Bekijk het origineel

Zendingspost

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zendingspost

brieven en berichten van overzee

12 minuten leestijd

„er gaat hier niets langs een lijntje”

„…Dan ineens zegt de piloot: „Daar is Apalapsili”. Je kijkt, en je ziet niets anders dan een open plekje in het oerwoud, zou dat…, en jawel hoor, daar blijkt inderdaad een strook gras te zijn waar een vliegtuig op zou moeten kunnen landen. Als dat maar goed gaat. En het gáát goed, na even bonken en hobbelen taxiën we naar het hoofdgebouw!.!), dat een opslagplaats voor verder te transporteren goederen blijkt te zijn. Dan stap je uit het vliegtuig en tegelijkertijd uit de moderne wereld. Je bevindt je dan in een zeer primitieve wereld, met allemaal naakte mensen om je heen.

Hoe het leven in zo’n primitieve maatschappij eruit ziet kun je eigenlijk alleen ervaren door alles zelf te ondergaan en te beleven, maar we zullen proberen om onze indrukken op papier weer te geven.

’s Morgens vroeg pakt de vrouw haar kind, zet het op haar schouders, haalt het varken uit het hok en gaat naar de tuin. Het werken in de tuin, het halen van brandhout, het eten klaarmaken en het verzorgen van de kinderen is haar taak. De mannen leggen gezamenlijk nieuwe tuinen aan door een stuk bos af te branden. Ze maken ook de nieuwe hutten en vroeger moesten ze oorlog voeren.

Zo’n hut tocht aan alle kanten en als het vuur brandt zie je elkaar niet zitten van de rook. Maar zo’n vuur heb je nodig omdat het ’s avonds regent en fris is en een grasrokje of peniskoker geven bepaald niet veel warmte. De vrouwen gebruiken ook hun draagnet als een soort kleding. Het wordt ook gebruikt om bataten, groente, hout, stenen en varkens in te vervoeren, ja zelfs de baby hobbelt erin mee op de rug van de moeder. Apalapsili ligt in het Yalimogebied en de mensen noemt men daarom Yalies.

Dit was dus iets over het werk van de Yalies, maar wat doen wij hier nu eigenlijk?

We kwamen hier met de opdracht: „Jongens uit het Yalimogebied moeten leren met hout om te gaan”. Hoe zo’n opleiding er uit moest gaan zien wisten we echter nog niet en we hebben dan ook eerst een opiniepeiling gehouden onder alle medewerkers op de verschillende posten. Naar aanleiding van de antwoorden zijn er samen met het classis-bestuur beslissingen genomen, zodat we nu een tamelijk omlijnd plan hebben voor de opzet van de opleiding.

Eerst zijn we begonnen met een stuk bos te ontginnen om op dat terrein een werkplaats, hutten voor de leerlingen en ons eigen huis te bouwen. Over het algemeen komen er alleen vrouwen en kinderen werken. De eerste dagen kwamen er ongeveer 10 mensen, maar al vlug was het gemiddelde 30 tot 40. Er zijn zelfs uitschieters van 95 en 107 mensen. U kunt nagaan wat een gekrioel dat is; men heeft dan veel plezier en in verhouding wordt er niet veel uitgevoerd.

Vele vrouwen hebben de baby bij zich en die moet natuurlijk ook van tijd tot tijd het nodige hebben. Een luid gehuil doet de moeder snel naar de „crèche” lopen. De crèche is een plaats onder een reusachtige boom waar de babies in de schaduw liggen. Al spoedig is de rust weergekeerd en het werk gaat weer door.

Ook kinderen van een jaar of zes helpen ijverig mee en zijn er als de kippen bij als er uitbetaald wordt. Ja zelfs de kippen zijn present.

Er is ook gras aangeplant en veel bananenbomen. Op het ogenblik worden er zes hutten voor de leerlingen gebouwd. Daar komen de mannen voor, want dàt is pas mannenwerk. We hebben nog geen nieuw gereedschap ingevoerd, of ja toch, men gebruikt op het moment een dissel die ik uit Nederland heb meegenomen. Men zegt dat je daarmee een plank makkelijker vlak kunt maken dan met een bijl. Dat is ook zo, maar het is leuk dat ze dat zelf ontdekken. De hutten zullen mooi op tijd klaar zijn, want over een poosje komen de jongens voor de opleiding.

Ook hebben we al verschillende dagen geëxperimenteerd met de trekzaag. Het zagen op zich kunnen ze wel, de moeilijkheid is alleen om langs een lijntje te zagen. Dat is niet zo vreemd, want er gaat hier niets langs een lijntje of volgens een bepaald plan, dus waarom zou je een plank wél langs een lijntje zagen?

We zullen het toch nog maar eens proberen. Oefening baart kunst, nietwaar? …”

P. C. Goozen (technicus) Apalapsili (Irian Jaya).

per auto, kano en te voet op de lepra-tour

„…De lepra-tour verliep deze keer heel plezierig. In het begin van dit jaar is er een reorganisatie geweest binnen het team van leprosy-inspectors en het resultaat was, dat vrijwel overal het werk beter is gaan lopen.

Voor de reorganisatie was er een stel leprosy-inspectors, dat al heel lang een bepaald gebied onder zich had om te verzorgen. Dat hield de zaak min of meer draaiende, maar dat was dan ook alles. Vaak waren zij betrokken in allerlei dorpstoestanden en niet altijd op een even correcte wijze. Lepra is nog steeds een zeer gevreesde en belaste ziekte en als je als leprosy-inspector te veel betrokken raakt in de dorpspolitiek, is het moeilijk om je op te stellen tegenover de leiders van het dorp en tegenover sommige patiënten, die alles wat lepra betreft het liefst zo geheimzinnig mogelijk houden.

Na de reorganisatie was het werk op de meeste plaatsen goed aangepakt, waardoor er een groter percentage patiënten regelmatig op de poliklinieken komt. Zo’n lepra-tour is wel vermoeiend doordat je hele dagen op stap bent, maar het is ook wel erg leuk. Je komt op plaatsen waar maar een doodenkele keer een blanke komt en waar je dan ook als een heel bijzondere gast onthaald wordt. Helaas zijn sommige plaatsen zo afgelegen, dat je er zelfs met de landrover niet kunt komen. Meestal weet je dat van tevoren en bereid je je voor op een voettocht van een paar mijl of op een kanotocht van een paar uur (erg fijn, maar je krijgt er wel stijve billen van); soms kom je echter ergens onverhoopt vast te zitten en moet je onverrichterzake terugkeren, nadat bereidwillige omwoners de auto uit de modder hebben geduwd.

In één van onze vorige brieven vertelden we al, dat er twee zgn. leprasettlements in ons gebied zijn. In één van de twee is na de oorlog een landbouwproject gestart door de Christian Council of Nigeria en langzamerhand is het accent helemaal verschoven naar de landbouw. In het andere settlement hebben we een „sick-bay” voor leprapatiënten die opgenomen moeten worden voor de behandeling van de zweren aan hun handen en voeten. Tot nu toe was de verzorging vrij primitief door de gebrekkige accommodatie, maar dankzij een gift van de regering zijn we in staat daar wat verbetering in aan te brengen. We kunnen het aantal bedden uitbreiden en binnenkort zullen een schoenmaker en een fysiotherapeut hun werk daar kunnen beginnen. We zijn uiteraard erg blij met de toename van de mogelijkheden, maar de gelijktijdige toename van de „running costs” baart ons wel zorgen. Financieel valt de lepradienst nl. volledig onder het ziekenhuis, er is dus geen gescheiden budget en aangezien deze dienst niets opbrengt (de behandeling van lepra is gratis volgens de reglementen van de regering] betekent iedere toename van het geld besteed aan de lepra, dat er minder geld beschikbaar is voor de rest van het werk …”.

J. N. Breetvelt, arts Itigidi, Nigeria.

geslaagd, maar wat dan?

„… Het jaarlijkse eindexamen en afscheid van de geslaagden levert altijd zeer emotionele tonelen op. Wel begrijpelijk: de kans dat een student van West-Java en één van Bali of Sumba, die gedurende de studiejaren een hechte vriendschapsband hebben opgebouwd, elkaar ooit weerzien is niet zo heel erg groot. Elkaar even opbellen is uitgesloten; ze verdwijnen met een paar dictaatschriftjes en boeken in een voor ons onvoorstelbaar isolement. Geestelijk gezien zal de gemeente met haar conservatisme (meer door de adat dan door bijbels fundamentalisme bepaald) direct een aanslag op hen doen om hen weer in het oude spoor terug te krijgen, waar de studie althans de eerste aarzelende stappen buiten deed doen. Als zij tenminste werk krijgen. De situatie van de predikantsopleiding is zeer merkwaardig. Om de enorme achterstand in te lopen, die in de oorlog ontstaan was, is na de oorlog een aantal grote scholen opgericht. Strategisch gelegen — althans naar de overtuiging van de Hollanders, die daar toen nog veel in te zeggen hadden — zouden ze ieder een groot gebied bedienen. Maar nu is het zo, dat ten eerste veel kerken toch hun eigen opleiding willen hebben, dicht bij huis: geen gevaar, dat hun studenten na afloop van hun studie de grote stad zullen prefereren boven terugkeer naar de provincie. Dat houdt natuurlijk ook in, dat de oude, grote scholen minder studenten van deze kerken krijgen. En ten tweede: men heeft zo hard aan het vullen van de „gap” gewerkt, dat die nu opgevuld is, wat vele kerken betreft. Dus over zo’n 25 jaar zwaait er weer een hele generatie tegelijk af, maar tot dan toe is er elk jaar maar een miniem aantal predikanten nodig. Onze school zit voornamelijk met dit tweede probleem. De school is opgericht door zeven kerken: drie Chinese, van Oost-, Westen Midden-Java — die zitten alleen in de grote steden — hebben weinig mogelijkheden tot het stichten van nieuwe gemeenten. Ze zijn alle drie bijna vol. Onze voornaamste „klant”, de M.-Javaanse Chinese kerk, heeft ons al verzocht hoogstens twee studenten aan te nemen dit jaar (vroeger zeker acht per jaar). De kerk van Sumba, vroeger zeker goed voor vier studenten per jaar, participeert nu in een school op Timor, dus wij hebben al twee jaar geen nieuwe Sumba-studenten meer. Dan de drie Javaanse kerken: die hebben werk genoeg, maar geen geld. Wat ook betekent: ze zijn niet gewend ervoor te betalen, en ze vinden het vreselijk moeilijk over zoiets grofs als geld zakelijk en met aandrang de gemeente aan te spreken. Onder onze de laatste twee jaar afgestudeerden zijn vooral onder de Javanen nog velen zonder werk, of werken wel, maar zonder ervoor betaald te worden (honorair heet dat in het Indonesisch). Dus wij nemen steeds kleinere klassen aan. Zo nu en dan komt er een groepje studenten uit onverwachte streken ver buiten Java: vorig jaar bijv. vier van Nias. Maar onze school zal zich toch moeten gaan heroriënteren. Dat doen we bijv. door van scholen buiten Java, die géén „doctoraal opleiding” hebben, studenten in onze vijfde en zesde klas toe te laten.

Verder zullen we meer aan theologische bijscholing van „lerende ouderlingen” moeten gaan doen. Een nauwere samenwerking met het lekentrainingscentrum. Het gekke is: jarenlang hebben we geploeterd met veel te kleine gebouwen en een te kleine staf, nu gaan we bouwen (nog van de eerste „KOM OVER DE BRUG-actie”) en krijgen we er een paar docenten bij (een buitenlander en gelukkig ook één Javaan) en nu wordt de school veel kleiner. Ik wil niet zeggen dat het niet meer nodig is, maar het was ons rond 1968 allemaal beter te stade gekomen.

Het meest spectaculaire wat de school de laatste tijd gedaan heeft is: met 15 studenten werken in de desa. Dat gebeurde in samenwerking met de Stichting voor Gezondheidszorg: die beheert de christelijke ziekenhuizen die er nog op Midden-Java zijn. Maar enkele mensen in deze Stichting waren niet zo tevreden over de gevolgde policy: betrekkelijk moderne ziekenhuizen met veel hulp in stand houden; de patiënten afwachten, hen genezen en … hen vervolgens weer terugsturen naar hun leef- en woonsituatie waar ze vrijwel zeker wéér ziek worden. Dus: ga de patiënten achterna, verbeter hun eetgewoonten, probeer de veestapel wat te verbeteren e.d. Gevolg: zo’n tien projecten verspreid rondom Solo (waar het centrum gevestigd is). Wij werden nu gestuurd naar een desa, die hulp voor een project had aangevraagd. Hoewel zo’n desa slechts een 20 km van de grote weg (de grote weg Jakarta-Surabaya, vlakbij Sragen) ligt, is het isolement er vrijwel volledig, wat de eenvoudige boeren betreft.

Een jonge, ambitieuze „lurah” (burgemeester), pas gekozen, 29 jaar. Nog wat onzeker, en daardoor neigend naar het autoritaire; erg bang, dat wij buiten hem om teveel met de bevolking zullen praten (wat ik overigens niet kan: ik spreek geen Javaans en zij geen Indonesisch). Dus massale „vrije gesprekken”, o.l.v. de lurah. In een grote, met petroleumlampen schaars verlichte ruimte zitten zo’n honderd man op de grond; wij achter tafels eromheen. De lurah spreekt hen eerst toe, waarbij hij hen als een kleuterklas de laatste woorden van een zin in koor laat aanvullen. De gebruikelijke grappen op mijn naam worden gemaakt (in ’t Indonesisch is het een bekend merk van geneesmiddelen en tandpasta). En dan mogen we vragen stellen. Vind in zó’n sfeer maar eens uit of de bevolking werkelijk het nut van zo’n project, waarvoor ze zelf de nodige man-uren moet bijdragen — het gaat om wegenbouw — inziet. Voor onze studenten: voor sommigen de sfeer waaruit ze komen, voor anderen (de Chinezen) een altijd vlakbij geweten, maar nooit meebeleefd achterland. En een oefening in het leren zien van de noodzakelijk optredende innerlijke tegenstrijdigheid van ontwikkelingshulp in een overbevolkt land. Het enige verantwoorde wat je kunt adviseren is nl.: die desa ligt op ontbost gebied op de helling van de Lawu; de grond kan de bevolking niet voeden; de bossen zijn nodig voor de waterhuishouding van de vlakte; dus alle mensen eruit en herbebossen. Niet met wat hulp valse hoop wekken dat ze daar kunnen leven. Alleen: waar moeten ze heen? Dit goede principe, consequent volgehouden, betekent emigratie van miljoenen; daar is het apparaat en de grond elders niet voor. En moet je de mensen omdat ze in principe in een verkeerde situatie zitten dan maar afschrijven en laten verhongeren? En nu speciaal met de huidige droogte, waardoor ontzettend veel van de in jaren moeizaam opgebouwde structuren in enkele weken volkomen ontwricht raken en ook weer van voren af aan moeten beginnen.

Studenten van onze school namen actief deel aan protestacties: eigenlijk tegen niemand gericht: er zijn natuurlijk wel fouten gemaakt, maar in een situatie als deze is de factor menselijke schuld niet de bepalende …”.

Yogyakarta.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1973

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 20 Pagina's

Zendingspost

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1973

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 20 Pagina's

PDF Bekijken