Bekijk het origineel

Ontmoeting met de Islam

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ontmoeting met de Islam

6 minuten leestijd

„Er wonen bij ons in de straat heel wat meer moslims dan christenen,” zei iemand onlangs. Dit brengt de „ontmoeting met de islam”, die vroeger voor talloze christenen alleen maar een verre en vreemde zaak was, heel dicht bij huis. Daarom temeer is wat prof. Mulder in dit artikel schrijft van groot belang. Hij kent deze ontmoeting zowel door zijn speciale studie als ook vanuit de praktijk door en door. Daarom zijn we hem bijzonder dankbaar dat hij daar in ZD over heeft willen schrijven.

De ontmoeting tussen christendom en islam is geen nieuwe zaak. Vanaf het ontstaan van de islam in de zevende eeuw heeft deze godsdienst in relatie gestaan tot het christendom. Mohammad, de profeet van de islam, had kennis van het christendom en heeft in zijn prediking bepaalde elementen uit de bijbel overgenomen en andere laten liggen of afgewezen. De twee godsdiensten waren zo vanaf het begin verschillend en toch verwant, er waren overeenstemmingen maar ook diepgaande tegenstellingen.

Eeuwenlang is in de onderlinge verhouding de nadruk gelegd op de tegenstellingen. Christendom en islam hebben scherp tegenover elkaar gestaan, vaak met getrokken zwaard zoals ten tijde van de aanvallen van de Arabieren en later de Turken op Europa en ten tijde van de kruistochten van de christenen tegen de moslims in het nabije oosten. In die eeuwen heersten er over en weer talloze misverstanden en de éne partij was geneigd de andere zo zwart mogelijk voor te stellen.

Begin vorige eeuw is een nieuw hoofdstuk in de ontmoeting aangevangen, het hoofdstuk van de christelijke zending in de moslimse wereld. In zekere zin heeft de zending de onderlinge verhoudingen verder verscherpt. Van de kant van de zending is aanvankelijk vaak de zogenaamde antithetische methode gebruikt. De fouten en zwakke punten van de islam wer den gezocht en breed uitgemeten, de toon van de prediking was fel en vaak kwetsend voor de diepste overtuigingen van de moslim. Reacties bleven natuurlijk niet uit. Van moslimse zijde werd de kritiek op christendom en evangelie feller dan ooit. Resultaat heeft deze ontmoeting menselijk gesproken weinig gehad. Slechts enkele moslims kwamen tot aanvaarding van het evangelie (Indonesië is hierop de grote uitzondering geweest) en de wederzijdse misverstanden werden niet minder.

Zat de zending op de goede weg? Moet het inderdaad de bedoeling zijn om de zwakke plekken in de andere religie op te zoeken en aan te vallen? Moeten we niet proberen om de ander zo goed mogelijk te verstaan, ja zó te begrijpen als hij zelf graag begrepen wil worden? En is zo’n benadering wellicht de enige waarbij we bereiken dat we zelf niet misverstaan worden en de moslim de werkelijke intentie van het evangelie begrijpen gaat?

Ik stel de vraag mede naar aanleiding van een boekje dat pas verschenen is van de hand van mevr. prof. dr DJ. Kohlbrugge en dr J. van der Werf. Het heet „De ware Jozef” (uitgave Callenbach, Nijkerk) en vergelijkt het verhaal van Jozef in de Bijbel met het verhaal van Jusuf in de Qoran. Dat laatste verhaal lijkt sterk op het eerste, maar er zijn ook subtiele verschillen. Ook is opmerkelijk het verschil tussen de wijze waarop moslims het Jusuf-verhaal hebben uitgelegd en christenen het Jozef-verhaal verklaren. Dat is een interessant onderwerp en tot zo ver is genoemd boekje boeiende literatuur. Maar dan komt het. Aan het slot van het boekje trekken de beide schrijvers een aantal conclusies, die een bijzonder zwart beeld van de islam geven. Om wat voorbeelden te geven: Allah, de god van de islam, wordt een schimmige grootheid genoemd, een naamloze godheid, die geen werkelijke geschiedenis met de mens maken kan. Mohammad, de profeet van die naamloze god, luidde de „natuurlijke geschiedenis” in van grootheidsroes, wanorde en verval. De islam slaat de mens los van alle bindingen en toont zich zo destructief. Wie zich (als de moslim) overgeeft aan deze abstracties, stort de mens in een werkelijke afgrond.

De auteurs geven dan wel toe dat het christendom in zijn concrete gestalte niet te verheffen is boven de islam, maar in zekere zin wordt hun oordeel daardoor nog scherper, want – zeggen ze – dat komt omdat het christendom nog gekenmerkt wordt door islamiserende trekken. Vanuit de kerk moeten heilzame woorden gesproken worden die de islamiserende karaktertrekken in onze maatschappij in het hart zullen treffen en de mens zullen bevrijden uit zijn dodelijke eenzaamheid en anonimiteit.

Ik kan dit alles moeilijk anders begrijpen dan neer te komen op de gedachte: de islam is door en door slecht, verwoestend slecht; en als het christendom ook veelal slecht is, dan komt dat omdat het te veel op de islam lijkt.

Moet dat nu zo? vraagt men zich af. Direct al uit de Qoran en uit de geschiedenis van de islam kan worden aangetoond dat het oordeel van de beide schrijvers in hoge mate onbillijk is. Maar wat nog benauwender is: een boekje als „De ware Jozef” wordt ook door moslims gelezen (niemand schrijft vandaag meer alleen voor eigen publiek) en men moet vrezen dat het resultaat uiterst negatief zal zijn.

De laatste jaren begon er op sommige plaatsen in de wereld (Indonesië, de Libanon o.a.) een begin van gesprek te ontstaan tussen moslims en christenen. Van beide zijden kwam er een bereidheid om echt naar de ander te luisteren. Zo waren er moslims die de boodschap van het kruis niet meer botweg afwezen (de Qoran zegt dat Jezus niet is gekruisigd) maar die zich afvroegen wat het zou kunnen betekenen dat in ieder geval de mensen Jezus hebben willen kruisigen. Moet die deur nu weer dichtgeslagen worden, die weg weer geblokkeerd door zulke harde uitspraken als we in „De ware Jozef” vinden?

De ontmoeting met de islam is en blijft een delicate zaak. Voor onze kerken is zij meer dan ooit urgent geworden, want we hebben niet alleen met de islam in Indonesië en Pakistan te maken maar ook met de meer dan honderdduizend moslims in Nederland. Er ligt nog een lange weg voor ons. We zullen moeten proberen de moslim van zijn beste kant te verstaan en ons van onze beste kant te laten zien. En onze beste kant is dan dat we komen (of in elk geval willen en moeten komen) van de kant van Jezus in Wien de Barmhartige God zich van Zijn diepste kant heeft laten zien. Die barmhartigheid van God in Jezus Christus kunnen we juist het beste duidelijk maken aan de moslim als we niet onbarmhartig over hem oordelen en als we aan woorden daden van barmhartigheid laten aansluiten. Dan is het duidelijk dat er voor ons in de ontmoeting met de moslims nog heel wat te doen is en (denk aan de moslimse gastarbeiders!) nog heel wat goed te maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Ontmoeting met de Islam

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken