Bekijk het origineel

gezond en wel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

gezond en wel

9 minuten leestijd

Dit is het begin van een poging, woorden vanuit de Bijbel te laten spreken die licht kunnen werpen op vragen van geestelijke volksgezondheid. Er wordt ook, in navolging van het buitenland, van psychische of van mentale hygiëne gesproken. Allemaal dure termen, die wij in de diakonale praktijk wel mogen vergeten. Alleen het woord „gezondheid” haakt bij ons wel in, en enig licht vanuit de Bijbel kan ons mogelijk verder helpen.

Wat is gezondheid?

Wat is gezondheid? De eenvoudigste vragen zijn de moeilijkste. Toch doen èn de medische wetenschap, èn de bijbelse boodschap, een poging om daarover mee te pralen. „Gezondheid is een groot goed. De mens, wiens organen alle op de best mogelijke manier hun werk doen, en dat in nauwkeurig en harmonieus ingestelde samenwerking met de andere organen van zijn lichaam en naar zijn aard, die mens is gezond”. Aldus een medicus, en niemand minder dan prof. dr. C. van der Meer bekend uit het t.v. programma over euthanasie. Maar hij heeft het alleen nog maar over een gezond lichaam.

Er is méér. Hij merkt op dat de mens, die aan al deze voorwaarden voldoet, toch nog ziek kan zijn, zwaar ziek. Want de mens is méér clan zijn lichaam. Zijn geest heeft liefde en geluk nodig, creativiteit en bezinning, geloof en kennis. Hier komt ook bij een medicus de religie om de hoek kijken. Andersom mogen theologie, pas-toraat, ja en ook diakonaat niet zwijgen als de vraag rijst: wat is gezond?

Wenden wij ons naar de Bijbel om te zien wat daar onder „gezondheid” in letterlijke zin wordt verstaan, dan is de eerste rcaktie er een van teleurstelling. Wij zullen zien dat het Oude Testament ons vrijwel in de steek laat, terwijl in het Nieuwe Testament sporadisch de term „hygiëne” voorkomt. Een oppervlakkige verkenning laat ons zien dat het altijd gaat om iets méér dan onze gezondheid. Eigenlijk nooit die toestand van persoonlijk welbevinden, waar wij Westerlingen zo vol van zijn.

De Grieken zijn, wat onze lichaamshygiëne — en tot op zekere hoogte ook wat onze mentale hygiëne betreft — onze voorouders. Zij ontwikkelden een gezondheidsleer, een gezondheidscultus (denk maar aan de Aesculaapstaf) en een geneeskunst, waar wij nu nog op voortbouwen. Met sterke klemtoon op de individuele aspecten.

Wij vinden dat zelfs terug in een Joods apocrief geschrift (Jezus Sirach 30 : 15): „Gezond en fris zijn is beter dan goud, en een gezond lichaam is beter dan een groot vermogen”. Vandaar dat deze door Griekse wijsheid beademde denker de persoon van de arts zo hoog weet te prijzen: „Eer de geneesmeester met behoorlijke eerbe-wijzen, opdat ge hem hebt in de tijd van nood” (38 : 1).

De wijze Jezus Sirach wil ons blijkbaar laten zien, dat Joden en niet-joden, en wij kunnen ook wel zeggen: christenen het over één ding gloeiend eens zijn, namelijk dat gezondheid een héél groot goed is, en dat het niet alléén om het lichaam gaat. Ook bij ons denken christenartsen en andere artsen daarover gelijk. Geestelijke naast lichamelijke volksgezondheid, ieder is daar natuurlijk vóór. Maar de vraag blijft: Is er nog een bijbels „plus”. Kan de Bijbel ons verder helpen om de term ge-zondheid uit te diepen of in een breder verband te zetten?

In de Bijbel.

Wenden wij ons naar het Oude Testament. Het geeft weinig licht op onze dagelijkse problemen van ziekte en gezondheid. Opvallend is wel het danklied van Hizkia, die zieke koning die weer was hersteld. (Jes. 38 : 9 vv.) Hier wordt de lof gezongen van het herkrijgen van gezondheid in totale zin van wandelen voor Gods aangezicht. Daartoe is men niet in staat voorbij de poorten van het dodenrijk, maar alleen in het land der levenden. Is het leven ervaren als een geschenk van God, dan komt het vooral tot zijn recht als het lang en gelukkig is. En de mens, als verbondspartner, heeft tot op zekere hoogte zijn levensmogelijkheden in de hand. In een gehoorzaam gaan van de weg, onder het bevrijdend Woord, verwerft hij leven, en in ongehoorzaamheid de dood.

Nu het Nieuwe Testament. Wij beginnen met een schijnbaar niet erg belangrijke opmerking, uit de mond van een knecht en gericht tot de oudste broer van de ver-loren zoon, die juist in de armen van zijn vader is gevallen. Hij constateert dat de vader deze nietsnut „gezond en wel” heeft teruggekregen. In het Grieks staan niet twee woorden, alleen maar (letterlijk): hygiënisch. In een bepaalde staat van ge-zondheid, van „hygiëne”, kwam de zoon terug. Dat is heel vreemd, want wij moeten toch wel aannemen, dat het hem was aan te zien, dat hij met varkens, hun voer en met dames van licht allooi in aanraking was geweest. Een verpleegster zou hem in bad stoppen.

Het is dus wel de vraag, of wij juist doen bij de beantwoording van de vraag: „wat is gezondheid?” allereerst te kijken naar de lichamelijke kant, en in de tweede plaats die andere zijde, die wij „geestelijk” of „psychisch” noemen, erbij te halen. Dan blijven wij onwillekeurig toch nog hangen in de tweespalt van lichaam en ziel. Wij weten eigenlijk ook wel beter dan onze „wetenschappers”. Zelfs als wij iemand over een borrel heen „gezondheid” toewensen, gaat het om de ongedeelde mens. Of als wij van iemand zeggen: „hij was weer op dreef, gezond en wel”, dan is het niet anders.

Wij komen hier in de buurt van een term, die in het oude en ook het nieuwe Israël voortdurend klinkt als welkomst- of afscheidsgroet: „sjaloom”. Een belangrijk kern-woord in de reeks die wij de revue willen laten passeren. Wij komen er later op terug.

Heil en heel.

In de latere geschriften van het Nieuwe Testament, de pastorale brieven, vinden wij een gebruik van de term „gezond”, dat veelomvattend en diepinsnijdend is. Bij ogenschijnlijk gezonde gemeenteleden kan er een ziekmakend proces aan de gang zijn. Het wapen daartegen zijn de „gezonde woorden” of de „gezonde leer”, waarvan herhaaldelijk wordt gesproken (o.m. 1 Tim. 10 : 6 : 3). Het gaat hier niet om een gezondmákende leer, als een soort doktersmedicijn. Nee, de leer, de woorden zelf zijn gezond. Immers zij verwijzen naar de werkelijkheid, die tegelijk de norm is van gezondheid in evangelische zin. Het gaat niet om wat wij „geestelijk” noemen. De bijbelse gezondheidsnorm is minder „geestelijk” dan onze geestelijke volksgezond-heid, staat niet tegenover een lichaams-ideaal, maar is omvattend en doordringend. Aarde en lichaam horen er vanzelfsprekend bij, hebben vaak voorrang. In de „gezonde leer” is gezond wat het eigenlijke leven van al het levende bevordert, wat beam woordt aan de bestemming van het geschapene. Wij komen er nog op terug dat „heil” en „helen” ten nauwste met elkaar te maken hebben.

In de „gezonde leer” wordt aangesloten bij de gezonde daden en woorden van de Heer, die een groot deel van het Evangelie uitmaken. Wij denken dan aan de genezingswonderen. Maar deze zijn weer verwijzingen. Opvallend is het steeds weer-kerend thema van genezingen op de sabbat en de ergernis erover. Dan klinkt Jezus’ woord door: „Ik heb op sabbat een gehéle mens gezónd gemaakt”, met gelijke nadruk op sabbat, op geheel, en op gezond.

De relatie met de sabbat — waarop wij een volgende keer terugkomen — met het oog op de totaliteit van de mens is van belang, als er een gesprek komt met werkers in de geestelijke gezondheidszorg.

Mej. drs. H. E. de Lagh wijst erop, dat in het Frans saint en sain precies eender worden uitgesproken, maar dat toch saint minus t = sain. Er ontbreekt iets aan „gezond” (sain), wanneer er geen noties zijn van „heilig” (saint). Wij kunnen het ook anders zeggen: hoe hoger men streeft naar toppunten van gezondheid, des te meer voetangels en klemmen, waarin de gezondheid gevangen kan raken.

Kracht om mens te zijn.

Samenvattend wil ik zeggen, dat de Bijbel ons kwantitatief wel niet veel, maar in-houdelijk iets fundamenteels heeft te zeggen over „gezondheid”. Allereerst meen ik met Fortmann dat het christelijk is te zeggen: God staat aan de kant van de gezond-heid, waarbij wij echter hebben te bedenken dat het niet om cultus van het lichaam, niet om verheerlijking van de geest, niet om verabsolutering van de materiële be stemming, evenmin om afgewendheid van de aardse roeping gaat. Kortom om dingen, die wij speciaal ook in het diakonaat steeds weer hebben te bedenken. Met Karl Barth zullen wij de bron van de gezondheid buiten onszelf hebben te zoeken, daarbij denkend aan zijn definitie van gezondheid: „kracht om mens te zijn”.

Daarbij zal elke geestesrichting, en zeker ook elke kerkgemeenschap, zich hebben te toetsen aan de vraag in hoeverre zij het leven belemmert dan wel bevordert. Zelfs onder het verlangen, het leven te bevorderen, die leeft in elke religie, kan een onderstroom zijn van sterke frustratie, waardoor in feite het uitzicht op heden en toekomst wordt geblokkeerd.

Tenslotte: wij doen goed ons de bijbelse boodschap van gezondheid niet te laten ontnemen in een periode, waarin wij vooral te maken hebben met een samenleving, waarin de lichamelijke en materiële prestatie alle nadruk krijgt. Zwakken, gehandicapten en ouderen zijn in ons midden een stuk „derde wereld”, die zich aan ónze gezondheidsnormen niet kan optrekken. Maar de „gezonde leer” belooft aan deze zwakken voorrang. Deze voorrang mag nu al in het diakonaat door ons worden toegepast. Met het oog op ons aller gezondheid!


Enkele vragen …

1. Is de grens tussen gezond en ziek wel aan te wijzen? En in welke zin?

2. Zijn we niet te veel bezig met de gezondmaking van de enkeling en de groep in plaats van de gezondmaking van de maatschappij?

3. Is er gezonde geloofsbeleving mogelijk in een kerkelijk klimaat met ziekmakende trekken?

4. In welke mate maken de vitale mensen de maatschappij ziek voor de zwakken? Wat is hier de taak van het diakonaat?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1973

Diakonia | 32 Pagina's

gezond en wel

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1973

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken