Bekijk het origineel

Campagnes tegen de kerken in het land van Tito

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Campagnes tegen de kerken in het land van Tito

4 minuten leestijd

Joegoslavië heeft sinds enige jaren in Nederland een goede naam, niet in de laatste plaats wegens de geestelijke vrijheid, die er gekomen is, ook op religieus gebied. Er is een groot aantal kerkelijke bladen, er worden religieuze boeken uitgegeven en films gemaakt, er wordt godsdienstonderwijs gegeven en er kunnen priesters en predikanten opgeleid worden zonder dat de staat zich er mee bemoeit. En zonder daar een geheim van te maken kan het werelddiakonaat van de gereformeerde kerken in ons land de kleine Joegoslavische gereformeerde kerk bij verschillende problemen helpen.
Er verschijnen de laatste tijd echter telkens berichten in onze pers, over meer of minder ernstige uitingen van vijandschap tegen de kerken. Ze behoren zeker tot de gevolgen van de nieuwe en strengere koers, die Tito vorig jaar is gaan volgen. De vraag is alleen, waarom die nieuwe koers tot een anti-kerke lijke houding bij de regering leidt en of deze lang of kort in die houding zal volharden. Het laatste hangt van zoveel onzekere faktoren af, dat het gelijk staat met waarzeggerij om er een uitspraak over te doen, maar op het eerste deel van de vraag is wel een antwoord te geven.
In 1971 kreeg Tito te kampen met grote moeilijkheden van politieke en ekonomische aard. Vooral het opleven van het nationalisme in verschillende van de elkaar vaak vijandige republieken, waaruit de Joegoslavische federatie bestaat vormde een gevaar. In het bijzonder was dat het geval in Kroatië en Servië. De kerken daar, in Kroatië de rooms-katholieke en in Servië de orthodoxe, zijn typisch nationale kerken. Ze hebben altijd een faktor van betekenis gevormd bij alle politieke ontwikkelingen in het verleden, en de beschuldiging van nationalistische propaganda, die nu in verband met de nieuwe onrust tegen sommige individuele geestelijken en leken, af en toe ook tegen de kerken als geheel, wordt ingebracht, is misschien niet altijd van iedere grond ontbloot.
Een tweede reden voor de anti-kerkelijke houding van de regering is het marxistische dogma van het atheïsme.
Het is in de kommunistische landen de oorzaak van veel onenigheid onder de partij-theoretici en van herhaalde koerswisselingen in de ten aanzien van de kerken gevoerde politiek. Met name leiden binnenlandse moeilijkheden, waarvoor een marxistisch regiem komt te staan, steevast tot campagnes tegen de kerken. Dat ziet men nu ook in Joegoslavië gebeuren, al moet gezegd worden, dat het beleid van de regeringen der deelstaten niet altijd gelijk is aan dat van de federale regering.
De meeste botsingen schijnen zich voor te doen, zoals te verwachten was, in Kroatië en Servië.

Politiek èn wereldbeschouwing
In dit verband is het interessant, een artikel, dat kort geleden in het Sloveense rooms-katholieke tijdschrift Znamenje is verschenen, te leggen naast enige recente berichten. De schrijver van het artikel gaat in op de konsekwenties van de ideologische 'klarimg'. De officiële 'verheldering' bezon zich op de ideologische richting, waarin de jeugd geleid moest worden en daarbij kwam weer de vraag naar de plaats van de gelovigen in de kommunistische maatschappij aan de orde.

Deze vraag behoort, volgens de schrijver, echter niet te bestaan in een maatschappij, die opkomt voor de gelijkgerechtigheid van gelovigen en niet-gelovigen. Dat dit toch gebeurt, is het gevolg van het standpunt van de partij, dat 'alleen het atheïstisch marxisme de grondslag voor de verdere ontwikkeling van onze socialistische maatschappij kan zijn'. Immers, hoe wil men dan de gelijkgerechtigheid realiseren van hen, die vóór die socialistische maatschappij zijn, maar het atheïsme afwijzen? Het direkte verband, dat de partij legt tussen de ontwikkeling van de socialistische maatschappij en het atheïstisch marxisme, dus tussen een bepaalde politiek en een bepaalde wereldbeschouwing, is kenmerkend voor het klerikalisme. Dit klerikalisme van de partij doet de met de mond beleden gelijkberechtiging van gelovigen en ongelovigen teniet: er werd door de partij bv. gezegd, dat gelovigen, zelfs als ze bij het onderwijs werkten, niet op grond van hun geloof gediskrimineerd zouden worden, maar in de praktijk komt de strijd voor de socialistische lijn op de scholen neer op strijd tegen de godsdienst en doet men alle moeite, gelovige leerkrachten van de scholen te verwijderen.
Dat de partij-en regeringsinstanties dit vooralsnog niet willen vermijden, blijkt uit de volgende berichten van 21 en 22 mei jl. in het Belgradose dagblad Vecernje Novosti: in Subotica werd het eerste 'lerarenreglement' van Joegoslavië uitgevaardigd. Daarin wordt van de leraar o.a. geëist, dat hij atheïst moet zijn. Een dergelijk reglement werd in Novi Sad met betrekking tot de hoogleraren uitgevaardigd. Daarin staat o.a. dat het blijk geven van nationalisme, van negatieve opvattingen over het socialisme en het zelfbestuur, evenals van religiositeit, onverenigbaar is met de funktie van hoogleraar aan een universiteit.


Fotobijschrift:
Dorpskerk in Joegoslavië.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 augustus 1973

Kerkinformatie | 20 Pagina's

Campagnes tegen de kerken in het land van Tito

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 augustus 1973

Kerkinformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken