Bekijk het origineel

Zuster Agnes vraagt naar de kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zuster Agnes vraagt naar de kerk

11 minuten leestijd

In het Zwitserse dorp waar wij een deel van onze vakantie doorbrachten, werd de zondag uitvoerig ingeluid: zaterdags al — 's middags en 's avonds — en zondagmorgen. Nooit zal iemand uit dat dorp kunnen zeggen: wisten wij dat er een kerk bij ons was.
Maar zondagsmorgens zaten wij in de kerk met een handvol mensen. Nee, ik moet eerlijk zijn, er waren er méér dan een handvol en echt niet alleen oude vrouwen. Toch: er was meer leeg dan vol. De preek was goed en het orgelspel voortreffelijk.
Na de dienst vroegen wij onze vrienden — een echtpaar, vroeger Nederlands, nu Zwitsers — op de koffie. Zij hadden zuster Agnes meegenomen.
Zuster Agnes was een jonge vrouw uit Kameroen, zij zag er bijzonder charmant uit In de kledij van haar vaderland: sarong en hoofddoek van dezelfde kleurrijke stof. Zij leerde in het streekziekenhuis voor verpleegster.
Natuurlijk moest zij vertellen. Waarom was zij voor haar opleiding naar Zwitserland gekomen? Wel, de kerk waartoe haar ouders behoren, was door Zwitserse zendelingen gesticht. En die zendelingen waren toonbeelden van toewijding en dienstbetoon geweest, representanten — voor het besef van die ouders — van heel het Zwitserse volk. Allemaal christenen!
Of dat niet een grote desillusie gebleken was. En of! Moeder had bij haar vertrek naar Europa gezegd: kind, je moet overal waar je komt, éérst naar de kerk vragen. Dat deed zij dan voor de eerste maal in Duitsland waar zij een talenpraktikum zou volgen. De mensen aan wie zij het vroeg, hadden haar vreemd aangekeken en gevraagd: Waar moet je dat nou voor weten? En na verkregen antwoord gezegd: maar hier gaat niemand meer naar de kerk, alleen wat oude mensen.
Nu was zij in Zwitserland. Ook daar had zij al gauw gezien: lang niet alle mensen waren christen. Vaak dacht zij: die goede moeder, wat heeft zij een illusie gekoesterd. Maar, zei zuster Agnes, ik laat het maar zo, ik kan het moeder niet aandoen haar deze illusie te ontnemen.

Hoe lang nog?
Een onthullend en onthutsend gesprek.
Voor Agnes waren wij dus al van de mythe: alle christenen zijn (echt) christenen, ontdaan. Hoe lang zal haar moeder nog haar illusie kunnen behouden?
Ik denk niet zo lang meer.
Een paar maanden geleden verklaarde Emilio Castro, de direkteur van de Commissie voor Wereldzending en Evangelisatie (van de Wereldraad van Kerken), een latijns-amerikaan, tijdens zijn bezoek aan ons land, in Europa getroffen te zijn door de vervreemding van het evangelie bij velen. En even later sprak de litaeriaanse kanunnik Burgess Carr, sekretaris van de afrikaanse raad van kerken — óók op reis door Europa — als zijn mening uit, dat binnen afzienbare tijd de rol van Europa als het bij uitstek christelijke werelddeel door Afrika zou zijn overgenomen.
In een recente prognose — die men als alle prognoses overigens wel met de nodige reserve moet bekijken — vond ik, dat omstreeks het jaar 2000 het aantal christenen in Afrika 350 miljoen zal bedragen (46% van de hele bevolking van het werelddeel). Het aantal christenen in de kerken van het westen zal van 1900 tot 2000 ongeveer verdubbelen: van 392 komt het op 800 miljoen, maar het aantal christenen overzee in dezelfde eeuw verzeventienvoudigen: van 67 miljoen komt het op 1 miljard!
Zulke cijfers kunnen defaitistisch stemmen — tenminste voorzover ze betrekking hebben op ons, hier in het westen. Maar ze kunnen ook stimuleren tot evangelisatie en herkersteningswerk en dat is beter. En laten wij ook die andere cijfers niet vergeten.
Die stemmen hoopvol.

'Uittredingen'
Zo veel christenen toen, zo veel nu en zo veel straks Dat is interessant, maar het kwam en komt natuurlijk altijd aan op de kwaliteit van de christenen, die kerkleden. In hoever zou die prognose van zoeven daarmee rekening hebben gehouden? Hoe zullen de kerken zich in de toekomst ontwikkelen? Zullen 'vrije kerken' (zoals de onze) volkskerken worden of zullen, omgekeerd, volkskerken inkrimpen tot belijdende kerken? Misschien gaan wij eerst wel het eerste en daarna het tweede beleven. Wie zal het zeggen?
In Zwitserland las ik een artikel van Hans Heinrich Brunner (Kirchenbote für den Kanton Zurich, 16.6.73). Het gaat over de 'Kirchenaustritte', het bedanken voor het kerklidmaatschap door middel van een mededeling aan de overheid, dat men geen 'Kirchensteuer' (kerkelijke belasting) meer wenst te betalen, een in Duitsland en Zwitserland veel besproken onderwerp.
Hoe staat het met de uittredingen in kanton Zurich? Brunner geeft wat vergelijkend cijfermateriaal en concludeert daaruit: het aantal neemt toe, maar is in verhouding tot het totale ledenbestand (660.000) toch altijd nog gering.
Maar dat laatste betekent niet, zegt hij, dat het ons niet tot nadenken moet stemmen. Dat zeker. En dan vooral tot nadenken over de vraag naar het waaróm van de uittredingen.

Oorzaken
Brunner geeft een heel lijstje van oorzaken. Sommigen zwaaien af uit religieuze motieven: zij vinden de iandskerk te lauw, te veel verwereldlijkt, te weinig bijbelgetrouw en sluiten zich aan bij een andeie gemeenschap. Anderen gaan weg omdat zij teleurgesteld zijn in een predikant of een ouderling of omdat zij zich ergerden aan toestanden of gebeurtenissen in hun plaatselijke gemeente: ruzies, kwesties betreffende het beheer van de financiën. nieuwbouw e.d. Weer anderen nemen afscheid van de kerk omdat zij er niet langer voor voelen te betalen voor een zaak waarvan zij vervreemd zijn en die hun gewoon niet meer interesseert. In de laatste jaren is vooral een vierde groep in omvang toegenomen: jongeren die de kerk de rug toekeren, omdat die voor hun besef deel uit maakt van een maatschappelijk systeem dat zij wég willen hebben.
Het lijstje is leerzaam, ik dacht ook voor ons in Nederland. Als wij het nog eens doorlopen, moeten wij toegeven dat ook voor ons geldt dat ambtsdragers en kerkleden niet altijd vrij-uitgaan, als andere kerkleden van de gemeente vervreemden en deze op de duur haar congé geven.
Brunner eindigt zijn artikel met een korte nabeschouwing. Twee passages daaruit vind ik ook voor ons in onze nederlandse situatie niet zonder belang. In de eerste plaats vindt Brunner dat wij de uittredingen ook met de nodige nuchterheid moeten bezien. Vroeger — men kan wel zeggen: tot voor kort — hoorde het tot 'de publieke moraal, de goede toon, de burgerplicht' lid van de kerk te zijn. Vandaar zoveel nominale leden. Die tijd schijnt voorbij te gaan en dat kan men toch niet als een echte verliespost beschouwen.

Maar daar wil Brunner toch iets anders tegenover stellen en hij richt zich dan speciaal tot diegenen die het om de een of andere reden met de kerk moeilijk hebben. Weet u wel wat u doet als u de kerk verlaat! U ontneemt dan uzelf praktisch elke mogelijkheid om de kerk te veranderen, te verbeteren.
Dat zal toch vooral van binnen uit moeten gebeuren. Maar dan moet u zorgen geen toeschouwer te zijn, maar medespeler.

De 'Konfirmation'
Ik las in Zwitserland ook nogal wat over de problemen rond de 'Konfirmation', de toelating tot het volwaardig kerklidmaatschap op de leeftijd van ongeveer dertien tot vijftien jaar.
Aan pogingen tot vernieuwing van het godsdienstonderwijs, wordt veel gedaan, merkte ik. De dominee geeft dat onderwijs ook in de school. De dominee d.w.z. de man van de kerk, van de zondagse preek en van het 'Konfirmandenunterricht', de belijdeniscatechisatie, waarvoor de godsdienstlessen op school de grondslag bedoelen te leggen.
Dit goed bedoelde samenspel heeft dikwijls een averechts effekt. Tenminste, dat is de mening van de predikant R. Schlapfer in een artikel dat hij vorig jaar publiceerde in het 'Kirchenblatt' (15.6.72). De confirmatie blijft, schreef hij, ondanks alle vernieuwingen nog steeds het grote afscheid van de kerk en dikwijls ook van het christelijk geloof. Hoe dat komt? O.a. door het samenvallen van de tijd waarin de jongen of het meisje de school verlaat èn de tijd waarin hij of zij geconfirmeerd wordt. Dat is een tijd waarin de jongens en meisjes zeer met zichzelf bezig zijn, ook bezig zijn zich los te maken van allerlei autoriteiten uit hun prillere jeugd (soms met veel moeite!), veel school- en huiswerk hebben, kortom een kritische periode. In die tijd valt dan de lang verbeide dag: afscheid van de school.
Maar óók de confirmatie! De jongen of het meisje identificeert de rol van school en kerk en in zeer veel gevallen is het gevolg: afscheid van de school = afscheid van de kerk.
Een begrijpelijk verhaal, dat misschien ook ons van enig nut kan zijn; ik denk aan de discussies over het voor en tegen van belijdenis-doen op jeugdiger leeftijd.

Genève
En dan Genève, het mij zo dierbare Genève.
Eens fulmineerde Calvijn er tegen de 'krankzinnige geesten', die de kerk in beroering brengen door het goed recht van de kinderdoop te bestrijden (bijv. Inst. IV, 16). Hij bedoelde de Wederdopers.

Maar nu? Ik las (Kirchenbote, 16.6) dat de kerkeraad van Genève ertoe overhelde aan de volwassendoop de voorkeur te geven boven de kinderdoop!
In de stadskerken van het kanton wordt daaraan al een zekere gestalte gegeven.
In Genève zelf wordt al een paar jaar naast de kinderdoop het opdragen van de kleine kinderen in praktijk gebracht, in de hoop dat die kinderen, als zij volwassen zijn, zelf om de doop zullen vragen. In de dorpsgemeenten staat men tegenover het opdragen nog aarzelend, heet het in het bericht. Nee, Genève is niet meer het Genève van Calvijn. En ook niet meer dat van de vorige eeuw. Toen heeft men, ook van kerkelijke zijde, onder invloed van het Réveil en de vrije-kerkidee, sterk gepleit voor de volledige scheiding van kerk en staat en ook voor het stopzetten van alle financiële bijdragen van de staat aan de kerk.
En zover is het ook gekomen.
Een levende kerk moest en kon voor zichzelf zorgen.
Maar nu hebben twee predikanten van Genève aan hun kerkeraad gevraagd om toestemming betaalde arbeid buiten de kerk te mogen verrichten; in hun vrije tijd willen zij het domineeswerk blijven doen. Gun ons dit experiment, hebben zij gevraagd. En hun argumenten doen sympathiek aan: Paulus verdiende toch ook met gewoon werk zijn brood. Bovendien: hoe veel gemeenteleden doen ook niet kerkelijk werk zonder er voor betaald te worden.
Maar de achtergrond is triest: de kerk in het kanton Genève behoort tot de armste in Europa, en dat niet omdat haar leden zo arm zijn, maar omdat het die leden ontbreekt aan offervaardigheid en vermoedelijk aan nog meer.

'Täuferhöhle'
Natuurlijk hebben wij in onze Zwitserse vakantie niet alleen gepraat en boekjes en krantjes gelezen; u zou het uit het voorgaande wel haast kunnen afleiden!
Wij hebben ook veel gewandeld. En mag ik u nu eens één wandeling aanbevelen? Gaat u eens — als u in de buurt bent — naar de 'Tauferhöhie', de (Weder) dopersgrot. Ze ligt in de buurt van Baretswil, een dorp ten noorden van het meer van Zurich. Je komt terecht in een dicht bos, moet eerst een steile klim maken en dan almaar dalen. Eindelijk kom je dan bij een enorme spelonk met verschillende zijholen. Dat is de 'Täuferhöhle'. Daar hebben zij geschuild, tijdelijk gewoond, hun diensten gehouden, gedoopt, die christenen die eerst met de reformatie van Zwingli ingenomen waren maar weldra vonden dat Zwingli niet radikaal genoeg optrad, een halve reformator was: de 'Täufer', Wederdopers.

Midden in de natuur gaat daar een boeiend maar triest stukje kerkgeschiedenis voor je leven. Je denkt: wat een ideale schuilplaats. Maar ook: als zij hier ontdekt werden, zaten zij ook als ratten in de val. En je denkt verder: zou dat ooit gebeurd zijn, zouden hier werkelijk ' slachtschaepkens Christi' gedood zijn, tengevolge van . . . ja waarvan? In elk geval óók van een onjuiste, een te innige verbinding van kerk en staat. Die verbinding heeft de kerk méér schade opgeleverd dan die welke Geneve nu ondervindt als gevolg van de totale scheiding van kerk en staat.

Weer thuis
En tenslotte ga je naar huis. Naar Nederland. Naar Kampen. En je start met nieuwe moed. Maar je moet er wel nog een beetje inkomen. En daarom begin je maar met een kroniek in Kerkinformatie die iets weg heeft van het eerste opstel dat de meester, jaren, jaren geleden, na elke zomervakantie van ons vroeg: dat over 'vakantieherinneringen'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 augustus 1973

Kerkinformatie | 20 Pagina's

Zuster Agnes vraagt naar de kerk

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 augustus 1973

Kerkinformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken