Bekijk het origineel

de diaken in de eredienst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

de diaken in de eredienst

11 minuten leestijd

Kanttekeningen uit de praktijk bij het referaat van Ds. Karres

In het begin van zijn boekje „Eredienst-vaardigheid” — dat ons allen ter voor-bereiding van deze conferentie is toege-stuurd — zegt Dr. Barnard, dat hij ons meeneemt naar zijn kerk in Rozendaal. Vanuit deze concrete situatie kan hij concreet spreken. Niet in de zin van: zo moet het, maar in de zin van: zo doen wij het, dus: zo kan het! En in die zin wil ik U meenemen naar de Martinikapel in Groningen. Eens in de twee weken wordt daar een dienst gehouden, een „liturgische dienst” zal ik het dan maar noemen, ofschoon dit geen goed woord is, want elke dienst is „liturgisch”. Er wordt veel gezongen, ook vaste stukken zoals Kyrie en Gloria, Sanctus en Benedictus, maar vooral — en dit is het voornaamste, wat deze diensten kentekent: in elke dienst wordt avondmaal gevierd.

Hoe functioneert de diaken in deze dienst?

a. Bij de ingang zien wij hem staan: de gedrukte liturgieën en de gestencilde liederen uitdelend, mensen begroetend, de weg wijzend indien dit nodig blijkt, en wel letterlijk en figuurlijk ten opzichte van zitplaatsen én van de uitgereikte liturgie, tegelijk de tafel met publicaties in het oog houdend. Hij (of zij, want mannen en vrouwen doen deze dienst) draagt geen zwart pak. De diaken: een mens, een medemens aan de deur, een wegwijzer.

b. Wanneer predikant en ouderling binnen komen, gaat de diaken zitten. Hij is nu gemeentelid. Niets anders. Hij zingt en luistert. Het Woord wordt voorgelezen en uitgelegd. Voor de gemeente. Ook voor de diaken. Hij neemt het op; hij overweegt en beweegt het in zijn hart. Het Woord, dat straks brood wordt. Hij laat het spreken. Tot zich.

c. Na de prediking staat een van de diakenen op. (Elke zondag hebben twee diakenen dienst). Vanuit de avondmaalstafel gaat hij voor in gebed. Hij doet voorbede voor de wereld, voor de kerk, voor noden die de gemeente bekend zijn: namens de gemeente gaat hij ze verwoorden en voor God brengen. Hij bidt voor de naaste ver weg of dichtbij, voor het doel waarvoor straks gecollecteerd wordt. Zijn gebed wordt onderbroken door momenten van stilte, en de gemeente antwoordt met „Heer, ontferm U” en vult de stilte met eigen stil gebed. De diaken bidt met zijn eigen woorden. En toch is het niet zijn eigen gebed: het is het gebed der gemeente, voort-gekomen uit de gemeente, gedragen door de gemeente. En door zijn gebed wordt de gemeente ingeschakeld in Gods handelen. Het gebed is de eerste stap in de richting van: Gods Woord dat niet alleen beluisterd, maar gedaan, geleefd, opgevolgd wil worden.

d. Na het bidden de tweede stap op de weg van het geleefde Woord: de inzameling der gaven. Weer staat een diaken op en vertelt kort waar de collecte voor bestemd is: concreet en nuchter, een stukje informatie. Bij de uitgang één collecte voor diakonic en kerkvoogdij — dit dus in tegenstelling tot wat ds. Karres in zijn referaat adviseert — en in de dienst b.v. voor de zending, of het pastoraat in ziekenhuizen of godsdienstonderwijs op openbare scholen of iets anders. Er wordt zo duidelijk en zo concreet mogelijk geïnformeerd. De gemeente heeft er recht op om te weten waarvoor zij geeft. De collectezakjes gaan van hand tot hand en worden daarna door de diakenen weggebracht. En terwijl de gemeente een lied zingt, dat de collecte verbindt met het avondmaal, ons geven ziet in relatie tot Christus die zich zelf aan ons geeft, komen de diakenen terug: zij dragen de gevulde bekers met wijn, de ouderling loopt voorop met de schalen brood. (Dat de ouderling het brood binnen brengt gebeurt gewoon om praktische redenen. Het is functioneel, niet principieel te verstaan!) Brood en wijn worden neergezet op de avondmaalstafel.

e. De avondmaalsliturgie begint met een gezongen geloofsbelijdenis. Er wordt ook verder veel gezongen en gebeden. Niet geleerd en verklaard: dat is niet meer nodig! Het avondmaal komt voort uit wat er totnutoe in de dienst is gebeurd, is de consequentie ervan. Elke zondag weer beleven wij de vreugdevolle verwachting, het naar-het-avondmaal-toe-leven door middel van een feestelijke liturgie. En elke zondag is het nieuw en anders. Want het Woord dat we gehoord hebben, de liederen die gezongen zijn, plaatsen het avondmaal elke zondag weer in een andere context. Zo is het nooit „gewoon”, nooit wordt het sleur.

Wij vieren het in een halve cirkel rondom de avondmaalstafel, staande, soms twee of drie rijen achter elkaar. En alleen bij overvolle diensten doen we het in twee groepen. De diakenen helpen, dat de rijen gesloten worden, dat iedereen zijn plaats krijgt. En alle avondmaalsgasten helpen mee, letten op elkaar, zien elkaar, denken aan elkaar, bidden in stilte voor elkaar rondom de avondmaalstafel. Beeld van een belofte: Wij zijn gemeente met elkaar, voor elkaar, voor de wereld. Er heerst een blijde, ontspannen sfeer. Allen doen mee. Ook de kinderen, in begeleiding van hun ouders. (Hiervoor hebben wij een speciale vergunning van de centrale kerkeraad.) Begrijpen zij het? Maar — vraag ik terug — begrijpen wij het? Want wat nu gebeurt, is een wonder, is hét wonder: Christus die zich ons geeft en ons leven nieuw maakt. De kring wordt wijder, wereldwijd. Immers: het wonder voltrekt zich niet alleen voor ons en aan ons. Wij voelen ons verbonden met heel de kerk van Jezus Christus.

En de diakenen gaan rond met brood en wijn. Zij delen uit. Gaan voor in het uit-delen. En iedereen helpt mee. Brood en wijn geven wij door aan elkaar. Niemand wordt overgeslagen en iedereen krijgt zijn deel. Je bent er aktief bij betrokken en tegelijk volkomen bereid de grootste gave van de buurman te ontvangen. Zo zijn wij gemeente van Jezus Christus: samen!

f. Er wordt gezongen. En de gemeente gaat heen „dragende de zegen des Heren”. En bij de uitgang staat weer de diaken met het collectezakje, een dienaar, een bedelaar op de drempel.

Bij het avondmaal mocht hij uitdelen: levensbrood! En nu vraagt hij om brood, gewoon brood voor hongerigen in de wereld. En de ene taak is niet meer of hoger dan de andere. Want Jezus Christus staat achter beiden!

Wat er aan de dienst vooraf gaat.

Wij hebben de diaken aan het werk gezien bij:

— de voorbede,

— de collecte

— en het avondmaal.

En misschien bent U verbaasd of zelfs een beetje geschrokken. Moet dat nu allemaal zo? Dat bidden en dat praten over de collecte b.v. Wij zijn toch geen dominees. — Neen, dat zijn wij niet, dat willen wij ook niet zijn.

Ik zal U nu verder vertellen wat er aan zo een dienst voorafgaat. Dan begrijpt U wellicht beter waarom de diakendienst in de Martinikapel in Groningen zo geworden is als hij nu is.

Elke dienst wordt door een groepje mensen met elkaar voorbereid: de predikant, de ouderling van dienst, de twee diakenen van dienst, soms nog een gemeentelid, die als lector zal optreden. Samen zijn zij verantwoordelijk voor de dienst. De predikant vertelt in grote trekken waarover hij zal preken. Soms is er een gesprek hierover. Wij vragen, maken suggesties, vullen aan. Soms is er op een bepaald punt verschil van mening. Dan wordt er over doorgepraat. Daarna vragen wij ons af: waarvoor moeten wij bidden op die zondag? Meestal geeft het gesprek over de preek reeds aanleiding om bepaalde onderwerpen voor de voorbede te kiezen. Of de problemen komen op ons af uit krant, radio en t.v. Waar zitten wij mee, als kerk, als volk, als enkelingen? Wat willen wij als gemeente voor God brengen? De onderwerpen worden genoemd, besproken, soms ook tegengesproken en weer geschrapt, daarna gebundeld. Meestal kiezen wij drie, vier of vijf onderwerpen. Ook het doel, waar de collecte voor bestemd is komt aan de beurt. Want bidden en doen, geven en bidden horen bij elkaar. De gebeden worden tijdens deze voorbereiding nog niet geformuleerd. Dat doet straks de diaken, die ze in de dienst ook zal uitspreken. — Zo ver zijn wij nu. Toen wij ongeveer twee jaar geleden met deze voorbereidingen begonnen, gingen wij nog niet zo ver. Wij begonnen aarzelend, onze weg zoekend, en hebben in de loop der tijd verschillende fasen gekend. De eerste fase was, dat wij alleen bij de voorbereiding betrokken waren doordat wij de onderwerpen voor de voorbede mede aandroegen. De verdere uit- en afwerking gebeurde door de pre-dikant. Dit heeft echter maar kort geduurd. Later werden de — uiteraard gemeen-schappelijk met ons voorbereide — voorbeden door de predikant geformuleerd en in de dienst door een diaken voorgelezen. En tegenwoordig wordt dus de dienst der gebeden na de prediking volledig door de dienstdoende diaken verzorgd. En het gaat goed zo!

Maar nu terug naar zo een voorbereidingsbijeenkomst! Nadat de onderwerpen voor de voorbede vaststaan, worden de taken verdeeld. Wie zal de dienst der gebeden leiden? Wie kondigt de collecte aan? Wie doet de lezingen? Iedereen krijgt een taak. Niemand wordt gedwongen. Vrijwillig neemt iedereen iets voor zijn rekening. En U moet vooral niet denken dat het altijd een en dezelfde diaken is, die voorgaat in gebed. Neen, wij verdelen het en iedereen komt aan de beurt. En iedereen durft! Want hij staat niet alleen. Het groepje dat mede heeft voorbereid, staat er als groep achter. En feitelijk is het de gemeente die bidt. En door de gemeenschappelijke voorbereiding is de gemeente geen abstract iets. De gemeente functioneert. Je staat er als diaken niet alleen voor.

Tenslotte krijgt dus iedereen nog huiswerk: de predikant moet zijn preek afmaken, ouderling en lector oefenen hardop het lezen uit de Bijbel (want dit moet inderdaad geoefend worden!), de ene diaken formuleert de gebeden en schrijft ze op en de tweede diaken zoekt de nodige informatie voor een zinvolle aankondiging van de collecte. Zinnen als: „U weet wel dat het nodig is” zijn niet voldoende. Ook bijbel-teksten vind ik hier niet op zijn plaats. De gemeente heeft er recht op om te weten waarvoor zij geeft. Zij heeft ook het recht om niet zo maar automatisch te geven, maar om te selecteren, de ene keer extra veel, de andere keer — wie weet! — mis-schien helemaal niet. Zij heeft een stukje preciese, nuchtere informatie nodig om gemotiveerd en geïnspireerd te kunnen geven. En daarom eist ook de aankondiging van de collecte voorbereiding. Want het mag niet lang duren. De gemeente heeft geen behoefte aan een tweede preekje! En hoe korter je spreekt hoe zorgvuldiger je je woorden moet kiezen.

Rondom de collecte blijven trouwens nog genoeg vragen open. Om er maar één te noemen: past onze wijze van collecteren nog in deze tijd? Als wij „echt” willen geven, zo geven dat het de moeite waard is, stoppen wij onze gave meestal niet in het collectezakje. Gironummers, betaalcheques openen betere mogelijkheden. Hoe kunnen wij dit verdisconteren in onze wijze van collecteren tijdens de eredienst?

Tot slot.

Wat beogen wij met deze conferentie? Willen wij aktieve diakenen „kweken”, die bidden en collecteren en brood en wijn uitdelen? Diakenen die verantwoordelijkheid op zich nemen en initiatieven ontwikkelen? Diakenen die bereid zijn ook nieuwe wegen te gaan: Alles goed en wel. Maar daarmee zijn wij er nog niet. Uiteindelijk gaat het niet om de diakenen. Uiteindelijk gaat het om de gemeente. De gemeente als geheel heeft cen diakonale roeping. Daarom is het nodig dat de diaken niet in zijn eentje gaat functioneren in de eredienst. Het is nodig dat de kring verruimd wordt. De enigszins exclusieve positie van de ambtsdrager — hier dus de diaken (alleen hij „mag dit en dat doen) moet doorbroken worden. Hij mag niet ingekaderd zijn in cen kerkelijke hiërarchie (ook wanneer het alleen maar de eerste trap van een dergelijke „hiërarchie” zou betreffen). Neen, laat hij ook hierin weer de dienaar zijn, die zijn plaats telkens weer weet af te staan. Dat hij anderen bij het werk betrekt, stimulerend, inspirerend, niet alleen bij het collecteren, ook b. v. bij de dienst der gebeden. Hij kan alleen zinvol functioneren, wanneer de gemeente hem steunt. Laat hij dan helpen dat de gemeente opgebouwd wordt, een ge-meente voor anderen, een gemeente die daar staat waar Jezus Christus staat: bij de misdeelden, de onderdrukten, bij diegenen die hongeren en dorsten naar gerechtig-heid !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1973

Diakonia | 36 Pagina's

de diaken in de eredienst

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1973

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken