Bekijk het origineel

Leenhardt heeft gelijk!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Leenhardt heeft gelijk!

5 minuten leestijd

Op weg naar Brazilië ontmoetten we aan boord ook een dame wier reiservaringen uitsluitend bleken te bestaan uit herinneringen aan wat zij ergens gegeten had of wat voor weer zij hier en daar meemaakte. Geen opwekkend gezelschap. Dan kun je beter met dr J.W. Schulte Nordholt op reis gaan. In zijn boek over Engeland, getiteld: „een tuin in het water”, verweert deze zich tegen mensen die Engeland uit hun vacantieplannen schrappen – omdat het er altijd zulk slecht weer is of omdat het eten hen daar niet aanstaat – met te zeggen: „ik ben geen reiziger met de huid of met de tong maar met het hart”.

Van iemand werd eens aan Socrates gezegd dat hij door reizen geen steek veranderd was. „Dat geloof ik”, antwoordde deze, „hij droeg zichzelf mee”. Aan dit gezegde herinnert dr C.L. van Doorn in zijn boekje: „Volk in beweging”en voegt daaraan toe: „Tussen „het zichzelf meenemen” en de bereidheid dit „zelf” in de goede richting te laten hervormen gaat het in het nieuwe woongebied”. Dr Van Doorn heeft het namelijk in zijn boekje (ondertitel: „als’ christen in de tropen”) over een omvangrijke groep mensen, die zich in dienst van grote bedrijven, van ambassades of research-centra voor kortere of langere tijd in de tropen vestigen. Zij gaan daarheen met allerlei vooruitzichten. „En met de vooruitzichten zijn er een aantal bakens geplaatst. Ze zeggen u, hoe ongeveer de koers zal worden”. Maar nu vraagt dit boekje (uitgegeven – bij Kok Kampen – voor de Commissie Kerk Overzee van de Nederlandse Zendingsraad) „of de Kerk ook een paar bakens mag plaatsen. Eigenlijk heeft ze maar één baken, Jezus Christus, de Heer in wie de toekomst verborgen ligt. Hem te kennen is het eerste en het laatste waar het om gaat.

Maar diezelfde Heer heeft ons ook opgedragen met elkaar te leven en eikaars lasten te dragen”.

Nu spelen er bij mensen die in de tropen gaan werken tal van motieven een rol. Niet weinigen is het alleen om eigen materiële belangen te doen. „Tot wie zo denken en voelen heb ik niets te zeggen”, aldus dr Van Doorn.

Gelukkig zijn er ook tallozen die er anders over denken. Het zijn mensen die daar in en met hun werk een bijdrage willen leveren aan de opbouw van de samenleving, waarin zij terecht komen. Maar zij vragen zich wel af, of „er op een of andere wijze een bepaalde aansluiting te vinden is tussen eigen beroep en taak en de zo andere omgeving”.

Met een dertigjarige ervaring in de tropen (Azië en Afrika) achter de rug, blijkt dr Van Doorn ’n gids te zijn die men enorm geboeid volgt. Zowel als hij het heeft over de negatieve ervaringen die velen opdoen als over de positieve resultaten die anderen bereiken. Maar telkens gaat het om de instelling van waaruit men werkt. Wie al gauw zegt: „zie je wel dat ze het niet kunnen”, heeft zich nooit vereenzelvigd met de belangen van het volk waaronder hij werkt. Doch waar dat wel gebeurt, „komt men tot een houding, die tot vruchtbare arbeid leidt. Daarbij gaat hét om een mee-hopen in de idealen, die in en onder het volk leven”.

Een echt bijbels baken: „…bidt voor dit land tot de Here, want in haar vrede zal uw vrede gelegen zijn…” (Jer. 29:7).

Wie dit bedenkt zal beseffen dat hij er niet alleen is voor de „know how” (om de kennis van allerlei technieken… „hoe het moet”), maar ook om het „to know one another” (om elkaar te kennen). En dat laatste vraagt ons hart!

Een ontroerend voorbeeld daarvan geeft dr Van Doorn in het volgende verhaal over zendeling Leenhardt. Op grond van een jarenlange zendingservaring onder de volken van Nieuw-Caledonië (Oceanië) heeft deze zendeling het aangedurfd om de beroemde etnoloog Levy Bruhl aan te vallen. Deze was namelijk door zijn levenswerk op volkenkundig gebied tot de slotsom gekomen, dat technisch minder ontwikkelde volken moeilijk aan het westers redelijk denken toekomen.

Tal van vakgenoten hebben Bruhls opinie bestreden. Ook Leenhardt is dat blijven doen hoewel hij wetenschappelijk niet in de schaduw kon staan van Levy Bruhl. Deze laatste bleef echter bij zijn standpunt. Alleen… ná zijn dood vond men in Bruhls nalatenschap een enorm aantal notitieboekjes, waar tussen duizenden aantekeningen een merkwaardig zinnetje stond: „C’est Leenhardt qui a raison”… „Leenhardt heeft gelijk”. Merkwaardig dat Levy Bruhl niet aan zijn vakgenoten maar wel aan een „leek” als Leenhardt ruiterlijk heeft toegegeven dat deze dieper had gepeild dan hij! En waardoor? Omdat Leenhardt aan het vermogen van zijn mensen om redelijk te denken onmogelijk twijfelen kon… aangezien hij die mensen liefhad!

Dáár zal het ook altijd weer om moeten gaan, hier en overzee, want: Leenhardt heeft gelijk!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Leenhardt heeft gelijk!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken