Bekijk het origineel

De Zwartf Man Fn de Witte Olifant

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Zwartf Man Fn de Witte Olifant

naar een verhaal van Jomo Kenyatta, president van Kenya

6 minuten leestijd

Eens op een mooie dag sloten de witte olifant en de zwarte man een vriendschapsverdrag. Kort daarop brak een zwaar onweer los boven het oerwoud, de regen gutste in stromen neer. De olifant zag, dat hij er slecht voorstond en ging zijn vriend opzoeken, die in een hut aan de rand van het bos woonde.

’Mijn vriend,’ zei de olifant tegen de zwarte man, ’hoor je het onweer woeden? Mijn fijne, witte huid heeft van de regen te lijden! Zou je mij willen toestaan, mijn slurf in je hut te laten schuilen?’

De zwarte man had medelijden met zijn vriend en stond het hem graag toe. De olifant stak zijn slurf in de hut van de man. Al gauw echter volgde zijn hele kop en daarna zijn hele lichaam. Zo nam de olifant de hele hut in beslag; de zwarte man stond echter plotseling in de regen en had geen dak boven zijn hoofd. ’Je zwarte huid kan er veel beter tegen dan de mijne’, stelde de indringer doodbedaard vast. ’Omdat het voor twee hier erg nauw is, moet jij maar buiten blijven. Ik zal ’t me wel op de een of andere manier gezellig maken’.

De zwarte man protesteerde en alle dieren van het oerwoud kwamen op het lawaai af. Tenslotte verscheen de leeuw in eigen persoon en vroeg met donderende stem; ’Weten jullie niet, dat ik de koning van de wildernis ben? Wie waagt het, rust en orde in mijn rijk te verstoren?’

Toen de olifant, die ook één van de machtigste grootwaardigheidsbekleders van de wildernis was, dat hoorde, antwoordde hij honingzoet: ’O, Majesteit, niets bedreigt de orde in uw rijk! Tussen mij en mijn vriend is alleen een klein meningsverschil ontstaan over deze hut, waarin uwe Majesteit mij ziet.’ Toen verkondigde de leeuw voornaam dat een met groot gezag beklede commissie samengesteld moest worden om de zaak uit te zoeken en een rechtvaardig oordeel te vellen.

De commissie bestond uit de hoogheden rinoceros, buffel en jaguar en uit zijn eerwaarde, de krokodil. Zijne excellentie de vos voerde het voorzitterschap. Toen de zwarte man deze commissie zag, verzocht hij dringend, dat men toch op zijn minst één van zijn familieleden daarin zou opnemen. Het voorstel werd evenwel verworpen, daar niemand van zijn soort op een hoog genoeg peil van beschaving stond, om de gecompliceerde wijsheid van de wet der wildernis te begrijpen.

Als eerste werd zijne doorluchtigheid, de witte olifant, door de commissie gehoord. Op gewichtige toon en met vleiende woorden begon hij zijn rede: ‚Het betreurenswaardige misverstand ontstond’, meende hij tenslotte, ’omdat mijn vriend, de hier aanwezige zwarte man, de logica van de gebeurtenissen in ’t geheel niet begreep. Oordeelt u zelf: hij vroeg mij hem te helpen zijn hut voor de naderende orkaan te redden. Bij het opnemen van de stand van zaken zag ik, dat de orkaan zijn hut ongetwijfeld zou wegvagen, indien men de lege ruimte niet vulde, die er was omdat mijn vriend hier de hut alleen niet kon opvullen. In het belang van mijn vriend besloot ik dus, de lege ruimte zelf op te vullen en de hut te bezetten. En zij werd gered! Zo te handelen is de plicht van ieder van ons en ik ben er van overtuigd, dat u allen, mijne heren, net zo gehandeld zou hebben!’

Enige getuigen werden toen opgeroepen en bevestigden de woorden van de olifant. Tenslotte kwam de zwarte man aan de beurt. Hij wilde vertellen, hoe het in werkelijkheid gegaan was, maar de commissie onderbrak hem meteen.

’Beste vriend, wij hebben reeds over de bijzonderheden van deze zaak getuigenverklaringen uit de meest verschillende bronnen onderzocht en zeer objectief beoordeeld. Alles wat wij van je willen horen is het volgende: Was er in je hut een lege ruimte vóór de olifant er zijn intrek nam?’

’Ja, maar …’ wilde de zwarte man antwoorden. De commissieleden verklaarden echter, dat het geval voldoende duidelijk was en dat zij nu genoeg getuigenverklaringen van beide zijden hadden. Na een overvloedig maal — als een echte heer nam de witte olifant de kosten op zich — maakte de commissie haar besluit bekend. Zij lieten de zwarte man komen en legden hem uit: ’Het misverstand tussen jou en zijne doorluchtigheid, de witte olifant, ontstond enkel en alleen, omdat je de toestand niet inzag en over ’t algemeen achterlijke ideeën hebt. Zijne doorluchtigheid heeft slechts je belangen behartigd, want het is juist in jouw belang dat elke ruimte verstandig benut wordt. Omdat je nog niet het ontwikkelingspeil bereikt hebt, dat het je mogelijk maakt, even verstandig te handelen, trekt de commissie de enig juiste en mogelijke conclusie: de witte olifant blijft in jouw hut. Jou staat het echter volkomen vrij een andere plek te zoeken en een nieuwe hut te bouwen. Wij zullen je ook in de toekomst getrouw beschermen.’

Nauwelijks was de zwarte man met de bouw van zijn nieuwe hut gereed of de rinoceros verscheen en raadde hem aan, zich zo snel mogelijk uit de voeten te maken en zijne hoogheid de mogelijkheid te bieden de lege ruimte op te vullen.

Hetzelfde gebeurde ook met de derde hut, waarvan de lege ruimte door de luipaard werd opgevuld en met de vierde en de vijfde. Terwijl de zwarte man treurig overlegde hoe hij zich voor zijn beschermers beschermen kon, werden alle hutten onbewoonbaar, omdat de hoge gebieders veel te geciviliseerd waren om zich met zulke vuile arbeid in te laten, als het instandhouden van een woning.

De man bouwde nu op enige afstand een nieuw groot huis. Zijne hoogheid de rinoceros ontdekte het niet meteen. Toen hij daar aankwam vond hij daarom reeds de olifant, die zich in zijn nieuwe ’ruimte’ gevestigd had. De luipaard keek juist door een raam, de vos verlangde bij het andere raam een plaats. Op het dak sluimerde zijn eerwaarde de krokodil.

Toen de rinoceros het nieuwe huis binnenstormde, ontstond een gevecht, waarin de dieren over elkaar heen vielen. Toen zij in het heetst van het gevecht waren, stak de zwarte man het huis aan alle vier de hoeken aan en het verbrandde met allen die er in waren.

Nu keerde de zwarte man naar zijn eigen oude woning terug en zei: ’Vrijheid en rust kwamen mij duur genoeg te staan, daardoor heb ik echter veel begrepen en veel geleerd.’

Uit ’Das Wort in der Welt’ - Hamburg jaargang 1973, nr. 2

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1973

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 20 Pagina's

De Zwartf Man Fn de Witte Olifant

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1973

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 20 Pagina's

PDF Bekijken