Bekijk het origineel

Ik weet eigenlijk niet waar het naar toe gaat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ik weet eigenlijk niet waar het naar toe gaat

maar het is spannend

6 minuten leestijd

Dr. D. Bakker heeft bijna zijn hele leven doorgebracht op Midden-Java. Zijn vader werkte er als zendeling. En hij ging erheen als zendingswerker. Jarenlang doceerde hij aan de Theologische Hogeschool van Yogyakarta en leidde er een hele nieuwe generatie predikanten op. Dr. Bakker heeft zich nu in Nederland gevestigd. Maar niet om er op zijn lauweren te gaan rusten. Hij heeft een nieuwe taak: conrector van het Hendrik Kraemer-instituut, waar de mensen worden opgeleid die door zending, werelddiaconaat, maar ook door Dienst over Grenzen worden uitgezonden. Jan van Capelleveen had een gesprek met hem over enkele nieuwe aspecten van deze opleiding.

Vraag: Wat vindt u van de jeugd van Nederland?

Antwoord: De jeugd is geweldig aan het veranderen. Vooral de jonge mensen tussen twintig en dertig jaar. Ze willen af van wat hen niet aanspreekt. Ze geloven nog wel dat het ons ouderen indertijd heeft aangesproken, maar als het henzelf niets zegt, hoeft het voor hen niet meer. Als ze dan van Jezus nog iets verwachten, willen ze dat op een concrete manier. Maar ik vind het een winstpunt dat deze jongeren dat allemaal eerlijk zeggen.

Vraag: Geldt dat ook voor de jonge mensen die nu door u worden opgeleid?

Antwoord: Jazeker: Ik heb hier natuurlijk met allerlei groepen te maken. Daar zijn duidelijk gemotiveerde jonge mensen bij, die uitgaan in dienst van de zending en dat al jarenlang van plan waren. Een totaal andere groep vormen sommige mensen die worden uitgezonden door Dienst over Grenzen. Dat zijn vaak randfiguren van de kerk, soms ook van de Rooms Katholieke Kerk. Die willen in de Derde Wereld gaan werken als leraar of zo. Dan heb ik de behoefte hen wat volwassenencatechese te geven. Ik begin gewoon met hen te praten over de bijbel. Zo moet je de één met de neus drukken op de problemen van de wereld en de ander met de neus op de woorden van de bijbel.

Vraag: De eerste zendelingen waren nauwelijks opgeleid. De laatste jaren geven we alle mensen een grondige opleiding, opdat ze zoveel mogelijk weten van het land waarin ze gaan werken. Nu hoor ik soms mensen opmerkingen maken die weer in een andere richting gaan.

Antwoord: Het blijft nodig om de mensen goed op te leiden, omdat het wel lijkt of er steeds minder tijd beschikbaar is voor rustige bezinning op de toekomstige taak. Er zijn organisaties die hun mensen veel te gauw uitzenden en die ze dan brokken zien maken. Je moet, als je in de Derde Wereld wilt werken, weten in welke omstandigheden je komt. De opleiding moet dus blijven. De vraag is alleen hoe die opleiding eruit moet zien. Vroeger duurde die opleiding ongeveer twee jaar, zowel aan de hervormde Zendingshogeschool als aan het gereformeerde Zendingsseminarie. Maar die tijd is sterk ingekrompen. We hebben nu een nieuwe opzet gemaakt. We organiseren een korte cursus van vier maanden voor verpleegkundigen, doktoren, Ieraren en mensen in algemene zendingsdienst. En dan is er de lange cursus van tien maanden voor de zendingspredikanten, de docenten, mensen die zich echt moeten verdiepen in de culturele achtergronden.

Vraag: Kan er in die korte tijd toch nog grondig onderricht worden gegeven?

Antwoord: De opzet is veranderd. Er is pas een nieuw leerplan goedgekeurd door het curatorium dat de nadruk legt op het groepswerk. Dat is een fascinerende opzet. In de eerste week komen de cursisten intensief in aanraking met mensen uit de Derde Wereld. Dan volgt een week van heel diepgaande taalstudie om het feit er in te hameren dat het werk niet gedaan kan worden zonder die studie. Dan volgt er een maand waarin zoveel mogelijk informatie verstrekt wordt. Iedere dag komt een bepaald onderwerp aan de orde: de islam, de bijbelse achtergronden van de zending, ideologieën waarmee de mensen in aanraking komen. Er wordt geweldig veel in de mensen gepompt. Pas daarna komen een paar maanden van rustige bezinning, waarin ieder een werkstuk maakt onder deskundige leiding. Volgens onderwijsdeskundigen schenkt deze opzet veel meer bevrediging dan het aldoor maar elke dag en elke week inpompen van lesjes.

Vraag: Vroeger richtten we ons op één of hooguit enkele zendingsterreinen. Nu komen hier mensen van allerlei organisaties die naar heel uiteenlopende landen gaan. Krijg je daardoor niet een wat te algemene oriëntering?

Antwoord: In de eerste periode is die oriëntering wel algemeen, maar in de latere maanden volgt de specialisatie die steeds gericht is op het gebied waar men gaat werken.

Vraag: In internationale kringen wordt de gedachte geopperd om deze opleiding te verschuiven naar het land waar men gaat werken.

Antwoord: Hier en daar heeft men overzee een zekere opvangmogelijkheid, bijvoorbeeld op Midden-Java. De blanke werkers worden in de eerste maanden heel goed opgevangen door Indonesische predikanten. Maar zoiets is lang niet overal mogelijk. Willen we met de opleiding die richting uit, dan zullen we bepaalde garanties moeten hebben dat er van zo’n opleiding iets terecht komt. We hebben eigenlijk in de Derde Wereld nog niet voldoende rust gehad om ons daarop grondig te bezinnen.

Vraag: Dus toch wel een opleiding overzee op den duur?

Antwoord: We neigen er nu toe om de opleiding in tweeën te knippen. Je moet ook een brok informatie in het zendende land verzamelen, want daar liggen een heleboel gegevens die je in het ontvangende land maar met moeite zult kunnen vinden of helemaal niet. Maar er blijft een taak voor het Hendrik Kraemer-instituut. We zijn bezig met de vraag of dit instituut ook niet ingeschakeld kan worden bij de mondiale bewustmaking van de kerken in ons land.

Vraag: En dat betekent een soort vor-mingstaak?

Antwoord: Inderdaad. Er wordt nu gesproken over een werkplaats voor mondiale vorming van kerkleden en jongeren in het algemeen. Daar zijn we eigenlijk al mee bezig. Er komen hier groepen studenten die zich in allerlei hedendaagse vragen ten aanzien van de Derde Wereld willen verdiepen. Het gaat er dan niet om mensen op te leiden die uit zullen gaan, maar die in Nederland hun plaats vinden. U ziet het, we zoeken naar nieuwe vormen en nieuwe taken. Ik weet eigenlijk niet waar het naar toe gaat. Maar dat is juist het spannende van deze taak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1973

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 20 Pagina's

Ik weet eigenlijk niet waar het naar toe gaat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1973

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 20 Pagina's

PDF Bekijken