Bekijk het origineel

Mystieh op Java

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Mystieh op Java

10 minuten leestijd

„Een generatie van zendelingen heeft zich verdiept in de Javaanse mystiek.” Dat kon ook niet anders omdat hier sprake is van een levenshouding, die diepe wortels heeft in de Javaanse samenleving. Dat is nog zo. Dit bracht dr S. de Jong, missionair predikant voor de kadervorming, te Solo er dan ook toe om een dissertatie te schrijven over „Een Javaanse levenshouding”. In een artikel dat dr De Jong op ons verzoek voor ZD schreef, zet hij op een heldere manier uiteen hoe actueel de mystiek op Java nog altijd is; wat de leer van deze mystiek inhoudt, en wat daartegenover de betekenis is van de zendingsboodschap.

Over heel Java maakt de mystiek een opleving door. In stad en land ontstaan mystieke kringen, sommige zijn zelfs groter dan de kerken. Er zijn meer dan 300 kringen bekend in Midden-Java. Soerakarta telde er tot voor kort ruim 30, Djokjakarta en Semarang zelfs nog meer, terwijl de hoofdstad, Djakarta, waar ook talloze Javanen wonen, ruim 100 mystieke kringen heeft.

De invloed van deze kringen is verschillend. Sommige hebben zich niet verder verspreid dan één of twee plaatsen, andere hebben afdelingen op heel Java, en zelfs daarbuiten. Eenvoudige dorpelingen en meer geletterden zijn in de ban van de mystiek. Zelfs de hoogste regeringsfunctionarissen sympathiseren ermee.

Over het algemeen kan men zeggen dat deze opleving dateert vanaf 1950. Vele kringen zijn in dit of de erop volgende jaren ontstaan. Het jaar 1950 is ook het eerste jaar na de soevereiniteitsoverdracht, het eerste jaar dat Indonesië werkelijk zelfstandig was… Mensen die er gewerkt hebben, weten dat het Javaanse volk allang een neiging tot mystiek heeft gehad. Een generatie van zendelingen heeft zich erin verdiept. Des te interessanter is deze opleving na 1950. Wat zijn hiervan de oorzaken?

Drie oorzaken kunnen vastgesteld worden:

1. De kritiek op de officiële godsdiensten. Vele mystici vinden de godsdienst van de islam te star en dogmatisch. Sommigen vinden dat ook van het christendom. Dit betekent niet dat ze officieel met de godsdienst breken. Zo radicaal is de Javaan over het algemeen niet. Hij blijft officieel moslem, al is het wel „islam Statistik”. Op dezelfde wijze kan men spreken van „christen Statistik”, al is deze term niet zó bekend.

2. Een tweede oorzaak van de bloei der mystiek is de onzekerheid, veroorzaakt door de verslechterende economische toestand. Indonesië was weliswaar vrij geworden, maar aan de andere kant devalueerde het geld duizendvoudig, tierde corruptie, hooggeroemde leiders bleken niet aan de verwachtingen te voldoen. Vooral te midden van de sociale ellende in grote steden bloeide de mystiek. Men trekt zich er als het ware in terug.

3. Er is alom een grote neiging om het verleden van Indonesië te idealiseren. Men wijst vaak op een roemrijk verleden, waarvan Boroboedoer en oude boeken de stille getuigen zijn. Was de bloeitijd van de Javaanse vorstenrijken ook niet een tijd van mystiek? Daarin zochten de leiders hun kracht. Zij waren sterk door hun edelheid van geest, en zeker niet door hun wapens of technische bekwaamheid. Vaak wordt de economische ontwikkeling beschouwd als een persoonlijke strijd, een strijd die men kan winnen, wanneer men zich daarop voorbereidt, zoals de vorsten uit het verleden. Zij streefden eerst naar welzijn, daarna kwam vanzelf (door hun innerlijke kracht) welvaart. Dit verklaart ook het feit, dat de president geregeld de berg beklimt om ascese te beoefenen. Het verleden wordt geïdealiseerd, ook de toekomst?

Prins Bernhard stelde bij één van zijn bezoeken aan Indonesië de vraag, of zending in deze tijd nog nodig is. Inderdaad zijn er al veel kerken in Java. Als de zending werkelijk iets Nieuws heeft te brengen, dan moeten we toch op zijn minst iets weten van het oude verleden van dit land en daarmee samenhangend, de idealen voor de toekomst. Men krijgt echter de indruk dat veel goedgeschoolde mensen beter hun eigen westerse bagage kennen dan de wereld waarin zij komen en werken. Hun evangelie heeft vaak een westerse tint. De jonge kerken zijn soms een getrouwe copie van hun hollandse of amerikaanse moeders. Zijn ze in staat om tegenover deze golf van mystiek dat Nieuwe van de zendingsboodschap te formuleren?

Om u iets meer te vertellen van de gedachtenwereld en de levenshouding der mystici, kies ik één van de grootste groepen, die in 1949 is opgericht en vooral op intellectuelen en vooraanstaande figuren een grote aantrekkingskracht heeft. Deze groep heet Pangestu, een beweging die niet alleen heel actueel is maar ook verworteld in de Javaanse cultuur. De grondgedachten der mystiek worden in deze groep het meest volledig uitgedrukt. Wat zijn die grondgedachten? In de wereld is veel ellende, honger en verdriet. Wat kan een mens daartegen doen? Het enige dat hij (bewust) kan doen, is alles wat er in de wereld gebeurt op een afstand houden. Hij leeft er wel midden in, maar hij moet zich er los van maken. De zichtbare stoffelijke wereld wordt vergeleken met een „pasar” en ieder die wel eens over zo’n markt is gegaan, weet dat het er stinkt. Men blijft er niet langer dan strikt nodig. Het leven is „inkopen doen”. Hoe vlugger men klaar is, des te eerder is men thuis (dit is: bij God). Als men werkelijk afstand kan nemen van al wat er in de wereld gebeurt, dan is men al rijk. Dit betekent dat men alles moet overgeven én aanvaarden. Geld, gezondheid en eer; honger, ziekte en oorlog zal geen invloed meer hebben op onze gevoelens. Het laat ons „koud”. Zo kan men spelen met zijn leven. Wie zijn gevoelens laat blijken door tranen, jaloersheid of eerzucht is zwak, ja geestelijk ziek.

Wie deze afstand beleeft, is een gezegend mens. Hij is nu al zalig. Hij hoeft eigenlijk niet meer te bidden. Tenminste als bidden betekent: vragen om iets. Dat strijdt immers met de „overgave”.

De wereld is echter niet gemakkelijk op een afstand te houden. Als ik immers iets wil hebben (rijkdom, macht) dan komt dat omdat in mijn eigen lichaam allerlei driften werken. Het menselijk lichaam is een stuk van de wereld; het wordt ook wel een „kleine wereld” genoemd. Daarom moet men ook afstand nemen van eigen lichaam. Men moet zijn driften beteugelen. Dat is mogelijk door b.v. minder te eten en te drinken, ook door minder te slapen. De emoties moeten verminderen, ja verdwijnen. Ascese-oefeningen zijn nodig. Belangrijker dan een of twee keer vasten is echter dat men altijd sober is. Dit is het ogenblik dat men innerlijk vrij wordt. Men vindt de steen van het koninkrijk in eigen ziel. Men beseft dat men eigenlijk God gelijk is: immers God leeft ook oneindig ver van deze wereld. De afstand tussen mens en God wordt verkleind, verdwijnt.

En verder?

Hij leeft daarna nog enige tijd voort. Dat is zijn dagelijks leven. Hij is als een licht in de wereld. Hij is als de Volle Maan. Hij gaat op. Hij verlicht de wereld met een toverglans. Hij verandert de wereld niet, evenmin als de glans van de maan. Hij wil wel verbetering en vooruitgang der wereld, voorzover zijn innerlijke rijkdom en rust er niet door gestoord wordt. Alles aanvaardt hij, ook corruptie en onrecht, want wat kan men anders van de wereld verwachten? Zijn Genesis luidt: „En God zag dat de aarde slecht was.”

Er is veel dat ons als christenen aanspreekt in deze levenshouding. Leert ook de bijbel niet dat we moeten bezitten als niet-bezittende? En dat we hier geen blijvende stad hebben? Willen wij echter nagaan wat de betekenis van de zendingsboodschap tegenover deze mystiek is, dan moeten we niet alleen letten op dat wat er geleerd wordt (dat klinkt soms heel bijbels) maar vooral op de vraag waarom het zo gezegd wordt. De mystiek leert dat we de wereld (aarde) op een afstand moeten houden, omdat ze principieel slecht is, en dat er geen enkele belofte voor deze aarde is, noch nu, noch in de toekomst. Er is geen gedachte die zó ontmoedigend en zó verlammend werkt in het dagelijks leven…

Zo komen we dan ook bij de vraag: Waarom is de zendingsboodschap van Jezus Christus zo belangrijk met het oog op deze mystiek, waarin ligt dan die betekenis?

Wie naar de bergen gaat, ziet soms de top gehuld in een onschuldige witte wolk. Hij maakt zich geen zorgen, want op de helling blijft genoeg zon. Maar soms vergist hij zich: ineens zit hij zelf midden in die wolk. De wolk bleek veel groter dan aanvankelijk vermoed. Alles is nu vaag en klam. Er is geen duidelijk onderscheid tussen hemel en aarde. Er zijn hier mensen die over mystiek spreken alsof het een wolkje was. Een wolkje op afstand, duidelijk omlijnd, ergens bij de top. De javaanse mystiek is echter beter te vergelijken met een mist.

Wat men de mystici hoort zéggen, vindt men soms bij Javaanse christenen terug. Het is dan ook begrijpelijk dat leidinggevende christenen, protestant en (meer nog) katholiek, in de mystiek één van de grootste gevaren zien voor de kerk. In de eerste plaats wordt er in de plaatselijke kerken (waar ik door de aard van mijn werk het meest mee in aanraking kom) veel, uitermate veel gesproken over onderwerpen als God, mens, verlossing en edel leven, zaken die ook in mystieke kringen hoofdthema’s zijn. Het wordt dan voor de eenvoudigen van geest moeilijk om te onderscheiden waarin het evangelie van Christus werkelijk verschilt van de mystiek. Dit geldt temeer, daar vele Javanen niet geneigd zijn scherp te onderscheiden, maar eerder de eenheid zoeken in allerlei verschillen. Er is ook binnen de kerken een neiging tot „verinnerlijking”, een neiging die na 1950 nog is versterkt.

Was dat de invloed van „onze” zending of van de verslechterende economische toestand of… van de mystiek? Waarschijnlijk van alle drie. Maar dan wordt ook duidelijk hoe groot de zuigkracht van de mystieke kringen op de kerken is. Een beweging als Pangestu telt veel ex-christenen onder haar aanhangers, waarvan sommigen rustig kerkelijk lidmaat blijven: het is voor hen geen probleem. „Leert Pangestu niet hetzelfde als de kerk?” Het christendom wordt gezien als een bepaalde, dus beperkte weg tot God, een variant op de mystiek!

Een tweede factor, die met het bovenstaande samenhangt, is dat de bijbelse boodschap over de betekenis van de aarde „en haar volheid” weinig gehoord wordt. Volgens de Schrift was die aarde niet slecht, maar zij wérd slecht en zij zal in Christus worden vernieuwd. Waarom heeft dr H. Kraemer toch steeds weer op dat bijbelse realisme gewezen? Alleen deze visie kweekt een nieuwe levenshouding. Bovendien is zij een stimulans voor creativiteit en ontwikkeling, met name ontwikkeling op eigen Javaanse kracht.

Voor mij persoonlijk – in alle bescheidenheid – betekent zending in de eerste plaats een doorgeven – steeds weer – van de hoop op grond van Christus’ opstanding „in het vlees”. De mystiek gelooft alleen in een „opstanding-in-de-ziel”. De islam plaatst de opstanding aan het eind der tijden, verwerpt de opstanding van Christus op déze aarde. Met pasen krijgen alle dingen een glans: wereld, lichaam en dagelijks werk zijn gerevalueerd. Daar ligt het grote onderscheid tussen christendom en mystiek, misschien zelfs tussen christen en christen…

Afgezien van die kern kunnen wij van de Javanen leren om ontspannen te leven en vriendelijk met elkaar om te gaan, met kinderen en groten, met Javaan of Chinees (of met de andere europese medewerkers…).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Mystieh op Java

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken