Bekijk het origineel

Profiel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Profiel

4 minuten leestijd

Vrijdagmiddag 13 april j.l. namen Sam Manuputty en ik in Ujung-Pandang (voorheen Makassar) afscheid van elkaar. Sam stond op het punt naar Djakarta te vertrekken, terwijl ik zelf door zou reizen naar Timor en Soemba. Het was de laatste handdruk, die wij elkaar gaven. Sam stierf onverwacht tijdens zijn verblijf in de hoofdstad. Dat is nu al weer enkele maanden geleden. Niet ontkend kan worden, dat de meeste lezers op geen stukken na weten wie deze Sam Manuputty geweest is. Er zijn echter in ons land een aantal mensen, die hem heel goed gekend hebben.

Ik denk daarbij op dit moment in het bijzonder aan hen, die in de afgelopen vijf en twintig jaar door de zending van de Gereformeerde Kerken voor verschillende werkzaamheden naar Zuid-Sulawesi (voorheen Celebes) gezonden werden. Verschillende artsen die aan het ziekenhuis „Labuang Badji” in Ujung-Pandang verbonden waren, een aantal docenten aan de theologische hogeschool, een missionair predikant als ds. Henny van den Brink.

Deze mannen en hun vrouwen ontmoetten in hun werk deze Sam Manuputty. Het was de man, die geboren werd op Ambon, studeerde aan de theologische school aldaar en aan de theologische hogeschool te Djakarta en later zijn studie in Leiden zou afronden met een doctoraal examen oude testament.

Zij ontmoetten hem, omdat hij vanaf 1957 door zijn kerk als missionair predikant ter beschikking gesteld werd van de kleine christelijke kerk op Zuid-Sulawesi. Daarnaast was hij als docent aan de theologische hogeschool in Ujung-Pandang verbonden en wel voor ambtelijke vakken en oude testament. Het was de school, die in die jaren geleid werd door zijn vrouw drs Kitty Manuputty-Manusama.

Zij ontmoetten Sam niet alleen in hun werk, zij hebben hem ook mogen leren kennen. En dat is eigenlijk iets heel bijzonders, wanneer je de ander mag leren kennen, wanneer die ander bereid is zijn hart voor je open te zetten. Dat deed Sam voor ons mannen en vrouwen, vreemdelingen uit het verre noorden, die zo maar in die andere wereld van Ujung-Pandang, Indonesië werden neergezet.

En met zijn open hart en zijn ruime geest had hij werkelijk aandacht voor deze vreemdelingen, voor ons. Mijn vrouw en ik zullen de momenten niet vergeten, wanneer Sam ’s avonds laat, soms alleen, soms samen met zijn vrouw Kitty even kwam buurten.

Hij deed dat juist dan, wanneer hij wist dat je iets in het werk dwars zat, dat je zorgen had over je kinderen die je in Nederland had achtergelaten, dat je wat in spanning zat in verband met de politieke strubbelingen die er in die tijd tussen Nederland en Indonesië bestonden. In dergelijke situaties was Sam daar.

Ik zou in dit korte bericht, zoals dat te doen gebruikelijk is eigenlijk moeten gaan schrijven over het werk dat Sam eerst als predikant van de Molukse Kerk op een van de Kei-eilanden en later als missionair predikant en docent in Zuid-Sulawesi gedaan heeft. Ik doe dat echter niet. Bepaald niet, omdat Sam minder zinvol werk zou gedaan hebben, iets dat de moeite niet waard zou zijn om vermeld te worden. Zij die Sam gekend hebben weten wel beter.

Ik wil namelijk in aansluiting op hetgeen hierboven van hem gezegd werd iets aan u, lezers, het thuisfront kwijt.

Een jaar of tien geleden was ik vanuit Ujung-Pandang met verlof in Nederland. Tijdens een ontmoeting met een lid van de gemeente kwam het gesprek op het persoonlijk geestelijk leven van een zendingsarbeider. En de opmerking werd toen gemaakt, dat je – en dat was ik in dat geval – tijdens een vier-, vijfjarige periode overzee waarschijnlijk toch wel een stukje pastorale aandacht en zorg zou missen en dat je met verlof in Nederland zijnde wel bijzonder behoefte zou hebben aan aandacht van het thuisfront in deze.

Zonder dat laatste toen te willen ontkennen zei ik tegen mijn gesprekspartner het volgende: Beste man, de zorg en aandacht waarover je spreekt, die hebben mijn vrouw en ik waarachtig wel ontvangen en dat op een manier waardoor wij iedere keer weer op de been kwamen. Op dat moment heb ik de naam van Sam Manuputty niet genoemd, maar ik dacht wel heel nadrukkelijk aan hem. En ik noem zijn naam dan nu en dat met eerbiedige dankbaarheid.

Deze man, deze vriend, deze broeder, deze leesbare brief van zijn Heer te hebben leren kennen was een goed geschenk. Kitty en haar zoon David zijn alleen achtergebleven. Niet eenvoudig voor hen beiden om zonder Sam, zonder déze Sam verder te moeten gaan. Misschien mag ik om de voorbede voor hen vragen.

P.G. van Berge.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Profiel

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken