Bekijk het origineel

reizen voor ouderen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

reizen voor ouderen

14 minuten leestijd

Bij nadere doordenking doet zich steeds vaker de vraag voor of het wel noodzakelijk is om speciaal reizen voor ouderen te ontwerpen.

Brengt men ouderen daardoor niet te sterk in een eigen groepsverband, terwijl men immers juist bezig is om te zoeken naar integratic-structuren?

Kunnen ouderen niet even gemakkelijk als jongeren de weg naar de reisbureaus vinden?

Daarnaast vinden min of meer gebrekkige ouderen wel een plaats in reizen die speciaal voor gehandicapten zijn georganiseerd!

Eerst selectie.

Wie zich bezig wil houden met deze zaken zal zich duidelijk dienen al te vragen op welke genuanceerde groepering men zich wil gaan afstemmen. Want het begrip „de ouderen” is even onzinnig als het begrip „de jeugd”.

De vitale ouderen zullen we moeten leren dat er gereisd kan worden via diverse reisbureaus. In hoeverre deze bureaus nauwkeurige en vooral eerlijke voorlichting geven is ter overweging voor een ieder.

Waar men ook maar met ouderen omgaat, in de stad of op een dorp, zal gestreefd dienen te worden naar vormende aktiviteiten die aanzetten tot het maken van reizen. Uit alle ervaringen blijkt dat het reizen door ouderen een enorme blikverruiming kan geven.

In de pre-pensioneringscursussen zal het onderwerp „reizen en trekken” niet ontbreken. Bij vele junior-bejaarden is er een drang om eruit te willen zijn. Nu kan het nog, nu heeft men de vitaliteit en nu moeten er dus mogelijkheden voorhanden zijn. Op dit punt kan aan goede voorlichting in ons land nog heel veel gedaan worden. In de voor- en naseizoenen zijn de omliggende landen op rustige wijze te verkennen.

Uit de omgang met vitale ouderen leerden we bijvoorbeeld dat steeds meer echtparen kunnen beschikken over een caravan. Het rijden met een kleine „woonwagen” levert nauwelijks bezwaren op. Even wat instructie en men rijdt kalm weg! Enkele keren per jaar worden voor ouderen earavan-tochten georganiseerd waaraan tientallen echtparen meedoen. Men maakt dan tochten van vijftig tot zeventig dagen en men ziet een groot stuk van Europa. Alles is prachtig georganiseerd en de inspirator doet zijn werk (pro deo) met hart en ziel. Misschien zullen we echter tot experimenten moeten komen waarbij slechts vier of vijf caravans betrokken zijn.

We hoorden van een paar proeven en constateerden dat de „leider” van zo’n groepje dan ook voor alle kleine uitstapjes (waarbij de caravan op de camping blijft) de uitdenker is. Er blijkt namelijk bijzonder weinig eigen initiatief te zijn onder de deelnemers. Men accepteert gemakkelijk wat de „leider” zich voorstelt. Welk dienstencentrum in ons land zou bereid zijn om eens wat verder te gaan experimenteren met ouderen die met enkele caravans willen rondtrekken door bijvoorbeeld een klein gedeelte van Duitsland of België?

Wel kritisch zijn.

Enkele tour-operators (grote reis-organisaties die hun reizen via de kleine agentschappen verkopen) geven via praatje en plaatje (film of dia) goede voorlichting aan ouderen. Daarbij kan men uitgaan van de gewone reizen waarbij men ook hoopt op deelname van vitale ouderen. Hierbij is dus geen sprake van speciale reizen voor ouderen. Via allerlei reakties van ouderen heeft men wel zo ongeveer een beeid gekregen.

In de nabije toekomst zal het echter van belang zijn om eens te gaan nadenken over een wetenschappelijke benadering van deze zaak. Uit gesprekken met enkele gerontologen is mij gebleken dat men wel naar een wetenschappelijk onderzoek verlangt.

Ons land kent eveneens voorlichting door tour-operators die gericht is op het verzorgen van speciale reizen voor ouderen. Hier ligt eveneens een markt en waarom zou men zich dan ook niet op deze markl werpen? Commerciële interesse behoren wij positief te zien al mogen we best enkele vragen stellen.

Heeft men bij de tour-operators inderdaad het inzicht om deze reizen op te zet ten? Hoe zoekt men leiding en aan welke voorwaarden voldoen bijvoorbeeld de hotels? Denkt men niet te lichtvaardig over de voorbereiding en zijn er gedachten over de nazorg? Met andere woorden: gaat men met de nodige voorzichtigheid te werk? Hoe dan ook, deze vragen, zo menen we, zullen waarschijnlijk grondige aanpak vergen in samenwerking met de diverse bejaarden-organisaties.

De wat oudere bejaarde.

De senior-bejaarde bemerkt de ouderdom die met gebreken komt. Het zijn vaak kleine en ogenschijnlijk onbelangrijke handicaps, die echter een onuitwisbaar stempel zetten op de persoonlijkheid. Er groeit een onzekerheid ten opzichte van de omringende maatschappij die nu eenmaal leeft vanuit een versnelde prestatiezucht. De doktoren en specialisten gaan een belangrijke rol in het leven spelen en men vecht ervoor om via pillen en poeders nog zoveel mogelijk „normaal” mee te doen.

Als het over reizen gaat, zou het te gek zijn om de senior-bejaarden en bloc te verwijzen naar reizen voor lichamelijk gehandicapten. Ze horen daar, in meerderheid, gewoonweg niet thuis! Daarmee wordt overigens niet discriminerend gesproken over reizen voor gehandicapten. De regelmatige lezer van dit blad zal dit ten volle kunnen beamen.

Senior-bejaarden zijn de mensen die Nederland, kort na de tweede wereldoorlog hebben opgebouwd. Met man en macht moest worden gewerkt van de vroege ochtend tot de late avond. Over vakantie besteding maakte men zich niet zo druk. Deze „versiering van het leven” kwam eerst goed in het tweede gedeelte van de vijftiger jaren aan de orde.

Van jongeren accepteerde men wel de verkennende tochten in binnen- en buitenland (vaak georganiseerd door grote jongeren-organisatics) maar zelf was men dik tevreden met een weekje pension in Nunspeet of Valkenburg. Kerst in onze tijd behoort het vakantie-houden eenvoudig tot het levenspakket.

Senior-bejaarden hebben de zuinigheid betracht en behouden daardoor een levenslange visie op geld, die jongeren niet delen. Men kocht degelijke meubelen, degelijke kleding enz. waarmee men lang, soms een leven lang, moest doen. Een reisbureau is een onbekend verschijnsel evenals een modern vlot lopend restaurant. De onwennigheid is groot en men is bang op te vallen en … betutteld te worden. Senior-bejaarden zijn echter geen kinderen en behoren ook niet als zodanig behandeld te worden. Ze hebben evenwel in veel gevallen te weinig kracht om zich tegen een kinderachtige behandeling te verzetten.

Ieder die de een of andere vorm van handicap heeft, krijgt een (vaak gegrond) wantrouwen tegen vele vormen van sociaal verkeer. In de toekomst zal dit beeld veranderen wanneer wij kans zien om dit verkeer menswaardiger te maken.

Een dagje holderdeholderen?

Het is vooral de senior bejaarde die men laat genieten van het jaarlijkse „dagje uit”. In diverse gevallen pakt men dan de wat jongere, nog krachtige gehandicapte ook even mee. Een wijze van doen die, bij meer inspraak van deze gehandicapten, snel voorbij gaat.

Men holderdeboldert door een mooi stuk Nederland en de vrijwilligers zorgen ervoor dat zon dagje een succes wordt. De grote auto-parade verdraagt ons drukke wegennet niet meer en zo begint men dan bussen vol te laden. Natuurlijk is een dergelijk uitje voor velen, die veelal thuis zitten een plezierige onderbreking. Toch doemen hier vragen op die we niet kunnen verdoezelen.

Wie stelt de plannen op en welke inspraak hebben de ouderen?

Is het voor de psychische en fysieke gesteldheid goed om iemand één of tweemaal per jaar een hele dag mee uit te nemen?

Heeft men zich gerealiseerd dat zo’n dagje vooral ook nazorg met zich meebrengt? Men bracht iemand even in een vrolijke gemeenschap, liet hem of haar ruiken aan de aangename omgang met mensen en op welke wijze kan dit nu enigszins worden bestendigd?

Landelijke of plaatselijke opzet?

Met grote erkentelijkheid merk ik steeds weer hoe er plaatselijke weken voor ouderen worden voorbereid vanuit diakonieën, dienstencentra, bejaardensociëteiten, etc. Van maatschappelijk werkers vernam ik dat men goede training geeft aan de vrijwilligers die hun taak dan ook verstaan. Met zorg weet men een geschikt adres te vinden, meestal in ons eigen land. Hier en daar speelt men die adressen ook door want de markt is op dit punt zeker niet overvoerd. Gelukkig zijn er weleens hotels of grote pensions te vinden die zich geheel inzetten voor de ontvangst van groepen ouderen.

Het voordeel van deze plaatselijke weken is dat men meestal uitgaat met mensen die elkaar al kennen. Er worden stevige contacten gelegd en de nazorg is daardoor makkelijker. Op de een of andere manier zullen deze organisatoren eens bijeen moeten komen om aan een geduchte uitwisseling toe te komen. Het is daarbij te overwegen of er niet wat meer druk kan worden gezet achter de uitbreiding van die adressen waar men ook werkelijk rekening houdt met de ontvangst van gasten. Hotels zullen zich in meerdere mate moeten aanpassen willen ze mogen propageren dat ze zo uitermate geschikt zijn voor de ouderen.

Met alle respect voor het werk dat vanuit bijvoorbeeld „De Blije Werelt” en via de Generale Diakonale Raad wordt gedaan aan de opvang van ouderen om een zeer verantwoorde vakantie aan te bieden, moeten we wel oog hebben voor de beperking van dit landelijke werk. Aan de plaatselijk georganiseerde reizen geef ik graag de voorkeur als het gaat om de recreatie op zich.

Landelijke organisaties zullen kunnen helpen aan de opvang van degenen die niet via plaatselijk en streek-instanties worden verzorgd. Daaraan heeft men waai schijnlijk voorlopig nog de handen vol.

Daarnaast ligt echter nog het veld van de vorming voor en, vooral, met ouderen. Zo nu en dan heb ik het genoegen om een bezoek te brengen aan een vormingweek voor ouderen. Op kleine schaal zijn de vormmgs instituten daarmee bezig. Vanuit de Federatie voor Vormingswerk (Driebergen) wordt over deze weken steeds meer nagedacht. In de toekomst zie ik een doordenking waaraan de landelijke diakonale organen samen met de bejaarden-organisaties deelnemen. In dit overleg zal men juist met de laatst genoemde groeperingen verder komen.

De wijze waarop „vorming voor ouderen” nu wordt „verkocht in kerkelijke parochies en gemeenten moet ergens niet deugen. Herhaaldelijk ben ik genoodzaakt uit te leggen wat in dit verband onder „vorming” wordt verstaan. Men heeft de gedachte dat men — zeker de senior-bejaarde — terug moet naar de schoolbanken en iedere keer opnieuw hoor ik de kreet: „Voor al dat leren ben ik veel te oud, laten de jongeren dat maar doen”. Om de vormingsweken dan toch te laten floreren maakt men er dan maar weer een soort leerzame vakantie van.

Individuele vakanties.

Voor zover het Nederland betreft weet men, met kunst en vliegwerk, nog wel te komen aan adressen voor een groepsvakantie van ouderen. Als het gaat om de individuele vakantie voor senior-bejaarden, is er geen nationale instantie waartoe men zich kan wenden. Wat namelijk voor groepsvakanties geldt, is ook voor een groot deel van toepassing op de individuele vakantie. Het zou uitermate onbillijk zijn door het organiseren van groepsvakanties voor de individuele vakantie van juniors en seniors geen aandacht te hebben.

De diakonieën, de dienstencentra enz. zouden op de hoogte gebracht kunnen worden van die adressen waar men alleen of met z’n tweeën een prettige vakantie krijgt aangeboden. De Horeca zou misschien een lijst kunnen samenstellen, alweer in overleg met de bejaarden-organisaties en anderen. Daarop dient vermeld te staan of het hotel een lift heeft, in hoeverre men met diëten rekening• houdt, of het stil is, of het hoog ligt, of er trapjes zijn, enz. (Deze vragen zijn slechts bedoeld als enkele voorbeelden).

De tour-operators bekijken veelal het buitenland, de plaatselijke instanties zijn zich aan het inspelen op het binnenland, de landelijke diakonale organisaties hebben hun blik ook gevestigd op het binnenland. Zowel de junior- als de seniorbejaaiden die vitaal zijn of slechts een lichte handicap hebben kunnen hiermee tevreden zijn, als ze de goede weg dan maar gewezen krijgen.

Uit-Boven-Zestig.

Zodra de handicap wal groter wordt, men moeilijker hoort, alles niet meer zo duidelijk begrijpt als er wat vlug gesproken wordt, men langzaam wordt in de bewegingen, moeite heeft om langer dan een half uurtje langzaam te lopen, men duidelijk verlangt naar middagrust op bed, is men geneigd om weer veel te snel over „gehandicapten” te praten. De „Stichting Uit Boven Zestig” is vanaf 1968 bezig om deze groep zo precies mogelijk te definiëren en … is daarin maar ten dele geslaagd.

Tussen wezenlijk vitaal en gehandicapt ligt echter een dicht bevolkt terrein. Iemand zei eens vlotweg, noem die mensen nu maar krikkemikkig! Hij was namelijk zelf … „krikkemikkig” en wist zich aangewezen op speciale reizen die de „Stichting Uit boven Zestig” verzorgt in samenwerking met tour-operators. Hoe dan ook, we zijn er nog niet uit!

Ondertussen hebben we wel de nodige ervaring opgedaan met deze reizen. Eerst een aarzelend begin en nu meer dan twintig reizen in 1973 voor deze slecht te omschrijven groep. We richten ons op het buitenland, al lieten we tot op heden een enkele reis naar een goed binnenlands hotel niet weg. De blik op de ons omringende landen zal zich echter nog wel verruimen. In de afgelopen jaren hebben we veel geleerd van onze fouten en tekortkomingen.

De praktijk dwong ons om de groepen niet groter te maken dan dertig, inclusief de leiding. Als leiding gaan twee mensen mee met daarnaast nog een verpleegkundige. Uit reacties merkten we dat het woord „verpleegster” gedachten opnep aan een soort „ziekenreis”. Ook hier is het vrij moeilijk om te definiëren waarom we met nadruk iemand uit de verplegings-sector zoeken. Vele ouderen op onze reizen nemen een serie medicijnen mee (waarom moeten sommige ouderen toch zoveel medicijnen slikken?) en raken tijdens de reis het „ritme” waarin alles genomen moet worden kwijt. Soms heeft men moeilijkheden met bed en beddegoed. Er dient voor de diëten gewaakt te worden. Er struikelen mensen of men wordt plotseling benauwd vanwege de hogere lucht. De stofwisseling vertoont kuren. Het bleek dat een verpleegkundige ook functioneert als een „praatpaal” zoals trouwens ook de twee „leiders”.

De onderkomens in België, Zwitserland, Duitsland en Oostenrijk zijn goed van tevoren bekeken en men heeft bevestigd gekregen dat men de verzorging aankan. De leeftijden van de groepen liggen tussen de zeventig en diep in de tachtig jaar. Het gehele programma wordt in overleg met de reisgenoten aangepast en de leiding krijgt een hele dag voorbereiding op de reis met daarnaast nog een privébezoek van enkele bestuursleden die ervaring hebben met deze reizen.

Juist vanwege het gebrek aan wetenschappelijk materiaal is op een reis (naar Oostenrijk) een „wetenschapper” meegeweest die zijn gegevens gaat verwerken in een doctoraal-scriptie. We zijn uiteraard benieuwd naar de resultaten. Om een goed idee te krijgen van de rnede-reizigers heeft hij hen allen eerst van tevoren bezocht, daarna maakte hij de reis mee en vervolgens bezocht hij hen nogmaals in de huis-situatie. Volgend jaar zal ongetwijfeld nog eens een doctoraalstudent meegaan om daarna tie gegevens te vergelijken.

„Uit Boven Zestig” is dus opgericht voor een bepaalde grote groep en biedt eigen kennis en coaching aan. Iedereen die terecht wil komen, met bijvoorbeeld een plaatselijke groep, in een goed onderkomen in het buitenland, kan gebmik maken van genoemde Stichting (Flevolaan 53, Naarden, tel. 02159 - 15182). Aan de reisdoelen voor het komende jaar wordt gewerkt. Naast de genoemde landen zijn onderzoekingen gaande in de Scandinavische landen en Kngeland.

Het kost geld.

Hier en daar komen eigen kleine organisaties zich melden om op zichzelf te beginnen met reizen voor ouderen. Zelfs bestaat er een Nationale Stichting Vakantie Voor Ouderen. Een oprichtingsvergadering is snel en makkelijk belegd, de persconferentie kan mooie vergezichten laten zien maar … men moet toegeven dat we nog maar nauwelijks bezig zijn om goed en zakelijk te werken op het gebied van reizen voor ouderen.

Wie werkelijk op adequate wijze iets met en voor ouderen wil doen zal gaan beseffen dat dit geld kost. Goede reizen zijn duur. Het is een misvatting om te denken dat ouderen wel op een koopje naar het buitenland kunnen. Dat is een miskenning van de waarde die wij ouderen moeten toedragen. Het is een vorm van vreemde discriminatie.

Vandaar dat het heel goed zou zijn om organisaties die daadwerkelijk bezig zijn, te helpen door het verstrekken van een subsidie. Ik weet dat dit gebeurt bij een plaatselijke opzet, zelfs hier en daar regionaal maar nationaal gezien gebeurt er niets.

Vele vragen moest ik laten rusten, misschien dat ik daar later op terug mag komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

Diakonia | 48 Pagina's

reizen voor ouderen

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

Diakonia | 48 Pagina's

PDF Bekijken