Bekijk het origineel

In verlegenheid zeggen wij: hoe?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In verlegenheid zeggen wij: hoe?

3 minuten leestijd

Het discussiestuk 'Belijden 1973' van dr H. B. Weijland (gereformeerd) werd in de hervormd-gereformeerde synodevergadering gepresenteerd door de hervormde dr H. W. de Knijff. Hij wijst er op, dat in de nadruk die dr Weijland legt op het belijden in de totaliteit van het mens-zijn wellicht de grootste uitdaging ligt voor het belijden-1973. Dr De Knijff zegt dan: "Indien het belijden van de Hervorming, b.v. in de uitlegging van de Tien Geboden in de Heidelbergse Catechismus, bepaald niet zachtzinnig sprak over het "belijden met de handen", dan was de situatie in zoverre een andere, dat de mens van toen nog kon overzien wat zijn handen deden: de actieradius van zijn handedelen was grotendeels bepaald door de gebieden van huis, ambacht, winkel en marktplein. De mens van toen had daarmee de mogelijkheid, over dit belijden- met-de-handen eenvoudig en helder te spreken. Maar onze armen zijn heel lang geworden en onze handen graaien, zonder dat wij er, bij wijze van spreken, bij zijn, zonder dat wij ervan weten. Toch is er maar één conclusie mogelijk: het zijn onze handen — en als wij belijden willen met de handen (en dat zal moeten, evenals in de Heidelbergse Catechismus), dan zullen wij het moeten doen in de veel grotere verhoudingen dan die van huis en marktplein, dan zullen wij dat moeten doen op het veld en de schaal van de wereld en de internationale economie. Om daar de duidelijkheid te verkrijgen, die aan het belijden eigen is: zo is het en zo moet het I — dat is verschrikkelijk moeilijk. Maar wij kunnen er niet onderuit: de spanning tussen woord en daad is funest, zij is een spanning tussen daad en daad (de ene daad en de andere), en, een spanning tussen zijn en zijn: het ene zijn waarin wij spreken en handelen in het kleine veld van ons persoonlijk leven en ons soms heel godsdienstig kunnen uitdrukken, en het andere zijn, waarin wij op grote schaal zondigen tegen de geboden; in dit geval het achtste gebod, waarbij wij niet zo'n beetje vervallen in (om met de Heidelbergse Catechismus ter plaatse te spreken): "alle boze stukken en aanslagen, waarmede wij onzes naasten goed denken aan ons te brengen, hetzij met geweld of schijn des rechts, als met onrecht, gewicht, el, maat, waar, munt, woeker, of door enig middel, van God verboden" en in "alle gierigheid, alle misbruik en verkwisting zijner gaven". Hier heeft men op een rijtje de punten, waarmee men een heel aantal van de grote wereldproblemen van vandaag te lijf zou kunnen — en tegelijkertijd zeggen wij, in grote verlegenheid: hoe?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1973

Kerkinformatie | 20 Pagina's

In verlegenheid zeggen wij: hoe?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1973

Kerkinformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken