Bekijk het origineel

Missionair Panorama

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Missionair Panorama

11 minuten leestijd

Mej. C.J. Miedema nu officier ON

Mejuffrouw drs C.J. Miedema, reeds ridder in de orde van Oranje Nassau, is bevorderd tot officier. Zo eerde ook ons land een „zendingsvrouw” met een belangrijke staat van dienst. Hoewel zij pas officieel in 1956 in zendingsdienst trad, was zij al sedert 1935 betrokken bij het christelijk onderwijs in Indonesië. Drie maal verloor zij al haar bezittingen. Toen zij in Japanse internering ging, daarna het weinige wat zij na de oorlog bezat tijdens een brand op Ceylon. En later toen zij onderwijs gaf aan de christelijke kweekschool op Ambon. Ze bleef tijdens de Molukse strijd. Nog onlangs wijdde ZD een „Profiel” aan haar. Mej. Miedema hoopt in de loop van dit jaar, ondanks haar pensionering, naar Indonesië terug te keren.

Rectificatie

Bij de aanhalingen op bladzijde 12 in het vorige ZD-nummer (rubriek „Wereldwijs”) is tot onze spijt de bron niet vermeld van de uitspraken die daar van de zambiaanse president Kaunda geciteerd worden. Deze werden ontleend aan een interview dat dr G. Puchinger met president Kaunda te Lusaka had in december 1970 (zie bl. 106-124 in: dr G. Puchinger: „Zending en Ontwikkeling” - uitg. W.D. Meinema N.V. - Delft - 1972).

Evangelisatie-perscampagne

Graag maken we gebruik van de geboden gelegenheid in het Zendingsblad iets te vertellen over wat inmiddels is gaan heten de evangelisatie-perscampagne.

Eerst iets over de geschiedenis. De evangelisatiecommissie van de Gereformeerde Kerk te Voorschoten zocht in het begin van 1972 contact met het evangelisatiecentrum in Baarn. Dat zat zo. (Ook) in Voorschoten liep het niet lekker (meer) met de lectuurverspreiding. Beter gezegd: met de bestaande evangelisatiebladen werden niet zoveel mensen bereikt, terwijl bovendien de gemeenteleden niet of nauwelijks wisten bij wie deze lectuur terecht kwam. Werden die bladen werkelijk gelezen? Hoe „deden” ze het?

In die tijd kreeg de evangelisatiecommissie een nieuwe medewerker, de heer A.G. Opstal, in het dagelijks leven reclamedeskundige. Laten we de pers inschakelen, zei hij. Hij wist snel zijn ideeën en vuur over te dragen. Publicaties in de landelijke of regionale en plaatselijke pers zouden onder ieders aandacht moeten komen, de inhoud ervan zou kunnen aansluiten op het levensgevoel, vragen, toestanden en – eventueel – gebeurtenissen en zo een handvat bieden voor gesprekken tussen christenen en niet-christenen. Een mogelijkheid tot communicatie. Ten dienste van elkaar. In dienst van het Evangelie.

Men vermoedde in Voorschoten, dat hier een perspectief geboden werd van meer dan plaatselijke betekenis. Er volgde een reeks besprekingen met de staf van het evangelisatiecentrum in Baarn. Spoedig bleek nog een reclamedeskundige bereid mee te werken. Een werkgroep werd gevormd. Het voorstel nam steeds duidelijker vormen aan. We zagen het hoe langer hoe meer zitten.

Om kort te gaan, de generale deputaten voor het evangelisatiewerk gingen meedenken en dit had tot resultaat dat het „plan Van Opstal” werd voorgelegd aan de Generale Synode.

Op 23 oktober jl. sprak deze zich uit voor de uitvoering van de evangelisatieperscampagne, met dien verstande dat eerst de plaatselijke kerken geïnformeerd zullen worden en – afhankelijk van het aantal kerken, dat mee gaat doen (ook financieel!) – de perscampagne, zeker de eerste tijd, wat beperkt gevoerd gaat worden: plaatselijk, regionaal. We zijn erg blij met deze beslissing. Het was ons uit het hart gegrepen, wat professor Verkuyl ter Synode zei: Hoe herstellen we de communicatie van het nederlandse volk met het evangelie van Jezus Christus? Naar onze mening biedt de perscampagne (nieuwe) mogelijkheden, gesprekskansen.

We hopen van harte, dat velen een dankbaar en vruchtbaar gebruik zullen kunnen maken van het middel dat evangelisatieperscampagne heet, dat velen met dit handvat uit de voeten kunnen. De campagne is tweesporig. In een aantal bladen verschijnt een reeks publicaties, die zowel op bepaalde problemen inhaken als een mogelijkheid tot een gesprek aanreiken. Bovendien zullen de deelnemende kerken steeds tijdig de nodige informatie betreffende de te verschijnen pers-publicaties ontvangen. Met verschillende organisaties van andere kerken is de zaak ook al besproken. Het zou fijn zijn binnen niet al te lange tijd met andere kerken te kunnen samenwerken.

Aftrekbaar

Giften voor de zending behoren tot de z.g. „aftrekbare giften”. U moet ze met schriftelijke bewijsstukken kunnen aantonen. Van het totale bedrag aan „aftrekbare giften” komt voor aftrek in aanmerking het gedeelte, dat 1% van Uw onzuivere inkomen en tevens ƒ 120,— te boven gaat.

Maximaal is aftrekbaar 10% van Uw onzuivere inkomen.

Misschien keek hier en daar iemand wat vreemd op, toen hij las, dat reclamedeskundigen meewerken. Is dat niet bedenkelijk, het evangelie in handen van reclamedeskundigen? Hebben deze mensen niet zo hun eigen opvattingen over en methoden voor marktbeïnvloeding? Het is maar hoe je het ziet. Je kunt denken aan mensen die in het reclamevak zitten en (daarom) (wel) evangelie-vreemde elementen zullen gaan inbrengen, maar beter is te denken aan geméénteleden, die als zódanig hun kennis, vakbekwaamheid en inzicht in dienst van de kerken willen stellen en bepaald iets zinnigs te zeggen hebben. En u moest eens weten hoe enthousiast ze zijn, hoeveel tijd en energie ze al in de campagne stopten! Als hiervan iets aan de kerken, de gemeenteleden kan worden overgedragen, wel, dan wordt het een fijne zaak: de evangelisatie-perscampagne.

Voorschoten P. Reedijk

Kerk in Pakistan vraagt hulp

Door de overstromingsramp in Pakistan werden naar schatting acht miljoen mensen verdreven. Dat is vijftien procent van de bevolking. Hele dorpen zijn weggevaagd. Voedselvoorraden, zaaizaden en de nieuwe aanplant zijn op vele plaatsen weggespoeld.

Bisschop Innayat Masih van de Verenigde Kerk van Pakistan, met welke kerk we als werelddiakonaat en zending van onze kerken nauw samenwerken, heeft ons dringend gevraagd om de kerk daar te helpen bij haar hulpprogramma’s. De kerken daar hebben gezorgd voor een betrouwbaar werkend hulpverleningscomité, waarmee ook de rooms-katholieke bisschoppen samenwerken.

Ondanks de vele ellende zijn er toch ook een paar dingen die tot grote dankbaarheid mogen stemmen. De regering in Pakistan heeft op tot nu toe ongekende wijze zich ingespannen om te helpen in de nood en de schade te herstellen. En in tegenstelling tot wat vroeger nog wel eens gebeurde komen de hulpprogramma’s van de regering alle getroffen Pakistani, moslims en christenen, gelijkelijk ten goede.

Maar door deze geweldige noodsituatie ten gevolge van de overstromingsramp is er ook wat veranderd in de houding van de kerk. De kerk daar had de neiging zich wat van de nationale samenleving af te zonderen. Dit werd nog weer versterkt door de nationalisatie van de christelijke scholen in 1972. En door haar positie van een kleine minderheid én door de slagen die zij kreeg te incasseren bij de nationalisatie was er een grote kans dat de kerk steeds meer naar binnen gericht zou worden, bekommerd over eigen zaak en de natie de rug toekerend. Het geweldig verheugende is nu dat de kerk zich plotseling naar aanleiding van de overstroming, openstelt voor de nood van het hele volk en tracht allen, moslim, christen of wat dan ook, te helpen.

Eén van de plannen die zij hiervoor heeft, is het helpen bouwen van scholen, waarvan er 25.000 zijn verwoest. Dat de christelijke kerk scholen gaat bouwen ten dienste van de gemeenschap, nadat haar eigen scholen zijn overgenomen, is toch iets zeer bijzonders. In dit alles is de kerk daar bezig uit de afzondering zich midden in het veelbewogen nationale leven van Pakistan te plaatsen om nood, waar dan ook te lenigen. Hier kunnen wij stellig spreken van een nieuw ontdekken door de kerk van waarlijk diakonaal handelen. Om de kerk in Pakistan in staat te stellen dit waar te maken, vroeg (en vraagt) het ADB de steun van de gemeente.

Afrika-map vol informatie

De Nederlandse Zendingsraad en het Nederlands Bijbelgenootschap hebben samen een Afrika-map uitgegeven. Aanleiding was dat door de herdenking van de honderdste sterfdag van Livingstone de aandacht van velen weer bij Afrika werd bepaald. De map geeft een duidelijk overzicht van de drie gezichten van het christendom in het veranderende Afrika, dat van de oude koptische kerken, dat van de uit de zending ontstane kerken en dat van de onafhankelijke kerken. Bijzondere informatie wordt nog gegeven over Ghana, Kenia, Rwanda en Tanzania. Bovendien vindt u enkele pagina’s met informatie over audiovisueel en ander materiaal dat beschikbaar is.

De Afrika-map is verkrijgbaar bij het Zendingscentrum door overmaking van f 7,50 op girorekening 215600 ten name van het Zendingscentrum te Baarn, met vermelding: „bestelling Afrika-map”.

Pionier zendingsarts overleden

Een van Nederlands oudste zendingsartsen, dr W.J.L. Dake, is overleden. Hij werd 83 jaar oud maar was nog steeds actief. Vorig jaar kwam hij klaar met het eerste gedeelte van een geschiedbeschrijving van de medische zending in het voormalige Nederlands-Indië. Hij was bezig aan het tweede deel, waarvan het concept gereed is en waarvoor hij veel materiaal had verzameld. Tot aan het eind van zijn leven kwam hij nog vrijwel iedere dag naar het Zendingsbureau in Oegstgeest om aan zijn boek te werken.

In de inleiding tot het eerste gedeelte van zijn boek schreef hij: „Moge de lezer bedenken dat er voor de schrijver niets te beschrijven zou zijn geweest, wanneer Jezus niet onder ons mensen gewoond had.” Voor hem gold als uitgangspunt de opdracht: „Gij zult mijn getuigen zijn.”

Al jong was deze arts geïnteresseerd in het „medische werk met een getuigenis”. Als scheepsarts reisde hij naar Indonesië om zich in. het toen reeds bestaande Immanuëlziekenhuis nader te oriënteren.

Hij keerde echter naar Nederland terug om eerst te promoveren. Na zijn promotie, in het jaar 1919 werd hij als zendingsarts uitgezonden. Tot 1946 werkte hij hoofdzakelijk in het Immanuëlziekenhuis van Bandoeng dat uitgroeide van een klein zendingsziekenhuis met 30 bedden tot een groot algemeen ziekenhuis met 350 bedden. Vanaf 1946 tot 1960 was hij actief betrokken bij de beleidsbepaling van het medische werk van de hervormde zending. Ook het werk in Suriname, dat hij driemaal bezocht, hielp hij met zijn adviezen. Sedert 1960 was hij bezig aan zijn boek over de geschiedenis van de medische zending.

Ir Sastrowijono overleden

Op 31 augustus overleed in Salatiga ir Soepeno Sastrowijono. Hij was daar secretaris van de diakonale nederzetting Salib Putih, de welvaartsstichting Redjeki en de transmigratiestichting Trukadjaja. Eerst de zending en later het werelddiakonaat hebben lange jaren in zeer goede verstandhouding met de heer Soepeno mogen werken. Zijn overlijden betekent een groot verlies voor de kerk van Midden-Java.

Wie de indonesische kerken vertegenwoordigden

De delegatie uit de indonesische partnerkerken, die in oktober en november in ons land verbleef, was als volgt samengesteld:

Van de Javaanse christelijke kerken in Midden-Java:

prof. dr R. Soedarno, hoogleraar dogmatiek aan de Theologische Hogeschool in Djakarta; prof. dr Sutarno, rector van de christelijke universiteit „Satya Wacana” te Salatiga; drs Sardi Karjoredjo, docent economie aan dezelfde universiteit; ds Edi Trimodoroempoko, gemeentepredikant in de stad Solo en ds Hardjowasito, missionair predikant te Palembang (Zuid-Sumatra).

Van de indonesische christelijke kerken van Midden-Java:

prof. dr S.H. Widyapranawa, docent aan de Theologische Hogeschool te Djokjakarta en ds J. Tjahjaputra, predikant in algemene dienst voor de kadervorming.

Van de christelijke kerk op Soemba:

ds Mb. Ratoebandjoe, gemeentepredikant; drs W.H. Siregar, onderwijskundige en dokter Lapoe Moekoe, arts verbonden aan een van de christelijke ziekenhuizen op Soemba.

Voor een aantal besprekingen met de delegatie was ook een waarnemer uitgenodigd van de Indonesische Raad van Kerken. De delegatie had voor de synode een prachtig bewerkt wandtapijt meegebracht (zie foto) dat door de voorzitter, dr A. Kruyswijk, met grote dank aanvaard werd.

Zendingsactie in Amersfoort

In Amersfoort, meer speciaal in wijk B, „Leusden en Bergkwartier” van de Gereformeerde kerk, werd deze zomer een actie gehouden om de belangstelling voor de zending te vergroten.

Natuurlijk leverde dat ook extra geld op. Uit het projectenboekje had men gekozen voor project 21: „jeugdwerk Javaanse kerken” en project 26: „leermiddelen voor Midden-Java”. Op vrijdag 5 oktober kwam een kleine delegatie een bedrag aanbieden van f 11.796,31. Voor gemeente en werkgroep die de actie organiseerden een resultaat om trots op te zijn. Men denkt alweer over een volgende actie!

Meer mensen naar de zendingsdagen

De najaarszendingsdagen trokken dit jaar opnieuw meer belangstellenden. Ondanks de dichte mist waren er bijvoorbeeld in Hoogeveen ruim 25 procent bezoekers meer dan vorig jaar.

Toekomst en zending

Als U aan Uw toekomst denkt, denk dan ook eens aan de zending.

Als U Uw geld nalaat aan de zending hoeft van bedragen tot ƒ 10.000,— toe, geen belasting betaald te worden. Voor grotere bedragen is het tarief slechts 10 procent. Natuurlijk is het wel zaak Uw notaris te raadplegen. Het Zendingscentrum is ook hem graag van dienst met inlichtingen over de juiste omschrijving enz.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Missionair Panorama

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1973

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken