Bekijk het origineel

heil en heel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

heil en heel

10 minuten leestijd

Van de verwantschap tussen de woorden „heil” en „heel” wordt men zich bewust op reis in het land van de Bijbel. Ingedrukt in de bodem van de diepe vlakte rond de Dode Zee liggen sporen van een Joodse monniksorde: de Qumran-gemeente. Daarboven tegen een steile rotswand een sleutelgat-vormige spelonk, waarin een geitenhoeder in 1947 de befaamde schriftrollen uit de dagen van Johannes de Doper heeft gevonden.

Het zijn deze rollen, gedeeltelijk ontcijferd en uitgestald in de „schrijn van het boek” in Jeruzalem, die nog steeds getuigen van uitredding uit diepe nood. Heil is in deze rollen een sleutelwoord, te verstaan als redding, verlossing.

Terwijl wij weten dat de Qumran-gemeente rond het jaar 70 — Jeruzalem’s ver-woesting — werd vernietigd, spreken toch de rollen nog steeds verder van „het volk van het heil Gods” (1 QM 1 : 12). De nadruk ligt op de daad Gods, zowel in de bestaande nood als met betrekking tot de eindstrijd met Belial. Zo wordt in de restanten en ruïnes van deze gemeente voorgetekend wat in de messiaanse tijd tot vervulling zal komen.

Een eindje verder rijst vanuit de Dode Zeevlakte de rots van Massada omhoog, bol-werk van Herodes en van 70–73 laatste toevlucht van de Zeloten, die zich nimmer aan de Romeinen overgaven en hun leven beëindigden in een collectieve zelfmoord. Het heil droeg immers hier de trekken van zelfverwerkelijking. Niet voor niels wor-den hier, tussen de rijke ruïnes en op grond van een zelfde zelfbewustzijn, de a.s. officieren van de Staat Israël beëdigd.

Nog weer een eindje daarvandaan, in de woestijn van Judea en op weg naar Jeru-zalem: de herberg van de barmhartige Samaritaan. Jezus’ gelijkenis is daar omge-toverd in een echt gebeurd verhaal, want voor een zó concrete daad van héél-maken en heil moet toch de plek aan te wijzen zijn?

Zo wordt men zich in het land van de Bijbel geconfronteerd niet alleen met de eenheid van verleden en heden, maar ook met de nauwe samenhang van heil-brengen en héél-maken. Wij mensen van het Westen zijn geneigd een scherpe scheidslijn te trekken tussen deze twee, tussen verlossing en genezing. Maar het is opvallend dat Bijbel èn therapie vaak dezelfde woorden gebruiken. Namen als vernieuwing, ge-nezing, gezondmaking, bevrijding, ook zelfs volwassenwording, het zijn allemaal termen die volgens prof. H. Fortmann ook voor het effect van een geslaagde therapie kunnen worden gebruikt.

Als er verschil is tussen genezing en verlossing, dan is er in ieder geval ook ver-wantschap. Anders is het onverklaarbaar dat de therapie zoveel aan de Bijbel ont-leent. Genezing groeit uit liefdevolle betrokkenheid, uit helderziende, de ander ken-nende en erkennende aandacht. Zelfs de naam „therapeut” betekent dienaar in de zin van hulpverlener met persoonlijke inzet, een term die in zijn betekenis heel dicht ligt bij „diaken”. Maar de psyche, de „ziel” waar de therapeut zich mee bemoeit, is toch weer niet geheel dezelfde als die van bijvoorbeeld de zielzorger. Allen: thera-peut, pastor, diaken, zij zijn betrokken op de héle mens, het gaat hun om diens héélheid en in bepaalde zin om diens heil, maar onder verschillende belichting. De keuze van de naam van een boek van genoemde psychiater: „Heel de mens”*) is dan ook niet toevallig. De titel heeft dezelfde meervoudige betekenis als die van de bekende aktie „Heel Vietnam”. Héél, d.w.z. genéés de mens, het volk Vietnam.

Tegelijk gaat het om de totaliteit van de mens in zijn geest-lichaam-partner-zijn, zijn héélheid gericht op het heil. „Heil” is namelijk verwant met „heel”, en „heilig” zouden wij kunnen noemen de mens die héél is geworden. Nergens wordt de inte-gratie zo indrukwekkend geleerd als in het dubbele gebod: „met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf” (Luk. 10 : 27). Dit reciteert de wetgeleerde, die de gelijkenis van de Samaritaan te horen krijgt.

Het kost niet veel moeite in de Bijbel teksten te vinden, die wijzen in de richting van de innige samenhang van heel en heil. In het Oude Testament heeft het werkwoord voor redden, verlossen, heil brengen sterk de betekenis van ruimte maken, bevrijden uit de omklemming van allerlei nood. Dit wordt praktisch toegespitst op de zwakken en vervolgden: „van geweld hebt Gij mij verlost” (danklied van David, 2 Sam. 22 : 3), „Hij verloste hen uit hun angsten… en verscheurde hun banden” (Ps.107 : 13 v.). Nimmer gaat het om zelfhulp, altijd om te hulp komen of om hulp ontvangen. De zwakke of ontrechte wedervaart het heil of de redding op grond van een afhankelijkheidsverhouding van één die macht heeft om te redden: God, de koning, de naaste. Zo belangrijk is dit heil, dat zelfs de letter van de wet geen hoogste instantie is. Uiteindelijk gaat het er niet om iemand aan zijn recht te helpen, maar om hem bevrijdend te redden. In zekere zin wordt een beroep gedaan op hóger recht dan zelfs het in Israël geschrevene. Een persoonlijk ingrijpen van de koning kan nodig zijn, wanneer wettelijke bepalingen aan iemand te kort zouden doen (verg. 2 Sam. 14 : 4) Reddend, helend, heilbrengend ingrijpen kan zo een alternatief zijn voor de rechtsstrijd.

Sedert de uitredding uit Egypte heeft God zijn volk steeds weer hulp en heil ge-schonken. En zo wendt zich ook de enkele mens tot God met de roep: hosanna! — letterlijk: red! help! En Israël noemt zich: „een volk uitgered door Jahwe” (Deut. 33 : 29). Ook hier weer wordt het heil toegespitst op de zwakkere benedenlaag, door de bovenlaag verdrukt. Er is een herder die gaat rechtspreken tussen de vette en de magere schapen. Zo komt hij te hulp om een situatie in het leven te roepen van innerlijk vernieuwde mensen (Ezech. 34 : 21; 36 : 26). De Messiaanse hulp- en heilbrenger heeft diakonale trekken. Zelf van Godswege gered komt hij op zijn ezel aanrijden, rechtvaardig en zegevierend en nederig, met radicale vernietiging van alle moordtuig en met vestiging van de sjaloom (Zach. 9 : 9).

Het Nieuwe Testament neemt, zoals wij weten, sleutelwoorden als „herder”, „hosanna”, en ook „hoorn des heils” over. Belangrijk zijn voor ons enkele trekken van hulp en heil, waarin héélhcid wordt gemanifesteerd.

Opvallend is dat de woorden voor redden en heil voorkomen waar sprake is van acuut levensgevaar, en geen sprake is van het conserveren van de status quo. Het zijn dynamische begrippen, vooral gebruikt voor reddend ingrijpen bij nood op zee: Petrus’ wandelen op de golven, Paulus’ woord bij een schipbreuk (Matth. 14 : 30; Hand. 27 : 20) zijn sprekende voorbeelden. Zie ook ons prachtige lied voor de zee-lieden (Gez. 203): „red z’uit der elementen kamp!” Daarnaast wordt Jezus uitge-daagd zichzelf van het kruis te redden (Mark. 15 : 30).


Enkele vragen…

1. Als heilbrengen en heelmaken in de bijbel zo sterk aan Gods genade zijn verbonden, wordt de mens dan niet tot onmacht gestempeld?

2. Welke weerstanden moeten worden overwonnen, voordat werkers in de geestelijke gezondheidszorg een beroep doen op ambtsdragers?

3. Als de therapie met allerlei factoren van vervreemding en angst te maken heeft, kunnen wij dan meehelpen aan een wijder perspectief voor de mens?

4. Heeft het diakonaat behalve met hélen ook te maken met het verwerken van het heil, dus met levensheiliging?

5. Moet het diakonaat behalve aan vastgelopen maatschappelijke en kerkelijke structuren niet ook aandacht geven aan vastgelopen structuren van de menselijke geest?


In omvattende zin wordt het heil evenals het hélen ervaren als een zaak van geloof en het heeft betrekking op de gehéle mens in al zijn betrekkingen: „uw geloof heeft u gered” (Luk. 7 : 50), „heden is heil aan dit huis ten deel gevallen” (Luk. 19 : 9). In dit verband is het veelzeggend, dat de doop reddende en helende betekenis heeft (1 Petr. 3 : 21), in verband gebracht met de redding uit het doodswater van de zondvloed.

Heil, helen — zij worden ook in het Nieuwe Testament niet ervaren als komende van de kant van het volk of de mens zelf. De inhoud is niet gelijk bij de Grieken (en veelal bij ons): welzijn, gezondheid van lichaam en ziel, met de trekken van zelf-verwerkelijking. Geen mens kan uit zichzelf heil-heling realiseren. Daarbij is be-langrijk — gelijk bij zoveel andere bijbelse kernwoorden — dat het heil geen be-trekking heeft op een beoogde statische toestand, een hemel of een paradijs. Het heeft te maken met een verhouding, tot God, tot de schepping, tot de ander. Wij kunnen zeggen dat het dubbele liefdegebod als integraal levenswoord op de tempel van het heil geschreven staat. Immers is de mens — in secundaire zin — ook in hoge mate geroepen aktief te zijn, zijn heil te bewerken in vrees en beven. Want God bewerkt het willen en het volbrengen (Fil. 2 : 12). Dit bewerken van het eigen heil is nog iets anders dan zelfverwerkelijking.

Heil en heel. Hebben geloof en psychotherapie, hebben ook diakonaat en geestelijke volksgezondheid elkaar wat te zeggen of te geven? Zij zijn met elkaar gericht op de herintegratie van de gespleten mens, in een tijd nu „aan vele levens knaagt de vrees” (Fortmann). Maar kunnen wij zeggen, dat psychotherapie gesaeculariseerde zielzorg is? Doet zij op wetenschappelijk niveau wat de religie doet op primitief niveau? Hiertegen zeggen èn de theoloog èn de psychiater: neen!

Laten wij proberen heel voorlopig en voorzichtig over de relatie iets te zeggen. De Bijbel gaat uit van héélheid en is gericht op héélheid. Gezondheid, vrijheid, redding en zo meer zijn daarin veelomvattende termen met vage omtrekken. De moderne vraagstelling is meer ontledend, onderscheidend. Binnen strikte grenzen zijn er dingen die de wetenschap bewerkt, die vroeger rechtstreeks aan God werden toe-geschreven. Er zijn bepaalde faktoren, die de mens in de hand blijkt te hebben. Zo kan de therapeut genezen, vernieuwen, bevrijden, ook hélen, reddend werken. Maar hij kan ook gaan denken, dat hij een god is in ’t diepst van zijn gedachten.

Aan de andere kant kan de kerk — en de theologie — moeilijk tegen verabsolutering van de wetenschap in het geweer komen, zolang zij de kanalen verstopt laat, die de bijbelse heilbrengende en heelmakende processen hun weg willen laten gaan. Er wordt in onze tijd een nieuw beroep op pastorale èn diakonale doordenking, bewustwording en training gedaan.

In een tijd dat het remedium gezocht wordt in structuurverandering, mag wel dooide kerk extra aandacht worden geschonken aan de vastgelopen structuren van de menselijke geest. Het is aan déze structuren, dat Jezus en de apostelen aandacht gaven. Om Fortmann te laten spreken: „Men is te druk met de wereld en heeft geen tijd meer om te bidden, d.i. om zich te laten omvormen door de geest van Jezus. En dan blijven wij wolven, giftige slangen, roofdieren of liever: slechter dan die! Juist van de woestijnvaders gingen er reeksen verhalen over hun vriendelijke omgang met de gevaarlijkste dieren. Wat betekent dit anders dan dat in hun hart het roofdier was getemd, kortom dat zij bevrijd waren, verlost en vol van genade en waarheid, zoals de Zoon die onder ons is verschenen?”


*„Heel de mens”, door prof. H. Fortmann. Uitg. Ambo, Utrecht, Prijs ƒ 12,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1973

Diakonia | 36 Pagina's

heil en heel

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 1973

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken