Bekijk het origineel

Problemen hier, problemen daar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Problemen hier, problemen daar

11 minuten leestijd

Een paar dagen geleden, zondag, zette ik mij, na een slecht bezochte avonddienst te hebben bijgewoond, aan de lectuur van de dusgenaamde kerkelijke pers.
De dienst zelf had mij weer eens bij het probleem bepaald, voor de zoveelste keer overigens. Het probleem van de kerkdienst. Ik tik die woorden, een beetje verdrietig, maar het is niet anders: het probleem van de kerkdienst.
En ik kwam er die avond niet los van.
Want het eerste blad dat ik greep was Hervormd Nederland (2.6.). Daarin viel mijn aandacht op twee stukken. Opschrift boven beide: "Tweespraak: De kerk op zondag". Inleidend zinnetje: "Ter staving en vorming van eigen mening zullen van tijd tot tijd twee gesprekken met een uiteenlopende visie op een bepaald onderwerp worden gepubliceerd. Het is een registratie van wat er in de kerk leeft".

Groot vraagteken
Links daaronder een verkorte weergave van een gesprek met ds. Maria de Groot, predikante in Den Haag. Een paar zinnen daaruit:
"Achter het christendom als godsdienst zet ik vaak een groot vraagteken. Het christelijk geloof is veel meer een manier van leven dan een godsdienst. Ik houd het voor mogelijk in de toekomst christen te zijn zonder kerk, kerkgebouw en eredienst. En meer "mensen van de weg" te zijn, zoals de eerste christenen werden genoemd. Om wel met elkaar te bidden, avondmaal te vieren, te zingen, elkaar te bemoedigen. Maar dat behoeft niet speciaal in een kerkdienst. Nu ook niet".

Je invoegen
Heel anders ds. J. T. Wiersma, predikant in Wassenaar:
"Als de eredienst zou wegvallen, valt ook het christendom als geestelijkmoreel levensklimaat weg en komen we misschien in een samenleving van technisch en consumptief barbarendom . . . Het gaat in de samenkomst van de gemeente om het vieren van het heil . . . Ik vind het eveneens nodig dat we tezamen komen, omdat anders onze kennis van God verduistert en daarmee raken we tevens het zicht op onszelf kwijt; de diepste mensenkennis is immers verankerd in de ontmoeting met God . . . Het lijkt me toe, dat je ook naar de kerk gaat om door de Geest op 'toonhoogte' te blijven, bewust te blijven dat je deel hebt aan de bevrijding in Christus . . . De gemeente is bedoeld als Christus-gemeenschap. Deze heeft ook een zichtbare kant. En de meest zichtbare concentratie is de samenkomst van de gemeente, waar je je met je ik invoegt in het wij van de gemeente".

Mozaïek-achtig geheel
In mijn krantenmand was ook Centraal Weekblad van een week eerder (26.5) blijven liggen; ik was er nog niet aan toegekomen, nu had ik tijd. Weldra zag ik dat drs. K. A. Schippers zich in dat nummer met dezelfde kwestie bezighield. In zijn artikel betoogt hij op een gegeven moment, dat geloofsbeleving in hoge mate afhankelijk is van geloofsgemeenschap. Daarom moet de eerste zorg van de kerk zijn: toezien dat er voor ieder lid een geloofsgemeenschap mogelijk is die aansluit bij zijn geloofsbeleving. En dan ook nu maar weer een paar zinnen letterlijk: "Voor een aantal mensen is die geloofsgemeenschap er in ieder geval niet in de massale bijeenkomsten zoals bijvoorbeeld de kerkdienst. Zij voelen zich daar niet aangesproken. Zij voelen zich integendeel daar vervreemden van het geloof en blijven dan ook op de duur weg. Ik meen, dat wij deze mensen niet koste wat het kost terug moeten zien te krijgen in de kerkdienst, maar dat wij moeten zorgen dat ze dan betrokken worden bij kleinere gemeenschapsvormen"
Als zodanig noemt drs. Schippers dan "leefgroepen, doe-groepen, gespreksgroepen e.d. — al naar gelang van de behoefte van deze mensen". En hij meent: "Op deze manier ontstaat een mozaïek-achtig geheel, met name voor hen die op geen andere wijze lid van de kerk kunnen zijn".
Drs. Schippers geeft hier niet zozeer zijn eigen oordeel over de kerkdienst als wel dat van anderen, van bepaalde kerkleden. En met het oog op hen wijst hij een aantal alternatieven aan.

Vragen en een antwoord
Daar kun je natuurlijk allerlei vragen bij stellen. Bijv.: met alle respect voor die afzonderlijke groepen — en ook voor hun bestaansrecht — zijn het echte alternatieven? Houdt zo'n leefof doe-groep het uit zonder zich — om met ds. Wiersma te spreken — geregeld in te voegen in het geheel van de gemeente die zich schaart rond Woord en sacrament? Zouden wij tóch niet "koste wat het kost" moeten proberen de kerkleden die van de kerkdienst vervreemd zijn, daar weer in te krijgen? Bijv. door die kerkdiensten béter te maken?
In dit verband zou ik willen herinneren aan wat bisschop Simonis, begin maart, zei in een t.v.-gesprek met dr. A. H. van den Heuvel. Aanknopend bij een opmerking van die laatste vroeg de gespreksleider hem: "Zoeken naar andere vormen. Bent u het daarmee eens?" Bisschop Simonis beantwoordde die vraag bevestigend, maar liet er ineens op volgen:
"Hoewel ik wel moet zeggen, dat ik die zondagse kerkgang of die weekend- kerkgang bijzonder belangrijk vind. En dat wij daar misschien nieuwe motiveringen voor moeten zoeken, dat wij in de allereerste plaats weer moeten leren zien, dat het een genade is, een gave. Wij spreken makkelijk over godsdienst, maar het zou wel eens kunnen zijn, dat het in de allereerste plaats gaat om de dienst van God aan ons, juist in het geven van zijn Woord en in het geven van zijn sacrament aan ons . . ."
Soms denk ik: het zou goed zijn als onze synode zich eens duidelijker dan tot nu toe uitsprak over de kwestie: de kerkdienst en zijn alternatieven. Zijn er alternatieven of niet? Zo ja, is alternatief wat meestal als zodanig aangewezen wordt?
Persoonlijk hecht ik veel waarde aan de kerkdienst. Hij is vatbaar voor aanvulling, voor onderbouw, nevenbouw en wat dies meer zij, — ik geloof dat stellig, maar ook: — hij is zélf onvervangbaar. Maar ik moet natuurlijk niet denken dat het met de kerkdienst allemaal weer best in orde komt, als een synode op haar wijze en met haar gezag hetzelfde zou zeggen.

Een gemeente ontstond
Waarschijnlijk is iets anders toch nog belangrijker. Wat, — dat zou ik willen laten zeggen door Friedrich von Bodelschwingh (1877-1946), de begenadigde pastor en opvolger van zijn vader als leider van de inrichtingen — meest van "barmhartigheid" — in Bethel bij Bielefeld. Ik vond, ter gelegenheid van Pinksteren, in een Duitse periodiek het volgende citaat van hem: "Toen de Heilige Geest op de eerste Pinksterdag de discipelen van Jezus vervulde, ontstond er een gemeente, die verbaasd en dankbaar van zichzelf durfde belijden: nu ben ik levend en vrij geworden! Want uit het geheimenis van de eeuwigheid was het plotseling over haar gekomen als het gedruis van een geweldige wind, als een vuur met een schitterende glans. De storm ontroerde haar ziel. De vlam brandde in haar hart. Een oude wereld in hen bezweek en een nieuwe ontwaakte. Wat bezweek was de mogelijkheid om voor zichzelf te leven en voor zichzelf te sterven. Hun leven en sterven was van nu af aan voor Christus, de Heer.
Wat bezweek was de mogelijkheid om eigen gedachten aan de man te brengen. Hun denken en spreken werd het getuigenis van Gods grote daden.
Wat bezweek was ook de mogelijkheid zich als particuliere vrome mensen van de andere mensen af te zonderen. Zij stonden nu onder de last van de vreugde, die vanzelf voortkomt uit het dienen van anderen. Daardoor veranderden zij in hun diepste wezen. Van angstige lieden werden zij mannen, die in de strijd voor Christus blanke wapens van de Geest hanteerden en niet bang hoefden te zijn, noch voor de mensen noch voor de dood".
Het citaat eindigt zó — een goede afsluiting van dit eerste deel van mijn kroniek! —: "Uit een losse, verstrooide schare, waarin ieder zijn eigen weg ging, ontstond een gemeente die onderling zó verbonden was als de takken van een boom en de leden van een lichaam onlosmakelijk bij elkaar horen".

Profeteren vanuit de loge
Een paar jaar geleden heeft Max Kohnstamm, secretaris van de Europese Commissie, ergens in ons werelddeel op een kerkelijke vergadering iets gezegd dat mij telkens te binnen schiet. In het referaat dat hij hield, waarschuwde hij voor "profeteren vanuit de loge". "Daad wordt het woord uit de loge nooit. Wel wordt het gemakkelijk tot een: O God, ik dank U, dat ik niet ben als de andere mensen".

Niet vanuit de loge!
Dezer dagen kwam mij een voorbeeld onder ogen van profeteren niet vanuit de loge, maar midden in een riskante wereld, waarin de profeet de kans loopt zichzelf de das om te doen met zijn profetie. Dat verdient toch wel doorgegeven te worden!
Op de provinciale synode van de Evangelische Kerk in het ressort Goerlitz (DDR), die van 30 maart tot 2 april van dit jaar werd gehouden, hield bisschop Hans-Joachim Frankel een referaat, getiteld: "Een woord van publieke verantwoording van de kerk in de situatie van nu". Een uitvoerig verslag ervan vond ik in een Duits kerkblad. Ik knip er enkele stukken uit.

Fundamentele rechten miskend
In het begin van zijn referaat wijst bisschop Frankel erop, dat in de grondwet van de DDR de fundamentele rechten van de mensen verankerd zijn, als daar zijn: godsdienstvrijheid, geloofsen gewetensvrijheid, vrijheid van meningsuiting en gelijkheid van alle burgers voor de wet. Echter: al deze rechten "zijn in het Marxisme-Leninisme gekoppeld aan de maat van verdienste voor het socialisme, d.w.z. ze worden pas achteraf toegekend, op grond van voorwaarden waaraan is voldaan".
Maar dat betekent dan, dat deze rechten in hun wezen worden miskend!
Want het zijn fundamentele rechten, rechten die "vorgegeben" zijn, die de mensen toekomen vóórdat en zónder dat zij onder het juk van een bepaald "dit moet je" zijn doorgegaan.
"De erkenning van dit zonder-meergegeven- zijn van deze rechten is in onze maatschappij een onopgelost vraagstuk. Dat hangt daarmee samen dat onze maatschappij zich moet omvormen tot een eenheidsmaatschappij en wel onder de ideologische pretentie van één partij om leiding te geven.
En dit temidden van een volk waaronder al sedert de Reformatie, maar vooral ten gevolge van de historische ontwikkeling sedert de Verlichting een meervoud van overtuigingen en wereldbeschouwingen bestaat, en ook zal bestaan. Erkenning van het "vóór-gegeven" zijn van de fundamentele rechten van de mens betekent: respecteren van deze pluraliteit en daarmee echte tolerantie".

Mislukte synthese
Ik stip nog een ander opvallend punt aan uit de rede van bisschop Fränkel.
Hij wijst op de merkwaardige poging om de spanning op te heffen tussen de pretentie van het exclusieve leiderschap van één partij èn de officieel erkende — maar niet in acht genomen — tolerantie. Die poging bestaat hierin dat men beweert: wat doet het socialisme anders dan de oorspronkelijke christelijke idealen verwezenlijken? In de praktijk mag de christen vanuit zijn privé geloof impulsen van liefde inbrengen in de maatschappij, maar ook voor zijn maatschappelijk handelen is uitsluitend normatief: het socialisme.
Maar de zo juist genoemde poging moet schipbreuk lijden. Het evangelie verzet zich nu eenmaal principieel tegen een dergelijke "privatisering" — de verwijdering van het evangelie uit de publieke sfeer — en de navolging van Christus en de socialistische moraal dekken elkaar nu eenmaal niet.

Onderwijs en opvoeding
Ook in het onderwijs en de opvoeding signaleert de bisschop aantasting van de fundamentele rechten van de mens.
Het gaat hier volstrekt niet om een paar losse gevallen, zegt hij. "Het gaat om een klimaat waarin het christelijk geloof van onze kinderen kapot gemaakt wordt.
Ouders krijgen bezoek van leraars die erop aandringen hun kinderen niet meer naar de godsdienstles te sturen. Kinderen blijven weg van het kerkelijk onderricht onder pressie van collectieve besluiten van hun klas. Belijdeniscatechisanten zeggen hun bisschop onder vier ogen: Ik geloof ook, dat de Jugendweihe ingaat tegen het eerste gebod, maar ik zou het op school niet hebben uitgehouden als ik er niet aan deelgenomen had".
Waarschijnlijk wordt de DDR straks lid van de Verenigde Naties. Bisschop Fränkel hoopt dat de gevolgen daarvan dicht bij huis te merken zullen zijn en dat daartoe dan ook behoort de erkenning van de menselijke waardigheid en de algemene mensenrechten als zonder meer de mens toekomend en niet hem toegekend op bepaalde condities.

Wij hebben zo onze eigen problemen.
Daarvoor zullen wij onze ogen niet mogen sluiten, wij zullen er serieus mee bezig moeten zijn. Maar het zou wel bar en boos zijn als de eigen problemen ons zó in beslag namen, dat wij voor die van de gemeente elders — met name van de gemeente onder het kruis — geen aandacht en gebed zouden hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1973

Kerkinformatie | 20 Pagina's

Problemen hier, problemen daar

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1973

Kerkinformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken