Bekijk het origineel

Missionair Panorama

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Missionair Panorama

12 minuten leestijd

Tbc-bestrijding in Indonesië

Tuberculose in Indonesië is nog altijd een ware volksziekte. Van de volwassenen is vrijwel iedereen ermee besmet. Dat wil niet zeggen dat iedereen ook ziekteverschijnselen vertoont. Maar die komen altijd nog voor bij drie à vier procent van de bevolking.

Het land is economisch niet in staat om speciale consultatiebureaus voor de bestrijding van deze volksziekte op te zetten. Daarom werd besloten de tuberculosebestrijding te integreren met de algemene gezondheidszorg. Iedere regeringspolikliniek moet er op gericht zijn tuberculose te kunnen diagnostiseren en behandelen.

Jarenlang werd hier weinig de hand aan gehouden. Maar nu heeft opnieuw ieder consultatiebureau voor zuigelingen- en kleuterzorg opdracht om tegen de ziekte in te enten. Toch kan dit gebod lang niet overal uitgevoerd worden. Het serum is moeilijk te verkrijgen. Het is nog moeilijker te bewaren. Het moet namelijk in een koelkast bewaard worden en er zijn nog altijd heel veel consultatiebureaus die niet over een koelkast beschikken. De behandeling van de patiënten is totaal veranderd. Werden de mensen vroeger naar sanatoria gezonden in de bergen, om er te kuren, nu ontvangen ze een zogenaamde „lopende behandeling”. Deze methode voldoet uitstekend, maar wel moet de patiënt zich regelmatig laten onderzoeken en iedere dag zijn medicijnen innemen. Dat betekent dat er een goede voorlichting moet komen voor patiënten.

Ook Yakkum, de organisatie voorchristelijke gezondheidszorg op Midden-Java, die ook het ziekenhuis Bethesda leidt in Djokjakarta werkt via zijn poliklinieken mee aan de tuberculosebestrijding.

Dit werk werd mogelijk gemaakt door grote giften die in de laatste paar jaar ontvangen werden van het bestuur van Sonnevanck, van de zogenaamde „Maandagcent”, van de zendingscommissie van Den Haag-Oost en van enkele particulieren. Het meeste geld werd besteed voor geneesmiddelen. Een klein deel werd uitgegeven voor rolfilms voor het kleinbeeldröntgenapparaat in het ziekenhuis Bethesda. Ook de jeugd heeft bijgedragen, meldt dokter P. Elshove in een verslag over dit werk. Zo kwam er een gift van de jeugdzending van Den Haag-Oost, waarmee een gratis bed gefinancierd wordt voor een jeugdpatiënt in het ziekenhuis, terwijl er ook dure medicijnen gekocht konden worden voor enkele jongeren die immuun geworden waren voor goedkopere medicijnen.

Omdat er ook in Djokjakarta regeringspoliklinieken bestaan is onderling geregeld dat de christelijke gezondheidszorg zich vooral zal richten op vijf kampongs. Maar er komen ook wel andere patiënten uit districten of kampongs waar nog geen polikliniek is. Toch richt het werk zich hoofdzakelijk op deze vijf kampongs.

Daarvoor is juist een wijkverpleegster benoemd, die opgeleid wordt als huisbezoekster om nieuwe ziektegevallen te ontdekken en toe te zien op de patiënten die onder behandeling staan. Het was zelfs mogelijk deze verpleegster een fiets te geven, zodat ze zich gemakkelijker verplaatsen kan.

Vakantie en zending

In de maanden mei tot september werden door het diakonaat vakantieweken georganiseerd voor gehandicapten, alleenstaanden, mensen in zorg, eenzamen, bejaarden op „De Blije Werelt” en in klein verband ook op het Zendingscentrum te Baarn. Zo’n 4500 mensen vonden er niet alleen ontspanning, maar ook nieuwe kracht voor de maanden die weer komen.

In deze zomer werd elke zondagavond op de beide centra een zendingsinformatiedienst gehouden. Dit jaar is verteld over het werk in Brazilië, is elke week gebeden voor de werkers in dit land, is met elkaar gezongen en is gegeven voor de Timotheus-bijbelschool in Cascavel en het buurthuis te São-Paulo. Verder is aan een aantal diensten medewerking verleend door een groep enthousiaste jongeren van Youth for Christ uit Huizen, NH.

Er was steeds veel belangstelling, er is met aandacht geluisterd, de jongeren waren onvermoeid en zongen na de dienst elke keer nog apart voorde gehandicapten. Ook dit gebeurt in Nederland, ook voor dit werk zijn altijd vrijwilligers te vinden; met elkaar wordt ook hier gewerkt aan de komst van het Rijk.

Vakantie en zending: vindt u het vreemd? „We hebben een geestelijke injectie gehad,” zei een van de bezoeksters; „Ik zie het nu weer, God gaat overal door en ik weet dat we er allemaal èn in Brazilië èn in Nederland bij horen.”

P. Noordam

Gezamenlijke zendingsactie

In de week voor pinksteren organiseerden de gereformeerde, hervormde en rooms-katholieke kerk van Fijnaart een gezamenlijke zendingsactie. Deze actie, die in het teken stond van „Afrika 1973”, is bijzonder goed geslaagd. Op de plaatselijke markt was een boeken- en informatiestand ingericht, waar door het Nederlands Bijbelgenootschap, de Nederlandse Zendingsraad en de Katholieke Bijbelstichting informatie werd verstrekt. Verenigingen werden bezocht en geïnformeerd over het werk en de taak van de zendingscommissies op plaatselijk niveau.

De leerlingen van de christelijke school hadden afrikaanse dorpjes en tekeningen gemaakt die op de markt waren uitgestald. Er was een informatieavond voor het onderwijzend personeel van alle basisscholen in Fijnaart, Heiningen en Zwingelspaan. De heer S. Oosterbeek, secretaris van de onderwijscommissie van de NZR, wees op de noodzakelijkheid om regelmatig de leerlingen te informeren over en te betrekken bij het zendingswerk. De actie werd besloten met diensten op eerste pinksterdag in alle kerken, waarbij aandacht aan deze actie werd besteed en in lied en prediking tot uiting werd gebracht, dat pinksteren het feest is van Jezus Christus en de zending.

Dokter J. Berg 50 jaar arts

De elfde mei van dit jaar vierde dokter Jelle Berg met zijn gezin zijn 50-jarig artsenjubileum. En dat betekent, dat het nu een halve eeuw geleden is, dat hij arts, d.w.z. zendingsarts werd. Zeker een feit, waar we in het ZD wel even stil bij mogen staan. Want al is het dat dokter Berg, vooral ook na zijn definitieve terugkeer naar Nederland in 1946, op verschillende terreinen nog zeer actief bezig is geweest, toch ligt zijn hoofdwerk op het zendingsterrein, en wel voor verreweg het grootste gedeelte van zijn intensieve arbeid in het missionaire werk op Soemba.

Hij kwam daar in 1924 aan. Met zijn jonge vrouw, Eppie Miedema – dochter van de bekende Groninger predikant ds J.J., Miedema – die hem in de vele, vaak buitengewoon moeilijke jaren, die hem wachtten, altijd tot grote hulp en steun is geweest. Want wat hij op zich genomen had was niet gering: het door medische verzorging brengen van de blijde boodschap van verlossing door Christus aan een primitief volk, dat eigenlijk nog geen andere geneesmiddelen kende dan het brengen van kleine en grote offers aan de marapoes (de geesten). En dat grote werk moest onder vaak drukkende huiselijke moeilijkheden van ernstige ziekte in het gezin gebeuren en dat, vooral in de beginjaren, onder de meest primitieve omstandigheden.

Het gezin vestigde zich te Waikabubak, waar hun woning bestond uit een op lemen vloer opgetrokken gebouwtje met bamboewanden en alang-alang-dak. Zijn eerste „ziekenhuis” was een houten barak-je van, naar ik meen 6 bij 4 m2, en het was al een geweldige vooruitgang toen hij de beschikking kreeg over een veel ruimere behuizing voor zijn zieken, al was het dan ook op aarden vloer met bamboewanden. Pas goed werd het, toen hij in 1930 een behoorlijk ziekenhuis kon openen en zelf met zijn gezin een behoorlijke woning kon betrekken. Slechts wie dit alles meegemaakt heeft kan enigszins beseffen wat voor energie en werkkracht deze pionier in het medisch zendingswerk dagelijks op moest brengen. Voeg hierbij dan nog het zegenrijke maar doodvermoeiende werk van soms dagenlange tournees naar de binnenlanden en de voortdurende zorg die hij had voor de gezondheid van de nederlandse zendingsarbeiders met hun gezinnen, dan kunt u zich voorstellen, hoe nu nog veel Soembanezen met ons, oud zendingsarbeiders, vol bewondering, blijdschap en grote dankbaarheid terugdenken aan de tijd van de altijd opgewekte, humoristische en voor iedereen klaarstaande dokter Jelle Berg met zijn vrouw en gezin op Soemba.

W. van Dijk

Niet alledaags telefoontje

Een mevrouw, die was geopereerd door een kennis/chirurg, deelde ons onlangs telefonisch mee dat de chirurg haar had gevraagd om het hem toekomende honorarium aan het Zendingscentrum over te maken.

Dankbaar aanvaard en bestemd voor één van de nog niet gedekte projecten van ons projectenboekje! (zie artikel elders in dit blad onder de rubriek „Zending te gelde”).

Opmerkelijke begrafenis

In Djakarta is op 11 juli overleden mevrouw Probowinoto. Zij was de echtgenote van de bekende Javaanse predikant, die velen in Nederland zich zullen herinneren uit de tijd toen hij in 1948 de synode van Eindhoven bijwoonde en ook door zijn veelvuldige contacten met Nederland in de jaren daarna.

Onder overweldigende belangstelling – de mensen waren met honderden van heinde en ver gekomen – is zij de volgende dag te Salatiga begraven. Deze ongekende toeloop liet duidelijk zien hoeveel respect men had voor alles wat zij heeft moeten doen om, met een zwakke gezondheid en een groot gezin, het werk van haar man mogelijk te maken.

Heel opmerkelijk was ook wel haar verlangen om op het islamitische kerkhof in Salatiga begraven te worden. Tot nog toe was dit nooit mogelijk, omdat het van moslimse kant niet toegestaan werd om daar ook christenen te begraven. Noodgedwongen hadden deze indertijd dan ook een eigen kerkhof aangelegd.

Maar mevrouw Probowinoto had als laatste wens te kennen gegeven om niet op een afgescheiden plaats maar midden tussen haar volk begraven te worden. Voor dat verlangen zijn de islamitische autoriteiten gezwicht. Een soort doorbraak dus, waarvan men hopen en bidden mag dat hierdoor temeer de christelijke kerk een plaats mag krijgen niet aan de rand maar in het hart van de Javaanse samenleving.

In memoriam zr Adri Sander

Adri Sander. Voor velen misschien niet zo bekend. Toch was ze jaren lang één van ons. Augustus 1935 kwam ze bij ons in het Petronellahospitaal, in Djokja. Benoemd in Indonesië, omdat er plotseling ’n vakature ontstond en zij bij haar zuster op Java logeerde. Ze ging onopvallend haar gang. Toch zullen de Djokjanezen, die het feest na de geboorte van prinses Beatrix meemaakten, zich haar herinneren: dat „schoolmeisje” met ’n grote blauwe strik op haar blonde krullen, blij huppelend over het toneel op ’n autoped.

Dat was Adri Sander. Vriendelijk en met liefde voor de mensen en liefde voor haar werk. Toch niet onopgemerkt. Toen ’k enkele jaren geleden in Djokja was waren het een oudverpleegster en onze oude bediende, die naar zuster Sander vroegen. Met een ernstige nierziekte kwam ze na de oorlog in Holland terug. Nooit is ze weer echt gezond geweest.

Ze leefde zeer teruggetrokken, waardoor het moeilijk was het contact met haar te behouden.

Januari 1973 stierf ze, 71 jaar oud. Maar bij de begrafenis kon haar predikant vertellen, hoe ze begeerd had te zijn zoals Nel Benschop het in een van haar gedichten zegt: Ik zou zo graag Uw weg gaan in ’n rechte lijn.

Vol blijdschap met het hoofd omhooggeheven.

Mijzelf geheel aan U en andren geven een duidelijke brief van Christus zijn.

Maar boven alles zou ik willen zijn Uw kind ’n Koningskind, dat glansloos vlas tot gouddraad spint.

Onopvallend ging ze haar weg. Ze was een van ons, maar nu is ze een van de velen, die als Koningskinderen juichen voor de troon van God en het Lam.

Zr. A. Heidema

Theologie en praktijk

In het oude „leerplan” van de Theologische Hogeschool te Djakarta werd het eerste deel van het zesde leerjaar altijd gewijd aan de zgn. praktijk. De laatste jaren ontwikkelde dit zich reeds in de richting van een bredere kennismaking met allerlei aspecten van de kerk en de maatschappij, waar de studenten, na het voltooien van hun studie in terecht komen. Rekening houdend met allerlei nieuwere inzichten omtrent de verhouding van theologie en praktijk, is men dit – zo blijkt uit een verslag van dr L. Oranje – nog radicaler gaan uitwerken. Op die manier is het „Collegium Pastorale 1973” een soort experiment geworden in het theologisch onderwijs. Uitgangspunt bij de nieuwe opzet was de gedachte dat de ervaring vooraf zou moeten gaan aan de reflectie.

Daartoe moesten de studenten beginnen met zes weken lang in een gemeente te werken. Hier waren in heel West-Java gemeenten voor uitgezocht van verschillende aard en achtergrond, met het doel om de uiteenlopende problematiek van die gemeente in het vizier te krijgen. De studenten moesten daar een verslag over schrijven dat kort en informatief diende te zijn.

Na dit begin werden een paar weken ingelast met andere programmapunten: cursus over het gezonde gezin (met name ook over het voor Indonesië zo brandende vraagstuk van de geboortenbeperking); daarnaast een weeklang verkeer in een psychiatrisch ziekenhuis. Hierover moest een opstel geschreven worden dat ook zou kunnen gebruikt worden als kerkbode-artikel.

Een tweede hoofdonderdeel van dit „Collegium Pastorale” bracht de studenten in aanraking met allerlei aspecten van de maatschappij. Zo werd een groep van tien studenten geplaatst in de haven om daar als gewoon havenarbeider te werken. Tien andere studenten werden ingezet bij verschillende projecten van de stad Djakarta: een weeshuis, een tehuis voor bejaarden of voor verwaarloosde kinderen, een blindenkolonie of dergelijke. Op deze manier werd getracht de studenten te trainen in waarnemen en rapporteren. Het derde hoofd-onderdeel bestond in een samenzijn – twee weken – te Sukabumi, waar het geheel van hun ervaringen werd gerapporteerd en waar getracht werd om theologisch zinnig over dit alles met hen na te denken. Ook de spiritualiteit had daar een belangrijke plaats. Geen spiritualiteit los van de concrete omstandigheden, maar experimentele diensten die rechtstreeks voortkwamen uit de ervaringen opgedaan in de achter hen liggende maanden.

Het is niet overdreven – zo beëindigt dr Oranje zijn verslag – om te zeggen dat over het algemeen de indruk van dit „Collegium Pastorale 1973” groot is geweest en dat wij beseffen hoe in deze richting vernieuwing van het theologisch onderwijs kan worden gezocht, misschien niet alleen maar voor de Theologische Hogeschool in Djakarta maar ook voor andere indonesische theologische opleidingen.

Hulp bij terugkeer uit Derde Wereld

Zendingswerkers die uit de Derde Wereld in Nederland terugkeren, vinden het soms moeilijk een passende werkkring te vinden. Dit geldt in het bijzonder voor werkers die een andere dan theologische opdracht vervuld hebben. Het Centraal Orgaan van de zending heeft overwogen wat voor deze mensen gedaan kan worden. Besloten werd een opvangcommissie in te stellen en via interkerkelijke organen dit probleem bij de regering aanhangig te maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Missionair Panorama

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken