Bekijk het origineel

dienstverlening aan bejaarden kan invaliderend werken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

dienstverlening aan bejaarden kan invaliderend werken

6 minuten leestijd

Het staat er wat uitdagend en U zult zich misschien de vraag stellen: „hoe kan dat nu, dienstverlening is toch een vorm van helpen, dus positief, en wanneer iets invaliderend werkt, is dat negatief”. Van die invaliderende werking zijn we ons ter nauwernood bewust. Wij bieden nl. meestal te veel hulp of soms ook verkeerde hulp. Wal gebeurt er nl. in de praktijk?

De grens van het nodige.

In het kader van de dienstverlening aan de oudere mens wordt gesproken over het open en het gesloten bejaardenwerk en daar wordt dan mee bedoeld: de zorg voor de bejaarde thuis en de zorg voor de bejaarde in verzorgingstehuis, verpleegtehuis, ziekenhuis, etc.

Het open bejaardenwerk, ook wel genoemd het bejaardenwerk in de wijk, stelt zich ten doel, de mens in zijn derde levensfase door hulpverleningsdiensten in staat te stellen zo lang mogelijk in eigen huis te blijven wonen en een normaal gemeenschapsleven te leiden.

Om dit mogelijk te maken, dient hem de speciale hulp te worden geboden, die hij daarvoor nodig heeft, maar ook niet meer dan hij nodig heeft. Dat betekent concreet: wanneer een bejaarde bijv. gezinsverzorging nodig heeft, dat er dan eersl door de leidster van de gezinsverzorging (met toestemming van de bejaarde) een gesprek met de huisarts zou moeten zijn over welke werkzaamheden wèl en welke niet meer gedaan mogen worden. Wat zeif gedaan kan worden, mag dan ook per se niet uit handen worden genomen (behalve bijv. bij apathie en depressie).

Men mag geen enkele mens, en daar hoort de bejaarde mens uiteraard ook bij, mogelijkheden ontnemen, die hij nog heeft. In plaats daarvan zullen wij moeten proberen de bestaande mogelijkheden te ondersteunen of te vergroten, anders vergroten wij de afhankelijkheidspositie. Dit geldt in even grote mate voor be jaarden- en verzorgingstehuizen.

Verkeerde beeldvorming.

Dat wij geneigd zijn meer hulp te verlenen dan voor betrokkene gewenst is, hangt samen met de beeldvorming, die onze samenleving heeft van de mens in zijn derde levenslaste. Hun mogelijkheden worden onderschat en zij worden in de hulpbehoevende hoek gedrukt, ook door de dienstverlenende instellingen. Hierdoor zijn vooroordelen en een vertekende beeldvorming ontstaan, waar het gros van de be jaarden zich bij neer legt. Zij gaan het gedrag vertonen dat men van hen verwacht. Wanneer wij er van uit gaan dat ieder mens wanneer hij/zij ouder wordt huis houdelijk, lichamelijk en geestelijk minder valide wordt, gaan wij daar naar handelen en krijgen daardoor een bevestiging van onze verwachting. Er is een voortdurende wisselwerking tussen de mens en de samenleving. De samenleving heeft dan ook een grote invloed op de wijze waarop een mens zijn ouder worden beleeft. Wanneer wij streven naar een gezonde ouderdom, zal ook voor de oudere mens een aantal vitale psychische behoeften adequaat dienen te worden bevredigd.

Welke behoeften?

Wanneer wij uitgaan van „gezondheid”, dan bedoelen we hiermee een toestand van sociaal psychisch en lichamelijk welzijn. (Wereld Gezondheids Organisatie).

De volgende behoeften dienen dan te worden bevredigd:

a. de behoefte aan zelfbehoud, veiligheid, zekerheid en geborgenheid;

b. de aktievc en passieve liefdesbehoelten;

c. de behoefte aan identiteit en zelfrespect;

d. de behoefte aan erkenning en waardering;

e. de behoelte aan aanvaarding, rechtvaardigheid en vertrouwen.

Als we heel eerlijk tegenover ons zelf zijn, moeten we ons de vraag stellen in hoeverre wij de oudere mens de gelegenheid geven om bovenstaande behoeften te bevredigen.

Wanneer een mens een beroep moet doen op hulp, dan vermindert dat zijn gevoel van eigenwaarde en wat dacht U van het zelfrespect als meer hulp geboden wordt dan nodig is? Als hulpontvanger bemerk je dan dat de hulpgever je nog minder waard vindt dan je zelf dacht waard te zijn, en is dat bevorderlijk voor de behoefte aan zelfbehoud, veiligheid?

Wij bevorderen dan met de beste bedoelingen de invalidering en in plaats van de behoeften van de hulpontvanger te bevredigen, bevredigen wij onze eigen behoeften. Soms is het voor ons een bemoeizucht uitleven, graag alles voor de ander willen regelen, enz.

Zelfaanvaarding.

Wat gebeurt er met een mens als de vitale psychische behoeften niet of onvoldoende worden vervuld? Dan uit zich dat o.a. in relatie-moeilijkheden, zellvervreemding, psychosomatische stoornissen, angstgevoelens, haat, depressie, apathie, alleen met zichzelf bezig zijn.

De mens probeert de vervulling van de vitale behoeften veilig te stellen en alles af te weren wat de psychische gezondheid bedreigt. Hij doet dit door gebruik te maken van zijn psychische verdedigingsmechanismen. Dit zijn alle psychische maatregelen, die tot doel hebben de beveiliging, bescherming en verdediging van de psychische gezondheid.

Deze verdedigingsfuncties zijn normaal. Wij gebruiken ze allemaal, denk aan boos worden, sarcastisch worden, brutaal worden, jezelf terug trekken. Maar de verdediging kan ook pathologische vormen aannemen en dan zien we het afweermechanisme neurotisch worden, vooral als angst een rol gaat spelen. Dan zien wij bijv. bejaarden die apatisch worden of zó depressief dat ze een demente indruk maken.

Invalidering wordt niet alleen bevorderd door te weinig lichaamsbeweging, maar ook door psychische factoren en de invloed van de samenleving. Een voorwaarde voor een gezonde ouderdom is voor de oudere mens het aanvaarden van zichzelf met zijn mogelijkheden en beperkingen.

Wat kunnen we doen?

Welke bijdrage kan de kerk en kunnen wij daaraan leveren?

a. Bevorderen van zelfwerkzaamheid, aktiviteit, deelname aan het sociale leven. Het deelnemen aan maatschappelijke aktiviteiten wordt van steeds wezenlijker betekenis.

b. Een appèl doen op intelligent gedrag speelt een grote rol bij de zelfhand having. Ook de bejaarde moet de kans krijgen zelf de dagelijkse problemen op te lossen, dan behoudt men zijn zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Niet alleen het lichaam, maar ook de geest dient in beweging te blijven.

c. Veel bejaarden voelen zich niet meer thuis in de tegenwoordige tijd: zij zijn toeschouwer geworden en vereenzamen. Hier ligt o.a. een laak voor het bejaardenpastoraat.

d. Vaak lópen bejaarden niet meer, omdat er niets meer is om naar toe te lopen. Dan zullen we moeten trachten een nieuw doel te scheppen of te stimuleren. Soms een drempel over helpen.

e. Soms bezoeken wij bejaarden omdat zij immobiel zijn. Zij kunnen zich niet voldoende meer verplaatsen. Dit verkleint hun leefwereld. Zij zijn daardoor steeds meer met zichzelf bezig omdat er weinig anders is om mee bezig te zijn. Hoevelen van ons beschikken over een auto, waarmee we met hen een rit je kunnen maken, eens een boodschap doen of ze wegbrengen voor een bezoek aan familie of kennissen? Dit hoeft niet gratis, bereken de prijs van het vervoer. Uit ervaring weten wij hoe stimulerend dit werkt. Wij zijn zelf zó mobiel dat wij vergeten hoevelen praktisch niet meer uit hun huis komen.

Met andere woorden: De taak voor de kerk, de samenleving en de dienstverlening is de ruimte te scheppen voor een volwaardig mens zijn van de naaste, ook als die bejaard is, ook als die lichamelijk invalide is, ook als die geestelijk invalide is. Maar laat wel iedereen vrij om van geboden mogelijkheden al of geen gebruik te maken. Deze ruimte is belangrijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

Diakonia | 48 Pagina's

dienstverlening aan bejaarden kan invaliderend werken

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

Diakonia | 48 Pagina's

PDF Bekijken