Bekijk het origineel

Indonesische en Nederlandse kerken aan het werk voor zuidmolukkers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Indonesische en Nederlandse kerken aan het werk voor zuidmolukkers

4 minuten leestijd

De Raad van kerken in Nederland en de Indonesiche Raad van Kerken hebben een gezamenlijk rapport opgesteld met voorstellen op een aantal punten, in de verhouding tussen Indonesië en Nederland. Zij dragen materiaal aan ter oplossing van de problemen van de ca. dertigduizend Zuidmolukkers in Nederland. Verder bevat het gezamenlijk rapport voorstellen betreffende de duizenden politieke gevangenen in Indonesië en suggesties voor meer en betere ontwikkelingssamenwerking.

Verzoening
Het gezamenlijk optreden van de beide raden van kerken staat vooral in het teken van de dienst der verzoening.
'In de woelige dagen', aldus het rapport, 'van het bezoek van president Soeharto aan koningin Juliana en de Nederlandse regering, voltrokken zich allerlei gebeurtenissen, die erop wezen hoe in de herstelde relatie tussen Nederland en Indonesië nog allerlei grieven deze relatie onder druk zetten'.

Nog tijdens de dagen van dat staatsbezoei< in augustus 1970 en de affaire 'Wassenaar' was er overleg tussen dr. Simatupang, een van de voorzitters van de Indonesische Raad van Kerken, en secretaris dr. Fiolet van de Nederlandse Raad van Kerken, Indonesiëkenner prof. dr. Verkuyl en ds. Van der Veen van de Ned. Zendingsraad. Eind juni 1971 vond in Driebergen een toegespitst beraad van vertegenwoordigers van beide raden van kerken plaats. Hierna werd in beide landen een werkgroep gevormd, die in goed onderling overleg samen uitwegen uit de impasses hebben gezocht. De Indonesische werkgroep stond onder voorzitterschap van de Molukse prof. dr. Latuihamallo, lid van de Indonesische raad van kerken en lid van de commissie voor internationale zaken van de Wereldraad van Kerken.

Ereschuld
In het rapport wordt o.a. gesteld, dat Nederland een ereschuld heeft in het algemeen tegenover de Molukse gemeenschap ginds en in het bijzonder tegenover de tegen hun zin, en met later niet nagekomen beloften, naar Nederland overgebrachte ex-Knil-militairen en hun nakomelingen.
De voorstellen betreffen het bevorderen van de terugkeer van die Molukkers die dat willen, inclusief de uitvoering van regionale opbouwplannen (met Nederlandse ontwikkelingssteun) voor de provincie Maluku (Molukken) in Indonesië, desgewenst een terugkeer naar andere delen van Indonesië en een uitkering van AOW/AWW en pensioenen ook in Indonesië, n.l. aan degenen onder de oudere Molukkers, die hun levensavond in hun geboorteland willen gaan doorbrengen.
Verder worden in het rapport suggesties gedaan voor de bevordering van het welzijn en de integratie in de Nederlandse samenleving van de oudere en jongere Molukkers, die om welke reden dan ook in ons land willen blijven, met name door opvoering van de onderwijsfaciliteiten voor de jongeren, die nu veelal te snel in het arbeidsproces worden ingeschakeld en daardoor een geringere vorming krijgen dan hun leeftijdsgenoten zowel in Nederland als in Maluku. Ook doen de beide werkgroepen een beroep op de Nederlandse federatie van vormingscentra 'om hand- en spandiensten te willen verrichten bij de opzet van verantwoord christelijk vormingswerk voor de Molukse gemeenschappen' in ons land.
Voor de zeer noodzakelijke hulp aan de kerkelijke Molukse gemeenschappen in Nederland, gaan de gedachten in de richting van de oplossing. Indertijd gevonden voor de zgn. Waalse kerken in ons land (die met behoud van hun Franse taal en cultuur een officieel verband met de hervormde kerk kregen). Zo zou er voor de Molukkers breder interkerkelijk een regeling kunnen worden nagestreefd, die 'enerzijds de eigen identiteit verzekert en anderzijds tot uitdrukking brengt dat deze kerkgemeenschappen samen met de Nederlandse kerken één volk van God vormen'. In het bijzonder zal ook de theologische opleiding van Molukkers bevorderd moeten worden.

Vergeet die droom!
Het contact met familieleden wordt op hoge prijs gesteld en er is een 'onvoorstelbaar gebrek aan wederzijdse informatie'. Vandaar dat in het rapport ook wordt voorgesteld toerisme en uitwisseling (kerkelijke delegaties, maar ook sportteams, culturele groepen, enz.) te gaan stimuleren.
'Er is teveel een leven bij mythen in plaats van bij nuchtere feiten', aldus het rapport. In een toelichting verduidelijkte prof. Verkuyl dat hij de vestiging van een eigen Zuidmolukse republiek op bijv. Ceram geen haalbare realiteit vindt. 'Wij kerken mogen toch vragen: doet u er nu wijs aan deze droom nog langer te koesteren?', aldus prof. Verkuyl.
De voorstellen betreffende de politieke gevangenen van na de coup van 1965 slaan op versnelde vrijlating, zo nodig versnelde berechting, en de opvang van de familieleden van de gevangenen en van de vrijgelatenen.
Voor de ontwikkelingssamenwerking noemt het rapport o.a. de vergroting van het percentage hulp in de vorm van schenkingen tegenover dat op basis van rente en aflossing en het bevorderen van investeringen, waarbij de belangen van heel de bevolking zoveel mogelijk worden gediend.
Vanuit beide raden van kerken zal nog sterker dan reeds gebeurde, bij de eigen regering en de eigen kerken en hulpverleningsorganisaties worden aangedrongen op uitvoering van de onderdelen van het gezamenlijke rapport.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 augustus 1973

Kerkinformatie | 20 Pagina's

Indonesische en Nederlandse kerken aan het werk voor zuidmolukkers

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 augustus 1973

Kerkinformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken