Bekijk het origineel

Een punt achter het werk in de IJsselmeergebieden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een punt achter het werk in de IJsselmeergebieden

5 minuten leestijd

De deputaten voor de geestelijke arbeid in de IJsselmeergebieden komen op de generale synode met het (meerderhelds) voorstel om een punt achter dit werk te zetten. Hun rapport komt hierop neer, dat de IJsselmeergebieden inmiddels zichzelf kunnen redden.
Ds. C. van der Tas te Boskoop, die al jarenlang deze deputaten aanvoert, gelooft niet dat het voorstel op synodaal verzet zal stuiten, omdat de algemene klacht is dat er eigenlijk te veel deputaatschappen zijn. Overigens zal de eventuele opheffing van dit deputaatschap de gereformeerde kerken geen enorme besparing opleveren: de begroting voor 1974 gaat maar even over de duizend gulden heen...

Mest, maar ook kerken
Voor het ontstaan van het deputaatschap moeten we terug naar de jaren dertig, toen we het nog hadden over de Zuiderzee-werken en de Wieringermeer drooggelegd werd. De overtuiging dat bij de opbouw van een nieuw woongebied ook de kerken betrokken dienen te worden, leefde niet alleen bij de kerken maar ook bij de overheid. Trouwens, al in de vorige eeuw, toen voor 't eerst over inpoldering van de Zuiderzee gedacht werd, leefde deze gedachte. In 1880 gaf prof. dr. J. M. van Bemmelen daaraan op een wat eigenaardige manier uiting. Hij schreef: "Daarom zij het aangewezen niet alleen kanalen en wegen tot afvoer van producten en tot aanvoer van behoeften (in latere tijd ook van mest op de schrale gronden) te maken en in de beste staat af te leveren, voordat de polder de bewoners geheel in handen worden gegeven, maar evenzo kerken en scholen. Een kerk en een school op niet te grote afstand, nevens een goede weg en een bevaarbaar kanaal, verhogen op middellijke wijze de waarde van de grond ongemeen".
Ds. Van der Tas haalt deze weliswaar niet zo fraaie, maar toch opmerkelijke volzinnen uit een boekje van ir. C. Kalisvaart: "De directie van de Wieringermeer en de ontwikkeling van kerkelijk leven in de nieuwe Zuiderzeepolders". De auteur attendeert er op hoe professor Van Bemmelen In één adem de aanvoer van mest en van kerkvolk noemt als waardebepalend voor de grond. . .!

Niet zó tevreden
De Wieringermeer Is sinds jaar en dag een "vast" bestanddeel van ons land en het gereformeerd kerkelijk leven daar hoeft sinds lang geen begeleiding meer van een speciaal deputaatschap. Hetzelfde geldt ook al van de Noord- Oost-Polder: voor de deputaten is dit een "afgewikkeld" gebied.
Achteraf zijn zowel de overheid als de kerken niet zó tevreden over de "planning" met betrekking tot deze polder, die één grote plaats (Emmeloord) opleverde en veel kleine dorpen. Voor de kerken betekent dit dat buiten de hoofdplaats Emmeloord kleine gereformeerde kerken óf met moeite er een eigen predikant op na kunnen houden óf het moeten zoeken In combinaties voor wat betreft de geestelijke verzorging.
Nu is het zover dat Oostelijk Flevoland van het lijstje der deputaten geschrapt kan worden. De kerken daar zijn "tot zodanige wasdom gekomen", aldus het rapport, dat zij geen verdere begeleiding van deputaten meer nodig hebben. In dit nieuwe gebied geen veelheid van kleinere dorpen, maar fikse plaatsen als Drenten en Lelystad. Daar staan dan ook die tot wasdom gekomen kerken. Twee kleinere wijken vinden we in Swifterbant en Biddinghuizen, waar hervormden en gereformeerden vrijwel alles gezamenlijk doen.

Blijft over Zuidelijk Flevoland: moeten de deputaten daarvoor niet op de been blijven. Nee, meent ds. Van der Tas, voor deze polder is maar één grote plaats geprojecteerd, namelijk Almere en te zijner tijd kan de zorg voor het opbouwen van gereformeerd kerkelijk leven daar opgedragen worden aan de kerk van Lelystad.

Geen betutteling
Ds. Van der Tas zegt dat de kerken in de IJsselmeergebieden behoorlijk aandacht gekregen hebben met zoveel zorg en een toegewijd deputaatschap.
Dat moesten de grotestadskerken missen, terwijl die voor dezelfde en minstens zoveel problemen kwamen te staan, toen enorme nieuwbouwwijken als paddestoelen uit de grond kwamen. Niet dat ds. Van der Tas het de polders niet gunt: anders zou hij niet zoveel jaren in dit deputaatschap gezeten hebben, waarvan hij sinds 1961 ook voorzitter is. Wat hij afwijst is betutteling van bovenaf. We moeten met ons werk ophouden, het gaat niet om kerken die zich kunnen redden voor te schrijven: je zou dit eens moeten doen, of dat. Deputaten hebben niet te decreteren.

Daarom is hij het ook niet eens met de zienswijze van de éne deputaat die nog een taak ziet liggen voor het deputaatschap en die daarom een minderheidsnota schreef: de heer J. M. Lindhout uit Lelystad. De heer Lindhout zit de kwestie van de classicale indeling van de kerken in Flevoland hoog.
Deze kerken zijn Indertijd voorlopig ondergebracht in de classis Harderwijk. Dronten heeft daar vrede mee, maar Lelystad niet. De kerk van Lelystad vindt dat zij beter past In de classis Hilversum: de classis Harderwijk is te zeer een plattelands-classis, meent men, en Lelystad dat door zijn Industrieën duidelijk een ander karakter heeft, past daarin niet. De heer Lindhout wil deze zaak via deputaten opgelost zien.

Andere mentaliteit
In het algemeen is de mentaliteit in de polderkerken anders dan In de "gewone" kerken, merkt ds. Van der Tas op en het voornaamste kenmerk daarvan ziet hij in de vanzelfsprekende en vérgaande samenwerking met hervormden. Hierover gesproken: als het aan Dronten en Lelystad zou liggen, zouden ze een eigen classis willen vormen samen met de hervormden, maar dit is kerkordelijk vooralsnog niet te verwezenlijken. Dat die samenwerking zo vanzelfsprekend is, komt hiervandaan dat de kerken in de nieuwe woongebieden niet belast zijn door het verleden. Hoe ds. Van der Tas daartegen aankijkt? Hij vindt dit een heel natuurlijke zaak, al ontgaat hem niet dat er gereformeerden zijn die vanwege die samenwerking met de hervormen liever bij de christelijke gereformeerden kerken dan in hun eigen kerk.
Nog een opmerking van ds. Van der Tas: "Als wij verdwijnen zal de synode ons niet erg missen. Ons rapport was meestal niet veel meer dan een hamerstuk".


Fotobijschrift:
Ds. C. VAN DER TAS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1973

Kerkinformatie | 19 Pagina's

Een punt achter het werk in de IJsselmeergebieden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1973

Kerkinformatie | 19 Pagina's

PDF Bekijken