Bekijk het origineel

Livingstone een held met vraagtekens

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Livingstone een held met vraagtekens

6 minuten leestijd

Zijn stoffelijk overschot werd met 21 saluutschoten begroet op de kade van Southampton en in aanwezigheid van het Koninklijk Huis en de regering op 18 april 1874 bijgezet in de Westminster Abbey van Londen – bijna een jaar nadat hij in het hart van Afrika aan uitputting en ingewandstoornissen was overleden.

Sinds die tijd leeft Livingstone voort als een legendarisch man, een zendingspionier die nauwelijks zijn weerga heeft.

Een bijzonder man was hij zeker. Geboren in het Schotse dorpje Blantyre; vanaf zijn tiende jaar arbeider in een katoenspinnerij. Maar voortdurend met een boek op zijn machine, dat hij tussen het werk door regel voor regel, bladzijde voor bladzijde las. Een doorzetter, die op zijn 23e naar de zendingsschool ging, daarna chemie en medicijnen studeerde, op 20 november 1840 als zendingspredikant werd bevestigd en uitgezonden naar Zuid-Afrika.

Zestien jaar later keerde hij in Londen terug – onder geweldig eerbetoon. Niet zozeer vanwege de zending – voorzover bekend was in al die jaren slechts één man door Livingstone’s invloed christen geworden. De eer kwam meer vanuit de wetenschap, het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap bijvoorbeeld. Geen wonder, want Livingstone had die zestien jaar vooral gebruikt voor ontdekkingsreizen – dwars door Afrika (van Angola naar Mozambique b.v.) in de periode 1849-1856. Het boek dat hij bij aankomst in Engeland publiceerde, heette dan ook „Missionary Travels” (Zendingsreizen).

Hoewel zichzelf wel degelijk als zendeling beschouwend, trad hij uit de dienst van het Londens Zendings Genootschap en werd reizend consul voor Oost-Afrika.

Wat hem bewoog was: het ontsluiten van Oost- en Midden-Afrika voor landbouw en handel, welvaart brengen voor de bevolking en hen dan, losgeweekt uit de stamtradities, tot het christendom brengen. „Kerk en kapitaal gingen samen koloniseren” zeggen zijn critici, maar dan doet men Livingstone onrecht: het ging hem om het welzijn van de bevolking en niet om de welvaart van de blanken.

Livingstone begreep dat handel zonder transportmogelijkheden geen toekomst bood. Dat verklaart zijn driftig zoeken naar bevaarbare rivieren, die binnenland en kust met elkaar verbonden. Dat was het hoofddoel van zijn twee volgende reizen: de Zambesi expeditie van 1858-1864 (let wel – dat betekent maandenlange voetreizen, geteisterd door ziekte en honger, overvallen door vijandige stammen, enz.) – en zijn al even uitputtende laatste reis, op zoek naar de bronnen van de Nijl (het bleken later de bronnen van de onbevaarbare Kongo-rivier te zijn) van 1860-1873.

Er was nog iets dat Livingstone bewoog: de diepe ellende van de door de Arabieren, Portugezen en stamhoofden bedreven slavenhandel, die de slavenmarkt van Zanzibar steeds opnieuw van duizenden mannen en vrouwen moest voorzien.

In feite is dit laatste zijn enige werkelijk geslaagde poging. De feiten, die hij in Engeland in de publiciteit bracht hebben aan deze mensonterende praktijken een eind gemaakt. Maar verder is hij noch in de christanisering van Oost-Afrika, noch in het openleggen voor landbouw en handel geslaagd. En het merendeel van zijn aardrijkskundige gegevens bleek later onjuist. Vanwaar dan die 21 saluutschoten? In de jaren zestig was men in Engeland Livingstone al bijna vergeten; hij gold bij overheid en kerkelijke instanties als een lastige, eigenwijze eenling, die men het beste maar aan zichzelf kon overlaten. Sommige mensen meenden zelfs dat hij de weg kwijt was geraakt en ergens in het oerwoud ronddoolde – men had immers al enkele jaren geen bericht gehad en het was helemaal niet uitgesloten dat hij dood was – …

Dat bracht de eigenaar van de New York Herald ertoe een van zijn jonge reporters, Henry Morton Stanley, een opdracht te geven die slechts twee woorden omvatte: Vindt Livingstone! Stanley ging begin ’71 op pad met 192 dragers en zes ton bagage, waaronder veertig geweren en zeventien kisten munitie. Verder 32 kilometer katoen, een miljoen kralen en bijna vierhonderd pond koperdraad, dit alles bestemd als betaalmiddel… Hoe riskant dit soort reizen was blijkt uit het feit dat onderweg zijn twee blanke gidsen en 138 dragers door ziekte en gevechten met Arabieren en vijandige stammen gestorven zijn.

In oktober 1871 hoorde hij geruchten dat er in de buurt van Ujiji een blanke man zou zijn. Op 3 november trok hij het dorp binnen en vond de historische ontmoeting plaats, waarbij Stanley op de andere blanke afstapte met de woorden „Dr. Livingstone, veronderstel ik?”

Het zijn vooral Stanleys artikelen en lezingen geweest die de Livingstonelegende hebben opgebouwd – de eenzame, allesopofferende, nooit ontmoedigde doorzetter, begaan met het lot van de arme zwarte. En zo werd, nadat Livingstone in de Westminster Abbey was bijgezet, Engeland plotseling Afrika-minded. „Engeland moet nu het werk in Afrika opnemen waar Livingstone het heeft moeten loslaten,” schreef de Daily Telegraph.

De zendingsgenootschappen waren de eersten. De Schotten pakten het meteen dubbel aan – aan het huidige Lake Malawi stichtten ze de zendingspost Livingstonia (nu een stadje) en in het Zuiden de zendingspost Blantyre (genoemd naar Livingstone’s geboorteplaats: nu is Blantyre de hoofdstad van Malawi). Andere zendingen volgden en ook de Witte Paters begonnen vrij spoedig te werken in het oostelijk deel van Afrika.

De zendingsposten werden echter al gauw betrokken in oproer en oorlog. De „zendingsvrienden” in Engeland en Schotland eisten van hun regering bescherming.

Engeland stuurde een strafexpeditie en enkele jaren later werd Nyassaland (nu Malawi) een Brits protectoraat. Hetzelfde gebeurde met Oeganda. En om vanuit de oostkust Oeganda beter te kunnen bereiken, nam Engeland Kenia in bezit. Later, om het bezit af te ronden, kwam daar Tanzania bij.

Wat nu begon was het koloniale tijdperk voor Oost-Afrika. De blanke settlers en handelaren hadden niet, zoals Livingstone altijd had gewild, de ontwikkeling van de bevolking op het oog, maar meer de ontwikkeling van hun eigen bankrekening.

Dat is misschien de meest bittere ironie – de man die Afrika voor Christus wilde winnen en de Afrikanen op weg wilde brengen naar ontwikkeling, is ongewild de wegbereider en gangmaker van hun uitbuiting geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Livingstone een held met vraagtekens

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken