunnen èn wat we naar ons inzicht zouden moeten kunnen.

Onze samenleving levert zelf weer mogelijke geneesmiddelen voor herstel; orga-nisatiebureaus treden op als dokter, we hanteren de „fusie-kuur”, we zweren bij schaalvergroting waardoor het zwakkere in het sterkere geïncorpereerd zou worden en het sterkere slechts overblijft.

We willen onszelf kunnen blijven „herkennen” — wat met identiteit te maken heeft — maar juist naar die identiteit zijn we voortdurend op zoek.

De kinderbescherming zit in de crisis.


Verklaring van de rechten van het kind

Aangezien de mensheid aan het kind het beste wat zij kan geven verschuldigd is:

Daarom

Kondigt de Algemene Vergadering deze Verklaring van de Rechten van het Kind af, opdat het een gelukkige jeugd moge hebben en ter wille van zichzelf en van de maatschappij de hierin neergelegde rechten en vrijheden moge genieten. Zij doet een beroep op ouders, op mannen en vrouwen persoonlijk, op particuliere organisaties, op plaatselijke autoriteiten en op nationale regeringen om deze rechten te erkennen en de naleving daarvan na te streven door wettelijke en andere maatregelen, die volgens de volgende beginselen moeten worden genomen:

Beginsel 8

Het kind behoort onder alle omstandigheden tot de eersten, die recht hebben op bescherming en hulp.


De via rechterlijke beslissing te verlenen hulp aan ouders en kind toont opnieuw de onbetaalde rekeningen van onze welvaartssamenleving.

U zoudt dit stuk hulpverlening, dienstverlening beter gezegd, kunnen zien als een stuk spiekend geweten, waaraan valt af te meten voor welke vragen we zitten in onze samenleving en waar we ernstig tekort schieten ondanks onze enorme prestaties. Het gaat binnen het kader van dit tijdschrift om de mede-nienselijke zijde van deze dienstverlening — medemenselijk vanuit de verticale lijn tussen God en de mens. „Het zal je kind maar wezen”

In het turbulente gebeuren van de „entmythologisierung” van onze structuren en methoden blijft de mensclijke verantwoordelijkheid: nú, vandaag, de ander, het kind, tot zijn recht te laten komen.

Ook in ons rijke Nederland, zal er zijn het kind in nood. Aandacht en geld voor voeding en kleding is niet meer nodig. Inzet en geld voor het marginale welvaarts- kind is des te meer nodig om de methodiek en aard van de hulp te verdiepen en aan te passen.

Ik hoop dat U met de vraag blijft zitten die boven dit artikeltje geschreven staat. Dan weet U dat er met ons iets niet in orde is, zodat we moeten blijven twijfelen.

En twijfel is voor dienstverleners een goede zaak!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1973

Diakonia | 36 Pagina's

wat is er met de kinderbescherming aan de hand?

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1973

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken