Bekijk het origineel

kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

kroniek

7 minuten leestijd

Een vervreemdend tochtje.

Wie een kiertje om maakt langs het bejaardenfront, komt tot merkwaardige ontdek kingen. Je zou zeggen: het gaat om be jaarden. Nou. het gáát nog al te vaak om, over en langs hen heen. Het is een ver vreemdend tochtje, dat je zo maakt. Het gaat om mensen die te weinig zeif in beeld verschijnen. Het is dikwijls net of bejaarde mensen dingen zijn, object: van zorg, studie, werving, beleid, of wat al niet meer.

Onze lemmingen trekken naar het oosten.

Zo deelde staatssecretaris Van Dam, uit gerekend bij de opening van een tweetal enorme bejaardentehuizen, in Velp, mee dat de regering concentraties van bejaardenoorden wil tegengaan; „Grote coneen traties van bejaardentehuizen zijn gevaarlijk en in strijd met de integratie van oudere mensen in de maatschappij. Voor een al te overdadige luxe in de huisvesting geldt hetzelfde.” De voormalige ombudsman kan geacht worden te weten waarover hij spreekt.

Maar wat mij nu intrigeert, is of hij na af loop van zijn toespraakje een donderend applaus heeft gehad van de (hopelijk aanwezige) bejaarde tehuisbewoners — of niet. Misschien waren zij wel zielstevreden. Want laten we wèl zijn: wat heeft iemand die op leef tijd is nou eigenlijk te kiezen, wat het wonen betreft? Hij is in grote mate overgeleverd aan anderen: stichtingsbesturen, overheidsplanners, commerciële investeer ders, grondspeculanten, en zo meer. Het kan niet toevallig zijn, dat er zo’n trek naar het oosten is onder de bejaarden: naar de Veluwezoom, naar gemeenten als Renkum, Rheden, Velp, Oosterbeek. Als lemmingen, als marmotten, dringen zij zich samen, de oudere Nederlanders. In Oosterbeek is het percentage hoven-65-jarigen 20, tegen een landelijk gemiddelde van zo’n 10%. Elders, in Drente en het Gooi bijvoorbeeld, vinden soortgelijke verschijnselen plaats.

Planning.

Drang naar het groen? Naar de ruimte? Het mocht wat. De ligging van veel instellingen staat borg voor een ruim aantal verkeersslachtoffers. Héél beperkt is de mate waarin men — nuchter, verstandig, welwillend — rekening houdt niet wat oudere mensen zèlf zouden kunnen willen. Die vraag kan men overigens alleen met voorzichtigheid stellen aan mensen die, in een afhankelijkheidssituatie geraakt, al te snel hun tevredenheid betuigen. Toch zijn zij het, om wie het gaat. Daar kunnen wij niet omheen.

Bericht: „Bejaardenimport gaat Baarn te ver”.

„Bejaarden” zijn geen gewóne mensen. Nog nooit heb ik een bericht gelezen als: „Import brildragers gaat Maasdijk te ver”, of: „Regering wil concentraties van linkshandigen tegengaan”. Ten aanzien van „bejaarden” kan dat allemaal. We weten immers wat dat zijn: „bejaarden”? Ik moet u bekennen: ik weet het hoe langer hoe minder goed. Ik heb eer de indruk dat „be jaarden” worden gemaakt.

Bejaarden worden gemaakt.

Luister maar: de N(ederlandse) F(ederatie voor) B(ejaardenbeleid) keerde zich tegen het V(erbond van) N(ederlandse) O(ndernemers) en wil, in tegenstelling tot laatstgenoemde club, de AOW nu eindelijk wel eens tot het peil van het minimumloon opgetrokken zien. Dat schijnt nog een punt te zijn. Een bejaarde” kan schijnbaar met minder toe dan een ander. Hier raken we aan een van de meest gevoelige punten van het hele bejaardenterrein. Geld is de wortel van alle kwaad, luidt een spreekwoord. Gebrek er aan ook, dacht ik zo. Zo heeft de Groninger commissie voor de bejaardenoorden plotseling ontdekt, dat er zoveel oudere mensen zijn, die iets hèbben tegen het aanvragen van bijstand. Zou de overheid, vraagt een commentator zich af. niet beter de tehuizen kunnen subsidiëren, in plaats van (de meer dan 70 % van) de tehuisbewoners stuk voor stuk een tegemoetkoming te verstrekken? Wel, bijstand is toch een recht? Ja, dat was het eten uit de gaarkeuken destijds ook. Maar zo klein als ik was, voelde ik toch haarscherp aan dat de gang naar de gaarkeuken met het pannetje in de tas niet lag in de sfeer van „uit, goed voor u”. Dat lag wel even anders. De Bijstandswet nu is ongetwijleld een mooi ding. Maar men had nog eens wat psychologen moeten raadplegen. Dan had men voorzien, dat veel potentiële bijstand-„trekkers” ook deze vorm van openbare voedering maar moeilijk verteerbaar zouden vinden. Mij dunkt: ieder heeft recht op zijn eigen gevoelens.

Dàg mevrouw P.003-85742!

De financieel-cconomische positie van de grote moot van hen die de 65 voorbij zijn, is slechter dan van de bevolkingsgroepen die werken en verdienen. Des te schrijnender is het te zien hoe veel oudere mensen worden teruggedrongen tot hun rol van geldbesteder, van consument, als andere rollen wegvallen. De consumentenrol is gevaarlijk. Wie als zodanig benaderd wordt, loopt kans gereduceerd te worden tot een van zijn functies. En dat is: onmenselijk. Dat is de meest negatieve dienst (diakonia) die wij iemand kunnen bewijzen. Iemand is dan letterlijk een nummer geworden, een rekeningnummer.

Wij hebben de ouderen nodig …

U denkt dat ik overdrijf? Er zijn (te goeder naam en faam bekend staande) bankinstellingen, die, na zich in de imponeerhouding te hebben opgesteld, hóógbejaarde cliënten trachten te verleiden hun schamele maandelijkse pensioenuitkeringen te beleggen in „groeifondsen” of op langlopende beleggingsrekeningen vast te zetten. Tot meerdere glorie van het bankwezen. Er wordt ook elders — bijvoorbeeld in de reisindustrie — lonkend naar de „derde leeftijd” gekeken. Gevaarlijk noemde ik dit. Want wie wil niet graag voor vol worden aangezien? Wie telt niet graag mee?

Gudere mensen tèllen mee. Ze horen er even goed bij als wie dan ook. Integratie en participatie, zeggen de belcidsuitstippelaars dan. Wie dat goed begrepen, al kenden ze het jargon niet, waren de Rangers in Bussum, de jeugdleden van het Wereldnatuurfonds, die van 24 tehuisbewoners hulp vroegen en kregen bij inpak- en verzendwerk. Jong en oud zette zich daar in voor het natuurbehoud. Jong en oud wist zich daar betrokken bij de wereld van morgen.

Gezond oud(er) worden.

Kijk, dat wil ik maar zeggen: dàt is nu gezond oud(er) worden. De pensionering vormt wel degelijk een grens, een cesuur. Die grens mag ook best gemarkeerd zijn, er mag best sprake zijn van bepaalde rites de passage. Maar het kan nooit gezond zijn, als men, op grond van het simpele feit dat men een zekere leeftijd bereikt heeft, ineens langs de kant komt te staan. Veel oudere mensen voelen dat zelf niet.

„Mocht het thema u niet aanspreken …”

Het is dan ook een veeg teken, dat ik dezer dagen een kaartje op mijn bureau kreeg, waarop ik tegen oen helgele achtergrond wat verwijtend werd toegesproken: „Het is de organiserende commissie opgevallen, dat zich tot heden relatief weinigen voor het derde gerontologiecongres (thema: gezonde ouderdom) hebben opgegeven”, en: „Mocht het thema u niet, of minder, aanspreken, wilt u ons dan uw gedachten hieromtrent deelachtig laten worden?”

Ik ben een beetje bang dat dit vragen is naar de bekende weg. Misschien hebben wij in diepste wezen meer belang bij bejaarden waar wat aan moet en waar wij wat aan kunnen, dan bij een gezonde ouderdom. waaraan per definitie geen eer te behalen valt.

Mensen.

Er wordt veel gedaan: aan huisvesting, financiële- en gezinshulp, pastorale begeleiding, recreatie, en vult u maar aan. Toch zal er nog heel wat water naar de zee stromen voor en aleer wij met z’n allen de juiste instelling hebben gevonden tegenover mensen die (soms onvermijdelijk, en terecht, maar dan toch) als een bijzondere, aparte groep worden besproken, doch die niets liever willen dan gewoon zichzell zijn — en zo lang mogelijk „op zichzelf”. Daarmee wordt niets afgedongen op de eigen aard en de eigen waarde van de ouderdom.

Verreweg de meesten van hen die de 65 gepasseerd zijn redden zichzelf. Zij timmeren niet aan de weg. Zij komen niet in het nieuws. Zij zijn volwaardige partners in de samenleving, en derhalve — als het goed is — vanzelfsprekend aklief betrokken bij het oplossen van de problemen die de oude dag kan meebrengen. De grootste bijdrage aan hun „gezonde ouderdom” is dat er rekening met hen gehouden wordt. De plaatselijke kerkelijke gemeente is de plaats om (ook) wat dit betreft „exemplarisch” te handelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

Diakonia | 48 Pagina's

kroniek

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

Diakonia | 48 Pagina's

PDF Bekijken